Nederlandse belastingbetaler draait op voor beslechting internationale conflicten

'Brievenbusparadijs' Nederland begint zich steeds meer naar voren te schuiven als de arena waar buitenlandse partijen hun juridische geschillen mogen uitvechten. En er is een nieuwe fighting pit op komst: The Netherlands Commercial Court. Advocaten profiteren, maar wat kost die juridische conflicteconomie de Nederlandse belastingbetaler?

We come here for protection. Please help us. Please dismiss mister Pérez. No shades of grey  only black or white,’ klonk het eind vorig jaar in gebrekkig Engels met een Russische tongval in de Ondernemingskamer in Amsterdam. De noodkreet kwam uit de mond van een afgevaardigde van een groep Russische aandeelhouders die een hoogoplopend ruzie had met hun mede-aandeelhouders — de familie Pérez — afkomstig uit Spanje.

Het Spaans-Russische telecombedrijf ZED+, omzet circa 400 miljoen, biedt geen enkele telecomdienst aan in Nederland. De enige functie is het houden van de aandelen in buitenlandse dochterbedrijven. Dat de holding om fiscale redenen gevestigd is in Amsterdam zorgt ervoor dat Nederland regelmatig het strijdtoneel is van buitenlandse partijen die met elkaar in de clinch liggen.

Het zijn de Nederlandse Zuidaskantoren die daarvan profiteren met uurtarieven die al snel richting de 500 euro gaan. Zo telde Follow the Money tijdens de zitting in oktober zeker 25 Nederlandse advocaten die betrokken partijen bijstonden inclusief de Nederlanders Sipko Schat (oud-Rabobank bestuurder die aftrad vanwege de Libor-affaire), Frank Schreve (ex-topman Ten Cate) en Peter Wakkie (topadvocaat en onder meer voormalig bestuurder van Ahold en ex-ABN Amro-commissaris die aftrad vanwege ophef over salarisverhogingen) die als interim-bestuurder bij ZED+ een uurtarief van 750 euro kreeg goedgekeurd.

De upside

Die geïmporteerde juridische geschillen vormen een belasting voor het Nederlandse rechtssysteem. Anderzijds zorgt de aanzuigende werking van ‘Brievenbusparadijs Nederland’ voor een upside voor de Nederlandse advocatuur. ‘Een voorname reden waarom holdings van buitenlandse ondernemingen zich in Nederland vestigen, is de fiscaliteit en als er met of tussen de aandeelhouders dan een geschil komt dan wordt dat ook vaak over de boeg van de tussenholding in Nederland uitgevochten,’ zegt Marcel Evers, advocaat bij boutiquekantoor De Breij Evers Boon, die in de ZED+ zaak ook een groep buitenlandse investeerders vertegenwoordigde.

Het inschakelen van Nederlandse advocaten is zeker bij de Ondernemingskamer waar aandeelhouders bijvoorbeeld kunnen verzoeken tot een onderzoek (een enquête) gebruikelijk. ‘Internationaal is er bijna niks vergelijkbaars met een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer, waarin ook verregaande maatregelen kunnen worden getroffen. Buitenlandse partijen zijn daarmee vreemd en laten zich dan bijstaan door een kantoor dat de procedures goed kent.’

Legal capital of the world

Internationale conflicten worden niet alleen naar de Ondernemingskamer in Amsterdam geïmporteerd, maar ook Den Haag kent een aanzuigende werking vanwege de aanwezigheid van gerechtelijke organen zoals het Internationaal Strafhof (genocide), het Internationaal Gerechtshof (juridische conflicten tussen VN-landen, zoals Japan versus Australië over walvisvangst) en het Permanente Hof van Arbitrage waar geschillen tussen landen worden beslecht.

Maar er ontbreekt nog iets op het gebied van ‘rechterlijk ondernemerschap’ van internationale rechtszaken. ‘Den Haag mag dan wel de legal capital of the world zijn, die titel verdient het alleen door zijn rol in het beslechten van geschillen op het gebied van het internationale strafrecht en internationale publiekrecht,’ schreef De Brauw-advocaat Ruud Hermans in een reactie op de komst van het Netherlands Commercial Court.

Buitenlandse cash cows

Een andere buitenlandse cash cow betreft Yukos Oil — het voormalige olieconcern van Michail Chodorkosvki die echter door Rusland zijn bedrijf onteigend zag worden. Het conflict kreeg een dutch link doordat een deel van Yukos Finance BV gevestigd is in Nederland. De bezittingen daarvan vielen níet onder het faillissement van Yukos in Rusland. De Hoge Raad trad daarmee op als beschermheer van de aandeelhouders van Yukos Finance (tegen Rusland). De zaak betekende overwerk voor het Zuidaskantoor NautaDutilh, maar ook de uitspraak van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag (Rusland moet 50 miljard dollar betalen aan de onteigende aandeelhouders) leidde tot werk aan de winkel voor de hoog aangeschreven arbitrageadvocaat Albert Jan van den Berg (Rusland-zijde) en De Brauw-advocaten Marnix Leijten en Marc Ynzonides.

Lees verder Inklappen

The Netherlands Commercial Court

Deze internationale handelsrechtbank in oprichting, gedoopt tot Netherlands Commercial Court (NCC), zal naar verwachting per 1 januari 2017 haar deuren openen voor internationale bedrijven die hun handelsgeschillen willen beslechten. In tegenstelling tot de Ondernemingskamer is een inschrijving in het Nederlandse handelsregister geen voorwaarde voor het behandelen van een handelsgeschil. De handelsrechtbank wil zich specialiseren in grote handelsconflicten van internationale partijen die wel eerst onderling (contractueel) moeten afspreken dat ze bij een toekomstig handelsconflict kiezen voor het Netherlands Commercial Court.

'Procederen bij de NCC kan een besparing op advocaatkosten opleveren van 35 miljoen euro per jaar bij 125 zaken'

Ondernemingsrechtadvocaat Evers ziet het als een goede toevoeging. ‘In grote handelsgeschillen is behoefte aan een gespecialiseerde rechtbank. In Nederland lopen dergelijke zaken nu mee in het gewone stramien. Het is een logische stap dat grote buitenlandse partijen kunnen kiezen voor een meer gespecialiseerde instantie.'

Concurreren op prijs

De Raad voor de Rechtspraak ziet kansen voor het geplande nieuwe onderdeel van de Rechtbank Amsterdam op de Zuidas. ‘De Nederlandse rechtspraak is pragmatisch en snel. De juridische sector is internationaal georiënteerd en heeft veel kennis van de handelspraktijk en Nederland is aangesloten bij een groot aantal internationale verdragen waardoor uitspraken van de Nederlandse rechter in het overgrote deel van de wereld uitvoerbaar zijn,’ zegt woordvoerder Roderick Reinalda, die wappert met een verkennend rapport van de Boston Consulting Group waarin becijferd is dat de NCC kan leiden tot een omzettoename voor de Nederlandse advocatuur van 35 miljoen euro per jaar als er 125 zaken worden aangebracht.

Niet alleen de advocatuur zal volgens de Raad voor de Rechtspraak profiteren, maar ook de ondernemingen die hun geschil voorleggen. ‘Een procedure bij de NCC zal effectiever, minder omvangrijk en daardoor korter en fors goedkoper zijn dan de procedures in Angelsaksische rechtsstelsels,’ zegt Reinalda. ‘Op basis hiervan wordt ingeschat dat het procederen bij de NCC een besparing op advocaatkosten oplevert van 35 miljoen euro per jaar bij 125 zaken.’

Internationale concurrentie

Het Netherlands Commercial Court zal na opening moeten gaan concurreren met andere internationale arbitragerechtbanken zoals het populaire Commercial Courts in Londen, Singapore en Dubai.

Ondernemingsrechtadvocaat Jurjen Lemstra, die de Russische aandeelhouders van ZED+ bijstond, ziet mogelijkheden voor een Nederlandse variant. ‘Nederland heeft de reputatie van een goed juridisch systeem, het is relatief snel en de proceskosten zijn hier goed te managen, want er is geen risico bij verlies dat je ook de advocaatkosten van de tegenpartij moet dragen. Als je in Londen verliest, loop je het risico dat je naast de eigen advocaatkosten ook opdraait voor de kosten van de advocaat van de wederpartij. Dat kan makkelijk een paar miljoen extra kosten betekenen in complexe zaken,’ zegt Lemstra. ‘Bij de megazaken zal dat geen issue zijn, maar voor middelgrote zaken tussen de 5  en 50 miljoen euro zullen de kosten zeker meespelen.’

Snelheid is key

Het afdwingen van een contract bij een gewone rechtbank kan een tijdrovende klus worden. Uit cijfers van de World Bank blijkt dat een Italiaanse rechter gemiddeld 1120 dagen nodig heeft om tot een uitspraak te komen. Een commercieel dispuut oplossen via een Griekse rechter vergt nog meer geduld: gemiddeld 1580 dagen. Dit betreft de wachttijd in 2015 vanaf de start van de procedure tot de uitspraak. Nederlandse rechters in handelszaken laten gemiddeld 514 dagen op zich wachten – vrijwel gelijk aan de Spaanse collega’s.

‘Het probleem in veel landen is dat een handelsconflict soms enorm lang duurt om op te lossen. Het is dus slim als Nederland een commerciële rechtbank opricht dat ze dan beloven: ‘Als je hier je zaak gaat indienen dan beloven we dat het binnen een paar maanden is afgerond,’ zegt Cedric Ryngaert, hoogleraar Internationaal Publiekrecht aan de Universiteit Utrecht. De komst van een commercial court is volgens Ryngaert goed nieuws voor Nederlandse advocaten. ‘Als het commercial court het Nederlands recht toepast dan neem je iemand die goed in het Nederlands recht zit dus dan zullen bedrijven waarschijnlijk uitkomen bij de grote internationale kantoren op de Zuidas.’


Cedric Ryngaert, hoogleraar Internationaal Recht

"Als ze allemaal hier naar toe komen dan gaan wij meer belasting betalen om de problemen van een ander op te lossen"

Wie betaalt?

Nederland kent inmiddels ook een unique selling proposition in de vorm de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM). De bijzondere schikkingsregeling biedt de mogelijkheid om bij het Gerechtshof Amsterdam tot één schikking te komen die ook direct in het buitenland algemeen verbindend is. Het zet Nederland als schikkingsland op de kaart en zorgt ervoor dat buitenlandse claimclubs zich in Nederland vestigen met het oog op juridische procedures tegen bijvoorbeeld het Volkswagen-concern met betrekking tot de sjoemelsoftware in dieselvoertuigen. In Het Financieele Dagblad werd Nederland dan ook vanwege deze aparte ‘dutch settlement’ bestempeld als schikkingsland.

Het importeren van conflicten kent echter een nadeel. Nederlandse rechters worden betaald uit de algemene middelen, opgebracht door de belastingbetaler. ‘Als ze dan allemaal hier naar toe komen dan gaan wij meer belasting betalen om de problemen van een ander op te lossen. Dat is niet ideaal,’ zegt Ryngaert. 'Als je juridisch steeds vriendelijker gaat worden, dan worden advocaten natuurlijk rijker, maar het gaat wel ten koste van het rechtssysteem en moet je maatregelen nemen dat het rechtssysteem niet overspoeld wordt zoals in Amerika. Daar worden zaken aangebracht die nauwelijks een band hebben met de Verenigde Staten. De belastingbetaler is niet bereid om dat op te hoesten.’

In het projectplan van het Netherlands Commercial Court wordt onderkend dat er ‘een extra beslag worden gelegd op de beschikbare kaders van de rechtspraak.’ Volgens de Raad voor de Rechtspraak worden de kosten van NCC — eenmalig 3,8 miljoen en vervolgens 2,7 miljoen euro structurele kosten per jaar — wel volledig gedekt door de griffiekosten die procederende partijen moeten betalen. 'Het uitgangspunt is dat de kosten van de NCC niet ten laste mogen komen van de reguliere rechtspraak. De kosten van de rechters vallen ook binnen de structurele kosten. Daarom zullen de kosten van de NCC niet ten laste komen van de reguliere rechtspraak en evenmin van de belastingbetaler,’ aldus woordvoerder Reinalda.

 

Openbaar Ministerie profiteert

De gewone rechtspraak krijgt inmiddels wel overgewaaide zaken op haar bord. Zo behandelde de rechtbank Den Haag de zaak van Shells olievervuiling in Nigeria. Het Hof in Den Haag bepaalde dat het rechtsmacht heeft over Shell en haar Nigeriaanse dochteronderneming die verantwoordelijk is voor de schade vanwege olievervuiling in de Nigeriaanse dorpen Goi, Oruma en Ikot Ada Udo. ‘Het is goed voor degenen die schade hebben geleden, maar het is niet ideaal voor de ondernemingen die naar Nederland komen vanwege het gunstige vestigingsklimaat,’ zegt Ryngaert. ‘Ook al hebben ze hier enkel een postbus, ze vallen formeel onder de Nederlandse rechtsmacht waardoor ze zowel in een handelszaak als een strafzaak voor de Nederlandse rechter gedaagd kunnen worden.’

'Ook al hebben ze hier enkel een postbus, ze vallen formeel onder de Nederlandse rechtsmacht waardoor ze zowel in een handelszaak als een strafzaak voor de Nederlandse rechter gedaagd kunnen worden'

In een enkel geval profiteert het Nederlandse Openbaar Ministerie van de juridische conflicteconomie. Ze deed deze maand een flinke bijvangst bij het in Nederland gevestigde bedrijf VimpelCom. Dit Noors-Russische telecombedrijf schikte een omvangrijke corruptiezaak in Oezbekistan voor ruim 700 miljoen euro waarvan het Nederlandse Openbaar Ministerie een recordgreep van ruim 350 miljoen kon doen. De hoofdreden: VimpelCom is op papier in Nederland gevestigd. 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Dennis Mijnheer

Gevolgd door 1220 leden

Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

Volg Dennis Mijnheer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren