De landbouw moet ingrijpend verduurzamen om de groeiende wereldbevolking te voeden en tegelijkertijd de klimaatverandering in elk geval niet te verergeren. Welke oplossingen hebben de belangrijkste spelers — boeren, bedrijven en politici — voor ons in petto? Een reportage uit Brussel, voor even het centrum van de agrarische (lobby)wereld.

Brussel, een warme dag eind maart. Zo’n twintig actievoerders, sommigen gehuld in witte overalls, anderen met de gezichten verscholen achter gasmaskers, liggen roerloos op de grond voor de ingang van een grote conferentiezaal. Ze houden zich dood.

In het gebouw zal even later een conferentie beginnen over de toekomst van de landbouw. De bijeenkomst brengt talrijke activisten op de been, met meterslange spandoeken waarop slogans staan als ‘Welcome to lobbyland’ en het minder vriendelijke ‘Syngenta kills’. Ook de ‘dode’ activisten op de grond hebben het gemunt op Syngenta: zij moeten de slachtoffers verbeelden van dit bedrijf, een van ’s werelds grootste spelers in de markt voor landbouwzaden en agrochemie. Syngenta sponsort deze conferentie over de toekomst van de landbouw.

De bezoekers moeten wat ongemakkelijk over de roerloze lichamen heenstappen. Eén actievoerder in imkerpak staat tussen de lichamen en richt zich door een megafoon spottend tot de rij met wachtenden: ‘Bent u een boer, meneer? En u, mevrouw? Bent u een boerin?’ Hij wacht niet op antwoorden en roept door de megafoon dat de agrobusiness dood en verderf zaait. ‘Dit mag niet onze toekomst worden. Syngenta kills!

‘Bent u een boer, meneer? En u, mevrouw? Bent u een boerin?’

Lobbyparadijs

Buiten mag de sfeer dan grimmig zijn, binnen bij het Forum for the Future of Agriculture is daar niets van te merken. De conferentie prijst zichzelf aan als plaats om te praten over de grote thema’s die spelen in de landbouw — zaken die landsgrenzen overstijgen, zoals honger, klimaatverandering, handel en gezondheid. Aan de conferentie nemen politici, ambtenaren, ngo’s, multinationals, een heel scala aan agrarische organisaties en andere belangstellenden van over de hele wereld deel. Een lobbyparadijs, vol mannen in pak, gratis sleutelhangers, glimmende brochures en koekjes. Volgens de organisatie trekt deze tiende editie van de eendaagse conferentie ruim 1700 bezoekers.

Follow the Money ging naar de landbouwconferentie om te weten te komen hoe al deze invloedrijke personen en organisaties de toekomst van de landbouw voor zich zien. Het is tijd voor oplossingen, zo luidt het motto van de conferentie, maar wat houden die oplossingen om tot duurzame landbouw te komen dan precies in? Zes opvallende sprekers komen daarover aan het woord; een Nobelprijswinnaar, een multinational, een politicus, een Nederlandse techno-boer, een ecoloog en een Braziliaanse eco-boer

De landbouwconferentie wordt afgetrapt met wat aanmoedigende woorden van voormalige Eurocommissaris voor milieu en dagvoorzitter Janez Potočnik: ‘Dames en heren, het is tijd voor oplossingen, we kunnen niet door blijven gaan op huidige voet. Onze politieke leiders moeten opstaan. Eén enkel land kan dit niet, we moeten dit samen doen.’

1: de Nobelprijswinnaar

Over samenwerking heeft de volgende spreker, voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties en Nobelprijswinnaar Kofi Annan, een mooie anekdote. Met een brede glimlach zegt hij: ‘Verandering is niet altijd makkelijk. Ik stelde ooit een programma voor om de Verenigde Naties als organisatie in zes weken te veranderen. Binnen zes weken stond er een kritisch artikel in de New York Times, waarin werd geklaagd dat ik de VN niet had hervormd in zes weken!’ Annan speelt verontwaardiging en vervolgt: ‘Later die dag had ik een lunch met de leden van de VN. Ik startte het gesprek met me te verontschuldigen voor het feit dat de hervorming niet was gelukt binnen zes weken. De toenmalige Russische ambassadeur bij de VN zei toen: “U had meer tijd dan God had om de wereld te scheppen!” Ik zei toen: “Meneer de ambassadeur u heeft gelijk, maar God had een uniek voordeel: hij werkte alleen”.’

Annan gaat verder in op de problemen die spelen in de landbouw. ‘Landbouw heeft ons zoveel goeds gebracht,’ vertelt hij. ‘Zo zal er dit jaar weer meer graan dan ooit worden geoogst. Tegelijkertijd heeft één op de negen mensen niet genoeg te eten. We hebben allemaal de recente beelden gezien uit mijn continent, Afrika. Er is 50 procent meer voedsel nodig in 2050 om de bevolkingsgroei te kunnen bijhouden. Alleen al Afrika zal in dat jaar 4 miljard mensen tellen.’ Eén ding is duidelijk volgens Annan: ‘De natuur is de dupe, en zoals altijd zijn de armen daar weer de dupe van.’

Oplossingen voor de problemen komen tot stand door samenwerking tussen bedrijfsleven, landen en gemeenschappen. Annan denkt dat grote bedrijven en hun aandeelhouders zich op den duur wel hard moeten gaan maken voor een beter klimaat en duurzame landbouw. ‘Heel wat bedrijven realiseren zich dat er nu iets moet veranderen. De mensen zullen bovendien gaan kiezen welke bedrijven ze willen steunen en welke niet. Hierdoor kunnen mensen een verandering teweegbrengen.’

Hoe krijg je wereldwijd honderden miljoenen boeren nu zo ver dat ze uit zichzelf verduurzamen?

Twee stromingen

De woorden van Annan klinken hoopvol, maar ook een beetje vaag. Hoe krijg je wereldwijd honderden miljoenen boeren nu zo ver dat ze uit zichzelf verduurzamen? Daarbij is het van belang om te beseffen dat verduurzaming staat voor meer dan alleen een vorm van landbouw die niet langer sterk bijdraagt aan klimaatverandering. Het betekent ook dat met de opbrengst van het land een groeiende wereldbevolking kan worden gevoed en — heel belangrijk — dat de boeren zelf ook een normaal bestaan kunnen leiden.

Het verduurzamen van de landbouw is een lastige opgave, maar oplossingen zijn er gelukkig ook. Op de conferentie blijken die in te delen in twee stromingen, die tegenover elkaar staan. Eén ervan is nauw verwant aan onze westerse manier van leven: een groeiende nadruk op het gebruik van technologische vernieuwingen. Deze ‘agro-technologische’ oplossing heeft de voorkeur van de technologische bedrijven, maar ook van overheden en veel boeren. Later meer hierover.

De andere stroming annex oplossing is die van de agro-ecologie. Hier ligt de nadruk niet per se op het gebruik van techniek, maar op de wisselwerking tussen landbouw, omgeving en het milieu. In het geval van agro-ecologie kan er worden gekeken naar omgevingsfactoren die kunnen bijdragen aan een grotere landbouwopbrengst. Voorbeelden hiervan volgen verderop. Eerst meer over de technologische oplossingen volgens drie belangrijke sprekers op de landbouwconferentie: een multinational, een politicus en een Nederlandse techo-boer.

2: de multinational

Terwijl buiten actievoerders liederen zingen tegen tegen landbouwzaden en chemiebedrijf Syngenta, neemt binnen Jonathan Parr het woord. Deze Brit, president van Syngenta’s gewasbeschermingsafdeling, lijkt niet te zitten met de protesten. ‘We willen allemaal duurzame landbouw,’ zegt hij. ‘In de laatste tien jaar hebben we ons bedrijf getransformeerd om op een duurzame manier de wereld te voeden. Allerlei goede initiatieven zijn van de grond gekomen. Zo hebben we 17 miljoen boeren getraind in duurzamere landbouwbedrijven en zijn miljoenen hectaren bos in Brazilië met onze hulp beschermd. We hebben de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN opgenomen in ons bedrijfsplan.’

In de Verenigde Staten en Zuid-Amerika is het gebruik van gmo-zaden gemeengoed geworden

Mooie woorden, maar toch hebben velen hun twijfels. Daarbij worden de grote en machtige zaden- en chemiebedrijven niet zozeer bedreigd door het handjevol demonstranten voor de deur, maar door de politiek met haar lastige mededingingswetten. De overheden in Europa en de Europese Commissie staan namelijk behoorlijk wantrouwend tegenover de sector. Dit ligt gedeeltelijk aan de bedrijven zelf. De groten worden namelijk steeds groter. In de laatste jaren hebben verschillende van deze multinationals fusies aangekondigd: Monsanto en Bayer, Dupont en Dow Chemical, Syngenta en China National Chemical (vaak afgekort tot ChemChina). Dat betekent dat de markt straks de factor drie in plaats van zes grote spelers telt. Gezamenlijk beheersen die 59 procent van de wereldwijde zadenmarkt en 63 procent van de markt voor pesticiden. De overname van Syngenta door ChemChina is zelfs de grootste overname door een Chinees bedrijf ooit, en zou met name bedoeld zijn om de voedselvoorziening voor de almaar groeiende Chinese bevolking op peil te houden.

Parr ziet geen problemen door die samenklontering of consolidatie. ‘Ja, het is onmiskenbaar dat de agrobusiness aan het consolideren is. De reden hiervoor is dat wetenschappelijk onderzoek steeds kostbaarder wordt. Dit komt dan weer doordat het onzeker is of nieuwe vindingen wel gebruikt gaan worden. Het voordeel van de overname — als de EU die tenminste goedkeurt — van Syngenta door ChemChina is de inzet op lange termijn.’

Naast de gestage stroom nieuwberichten over de consolidatie in de sector, zijn Syngenta, Monsanto en consorten vooral bekend van een ander debat: dat over het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (gmo’s). Vaak gaat het hier om landbouwzaden (vaak soja, maïs of graan) waaraan is gesleuteld zodat bestrijdingsmiddelen wel het onkruid of de insecten verdelgen, maar niet het plantje. Uiteraard verkopen de bedrijven zowel de zaden als het verdelgingsmiddel. Zelf noemen ze het trouwens liever geen verdelging, maar ‘gewasbescherming’.

In de Verenigde Staten en Zuid-Amerika is het gebruik van gmo-zaden gemeengoed geworden. In Europa, met haar strenge regels en maatschappelijke onrust over gmo’s, is het nog niet zover. Syngenta-man Parr wordt gevraagd wat het gmo-debat en de kritische houding van de Europese landen betekenen voor zijn bedrijf. Hij antwoordt: ‘10 procent van ons budget gaat op aan innovatie en onderzoek, minder en minder wordt gespendeerd in Europa. Het klimaat hier voor techniek en wetenschap is niet het vriendelijkste in de wereld. En eerlijk gezegd maakt ons het hele gmo-debat weinig meer uit. Wij brengen alleen maar een service naar boeren die ze willen. We werken met iedereen die technologie wil. Eigenlijk wil ik er nog wel even iets over zeggen: het hele gmo-debat is over. Jullie hebben je zegje kunnen doen in Europa. Het is klaar.’

3: de politicus

Er is een spanningsveld tussen boeren en milieubescherming. Nathan Guy, de goedlachse Nieuw-Zeelandse minister van primaire industrieën, waar landbouw onder valt, voelt dat haarfijn aan. Als het zijn beurt is om te presenteren zegt hij: ‘Ik ben zelf boer en kan zeggen dat boeren van nature milieubeschermers zijn.’

Guy is trots op de Nieuw-Zeelandse landbouwsector en geeft aan dat het land ernaar streeft om de landbouw-output in 2025 te verdubbelen. Er volgt wat geklap uit de zaal, maar dat verstomt snel bij zijn volgende opmerking. Er ontstaat zelfs wat consternatie als Guy aangeeft dat de helft van de Nieuw-Zeelands uitstoot aan broeikasgassen afkomstig is van de Nieuw-Zeelandse koeien en schapen. De helft! Moet er dan niet als de bliksem iets veranderen, is de prangende vraag? Guy zegt stellig van niet. ‘Oplossingen om de uitstoot terug te dringen moeten we nog gaan vinden,’ zegt hij. ‘Misschien moeten we iets veranderen aan het voedsel dat de dieren te eten krijgen. We gaan in ieder geval niet voor minder dieren. We kunnen niet de helft van de dieren gaan doden, want daarmee geven we nu juist de armen te eten.’

Ander voer voor de Nieuw-Zeelandse dieren kan worden geschaard onder de technologische oplossingen: het vinden van de juiste balans, waarbij er zo min mogelijk schadelijke methaangassen door de veeteelt worden uitstoten. Terwijl minister Guy de technologische oplossingen nog moet vinden, is een Nederlandse akkerbouwer met big data en drones een voorloper in het gebruik van technologie om zijn landbouwproductie te verhogen.

4: de techno-boer

‘Ik ga jullie een verhaaltje vertellen over precisielandbouw. Maar dit is niet iets nieuws, mijn grootvader deed het ook al. Hij hield het bij in dit rode notitieboekje.’ Een rood beduimeld boekje wordt omhoog gehouden. Aan het woord is Jacob van den Borne, akkerbouwer uit Reusel in zuiden van Brabant vlak tegen de Belgische grens. ‘Ik doe het nu anders dan mijn grootvader, ik heb databases.’

Wie is eigenlijk de eigenaar van al die belangrijke landbouwdata?

Van den Borne geeft aan dat er geen eenduidige definitie is van die vorm van landbouw. ‘Precisielandbouw, zoals in mijn formulering gaat over tijd, locatie en toepassing. De reden dat ik hier gebruik van maak is dat ik 140 verschillende velden heb om te onderhouden. We doen bijvoorbeeld aan het scannen van de bodem om zo het maximale uit de aarde te kunnen halen. Boeren gaat niet over een homogene akker, het gaat om het werken met moeder natuur. Het probleem: we hebben hier de kennis niet meer voor. Daarom willen wij een ervaringscentrum bouwen voor andere boeren.’

Er rijzen twijfels in de zaal. Wie is eigenlijk de eigenaar van al die belangrijke landbouwdata? Van den Borne stelt de zaal gerust: ‘Ik ben de eigenaar. Ik deel, verkoop mijn data aan universiteiten. Ik denk dat alle boeren bereid zijn dit te doen als ze er iets voor terugkrijgen, ook zeker door de hogere opbrengst.’

Nederland voelt wel iets voor de aanpak van de Reuselse boer. Het ministerie van Economische Zaken stelde eerder dit jaar 1,4 miljoen euro beschikbaar om satellietdata aan te kopen van ruimtevaartorganisaties, waarvan boeren zonder kosten gebruik kunnen maken. De satellietgegevens (beschikbaar via het satellietdataportaal) zijn bedoeld voor de technologische precisielandbouw. ‘Deze data geeft gedetailleerde informatie over onder meer de bodem, de atmosfeer en de ontwikkeling van gewassen,’ schrijft het ministerie in een bijgaand bericht. De aankoop van satellietdata is onderdeel van een groter project. Nederland zet namelijk fors in op de technologische vernieuwingen in de landbouw. Hier zijn de Nationale Proeftuin Precisielandbouw en de oprichting van het investeringsfonds Agri-Horti-Food-Tech andere voorbeelden van. Het ministerie steunt de initiatieven met miljoenen euro’s.


Kofi Annan

"Er is 50 procent meer voedsel nodig in 2050 om de bevolkingsgroei in Afrika te kunnen bijhouden"

De technofix voor de landbouw is in de meeste Westerse landen de heersende toekomstvisie, zo ook op de landbouwconferentie. Op het podium, in panelgesprekken hinten EU-commissarissen en ceo’s op bezoekjes ‘waar we het verder over de thematiek kunnen hebben’. Je zou haast vergeten dat het er nog een geheel andere stroming bestaat om prangende problemen in de landbouw aan te pakken. Een ecoloog en een boer komen daarover aan het woord.

5: de agro-ecoloog

Op de conferentie wordt de stroming van de agro-ecologie ingeleid door Olivier De Schutter, medevoorzitter van het International Panel of Experts on Sustainable Food Systems en voormalig VN-rapporteur voor het recht op voedsel. De agro-ecologische benadering gaat uit van een wisselwerking tussen het land en de omgeving. Juist omgevingsfactoren (zoals bepaalde dieren en planten die in de buurt leven) kunnen bijdragen aan de productiviteit van het land, en tegelijkertijd een duurzame manier van landbouw zijn. De agro-ecologie is echter een ondergeschoven kindje.

De technologische oplossingen hebben één aspect gemeen: ze promoten monoculturen

‘We hebben nog niet het debat dat we moeten hebben,’ zegt De Schutter daarover. ‘Het pad dat we nu bewandelen is verkeerd. De oplossing ligt in de agro-ecologie, we moeten weg van de monoculturen.’ De technologische oplossingen voor een duurzame landbouw hebben namelijk allemaal één aspect gemeen: ze promoten monoculturen, velden vol met hetzelfde gewas. De reden hiervoor is dat het gemakkelijker is om zulke velden te onderhouden. Vaak moet van alles wijken voor de akkerbouw, zoals bomen. Dat noemt De Schutter een grote fout. ‘We zitten fout door bossen de segregeren, af te zonderen aan de randen van de akkers. We moeten ze omarmen, ze geven voedsel, schaduw en gaan erosie tegen.’

Twijfels alom bij de aanwezigen. Dat de agro-ecologie weinig nadelige gevolgen heeft voor het milieu is duidelijk, maar kan de agro-ecologie, waarbij er allerlei gewassen door elkaar groeien, wel een manier zijn waarop er een hogere landbouwproductie kan worden bereikt? ‘Het ligt eraan wat je meet,’ antwoordt De Schutter. ‘De opbrengst van één gewas zal per hectare lager zijn, maar je krijgt er wel allerlei andere gewassen bij. Bovendien is het arbeidsintensiever, het zal dus werkgelegenheid laten voortbestaan. Het is hierbij belangrijk dat de verwerking ook lokaal gebeurt, en dat er verkocht wordt op lokale markten. Het is voor boeren een goedkope manier om over te stappen en het is een goed voor de economieën van ontwikkelingslanden.’

De Schutters opmerking over lokale markten is nu juist niet wat een andere spreker, Mari Kiviniemi van de OECD, wil horen. De OECD bevordert de wereldwijde economische samenwerking. Kiviniemi roept op de markten juist meer open te stellen, meer vrijhandel dus. ‘Je hebt toch handel nodig, want niet overal wordt alles verbouwd, en als je de landbouwgoederen dan gaat verhandelen wil je een eerlijk speelveld,’ zegt Kiviniemi.

6: de ecologische boer                    

Uiteindelijk willen we toch bewijzen zien. Zoals de Nederlandse boer laat zien dat technologische oplossingen kunnen werken, is er ook een sprekend voorbeeld van de agro-ecologische aanpak aanwezig op de conferentie. Leontino Balbo is de naam. Balbo komt uit Brazilië en heeft zijn familiebedrijf uitgebouwd tot het gigantische landbouwbedrijf Native, onderdeel van de Balbo Groep. Het bedrijf verbouwt en verwerkt rietsuiker. Het is een van de grootste biologische rietsuikerproducenten ter wereld en exporteert naar tientallen landen.

‘Ik noem mijn aanpak ecosystem revitalising agriculture,’ zegt Balbo. ‘Het ecosysteem het werk laten doen. Op een gegeven moment heb ik mijn familie voorgesteld om te stoppen met het verbranden van rietsuiker, dat was de standaardpraktijk om de grond weer vruchtbaar te maken. We zijn van dode aarde in tien jaar naar een biologische structuur met volledige nieuwe aarde gegaan. Met 24 procent hogere opbrengst. We gebruiken nu enkel biologische controles in plaats van gewasbescherming.’

Uiteindelijk willen we toch bewijzen zien

Via een projectie laat de boer tientallen bijzondere dier- en insectensoorten zien die nu zijn rietsuikervelden bevolken. Balbo is er erg trots op: ‘In mijn rietsuikervelden vind je evenveel vogelsoorten als de helft van heel Europa. En de helft van alle diersoorten die leven in de Braziliaanse nationale parken vind je ook in mijn rietsuikervelden. Bijvoorbeeld de Capibara, de miereneter en de Poema. 14.000 supermarkten in Brazilië verkopen mijn rietsuiker. De uitstoot van schadelijk gas is negatief.’

Er volgen toch een paar kritische vragen aan Balbo: kan deze aanpak ook worden toegepast op iets anders dan rietsuiker? En: is het wel realistisch voor andere boeren om over te stappen als het tien jaar duurt voordat er weer productie is? Balbo: ‘We zijn nu bezig dit systeem uit te rollen naar andere gewassen. Sojabonen en zonnebloemen zijn al geslaagd. We weten soja te laten groeien in 54 dagen zonder chemische bestrijdingsmiddelen.’ Over de tijdsduur zegt hij: ‘Wij moest experimenteren en daarom duurde het tien jaar, nu kan het al in twee tot drie jaar.’

Korte docu over Leontino Balbo en ecosystem revitalising agriculture:

Status quo

Het voorbeeld van de zowel de Nederlandse techno-boer als de Braziliaanse ecologische-boer klinken veelbelovend. Dagvoorzitter Janez Potočnik is er blij mee: ‘We hebben vandaag een aantal oplossingen gezien. Hieruit komt naar voren dat het niet alleen beter, maar ook winstgevender kan zijn om beter te doen. We verkiezen de status quo boven het onbekende. Dit onbekende is lastig, maar wat we écht moeten vrezen zijn de effecten van de status quo.’

Die status quo in de landbouw — met andere woorden: op de huidige voet verder gaan — zal klimaatverandering, honger en failliete boeren tot gevolg hebben. Er moet iets veranderen, zoveel is duidelijk. De techno en de agro-ecologische benadering bieden werkbare oplossingen. Dat die stromingen nogal van elkaar verschillen hoeft geen probleem te zijn. Het meeste geld is waarschijnlijk te verdienen met technologische oplossingen (denk aan chemische producten en machines), en hier zetten de meeste grote bedrijven en westerse landen op in. Consumenten zullen wellicht juist willen kiezen voor producten die op agro-ecologische wijze zijn geteeld. Een combinatie van oplossingen en samenwerking lijkt daarom het beste. Want voor een wereldwijde duurzame landbouw hoeft het een het ander toch niet uit te sluiten?

Mitchell van de Klundert
Mitchell van de Klundert (1990) onderzoekt voor Follow the Money internationale handels- en investeringsverdragen, de voeding...
Gevolgd door 67 leden