Beeld door Hynek Moravec
© CC BY-SA

De ‘lege’ ministeries van Trump zijn minder dramatisch dan het lijkt

    De benoemingen van hoge ambtenaren verloopt onder president Trump buitengewoon traag. Diverse ministeries hebben al maanden geen staatssecretaris of assistent-secretaris gehad. Wat zijn de gevolgen van deze onderbezetting voor de rol van Amerika op het diplomatieke toneel?

    Henry Kissinger, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken onder President Nixon, zou ooit verzucht hebben: ‘who do I call if I want to call Europe?’. Hoewel de Financial Times in 2009 onthuldedat het hier om een broodje-aapverhaal ging, staat de ‘uitspraak’ nog altijd symbool voor de Brusselse bureaucratische spaghetti en diplomatieke onduidelijkheid.

    Anno 2017 lijkt het Europese continent dezelfde vraag echter ook aan de collega’s van het State Department in Washington te kunnen stellen. Onder meer België, Luxemburg en Denemarken wachten al bijna acht maanden op een nieuwe Amerikaanse ambassadeur. Ook heeft de regering-Trump nog geen ambassadeurs in landen waar relatief veel Amerikaanse troepen zijn gestationeerd (bijvoorbeeld Duitsland en Zuid-Korea) of waar het militair actief is (zoals Jemen).

    En daar houdt het niet op: van de 141 sleutelposities op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zijn er 95 nog niet vergeven. Ook diverse posities op het ministerie van Defensie (bijvoorbeeld die van Assistant Secretary for Asian and Pacific Security Affairs) zijn nog vacant.

    Ondiplomatiek gedrag

    In een database van de Washington Post is te zien dat van de 599 posten waar instemming van de Senaat voor nodig is, er pas 117 gevuld zijn. De Amerikaanse website Politico berekende dat president Trump maar liefst drie keer zo langzaam is met benoemingen dan zijn voorgangers president Bush en Obama.

    "Van de 599 diplomatieke posten zijn er pas 117 gevuld"

    En dat terwijl Trump toch enkele serieuze conflicthaarden heeft geërfd van zijn voorgangers: van Syrië en Irak tot Afghanistan en Noord-Korea. Juist in tijden van dergelijke (op)lopende conflicten is het noodzakelijk om de diplomatieke lijnen tussen de hoofdsteden kort te houden en verwarring te voorkomen. 

    Zo werd het Twittergedrag van president Trump na de aanslagen in Londen — waarin hij het social medium gebruikte om de burgemeester van de stad te bekritiseren — gezien als de consequentie van een lege ambassadeur-stoel in het Verenigd Koninkrijk. Dergelijk ondiplomatiek gedrag zou namelijk bij uitstek kunnen worden gedempt door de zalvende woorden van een aanwezige Amerikaanse diplomaat, zo was de redenering

    Het Amerikaanse weekblad Newsweek vroeg zich zelfs af of president Trump zijn werk wel deed: want hoewel Trump zich beklaagde over de Democraten die zijn aangedragen kandidaten expres niet goedkeurden en de boel vertraagden, wees het tijdschrift er op dat de president maar weinig haast leek te maken met het aandragen van nieuwe kandidaten. Dit terwijl Trump een deel van de ambassadeurs — de zogeheten politiek benoemde ambassadeurs van zijn voorganger president Obama — al meteen met zijn aantreden naar huis had gestuurd.

    De vraag is of de interim-diplomaten onder de streep nu een groot verschil maken

    De discussie werd nieuw leven ingeblazen toen het conflict met Noord-Korea hoog opliep: werd het onderhand niet tijd voor de regering Trump om sleutelposities op diverse ministeries te vullen?

    Bemand door technocraten

    Het feit dat er nog geen officiële namen zijn aangedragen voor deze posten, betekent echter niet dat deze posities ‘leeg’ zijn. Wanneer wij de crisis met Noord-Korea nemen als casus, is het goed om te beseffen dat hoewel de sleutelposities op het ministerie van Defensie (het Pentagon) en Buitenlandse Zaken (State Department) onder Trump technisch gezien onbezet zijn, ze wel degelijk worden bemand.

    Zo zit op het ministerie van Defensie tijdelijk David China Guru’ Helvey en neemt Susan Thorton – in diplomatieke kringen bekend wegens haar ruime ervaring in Azië – de honneurs waar op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook ad interim-ambassadeur in Zuid-Korea Marc Knapper heeft zijn voetsporen ruim verdiend in de diplomatieke wereld in de Aziatische regio.

    Met andere woorden: deze posten worden op dit moment voornamelijk bemand door technocraten met een stevig cv. De vraag is of dergelijke interim-diplomaten onder de streep nu een groot verschil maken. Waarschijnlijk is dat niet het geval.

    Hiep-hiep-hoera-posten

    Zeker, voor een deel zijn ambassadeposten bij uitstek een methode om campagnedonoren en mensen binnen het partijpolitieke netwerk te belonen voor hun loyaliteit. Het leeuwendeel van de diplomatieke posten worden bemand door zogeheten career professionals: hoge ambtenaren en diplomaten die hun voetsporen hebben verdiend in de regio alwaar zij hun land vertegenwoordigen. Deze ‘professionele’ diplomaten worden vooral ingezet in landen waar Amerika in conflict is, of waar de relatie niet al te soepel mee verloopt. Hierbij moet gedacht worden aan landen zoals Afghanistan, Irak maar ook aan Pakistan en China.

    Er is een formule die uitdrukt hoe ‘duur’ een ambassadepost in Londen of Lissabon is

    Maar een significant deel van de diplomatieke posten zijn grotendeels politieke benoemingen: ze worden ingezet om riante donateurs van de campagnekas te belonen. Uiteraard gaat het hier om posten met een laag risico (ambassades in bevriende landen bijvoorbeeld), het liefst op plekken met een lekker klimaat. Deze diplomaten hoeven geen keiharde deals eruit te slepen, maar mogen vanaf dergelijke ‘hiep-hiep-hoera-posten’ de toch al goede relatie lekker warm houden met bijvoorbeeld nieuwjaarsrecepties. Hoe hoger het bedrag op de cheque, des te prestigieuzer en gemoedelijker de ambassade post.

    Deze populaire posten bevinden zich met name in West-Europa en de warme Cariben, maar ook andere bondgenoten met gemoedelijk klimaat zijn in trek. Zo is een van de advocaten van president Trump, David Friedman, momenteel ambassadeur in Israël. Een rijke zakenman uit Tennessee, William Hagerty, vervult de positie van ambassadeur in Japan. De steenrijke eigenaar van de New York Jets, Robert ‘Woody’ Johnson, is voorgedragen als ambassadeur voor het Verenigd Koninkrijk.

    In een lezenswaardige blog op The Monkey Cage beargumenteert politicoloog Dennis Jett dat wanneer het gaat om dit soort benoemingen bij wijze van beloning, Trump niet veel anders is dan zijn voorgangers. Zowel presidenten George W. Bush als Barack Obama gaven ambassadeposten weg aan grote campagnedonoren. Zo was de Amerikaanse ambassadeur van Noorwegen onder Obama, George Tsunis, voor zijn benoeming zelfs nog nooit in het land geweest. Dat gebrek aan ervaring vormde echter geen probleem voor Tsunis, die sinds 2007 in totaal bijna 8 ton aan de Democraten had gedoneerd.

    "Misschien is het zelfs een zegen dat Trump niet al te hard van stapel loopt"

    Waar Trump zich volgens Jett wél in onderscheidt ten opzichte van Bush, Obama en ook kandidaat in 2008 John McCain, is dat hij niet transparant is over zijn donoren. Dit maakt het lastig voor politiek wetenschappers om te bevestigen er überhaupt sprake is van het belonen van vrijgevige donoren. Het is echter redelijk om aan te nemen dat dit ook onder Trump het geval is: het belonen van donoren met ambassade posten is dermate voorspelbaar dat politiek wetenschappers er zelfs in slaagden om een formule te bedenken die uitdrukt hoe ‘duur’ een ambassadepost in Londen of Lissabon bijvoorbeeld is.

    Professionals

    Het belangrijkste punt is hier dat in de wereld van diplomatieke posten de pretbaantjes vaak politieke benoemingen zijn; de wat zwaardere dossiers worden ondertussen overgelaten aan professionals. De ambassadeurs die Trump heeft teruggeroepen zijn met name donateurs van de Democratische campagne die onder Obama politiek zijn benoemd. Oftewel: de eerder genoemde politieke benoemingen, niet de professionals. Dergelijke politieke benoemingen vanuit de regering Obama zijn nu vervangen door (interim) technocraten. 

    Of je dit een goede zaak vindt of niet, hangt waarschijnlijk sterk samen met je partij-affiniteit. Zo zullen Democraten beargumenteren dat reeds goede diplomaten worden vervangen, terwijl Republikeinen juist zullen beargumenteren dat er nu in ieder geval mensen met een stevige CV de stoel warm houden tot ‘hun’ president Trump met een betere oplossing komt.

    Hoe het ook zij, de ontstane paniek onder Amerikaanse commentatoren over ‘lege’ ministeries onder de regering Trump lijkt vooralsnog iets te voorbarig. Sterker nog: aangezien de tijdelijke posten nu in ieder geval worden opgevuld door professionals met ruime ervaring valt zelfs het tegenovergestelde te beargumenteren. In een gespannen tijd als deze is het misschien zelfs een zegen dat Trump niet al te hard van stapel loopt met het nomineren van nieuwe kandidaten.

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 121 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid