Van wie is ons geld?

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunnen we ons monetaire systeem op een eerlijkere manier organiseren? Lees meer

Het zijn vragen waar menig econoom zijn tanden op stuk gebeten heeft. Toneelgroep De Verleiders zette een brede discussie in gang door op te roepen tot een burgerinitiatief. Met 120.000 handtekeningen moest de politiek wel reageren en nadenken over de aard en wezen van ons geld en de manier waarop het wordt gecreëerd. Dat leidde tot een opdracht voor Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om onderzoek naar geldschepping te doen.

Op Follow The Money begon in 2015 het debat toen voormalig bankenlobbyist en auteur Robin Fransman reageerde met een open brief aan het toneelgezelschap, die werd beantwoord door Martijn Jeroen van der Linden, bestuurder van de Stichting Ons Geld. Daarnaast gaven tientallen lezers in het discussieforum hun visie op wat misschien wel dé vraag van het moment is: van wie is ons geld eigenlijk?

69 Artikelen

'De macht van de banken is uit de hand gelopen'

Commerciële partijen met grip op de geldpers verstoren de markt, vervolgt gastauteur Edgar Wortmann de discussie over geldcreatie met Ewoud Jansen op ftm.nl. Zo hebben banken teveel macht gekregen over het geld en daarmee over de maatschappij. Wortmann heeft een oplossing: ontneem de banken de geldpers en de seigniorage op het girale geld.

In mijn vorige artikel stelde ik dat de geldpers niet in handen hoort van commerciële partijen. Met die geldpers hebben die een voordeel dat de markt verstoort. De overheid behoort een gelijk speelveld te borgen. Daarbij hoort dat ze zelf de geldpers hanteert. In reactie hierop betoogt Ewoud Jansen dat banken helemaal geen voordeel zouden hebben vanwege de geldpers. De redenering is dat de banken het geld dat ze zelf maken niet voor zichzelf uitgeven. Ze lenen het uit. Het meeste geld dat banken maken, wordt inderdaad door hen uitgeleend. Dat wil echter niet zeggen dat banken niet ook goederen kopen met zelfgemaakt geld. Ze kunnen en doen dat wel degelijk. Hier hebben ze evident voordeel uit hun geldcreatie. Hun voordeel is daar echter niet toe beperkt.

De geldpers en de banken

Dankzij de geldpers kunnen banken hun eigen financiering creëren. Ze tillen zich aan de eigen voeten op. Dat geeft banken een grote vrijheid en onttrekt hen deels aan de tucht van de markt. Andere marktpartijen moeten eerst financiering zien te vinden voor hun activiteiten. Dat is gezond. Het is een toets op de degelijkheid van hun plannen. Voor banken geldt zo’n toets een stuk minder en eerder achteraf. Die toets achteraf is gevaarlijk voor ons allemaal. De risico’s die banken aangaan worden op ons allen afgewenteld. Dat komt door de vermenging van het commerciële bankbedrijf en de girale geldsomloop. Het girale geld staat bij banken op de balans.
De risico’s die banken aangaan worden op ons allen afgewenteld
Als de bank failliet gaat verliezen de rekeninghouders hun geld. Hierdoor kunnen banken overheid en belastingbetaler ‘gijzelen’. Noties als ‘systeembank’ en ‘to big to fail’ zijn hier op gebaseerd. De girale geldsomloop (ca. 95 procent van de totale geldomloop) is gemaakt door banken en ‘eigendom’ van banken. Ze ‘verhuren’ het aan de markt. Daarvoor brengen ze constant rente in rekening. Jansen noemt dit '(…) een logische en terechte beloning voor een relevante maatschappelijke dienst: kredietverlening (…)'. Indien de bank louter zou werken met eigen of geleend geld lijkt dat verdedigbaar. Maar aangezien het bankwezen werkt met zelfgemaakt geld ligt het anders. De rente is dan geen vergoeding voor het aantrekken van geld. Het is een prijs die voor het gebruik van dat geld moet worden betaald. Die prijs staat doorgaans niet in verhouding tot de kosten die ervoor worden gemaakt. Hier is wel degelijk sprake van seigniorage; een voordeel dat het bankwezen heeft vanwege haar geldscheppingsprivilege.

'Onverwoestbaar gemeenschapsgeld'

De dominantie van giraal geld is relatief jong. De sterke groei vond plaats in de afgelopen 50 jaar. In diezelfde periode en met dezelfde tred groeiden de staatsschulden. Dankzij de geldpers heeft de financiële sector grip gekregen op de overheden. Overheden zijn schuldenaar en bewegen binnen kaders die financiële instellingen creëren. De macht van de bank is ook in de haarvaten van de maatschappij gekropen.
De macht van de bank is in de haarvaten van de maatschappij gekropen
Banken bepalen wie, waarvoor en onder welke condities geld in handen krijgt. Ze bedingen daarbij zekerheidsrechten. In ruil voor zelfgemaakt geld ontvangt de bank rente en hypotheek. Ze bezwaart de maatschappij met schuld en schuldenlast. Wordt de banken de geldpers uit handen genomen, dan kan deze last in korte tijd sterk worden gereduceerd. Een IMF working paper uit 2012 (‘Benes en Kumhof’) schetst hoe dit in zijn werk zou kunnen gaan: Het bestaande girale geld wordt door de overheid ‘gelegaliseerd’. Het wordt chartaal elektronisch geld, of in de woorden van Kumhof: 'indestructible public money'. Banken moeten hiertoe de bestaande girale geldhoeveelheid alsnog van de overheid betrekken. Ze hoeven daarvoor niet te betalen. Wel ontstaat daarbij een (renteloze) schuld van de banken aan de overheid ter grootte van de girale geldhoeveelheid. Vanaf dan zijn de rollen omgekeerd. De overheid is per saldo schuldeiser van de banken geworden. Giraal geld en het bankbedrijf worden gesplitst. Geld van de rekeninghouders staat niet langer op de bankbalans. Het wordt ook niet meer uitgeleend aan de bank. Het is in bewaring bij de bank. Als de bank failliet gaat blijft het eigendom van de rekeninghouder. Depositogarantie kan worden afgeschaft. Banken mogen failliet gaan en komen bloot te staan aan de tucht van de markt. De overheid heeft in deze transitie groot eigen vermogen gekregen: de seigniorage op giraal geld. Dit vermogen heeft de overheid echter niet nodig. Benes en Kumhof laten de overheid het als volgt reduceren. Allereerst wordt de staatsschuld weggestreept tegen de vordering op de banken. Vanaf dan betaalt de overheid geen rente meer. Belastingen kunnen omlaag. Er resteert dan nog (te) groot eigen vermogen bij de overheid. Dit keert ze uit aan de burgers: ‘burgerdividend’. Dit gebeurt onder de voorwaarde dat burgers hun schulden ermee aflossen. Dit verkleint de greep van de banken op de maatschappij. Het verlicht de schuldenlast. Benes en Kumhof claimen een sterke groei van de productiviteit (ca. 10 procent), als één van de resultaten van deze transitie. Nadere toelichting en schematisering van de transitie gaf Michael Kumhof in een presentatie aan de Bank of England.

Dominantie banken doorbreken

Banken hebben vele voordelen uit geldschepping. Deze culmineren in autonomie en ongebreidelde macht van het bankwezen. Banken domineren het geldstelsel en belasten het met rente. Ze zijn schuldeiser van iedereen: overheid, burgers en bedrijven. Ze vestigen zekerheidsrechten op alles wat ze met hun zelfgemaakte geld financieren. Daarbij dringen ze een ethos op dat alles wat gefinancierd is moet renderen. De wil van de eigenaar is niet bepalend voor wat er met de goederen gebeurt. De druk van de bank bepaalt dat. In de door het bankwezen gedomineerde wereld is ‘goed rentmeesterschap’ geofferd aan ‘exploitatie’.
Benes en Kumhof demonstreren hoe simpel de uit de hand gelopen bankmacht is te doorbreken
Benes en Kumhof demonstreren hoe simpel de uit de hand gelopen bankmacht is te doorbreken. De essentie ervan is dat de overheid de banken de geldpers ontneemt en de seigniorage op het girale geld alsnog naar zich toetrekt. Daarbij wordt dat girale geld veilig gesteld, dat wil zeggen, onafhankelijk gemaakt van het bankbedrijf. Het wordt elektronisch geld dat eigendom is van de rekeninghouder, niet van de bank. Schuldenlasten worden sterk gereduceerd. De greep van banken op de economie wordt zo ingrijpend verminderd. Banken komen bloot te staan aan de tucht van de markt. Een gelijk speelveld ontstaat. Ewoud Jansen stelt dat de initiatiefnemers van het burgerinitiatief imaginaire winsten (fata morgana’s) voorspiegelen. Kijkend naar de tekst van het initiatief valt dat nogal mee. Ze schrijven: 'Dat recht op geldschepping (…) behoort principieel toe aan de overheid, die daarmee maatschappelijke doelstellingen kan nastreven zoals prijsstabiliteit, werkgelegenheid, basisinkomen, (duurzame) infrastructuur en/of belastingverlaging.' In het voorgaande heb ik een grotere en concretere winst voorgespiegeld dan waarvan de initiatieftekst melding maakt. Een bevrijding van de schuldenlast waarmee banken de samenleving hebben bezwaard. En die winst is door de heren Benes en Kumhof onderbouwd en doorgerekend. Overigens ben ik het wel met Ewoud Jansen eens dat het hier niet gaat om ‘gratis gewin’. Het gaat hier over verantwoordelijkheid. Een verantwoordelijkheid die de overheid kan en moet gaan nemen. Edgar Wortmann is zelfstandig adviseur gespecialiseerd in vermogensrecht en verbonden aan Stichting OnsGeld. Hij schrijft op persoonlijke titel.  
Gastauteur
Gastauteur
FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.
Gevolgd door 345 leden