Dilan Yeşilgöz, minister van Justitie en Veiligheid tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer op 13 december 2022.

Dilan Yeşilgöz, minister van Justitie en Veiligheid tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer op 13 december 2022. © Laurens van Putten / ANP / Hollandse Hoogte

Dilan Yeşilgöz, de juiste vrouw op Justitie met een vervelende VVD-erfenis

Met haar eerste jaar op Justitie en Veiligheid achter de rug heeft Dilan Yeşilgöz zich een gedreven minister getoond. Maar ze loopt ook tegen de erfenis van haar eigen VVD aan: jarenlange bezuinigingen en reorganisaties hebben hun tol geëist bij politie en justitie. En terwijl de minister een harde aanpak van misdaad belooft, bezuinigt de politie stilletjes op de recherche.

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • In haar eerste jaar als minister van Justitie en Veiligheid ging Dilan Yeşilgöz voortvarend van start.
  • Ze liet het in bureaucratie verzandde Multidisciplinaire Interventie Team sneuvelen en stelde een harde deadline aan het slagen van diens opvolger, de Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit. 
  • Dit leverde haar veel krediet op, zowel in het politiekorps als bij de media. Maar hoe verder? Yeşilgöz erft flinke problemen. 
  • Er is veel minder blauw op straat dan beloofd en de komende jaren gaan zeventienduizend politieagenten met pensioen. De Landelijke Eenheid moet weer zwaar reorganiseren om het onveilige werkklimaat te repareren. 
  • Voor een groot deel hebben Yeşilgöz’ VVD-voorgangers deze problemen veroorzaakt. Kan deze law & order-minister orde op zaken stellen? 
Lees verder

‘Ze was teleurgesteld en boos,’ schreef een ambtenaar van Defensie op 26 april aan zijn collega’s over een sessie met Dilan Yeşilgöz. De minister van Justitie had de dag ervoor het zoveelste overleg gehad over het Multidisciplinaire Interventie Team (MIT). Dat was in 2019 na de moord op Derk Wiersum opgericht door haar voorganger, Ferdinand Grapperhaus. 

Het MIT had hét wapen moeten worden tegen de zware criminaliteit. Vanaf de eerste dag maakten de betrokken organisaties – zoals politie, OM, FIOD, Defensie, douane en Koninklijke Marechaussee – ruzie over geld, personeel, bevoegdheden en wat dit nieuwe team eigenlijk moest gaan doen. 

Dilan Yeşilgöz was als Kamerlid bijzonder kritisch. Zo vroeg ze in februari 2021 aan Grapperhaus waarom het MIT eigenlijk was opgericht, wat het toevoegde aan bestaande organisaties en wat de concrete doelstellingen waren. Blijkbaar had ze goed geluisterd naar de grieven van de politietop, want het waren precies de bezwaren die het hoofd van de Landelijke Recherche, Andy Kraag, ook uitte in de Telegraaf.  

Het kwam dus voor niemand in Den Haag als een verrassing dat het voortbestaan van het MIT onder minister Yeşilgöz aan een zijden draadje kwam te hangen. Begin april kwamen er zogenoemde pressure cooker-sessies waarin alle betrokkenen in twee pagina’s concreet op moesten schrijven wat het team zou gaan doen. Maar zelfs die crisis-bijeenkomsten leverden wéér een vage notitie op.

Daarom was Dilan Yeşilgöz dus ‘teleurgesteld en boos’. Tussen honderden pagina’s met gortdroge ambtelijke mails en nota’s, die Follow the Money verkreeg via een beroep op de Wet open overheid (Woo), valt zo’n recht-voor-zijn-raap zinnetje ineens op. Het was ‘1 voor 12’ voor het MIT en er waren twee opties: ‘stekker eruit’ of ‘laatste poging’. 

De Telegraaf twitterde het nieuws over het MIT om 15.47 uur. Het ministerie zette het persbericht om 16.00 uur online

Op 25 mei trok Yeşilgöz de stekker eruit. Ze bracht het nieuws zelf naar buiten in een interview met de Telegraaf: ‘Minister grijpt in: peperduur team in strijd tegen zware misdaad ontmanteld’. 

De krant, die in de voorgaande jaren stem gaf aan de afkeer van dit nieuwe wapen tegen georganiseerde misdaad, twitterde het nieuws om 15.47 uur, het ministerie zette het persbericht om 16.00 uur online. De minister verzachtte voor de Kamer de pijn nog enigszins: het MIT wordt – weliswaar flink afgeslankt – omgebouwd tot de Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit (NSOC).

Het leidde tot verontwaardiging bij Defensie. Op 25 mei appte iemand: ‘Vind dit eigenlijk best bedroevend wat deze minister hier doet.’ Het voelde ‘als een aanval in de rug’. Bij navraag door Defensie schoof een ambtenaar van Justitie de schuld in de schoenen van John van den Heuvel. De journalist had dit ‘totaal uit context gehaald’. 

Op 27 mei stelde een Defensie-medewerker dat het beeld dat Yeşilgöz naar buiten had gebracht, rectificatie behoefde. ‘Met deze beeldvorming gaat niemand voor achttien maanden zijn naam verbinden aan de NSOC als directeur.’ Maar de ambtenaren van Defensie beseften dat ruzie maken met Justitie en politie weinig zin had: ‘We blijven elkaar sowieso tegenkomen.’

‘Nog iets positiefs over samen een succes maken’

De naadloze afstemming tussen de Telegraaf en haar eigen ministerie laat zien dat Yeşilgöz haar pr prima op orde heeft. Een interne notitie van de minister op 17 mei over het MIT sluit af met een opmerking over de communicatie: ‘Nog iets positiefs over het samen een succes maken. Eerdere quote goud in handen?’ 

Die quote kwam ruim een week later inderdaad in het interview met de Telegraaf te staan. Binnenskamers waren medewerkers van Justitie en het Openbaar Ministerie (OM) een stuk cynischer, zo blijkt uit onderlinge appjes: ‘Ik ben blij dat ze stoppen met die onzin van het MIT.’ En: ‘Zo de grindbak ingereden.’ 

Er is intern ook veel scepsis over de opvolger die Yeşilgöz in de Telegraaf lanceerde: wie wil er na zo’n voorgeschiedenis en met een proeftijd van slechts anderhalf jaar zijn of haar loopbaan op het spel zetten bij de Nederlandse Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit? Het duidt op een veel grotere, onderliggende kwestie: Dilan Yeşilgöz heeft grootse ambities voor de aanpak van misdaad, maar ze heeft ook een hoop problemen geërfd, voor een groot deel veroorzaakt door haar eigen VVD.

Tot nu toe heeft de nieuwe bewindsvrouw ogenschijnlijk geen last van die erfenis. Ze ligt goed op het Binnenhof en bij de media. Dilan Yeşilgöz heeft vanaf haar entree in de Amsterdamse gemeenteraad in 2014 een mediageniek verhaal, dat ze inmiddels in tientallen interviews heeft verteld. 

Ze is in 1977 geboren in Ankara en vluchtte in 1984 met haar moeder en haar zusje met een bootje naar Griekenland. Haar vader, een advocaat en criminoloog van Koerdische afkomst, was drie jaar eerder al gevlucht. Ze begon haar politieke carrière bij de Jonge Socialisten van de PvdA en de SP, maar knapte daar af op het slachtofferdenken. Ze voelde zich wel thuis bij de VVD, die meer uitgaat van eigen verantwoordelijkheid

Ze is naar eigen zeggen een controlfreak: in het draaiboek voor haar huwelijk had ze om 14.11 uur een plaspauze gepland

Yeşilgöz verweeft het persoonlijke goed in haar politieke verhaal, waarin hard werken en law & order een belangrijke rol spelen. Ze is naar eigen zeggen een controlfreak: in het draaiboek voor haar huwelijk met René Zegerius had ze om 14.11 uur een plaspauze gepland. Ze heeft een uitstekende band met de media, zoals de Telegraaf, Wakker Nederland, Het Parool en Elsevier Weekblad (EW). 

In de Amsterdamse gemeenteraad had ze stevige standpunten over veiligheid, zoals meer cameratoezicht en preventief fouilleren. Een verbod op het nasissen van vrouwen op straat werd haar bekendste wapenfeit. VVD-wethouder Eric van den Burg zei al in 2016: ‘Het is niet de vraag of ze naar Den Haag gaat, maar wanneer.’ Een jaar later kwam ze al in de Kamer, in 2017 werd ze staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat in het kabinet-Rutte III en in januari 2022 minister van Veiligheid en Justitie. 

Hameren op de harde aanpak

Als Kamerlid bleef ze opvallen met harde uitspraken. Yeşilgöz heeft bijvoorbeeld gezegd dat ze de doodstraf voor Nederlandse IS’ers acceptabel vond en dat ze kinderen van IS’ers niet terug wil in Nederland. Dat soort uitspraken, die strijdig zijn met mensenrechtenverdragen, doet ze als minister niet meer. Wel hamert ze, in de traditie van haar partijgenoten op Justitie, voortdurend op een harde aanpak van misdaad. 

Na haar HJ Schoo-lezing ging de meeste aandacht uit naar haar kritiek op ‘woke’ activisten en populistisch-rechts, maar ze sprak ook over georganiseerde misdaad als bedreiging voor de rechtsstaat. Ze noemde Italië als voorbeeld, waar politie en justitie al decennia succesvol tegen de maffia vechten. Veroordeelde maffiosi kunnen daar levenslang geïsoleerd worden opgesloten, zodat ze vanuit de gevangenis geen leiding meer kunnen geven. 

Ook wil ze naar Italiaans voorbeeld, makkelijk en snel zonder strafrechtelijke veroordeling, bezittingen van criminelen confisqueren. Daarnaast wil ze de kroongetuigenregeling uitbreiden, zodat ook ‘kleinere vissen en helpers’ in ruil voor strafvermindering kroongetuige kunnen worden. Er komt structureel meer geld voor het beveiligen van bedreigde personen, zoals kroongetuigen, advocaten, rechters en journalisten. 

Dat verhaal valt goed op het Binnenhof en bij de pers. Zo schreef John van den Heuvel van de Telegraaf afgelopen juni: ‘De korpsleiding van de Nationale Politie mag vooralsnog een voorbeeld nemen aan het leiderschap van deze minister. Ze is vrouw, heeft een cultureel diverse, want Turks-Koerdische achtergrond en is duidelijk niet bang om impopulaire maatregelen te nemen.Te zijner tijd de gedroomde opvolger van Henk van Essen?’

‘Het enige negatieve dat ik over haar kan vertellen is dat ze voor Ajax is,’ zegt hij tegen Follow the Money. Van den Heuvel kent haar al jaren goed. ‘Ik ben met haar mee geweest op studiereis naar Italië.’ 

De band is ook persoonlijk. Van den Heuvel kan alleen zwaar beveiligd door het leven. Yeşilgöz heeft altijd persoonlijke belangstelling getoond voor bedreigde journalisten, ook bij Paul Vugts van Het Parool.  

‘Ze kan goed luisteren, en ze reist zich het schompes, naar de mensen in het veld’

Ze werkt hard, zegt Van den Heuvel: ‘Ze reist zich helemaal het schompes, om te luisteren naar politiemensen, boa's, gewoon de mensen in het veld.’ Ze wordt redelijk op handen gedragen. Ze is goed geïnformeerd over problemen op de werkvloer en heeft een goede politieke antenne.’ Door haar grote netwerk binnen politie en justitie, maar ook bij journalisten, advocaten en vakbondsmensen is ze niet alleen afhankelijk van wat haar ambtenaren haar vertellen. 

Mooie plannen, maar geen geld

Jan Struijs, voorzitter van politiebond NPB, is als vakbondsman niet zo gecharmeerd van VVD’ers en law & order, maar hij kan het goed vinden met Dilan Yeşilgöz. ‘Ze heeft een hoge gunfactor. Er zit nogal wat achterstallig onderhoud bij politie. Bij de CAO-onderhandelingen wist ze heel slim draagvlak te creëren. Dan zegt ze: we zijn er bijna, nog even geduld. En dan komt ze ook met dat geld.’ 

Toch maakt Struijs zich ook ernstige zorgen: ‘Ze is heel ambitieus met allerlei mooie plannen, maar het geld is er niet. Dat kan botsen.’ De problemen bij de politie zijn groot. Racisme is een hardnekkig verschijnsel. Het werken onder dekmantel (undercover gaan) bleek zo onveilig dat de afdeling helemaal opnieuw opgebouwd moet worden. 

De Landelijke Eenheid wordt na een verwoestend rapport over een onveilig werkklimaat opgesplitst – dat is wéér een zware reorganisatie na de moeizame vorming van de Nationale Politie. Door alle problemen staat de politietop feitelijk onder curatele

Het tekort aan capaciteit is inmiddels structureel. De vakbond heeft al jaren zware kritiek op de bezuinigingen bij de politie. Er is veel minder blauw op straat dan beloofd en veel te weinig recherche. Die tekorten zullen niet snel verdwijnen, want er gaan de komende jaren 17.000 politiemensen met pensioen. Vanwege het gebrek aan capaciteit schrappen Justitie en OM duizenden strafzaken. 

Struijs maakt zich zorgen over de bureaucratie, de reorganisatie en het tekort aan wijkagenten. ‘Dat was een heel zware belofte bij de vorming van de Nationale Politie. Het veiligheidsbeleid is nu te veel korte termijn, er is geen strategisch plan. Zij heeft als minister maar vier jaar.’ 

De malaise bij de politie is pijnlijk genoeg grotendeels veroorzaakt door VVD-ministers. Ivo Opstelten deed bij het vormen van de Nationale Politie in 2012 grootse beloftes over ‘meer blauw op straat en minder bureaucratie’. 

Het net verschenen standaardwerk over de vorming van de Nationale Politie, Blauwdruk, schetst een ontluisterend beeld van wat er toen allemaal misging. Onder grote tijdsdruk zette Opstelten een bureaucratische en logge organisatie neer. Yeşilgöz is zich bewust van die erfenis. Jan Struijs heeft het er wel eens over met haar: ‘Daar maakt ze dan een kwinkslag over: als de VVD het destijds niet zo drammerig had aangepakt was er nu nog geen Nationale Politie geweest.’

Michiel van Nispen is als SP-Kamerlid ook geen fan van law & order, maar hij is ‘zeker niet negatief’ over Yeşilgöz. ‘Ze neemt de Tweede Kamer serieus, dat hebben we wel eens anders meegemaakt. Ze gaat goed met de oppositie om, van SP tot PVV.’ Van Nispen beseft dat Yeşilgöz ‘taaie dossiers’ op haar bord heeft: ‘Die kan ze als minister niet zomaar oplossen.’ 

De VVD onder Yeşilgöz kantelt voorzichtig naar iets constructiever beleid, wat minder op de onderbuik gericht

Tijdens een recent debat met de minister werd dat andermaal duidelijk. Van Nispen hield haar voor dat de politietop 150 miljoen wil bezuinigen, waarvan 50 miljoen op de landelijke recherche. Uitgerekend de eenheid die de strijd met de georganiseerde misdaad moet aangaan. ‘Onbespreekbaar,’ vindt Van Nispen. ‘Die bezuiniging komt niet vanuit het ministerie maar uit de politietop.’ Volgens het ministerie is dit geen bezuiniging, maar eerder aangekondigd beleid (zie het kader met de reactie onderaan). Volgens Jan Struijs is het wel degelijk een nieuwe bezuiniging: ‘De politie krijgt zijn begroting gewoon niet rond.’ 

Er is nog een andere interne kwestie bij de politie op haar bordje beland. NRC schrijft al een aantal maanden over de haperende software voor de tapkamers. ‘De problemen met het verouderde tapsysteem zijn erger dan minister Yeşilgöz deed voorkomen,’ meldde NRC half november. Dat kan een hoofdpijndossier worden voor Yeşilgöz: de problemen met de software zijn hardnekkig en alleen al de suggestie dat een minister van Justitie de kamer niet volledig heeft ingelicht laat rond het Binnenhof alarmbellen af gaan. 

Sander Janssen, bekend als advocaat van Holleeder en gepromoveerd op de kroongetuige, heeft zich net voor D66 kandidaat gesteld voor de Eerste Kamer. Hij ziet de VVD met Yeşilgöz als minister voorzichtig kantelen: ‘Het beleid moet iets constructiever, wat minder op de onderbuik gericht.’ 

Levenslange eenzame opsluiting

Janssen vindt het verstandig dat Yeşilgöz zich richt op het ‘kaalplukken’ van criminelen, wat volgens de minister vooral faalt door privacywetgeving. Daar zit een kern van waarheid in, zegt Janssen: ‘Het is lastig om bijvoorbeeld bestanden van de Belastingdienst te koppelen aan die van de politie. Maar veel belangrijker is dat er grote geldstromen naar landen als Dubai, Marokko en Turkije lopen.’ Hij betwijfelt of Yeşilgöz die geldstromen kan stoppen: ‘Dat zijn niet de makkelijkste landen om mee te onderhandelen. Vooral voor Dubai is het een verdienmodel, dat land heeft geen behoefte aan maatregelen.’ 

Bij Italië als het beloofde land heeft hij zijn twijfels: ‘Je moet je serieus afvragen of wij de manier waarop in Italië dat beruchte artikel 41 bis wordt toegepast, hier ook moeten willen. Daar zegt men in feite tegen een verdachte: “Als jij niet gaat verklaren, dan krijg je levenslang eenzame opsluiting.” Dat gaat ontzettend ver. Italië is daar internationaal meermalen voor op de vingers getikt.’ 

Kijken naar Italië en Colombia

Yeşilgöz was in juni tijdens een werkbezoek in Italië onder de indruk van de ‘holistische Italiaanse aanpak’ van de georganiseerde misdaad: ‘Politie, justitie, gevangenissen, het parlement, ze werken allemaal samen op dit vlak. En ze richten zich meer op georganiseerde netwerken dan wij. Wij zijn minder doeltreffend en kunnen ook minder stevig straffen. Ze zijn in Italië een stuk verder.’

De Italiaanse justitie berecht inderdaad regelmatig honderden maffiosi tegelijk, altijd mediageniek met de verdachten in grote kooien in de rechtszaal. De staat heeft de afgelopen decennia duizenden panden in beslag genomen. Maar dat is ook het probleem: de eerste gravures van massaprocessen met maffiosi in een kooi stonden al rond 1900 in de krant. De maffia bestaat in zijn huidige vorm al sinds 1860 – en is kennelijk na honderdzestig jaar nog lang niet verslagen. 

Mede door bloedige interne oorlogen is de Siciliaanse maffia verzwakt geraakt. Hun koppositie is overgenomen door de ’ndrangheta uit Calabrië. Dit is volgens onderzoekscollectief OCCRP met een geschatte omzet van 60 miljard dollar nu een van de machtigste misdaadorganisaties ter wereld. 

Bij het grootste maffiaproces sinds dertig jaar staan er nu maar liefst 350 verdachten terecht. Volgens ’ndrangheta-expert Antonio Nicaso is het een draak met talloze koppen: ‘Als je tien mensen veroordeelt, staan er twintig anderen op om die plekken over te nemen.’ Dat klinkt niet als een hoopgevend voorbeeld voor Nederland.

Eind juni bracht Yeşilgöz ook een bezoek aan Colombia. De Telegraaf kwam met een enthousiast verhaal over een ‘Groot internationaal offensief tegen drugshandel’. Met een fel internationaal offensief moet het net zich sluiten rond drugscriminelen. Yeşilgöz was zeer te spreken over de Colombiaanse successen. ‘De regie is nu teruggepakt, dat laat zien dat je terrein terug kunt winnen.’ 

Die regie wil ze ook graag terug in Nederland. In oktober kwam de UN Office on Drugs and Crime met zijn jaarverslag, waaruit bleek dat Colombia het afgelopen jaar een recordhoeveelheid cocaïne geproduceerd had, een stijging van maar liefst 43 procent. 

De cocaïne-productie stijgt al sinds 2014. De Colombiaanse minister van Justitie Nestor Osuna verklaarde dat deze cijfers ‘duidelijk lieten zien dat de war on drugs mislukt is.’ Hij hoopte dat de handel in coke ‘op een dag’ wereldwijd gereguleerd kan worden. Dat staat haaks op het verhaal van Yeşilgöz.  Latijns-Amerika is bezig gebruik te normaliseren en decriminaliseren, terwijl Yeşilgöz cokegebruikers hier juist medeplichtigheid aan de moord op Derk Wiersum en Peter R. de Vries verwijt. 

Lees verder Inklappen

De misdaadbestrijding in Italië en Colombia is veel minder effectief dan Yeşilgöz in interviews beweert. Het is ook zeer de vraag of die in Nederland beter kan. In het laatste nummer van het Tijdschrift voor de Politie schrijft Peter Klerks, raadsadviseur bij het OM, over drugs: ‘Daaraan wordt sinds jaar en dag een groot deel van de recherchecapaciteit besteed. De resultaten zijn weinig hoopgevend (..). Politiediensten konden jarenlang meekijken in de geheime communicatie van tienduizenden criminelen in binnen- en buitenland via cryptotelefoons. Zelfs met zulke ‘gouden’ informatie lukt het niet de drugseconomie substantiële en blijvende schade toe te brengen.’ 

Modewoord ondermijning 

Klerks staat niet alleen met zijn kritiek. Het eigen kennisinstituut van het ministerie van Justitie, het WODC, produceert een constante stroom van kritische rapporten over het law & order-beleid van de laatste decennia. Het net verschenen Koers bepalen concludeert dat de overheid moet stoppen met de ‘modeterm’ ondermijning. Het begrip voegt ‘weinig toe’ maar zorgt wel voor gefronste wenkbrauwen in het buitenland en ‘Babylonische spraakverwarring’ in eigen land. Volgens de onderzoekers is ‘niet te zeggen’ wat al het geld dat de afgelopen jaren in de bestrijding van ondermijning is gestoken heeft opgeleverd. 

Na dertig jaar praten over kaalplukken heeft de politie nog steeds veel te weinig financieel specialisten. Dat verklaart deels waarom het kaalplukken systematisch faalt, zoals Follow the Money eerder schreef en wat Koers bepalen nu bevestigt. Minister Yeşilgöz wil meer bevoegdheden om bestanden aan elkaar te koppelen en zo fout geld op te sporen. Maar als er geen financieel rechercheurs zijn om die zaken op te pakken heeft dat niet veel zin. 

Volgens Aanpak georganiseerde drugscriminaliteit, eveneens van het WODC, zijn de effecten van een kwart eeuw drugsbestrijding niet of nauwelijks te meten: ‘Wanneer er al duidelijke effecten zijn, blijken deze vrijwel altijd tijdelijk’. Opeenvolgende kabinetten hebben nooit goed meetbare doelstellingen geformuleerd, maar altijd gezorgd ‘voor politieke speelruimte’. De doelen van de Nederlandse war on drugs zijn dus al minstens een kwart eeuw bewust vaag gehouden. 

Dilan Yeşilgöz heeft een breed netwerk en ze kan goed luisteren. Het zou verstandig zijn om ook naar de wetenschappers op haar eigen departement te luisteren en haar beleid zo concreet, rationeel en meetbaar mogelijk te maken. Anders zit haar opvolger met nóg grotere puinhopen.

Wederhoor ministerie van Justitie

Follow the Money legde het ministerie van Justitie een aantal vragen voor over het (voorgestelde) beleid van de minister. Dit is het ingekorte antwoord.   

‘Dit kabinet investeert fors in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en het versterken van de politie. Het gaat om een grootschalige aanpak, zowel financieel als inhoudelijk, structureel vanuit de hele keten. Het is evident dat dit een duurzame inzet vergt, die geen quick fixes kent en een zaak is van lange adem. [...] Daarom investeert dit kabinet bij elkaar ruim 1 miljard in de hele strafrechtketen. 

Dat begint bij preventie met gezag in wijken en buurten om te voorkomen dat jonge jongens uitgroeien tot grote criminelen. We ontwikkelen nieuwe instrumenten om criminele machtsstructuren te doorbreken, bijvoorbeeld in de aanpak van crimineel vermogen en in de opsporing door de kroongetuigenregeling te verbeteren. 

Ook versterken we de internationale samenwerking, omdat georganiseerde (drugs-)criminaliteit immers geen geïsoleerd Nederlands probleem is. In de aanpak leren we van elkaar, zoals van Italië, en versterken we de capaciteit in de samenwerking. Zoals met zogenoemde bron- en transitlanden in de drugshandel, veelal in Latijns-Amerika, om meer weerstand te bieden tegen criminele netwerken en te voorkomen dat drugs onze havens binnenkomt. In Europa werken we samen, omdat we bijvoorbeeld zien dat criminelen continu hun smokkelroutes verleggen tussen onze zeehavens. En verder in de wereld, zoals met Marokko, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten, omdat telkens nieuwe witwasconstructies worden gezocht.’ 

Bezuiniging is niet aan de orde

‘Een bezuiniging van 50 miljoen op de recherche is niet aan de orde. In het najaar van 2021 is de Tweede Kamer al geïnformeerd over wat er bij de politie moet gebeuren om de basis op orde te brengen. Dat is niet nieuw. Tijdens de vergadering van 7 december leek de vraag gericht op een nieuwe ontwikkeling. Dat is dus niet geval. Zowel de Kamer als de minister waren geruime tijd reeds op de hoogte van de opdracht. 

Dit is een onderdeel van de permanente afweging die politie moet maken binnen de taakuitvoering en de bedrijfsvoering om taken slimmer, beter, anders en efficiënter te organiseren. Dit is eigen aan een operationele organisatie die in een zeer dynamisch werkveld opereert. 

De politie moet deze afweging op een zo stabiel mogelijke basis kunnen doen. Daarom is vanuit het regeerakkoord aan de politie een bedrag oplopend tot 200 miljoen euro beschikbaar gesteld ter versterking van de politieorganisatie. Zoals aan de Tweede Kamer gemeld hanteert het ministerie van Justitie en Veiligheid hierbij de randvoorwaarde dat de extra inzet die nu mogelijk wordt gemaakt bij de basisteams in gebiedsgebonden politiewerk en zeden, en bewaken en beveiligen hier in beginsel geen hinder van mag ondervinden. Hieraan is ook de Landelijke Recherche toegevoegd.’

Tapsysteem

‘Over het tapsysteem is de Tweede Kamer regelmatig geïnformeerd en we herkennen het geschetste beeld niet dat er sprake zou zijn van onvolledige informatie. Hier is de minister reeds ook meerdere malen op ingegaan. Zie hierover ook de brief halfjaarbericht en ook nog deze brief naar aanleiding van Kamervragen na het artikel in NRC. 

De minister heeft het afgelopen jaar meerdere malen in haar internationale aanpak geschetst dat afspraken met landen als Dubai, Turkije en Marokko noodzakelijk zijn om geldstromen aan te pakken. Met deze drie landen is het ministerie van Justitie en Veiligheid dus juist in gesprek. Hierdoor wordt de samenwerking in de strijd tegen georganiseerde misdaad versterkt. Zie bijvoorbeeld de Kamerbrief over de internationale toekomstagenda.’ 

Samenwerking

‘Dubai heeft de afgelopen jaren laten zien er ook baat bij te hebben dat het geen walhalla is voor criminelen. Het is dan ook niet voor niets dat met de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) bilaterale verdragen over rechtshulp en uitlevering zijn gesloten. De afgelopen jaren is gebleken dat de VAE voor Nederland hierbij een belangrijke partner zijn in de aanpak van georganiseerde misdaad en criminele geldstromen.

De Italianen hebben, helaas voor hen, ruime ervaring met de georganiseerde drugscriminaliteit. Het zou vreemd zijn om niet ook daar te kijken wat we van hen kunnen leren en waar we nog beter samen kunnen werken. Het is niet dat we Italië een op een proberen te kopiëren – de situatie en historie met de georganiseerde criminaliteit is daar ook heel anders dan hier. Dat heeft de minister talloze keren benoemd, net als het feit dat de Italiaanse maffia niet verdwenen is.  

Wel zien we in Italië een flink aantal interessante onderdelen in het rechtssysteem waarvan het waard is te onderzoeken of en hoe deze ook in Nederland nuttig zouden kunnen zijn. Een mooi voorbeeld hiervan is de non conviction based confiscation; ofwel het afpakken van crimineel vermogen zonder een voorafgaande veroordeling voor een misdrijf. Inspiratie voor deze aanpak is opgedaan in Italië en er is gekeken naar het Britse en Ierse model. 

De situatie in Colombia is volstrekt anders dan die in Nederland. Dat Colombia als “voorbeeld” gezien zou worden, herkennen we niet. We willen de hele keten in beeld hebben en aanpakken. Van de bronlanden tot en met onze havens en weer verder. 

Het versterken van de internationale samenwerking ziet de minister als een belangrijke voorwaarde in de aanpak, omdat georganiseerde (drugs)criminaliteit immers geen geïsoleerd Nederlands probleem is. In Europa investeren we ook in de samenwerking, omdat we bijvoorbeeld zien dat criminelen continu hun smokkelroutes verleggen tussen onze zeehavens. Zie ook deze brief aan de Tweede Kamer. 

Het legaliseren van cocaïne staat haaks op de internationale drugsverdragen waar zowel Nederland als Colombia lid van zijn.’ 

‘Over de conclusies in Koers bepalen heeft de minister op 20 december een brief naar de Kamer gestuurd. De onderzoekers hebben dertien van alle regionale tijdelijke projecten onderzocht en concluderen dat er in relatief korte tijd veel in gang is gezet ondanks de tijdelijke financiering (voor drie jaar 2019-2021). Sinds 2021 hebben partners in de regio’s een ontwikkeling doorgemaakt, die inmiddels met de komst van structurele middelen wordt versterkt en geborgd.’ 

Lees verder Inklappen