De Naheffing soap oftewel: hoe antwoordt men zo omzichtig mogelijk?

CDA kamerlid Pieter Omtzigt stelde de regering onlangs kritische vragen over de enorme naheffing die Nederland moet betalen aan Brussel. En minister Dijsselbloem heeft geantwoord. Oordeel zelf over de kwaliteit van zijn antwoorden.

De soap rondom de naheffing zet zich voort. Enkele weken geleden stelde het lid Pieter Omtzigt hierover elf vragen aan de regering. FTM heeft daar destijds eveneens aandacht aan geschonken. Zie hier. Om uw geheugen even op te frissen: het gaat om een naheffing van, aanvankelijk, € 642,7 miljoen, later voorlopig verhoogd naar € 1,1 miljard, omdat het Europees Parlement en de ministers van financiën van de EU-lidstaten het onderling niet eens kon worden over een aanvullende begroting voor dit jaar. Het kabinet betaalt dit enorme bedrag nog vóór 1 januari, dus deze maand nog, omdat het eenmalige meevallers heeft op de begroting. Bovendien, zo stelt het kabinet, krijgt Nederland volgend jaar waarschijnlijk € 460 miljoen terug, waardoor de uiteindelijke naheffing 'slechts' € 642,7 miljoen bedraagt. De regering praat over honderden miljoenen aan belastinggeld alsof het dubbeltjes en kwartjes zijn.

Vernietigend rapport Europese Rekenkamer

De basis voor de vragen van Omtzigt vormde het vernietigende rapport van de Europese Rekenkamer over de wijze waarop het statistiekbureau van de EC, Eurostat, met de cijfers omging: onvolledig, niet-consistent en onbetrouwbaar. Volgens Omtzigt valt hierdoor niet te controleren of Nederland te veel, te weinig of precies genoeg heeft betaald en, belangrijker nog, of de andere lidstaten dat ook gedaan hebben. En ofschoon het Rekenkamer-rapport vooral betrekking heeft op de periode 2002-2007 is het alarmerend, aangezien er na die periode niet echt veel verbeterd lijkt. Althans, dat valt op te maken uit de omzichtige antwoorden van minister Dijsselbloem op de vragen van Omtzigt. Laten we de relevantste vragen en antwoorden er even bijpakken. Vraag 3 van Omtzigt luidde: Welke acties heeft de Nederlandse regering naar aanleiding van dit rapport ondernomen? Hierop antwoordt de minister, ik citeer uit zijn brief: 'In het antwoord van de Europese Commissie op het rapport van de Europese Rekenkamer (opgenomen in het rapport, zie pag 72-81) is uitgebreid ingegaan op de afzonderlijke punten van kritiek en de negen aanbevelingen van de Europese Rekenkamer. Ik verwijs u naar deze reactie waarin gedetailleerd beschreven staat welke verbeteringen in het verificatieproces de Commissie zal doorvoeren. De Raad van de Europese Unie heeft op 14 april 2014 Raadsconclusies aangenomen over dit rapport van de Europese Rekenkamer. In deze conclusies neemt de Raad kennis van dit rapport en verwelkomt de Raad dat veel elementen van het rapport worden opgepakt en geïmplementeerd. Het kabinet onderschrijft deze Raadsconclusies.'

Raadsconclusies

De minister verwijst daarbij naar deze Raadsconclusies (pag. 29 en 30), waaruit zou moeten blijken dat de Commissie de vele aanbevelingen van de Rekenkamer ter verbetering van het verificatieproces niet alleen heeft overgenomen, maar tevens reeds geïmplementeerd. Maar wie echter kennisneemt van die desbetreffende paragraaf uit die Raadsbesluiten moet toch vaststellen, dat het wel erg vaag en onduidelijk blijft. Leest u maar even mee wat de Europese Raad heeft opgeschreven: "The Council: '1. TAKES NOTE of the Special Report 11/2013 "Getting the Gross National Income (GNI) data right: A more structured and better-focused approach would improve the effectiveness of the Commission’s verification", which examines the effectiveness of the Commission’s verification of GNI data for the years 2002 to 2007 used for own resource purposes. WELCOMES that many of the elements expressed in the report are being addressed, including the Commission further developing its verification strategy taking account of the findings of the audit, and that the Commission in the meantime has implemented a policy restricting the use of general reservations. 2. ACKNOWLEDGES that the verification of Own Resources data must be undertaken in the spirit of mutual trust and transparency and URGES the Commission to maintain these elements whilst implementing the Court of Auditors’ recommendations. Special attention should be given to the reliability of the GNI data compiled within the ESA 2010 framework under the new own resources Decision. 3. RECOGNISES the limitations on resources in Member States and the Commission and therefore URGES the Commission to take a risk-based and proportionate approach to its verification strategy for European Statistics.' Mooie woorden, maar inhoudsloos. In gewoon Nederlands: flauwekul. De aanlevering door de lidstaten van statistische data moet maar gebeuren in de geest van wederzijds vertrouwen en openheid. Zo, dat is nog eens een conclusie.
De Raad: 'statistische data moeten worden aangeleverd in de geest van wederzijds vertrouwen'
Als ik zo mijn bedrijfsonderdelen zou moeten aansturen dan kan ik u voorspellen wat het uiteindelijke resultaat zal zijn. Bovendien stelt de Raad vast dat zij zich bewust is van de beperkingen die er bestaan bij zowel de lidstaten als de Commissie om de juiste data boven tafel te krijgen. Maar er staat niet dat de lidstaten intussen de juiste data boven tafel hebben weten te krijgen. Er staat wel dat de Raad de Commissie met klem verzoekt om de zaken op orde te brengen. Maar is dat ook gebeurd? Mind you, deze aanbevelingen van de Raad zijn van 14 april dit jaar. En wat te denken van het antwoord van minister Dijsselbloem op deze vraag: 'Wat vindt u van de conclusie (nummer VII): “De Rekenkamer heeft bij haar controle gevallen van materiele niet-naleving van het ESR-95 of van de gebrekkige kwaliteit van de BNI-schattingen vanuit het oogpunt van betrouwbaarheid, vergelijkbaarheid en volledigheid aangetroffen die de Commissie niet had ontdekt?' Hierop antwoordt de minister: 'Ik heb kennisgenomen van deze bevinding van de Europese Rekenkamer. Ik wijs in dit verband op het antwoord van de Commissie op deze specifieke bevinding in de samenvatting: “De Commissie heeft iedere in het verslag vermelde zaak nauwkeurig onderzocht en is het niet eens met een aantal bevindingen van de Rekenkamer.”(zie pag 73 van het rapport).' Dus, omdat de Commissie zegt dat het goed is, is het goed? We moeten de Commissie dus zomaar geloven? Een Commissie die wordt voorgezeten door de man die zegt dat je mag liegen als het er om gaat spannen. Erg geloofwaardig klinkt dat niet. Maar het wordt nog erger. Op Omtzigt's vraag: "Betekent dit dat de BNI-afdrachten in de jaren dat dit betrof, waarschijnlijk niet accuraat zijn gedaan en dat sommige landen teveel en sommige landen te weinig betaald hebben?" antwoordt de minister: 'Op 11 november 2014 heb ik de Kamer geïnformeerd over de nadere informatie die ik van Eurostat heb ontvangen aangaande de onderbouwing van de naheffing EU-afdrachten (zie TK 2014-2015 21501-07 nr 1186). De opinie van het BNI-comité zoals vastgesteld in de vergadering van het comité op 22-23 oktober 2014 maakte deel uit van deze informatie. Het BNI-comité heeft geoordeeld dat de door de nationale statistiekbureau’s aangeleverde BNI-cijfers geschikt zijn voor de vaststelling van de eigen middelen vanuit het oogpunt van betrouwbaarheid, vergelijkbaarheid en uitputtendheid. Echter, voor alle BNI cijfers voor de afdracht geldt vanaf het verslagjaar 2010 een algemeen voorbehoud dat van kracht is zolang de cijfers nog niet in detail zijn gecontroleerd door Eurostat.'

Jarenlange verificatieprocedure

Er geldt dus vanaf 2010 een algemeen voorbehoud totdat alle cijfers zijn gecontroleerd door Eurostat. Maar we weten dat bij Eurostat alles bepaald niet feilloos verloopt.
Het verificatieproces start pas eind 2015, Joost mag weten hoe lang we moeten wachten op het eindresultaat
Bovendien start die verificatiecyclus pas eind 2015. Dus pas over een vol jaar wordt een begin gemaakt met de verificatie en Joost mag weten hoe lang we dan nog kunnen wachten op het definitieve eindresultaat. De minister schrijft verderop dat de hele controlecyclus wel 'enkele jaren' in beslag zal nemen... Maar of u intussen wel alvast wil betalen. Heeft u ooit zoiets meegemaakt in het zakenleven? Ik niet en ik kan u verzekeren dat geen enkele zakenman zich in het hoofd zou halen om geld over te maken zónder dat precies en betrouwbaar bekend is wat zijn verplichtingen zijn. Ik heb dat Kamerstuk nr. 1186 er even bij gepakt. Wat schrijft onze vrind de minister daar? 'Vandaag heb ik nadere informatie van Eurostat ontvangen (zie bijgaand)1. Deze informatie biedt inzicht in de bijdrage die (bronnen-)revisies en het opheffen van voorbehouden door Eurostat leveren aan de bijstellingen van het bruto nationaal inkomen (BNI) in de EU-lidstaten. Tevens wordt ingegaan op de achtergrond van de revisies in de individuele lidstaten. In het rapport wordt geoordeeld dat de gegevens van de lidstaten voldoende betrouwbaar, vergelijkbaar en uitputtend zijn voor gebruik van de berekening van de EU-afdrachten. Met deze informatie is door Eurostat voldaan aan het Nederlandse verzoek om meer transparantie te brengen in de gebruikte grondslagen voor de berekening van de afdracht van de lidstaten. (...) Ik zal deze informatie verder bestuderen (...).' Dus omdat Eurostat in zijn rapport zegt dat de gegevens kloppen is het waar? Als het regent worden de straten nat.
Het punt dat Omtzigt maakt is nu juist dat de aangeleverde data niet betrouwbaar zijn
Het punt is voor Omtzigt nu juist dat uit het rapport van de Rekenkamer is gebleken, dat er serieuze vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de betrouwbaarheid, volledigheid en consistentie van de aangeleverde data. Het antwoord van de minister is even nietszeggend als beledigend voor het gezonde verstand. Het Kamerlid wordt gewoon het bos ingestuurd. Maar het wordt nóg erger. Vraag 10 gaat over de vergelijkbaarheid van de BNI-cijfers met andere landen: 'Acht u de BNI-cijfers op dit moment voldoende vergelijkbaar zodat Nederland het hele bedrag dient over te maken, zonder aanvullende actie van andere landen of van de Commissie te eisen?' Belangrijke vraag natuurlijk. Leest u even mee met het antwoord van de minister hierop: 'Dat onafhankelijke oordeel komt toe aan Eurostat. De wijze waarop Eurostat dat controleert en vaststelt staat beschreven in het antwoord op vraag 7. Op basis van de openbaar gemaakte cijfers en Eurostat regelgeving is Nederland gehouden de naheffing te betalen.' Hoe ontwijkend kan men antwoorden? Dijsselbloem durft dus niet te zeggen dat hij de BNI-cijfers betrouwbaar vindt. En wat is die werkwijze van Eurostat dan? (vraag 7): "De verificatie door Eurostat start met de bestudering van de inventories, vervolgens worden schriftelijke vragen gesteld, en tot slot worden alle lidstaten een of meermalen bezocht. Daarbij wordt ter plekke onderzoek verricht naar de kwaliteit van de ramingen van een lidstaat. Ook de Europese Rekenkamer is betrokken bij de verificatie. Uiteindelijk kunnen op grond van de bevindingen specifieke voorbehouden aan de lidstaten worden opgelegd. Dit zijn bijvoorbeeld punten waarvan de commissie vindt dat de gebruikte methoden en/of bronnen verbeterd moeten worden. Op deze punten dienen de lidstaten de BNI cijfers aan te passen binnen een gegeven deadline. Nadat alle aanpassingen zijn doorgevoerd en akkoord bevonden en alle voorbehouden zijn opgeheven is het betreffende BNI cijfer definitief voor de berekening van de afdracht. De gehele controle cyclus neemt een aantal jaren in beslag." Waarvan akte. Klik hier om mij te volgen op twitter Klik hier voor een overzicht van mijn stukken op FTM

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jean Wanningen

Gevolgd door 232 leden

Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

Volg Jean Wanningen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren