Juni 2008, Erasmusbrug in Rotterdam. Havenwerkers uiten hun ongenoegen over de overgang van Optas Pensioenen naar Aegon.

Juni 2008, Erasmusbrug in Rotterdam. Havenwerkers uiten hun ongenoegen over de overgang van Optas Pensioenen naar Aegon. © ANP/Guido Benschop

DNB: dubieus toezicht, vakbond buitenspel en havenarbeider weer de dupe

De Nederlandsche Bank beschouwt zichzelf als ‘voorloper op het gebied van transparantie’ en heeft onafhankelijkheid hoog in het vaandel. Daar blijkt weinig van bij de fusie tussen Aegon en Optas, de pensioenverzekeraar van havenarbeiders. Het beeld doemt op van een toezichthouder die leunt op een grote marktpartij en die de vakbond met een kluitje in het riet stuurt.

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • Eind 2018 wil Aegon zijn fusie afronden met Optas, de pensioenverzekeraar van werknemers in de zeehavens. Hiervoor is instemming nodig van De Nederlandsche Bank, de toezichthouder op financiële instellingen. DNB moet de belangen wegen en nagaan of er ‘bedenkingen’ tegen de fusie zijn.
  • FNV Havens heeft bedenkingen en informeert DNB daarover zodra ze lucht krijgt van de fusie. Wanneer Optas opgaat in Aegon loopt een deel van FNV’s achterban rendement mis op de pensioenbeleggingen. De bond wil de garantie dat Aegon dat gemis compenseert. 
  • Enkele maanden nadat de FNV aan de bel trekt, krijgen Aegon en Optas groen licht van DNB. De toezichthouder stelt de vakbond hiervan niet op de hoogte en legt Aegon ook geen voorwaarden op: de benadeelde polishouders hoeven niet te worden gecompenseerd. FNV tekent dan weliswaar bezwaar aan, maar is daar te laat mee, zegt eerst DNB en later ook de rechter.
  • De gang van zaken is opvallend gezien de geschiedenis die aan de fusie voorafging. Eerder kregen werkgevers en werknemers van havenbedrijven te maken met een statutenwijziging waarover ze niet waren geïnformeerd. Daardoor konden de toenmalige bestuurders van Optas aan de haal gaan met de opbrengst van de verkoop aan Aegon. Ze wilden 1,5 miljard euro uitdelen aan ‘wetenschappen en kunst’. Die zaak werd geschikt voor 500 miljoen euro. Daarna volgde een jarenlange strijd over honderden miljoenen die bij Aegon terecht waren gekomen, maar die de verzekeraar niet wilde besteden aan de pensioenen van havenwerkers. Ook die zaak werd geschikt, voor 188 miljoen euro.
  • Follow the Money publiceert sinds 2011 geregeld over de verwikkelingen rond Optas en deed ook onderzoek naar het samengaan met Aegon. We verkregen daarbij inzage in een e-mailwisseling tussen DNB en Aegon die vragen oproept over de onafhankelijkheid van de toezichthouder: ‘Deze communicatie is wel erg cosy.’
Lees verder

Op de koude ochtend van 11 december 2018 melden zich twee afgevaardigden van de vakbond FNV Havens, samen met een adviseur, bij de receptie van De Nederlandsche Bank (DNB). Ze zijn op uitnodiging naar de vesting-achtige kolos aan het Amsterdamse Frederiksplein gekomen om te praten over een voorgenomen fusie: die tussen verzekeringsgigant Aegon en het kleinere Optas, de pensioenverzekeraar van de Rotterdamse, Amsterdamse en Zeeuwse havenarbeiders. 

Optas Pensioenen maakt dan al elf jaar deel uit van het Aegon-concern, na een tumultueuze overname, die landelijk bekend werd als de ‘Optas-affaire’: een jarenlange, publiekelijk uitgevochten strijd om de ‘pensioenmiljoenen’ van de havens (zie kader). 

Die strijd ging aanvankelijk om de overnamesom die Aegon in 2007 betaalde aan de Stichting Optas: 1,5 miljard euro, waarmee het stichtingsbestuur, onder leiding van wijlen Pierre Vinken (oud-topman van uitgeefconcern Reed-Elsevier), kunst en wetenschap wilde subsidiëren.

Die statutenwijziging was destijds aan ieders aandacht ontsnapt, ook aan die van de werkgevers- en werknemersorganisaties 

Dat kon, omdat Vinken c.s. eerder geruisloos in de statuten een wijziging hadden doorgevoerd waardoor ze het vermogen van Optas konden aanwenden ‘op een wijze die de stichting goeddunkt’. Die statutenwijziging was aan ieders aandacht ontsnapt, inclusief aan die van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties. 

Dat er 1,5 miljard naar artistieke en wetenschappelijke doelen zou gaan was onverteerbaar voor velen die vonden (en vinden) dat het geld moest worden besteed aan de pensioenen van havenarbeiders, omdat die het kapitaal van Optas hadden opgebouwd. De zaak werd uiteindelijk in 2010 door Optas geschikt voor 500 miljoen euro. 

De havenarbeiders streden daarna tegen Aegon in de hoop er via die route meer uit te slepen. Uiteindelijk, in 2014, zegde het verzekeringsconcern 188 miljoen toe voor verbetering van de pensioenen in de havens.

De fusie die eind 2018 speelt, en waarvoor de FNV-delegatie zich bij DNB meldt, is de slotakte in dit drama. Optas houdt op te bestaan en de pensioenen van havenarbeiders gaan volledig over naar Aegon Levensverzekeringen.

De Optas-Affaire

De fusie tussen Aegon en Optas heeft een lange en tumultueuze voorgeschiedenis.

Sinds de jaren ‘40 van de vorige eeuw bouwden havenwerkers een oudedagsvoorziening op bij het Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (PVH). In de jaren ‘80 en ‘90 werd die pensioenpot geregeld gebruikt om reorganisaties te financieren. Goederenvervoer per container werd standaard, en bedrijven moesten afslanken omdat er steeds minder mensen nodig waren voor het laden en lossen van schepen. Om verdere grepen uit de kas te voorkomen, werd het pensioenfonds in 1997 verzelfstandigd in Optas Pensioenen N.V., met de Stichting Optas als enig aandeelhouder. 

Optas belegde zo goed dat er veel meer in de pensioenpot zat dan nodig was voor de uitkering van opgebouwde pensioenrechten. Het overschot werd ook nauwelijks gebruikt om de pensioenen te verbeteren. Het eigen vermogen groeide zo tot 1,7 miljard euro in 2007. 

De bestuurders van de Stichting Optas – onder leiding van wijlen Pierre Vinken (oud-topman van uitgeefconcern Reed-Elsevier – wilden het pensioenfonds te gelde te maken, en zo geschiedde: in 2007 werd Optas voor 1,5 miljard euro overgenomen door Aegon.

Het stichtingsbestuur van Optas bestemde de opbrengst vervolgens voor het subsidiëren van kunst en wetenschap. Dat konden ze doen omdat Vinken c.s. al in 2000 en 2003 geruisloos een statutenwijziging hadden doorgevoerd waardoor zij het vermogen van Optas konden aanwenden 'op een wijze die de stichting goeddunkt'.

Het Optas-vermogen behoorde volgens velen toe aan havenwerkers, niet aan een handjevol liefhebbers van kunst 

Het leidde tot zeer verhitte (politieke) debatten en rechtszaken. Het Optas-vermogen behoorde volgens velen toe aan havenwerkers. Niet aan een handjevol liefhebbers van kunst en wetenschappen.

In 2010 schikte Optas de kwestie met de Stichting Belangenbehartiging Pensioengerechtigden van Vervoer- en Havenbedrijven (SBPVH), voor 500 miljoen euro. Optas hield dus 1 miljard euro over voor kunst en wetenschap, geld dat nog altijd via de stichting Ammodo zijn bestemming vindt.

Na de schikking met Optas richtten de werknemers en werkgevers van havenbedrijven hun pijlen op Aegon. Het verzekeringsconcern had bij de overname in 2007 weliswaar het vermogen van Optas in handen gekregen, maar een deel daarvan (450 miljoen euro) was ‘beklemd’. Een rechter had in 1997 bepaald dat het vroegere PVH-vermogen ook door opvolger Optas alleen mocht worden besteed aan de pensioenen van havenarbeiders. 

Hoewel Aegon die beklemming erkende, voelde het zich niet verplicht het vermogen ook daadwerkelijk daaraan te besteden. De strijd om het ‘beklemd vermogen’ duurde voort tot 2014. Toen kwam SBPVH met Aegon overeen dat de verzekeraar 188 miljoen euro zou bijdragen aan het verbeteren van de havenpensioenen.

Lees verder Inklappen

De Nederlandsche Bank is – samen met de Autoriteit Financiële Markten (AFM) – de onafhankelijke waakhond van de belangen van afnemers van financiële diensten als de opbouw van pensioenen. De fusie kan alleen doorgaan als DNB daarmee instemt. 

Volgens de Wet financieel toezicht (Wft) moet de centrale bank daarbij nagaan of Aegon voldoende solvabel is, en of er verder ‘geen bedenkingen’ tegen de fusie zijn. De toezichthouder mag niet akkoord gaan als een kwart of meer van de polishouders verzet aantekent. 

Niek Stam, de voorman van FNV Havens, herinnert zich de hoorcommissie-achtige setting van de ontvangst op het Frederiksplein in Amsterdam: ‘We kregen een plek tegenover vijf DNB-medewerkers, die naast elkaar op een verhoging achter een tafel plaatsnamen.’ 

Tijdens het gesprek herhaalt hij het standpunt dat de vakbond een maand eerder al per brief aan DNB had laten weten: de FNV is niet tegen de fusie, zolang de polishouders van Optas (onder wie veel FNV-leden) er niet op achteruit gaan.

Stam rekent erop dat DNB serieuze aandacht aan de bezwaren zal geven, zeker gezien de beladen voorgeschiedenis van Aegon en Optas

Daarom moet er compensatie op tafel komen: als Optas fuseert met Aegon, vervalt namelijk in een aantal landen het recht op teruggave van dividendbelasting. Dat fiscale voordeel heeft het vroegere pensioenfonds Optas wel, maar Aegon – een commerciële onderneming – niet. Wanneer die twee samengaan, loopt een flink deel van de Optas-polishouders gezamenlijk 750.000 euro per jaar mis, zo becijferde het consultancybedrijf Aon, de pensioenadviseur van veel werkgevers- en werknemersorganisaties in de haven. 

Anderhalf uur later staat de delegatie tevreden weer op de stoep. Stam heeft zijn verhaal kunnen doen, en hij rekent erop dat DNB serieuze aandacht aan de bezwaren en opmerkingen van de vakbond zal geven. Zeker gezien de beladen voorgeschiedenis van Aegon en Optas, die Stam in zijn eerdere brief expliciet in herinnering bracht: ‘Deze fusie mag niet misgaan. Dat is ook uw taak. Gezien het feit dat wij [jaren] bezig zijn geweest om tot schikkingen te komen om de verdwenen gelden [van ons vroegere pensioenfonds, red.] weer terug te krijgen [..] Daar komen wij niet meer op terug. Maar we willen dit niet nog een keer meemaken.’

Ook DNB lijkt positief: per e-mail bedankt de toezichthouder de heren voor hun komst en voor de samenvatting die FNV er achteraan heeft gemaild. ‘Op basis daarvan hebben wij een helder beeld gekregen van jullie zorgpunten,’ schrijft DNB. Op verzoek van de toezichthouder stuurt FNV ook een kopie van de berekening die Aon maakte van het geschatte fiscale nadeel voor Optas-polishouders. 

Spreeklijn

In de twee maanden die volgen werkt DNB toe naar een besluit. Maar FNV heeft te optimistische verwachtingen van haar inbreng gehad, blijkt uit e-mailverkeer tussen DNB en Aegon waarover Follow The Money beschikt. 

Op 23 januari 2019 schrijft DNB aan Aegon: ‘De kans blijft aanwezig dat de FNV ontevreden blijft, indien DNB goedkeuring verleent [aan de fusie, red.] op basis van het voorstel dat Aegon nu bij ons heeft voorgelegd. Hebben jullie al nagedacht over een spreeklijn en zo ja, kan deze met ons (in hoofdlijnen) gedeeld worden? Dat is namelijk ook voor ons een essentieel aspect voor het bepalen van het vervolg.’

Het antwoord volgt een dag later. Over de communicatie aan de polishouders van Optas schrijft Aegon aan de toezichthouder (een maand voordat die instemming zal verlenen): ‘De kernboodschap daarin zal dan zijn: De fusie tussen Aegon (Leven) en Optas gaat door. DNB heeft ons daarvoor toestemming gegeven.’

‘De communicatie over de verhoging willen we dus graag low profile houden,’ schrijft Aegon aan DNB

Uit de mail blijkt ook dat Aegon heeft besloten om een eenmalige storting van 1,5 miljoen euro in de Optas-beleggingsfondsen te verhogen naar 5 miljoen euro: ‘Vanwege bezwaren die bij Aegon en DNB zijn gemaakt na de aankondiging van de voorgenomen fusie.’ 

Aegon voegt daar in dezelfde e-mail aan DNB aan toe: ‘Voor de duidelijkheid wil ik benadrukken dat wij in onze communicatie uiteraard niet zullen verwijzen naar de directe aanleiding van de verhoging van EUR 1.5 mln naar EUR 5 mln. Ook zou ik in de externe communicatie weg willen blijven van ons gesprek over de veranderde verdeling. De communicatie over de verhoging willen we dus graag low profile houden.’ 

‘Wel erg cosy’

De mailwisseling is opmerkelijk. De relatie met Aegon, waarop DNB toezicht moet houden, doet innig aan. ‘Onafhankelijk’ is een van de zes principes van goed toezicht die zijn vastgelegd in de Rijksbrede toezichtvisie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Ook het meest recente evaluatierapport (2016-2020) van DNB is daar helder over: toezicht moet worden verricht ‘zonder ongeoorloofde beïnvloeding door onder toezicht staande instellingen, beleidsmakers of andere belanghebbenden. De toezichthouder dient daarbij afstand te houden tot de situatie en de belanghebbenden.’

 ‘Je proeft dat het gaat om een grote partij waar DNB deels op wil leunen, je proeft geen onafhankelijke beoordeling’

Follow The Money legde de mailwisseling voor aan Andries Doets, advocaat bij Eurius. Hij is gespecialiseerd in financieel toezicht en heeft daarover de afgelopen vijftien jaar veel geprocedeerd bij de bestuursrechter. ‘Je proeft hier een zekere afhankelijkheid,’ zegt hij. ‘Je proeft dat het gaat om een heel grote partij waar DNB deels op wil leunen. Je proeft hier geen onafhankelijke beoordeling. Dit kom je niet snel tegen in de communicatie tussen de toezichthouder en een kleine partij.’ Doets benadrukt dat er geen vaste gedragslijn is en dat iedere zaak weer een andere is, ‘maar dit is wel heel erg cosy’.

We vroegen ook aan DNB of zij vindt dat de e-mails recht doen aan het toezichtsprincipe van onafhankelijkheid. DNB is ook gevraagd hoe de ‘spreeklijn’ van Aegon essentieel kan zijn voor ‘het bepalen van het vervolg’ door DNB, en wat er bedoeld wordt met ‘de directe aanleiding’ voor het opplussen van een eenmalige storting van 1,5 naar 5 miljoen euro, die kennelijk in overleg met DNB low profile moest blijven. DNB liet daarop weten niet op onze vragen in te gaan omdat de rechter zich nog moet uitspreken in beroepszaken tegen haar instemming met de fusie 

Met een kluitje in het riet

Want dat gebeurt op 26 februari 2019: DNB gaat akkoord met de fusie van Aegon en Optas. 

De toezichthouder erkent in haar beschikking dat Aegon ‘niet over dezelfde beleggingsmogelijkheden’ beschikt als Optas en voegt daar vrijblijvend aan toe dat ‘Aegon heeft aangegeven er haar best voor te doen om te zorgen dat het rendement in de fondsen zoveel mogelijk vergelijkbaar blijft voor polishouders.’ 

Over het betalen van compensatie aan de polishouders van Optas wordt niet gerept. De beschikking stelt dat iedere belanghebbende binnen zes weken bezwaar kan maken.

DNB stuurt haar beschikking aan Aegon en Optas, maar brengt FNV niet op de hoogte. Aegon krijgt van de centrale bank de opdracht om de fusie binnen een maand bekend te maken in de Staatscourant

Een maand later, op 27 maart, informeert Stam bij DNB hoe de vlag erbij hangt: ‘Ik hoor al vanaf 8 maart in de wandelgangen bij Aegon dat DNB goedkeuring heeft verleend. Maar ik kan hierover niets terug vinden,’ e-mailt hij. DNB antwoordt dat de bank niet op de kwestie kan ingaan vanwege de ‘wettelijke geheimhoudingsplicht waaraan DNB gebonden is’. Dit is een argument dat de rechter later van tafel zal vegen. 

Hoewel de beschikking dan al een maand bij Aegon ligt, stelt DNB in haar antwoord aan Stam formeel: ‘Het besluit van DNB wordt toegestuurd aan de overdragende verzekeraar [Aegon, red.] die ook het verzoek daartoe heeft gedaan.’ De toezichthouder schrijft ook dat Aegon zorgt voor een publicatie in de Staatscourant ‘indien sprake is van een instemmend besluit’.

Uit het antwoord is niet op te maken dat DNB al een besluit over de fusie heeft genomen, laat staan wat de inhoud daarvan is en of er iets in staat over compensatie voor Optas-polishouders. ‘Ik ben toen met een kluitje in het riet gestuurd,’ zegt Stam.

Alarmbellen

Het is FNV Havens van meet af aan te doen om die compensatie. Maar net als bij de statutenwijziging door Vinken en de zijnen blijkt een gemiste melding grote gevolgen te hebben. 

Op 2 april 2019 maakt Aegon in de Staatscourant bekend dat DNB heeft ingestemd met de fusie en dat alle rechten en verplichtingen van Optas Pensioenen op 1 april zijn overgegaan naar Aegon levensverzekering. Niet alleen publiceert Aegon die bekendmaking daarmee een week na de uiterste datum die DNB daarvoor stelde, van de bezwaartermijn van zes weken resteert er nog maar één.

De FNV merkt het bericht echter niet op. De bond komt dan ook niet in actie. Alleen een groep van veertig individuele Optas-polishouders, onder wie ook FNV-leden, stelt tijdig bezwaar in tegen de zogenaamd ‘vertrouwelijke’ beschikking van DNB, dus zonder dat ze de inhoud ervan kennen. 

Op 15 april dringt het tot de FNV door dat DNB twee maanden daarvoor akkoord ging met de fusie. Dat maakt de vakbond op uit een brief van DNB die is gedateerd op 12 april 2019, drie dagen na het verlopen van de bezwaartermijn van zes weken. 

‘Als DNB ons gelijk op de hoogte had gesteld, had FNV direct bezwaar aangetekend en stonden we nu niet buitenspel’

Maar meer informatie heeft de vakbond niet en Stam tast nog steeds in het duister over de inhoud van de beschikking van DNB. Staat er iets in over compensatie van het fiscale nadeel voor zijn achterban? 

Stam is er niet gerust op en besluit begin mei een (externe) advocaat in te schakelen. Dan gaan bij de FNV alle alarmbellen af. De advocaat stelt namens de vakbond en een aantal werkgevers van havenbedrijven direct ongezien bezwaar in tegen de beschikking van DNB. Maar het is dan al 7 mei. Niet alleen is de oorspronkelijke bezwaartermijn van zes weken verlopen, dat geldt ook voor een tweede en laatste kans: een ‘jurisprudentiële’ bezwaartermijn van twee weken. Die is ingegaan op 12 april, de datum van de brief waaruit de FNV kon opmaken dat de toezichthouder over de fusie een besluit had genomen, maar niet hoe dat er precies uitzag.

‘Vertrouwelijk’

Op de vraag van Follow The Money of FNV Havens niet veel te lang heeft gedacht dat het goed kwam, geeft Niek Stam toe: ‘Ik ben te goed van vertrouwen geweest, gebaseerd op de hoorzitting bij DNB en alle signalen van de bank rondom dat bezoek.’ 

Op de vraag hoe het kan dat de bond het bericht in de Staatscourant heeft gemist antwoordt hij: ‘Wie leest er nou de Staatscourant? Ik ben als vakbond al sinds november 2018 over deze kwestie direct aan het corresponderen met DNB. Dan ga ik ervan uit dat ik door een onafhankelijke toezichthouder ook voor vol wordt aangezien.’ 

Was het inderdaad niet logisch geweest als DNB ook FNV Havens meteen op de hoogte had gebracht van het instemmingsbesluit? Follow The Money legde deze vraag voor aan Ymre Schuurmans, hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. Schuurmans zegt: ‘DNB heeft FNV gehoord. De vraag is of DNB dat volgens artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht ook moest. Ik ben geneigd om te zeggen van wel, omdat de vakbond gemakkelijk kwalificeert als belanghebbende’. Zo bezien had DNB de vakbond tegelijk met Aegon en Optas op de hoogte moeten brengen, legt ze uit. 

Als DNB dat inderdaad had gedaan, zegt Stam, en bovendien de inhoud van de beschikking niet verborgen had gehouden, had FNV direct bezwaar aangetekend. ‘Dan stonden we nu niet buitenspel.’ 

Concurrentiegevoelig

Want dat staan de vakbond en de havenwerkgevers. Ze hebben twee en een half jaar vergeefs geprocedeerd over de vraag of het terecht was dat DNB het door hun advocaat ter elfder ure ingediende bezwaar ‘niet ontvankelijk’ verklaarde. Stam: ‘DNB claimt dat ons bezwaar te laat kwam, maar weet al sinds november 2018 precies wat onze bezwaren zijn. En ze weet ook dat er niets gedaan is om daaraan tegemoet te komen.’ 

Op 3 mei 2022 bevestigde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in hoger beroep een eerdere uitspraak van de Rotterdamse rechtbank: FNV had uiterlijk 26 april 2019 een ‘summier bezwaarschrift’ kunnen indienen, een soort waarschuwing waarin je duidelijk maakt dat je bezwaar gaat maken zodra je weet waartegen precies. 

En die informatie – over de inhoud van de beschikking van DNB – kreeg FNV uiteindelijk ruim twee maanden na het verstrijken van de bezwaartermijn. 

Op 12 juli 2019 droeg de voorzieningenrechter DNB op die inhoud openbaar te maken. DNB’s argument dat de beschikking ‘vertrouwelijk’ zou zijn, vanwege concurrentiegevoelige informatie over de fusie, werd door de rechter van tafel geveegd. Aegon en Optas hadden hun fusievoornemen immers in opdracht van DNB zelf al op 5 november 2018 – drie maanden vóórdat de toezichthouder een definitief besluit nam – openbaar gemaakt. Die informatie was dus al lang niet meer vertrouwelijk. 

De veertig polishouders hebben volgens de rechter wel een ‘rechtstreeks’ en ‘persoonlijk’ belang

Voor de veertig Optas-polishouders die wel tijdig bezwaar maakten heeft DNB begin 2020 een andere verrassing in petto: de toezichthouder besluit dat zij geen belanghebbenden zijn. 

Ruim een jaar later maakt de bestuursrechter korte metten met ook dit argument. De polishouders, die denken dat de fusie voor hen financieel nadelig is, hebben volgens de rechter een ‘rechtstreeks’ en ‘persoonlijk’ belang bij het instemmingsbesluit. DNB gaat in hoger beroep, maar weer tien maanden later (december 2021) komt het College van beroep voor het bedrijfsleven tot hetzelfde oordeel

Het uiteindelijke gevolg van die uitspraak is dat DNB, na jaren procederen over vormkwesties – overschrijding van bezwaartermijnen, wel of geen belang polishouders, vertrouwelijkheid – bij de Rotterdamse rechtbank inhoudelijk op de bezwaren zal moeten ingaan. De rechter toetst dan ook het besluit van DNB om van Aegon geen compensatie voor benadeelde polishouders te eisen. De toezichthouder nam immers genoegen met de toezegging dat Aegon ‘haar best’ doet om de rendementen voor polishouders ‘vergelijkbaar’ te houden. 

‘Een schijntje’

Volgens advocaat Andries Doets had niets DNB in de weg gestaan om voorwaarden te verbinden aan haar instemming met de fusie: ‘Misschien wilde DNB alleen die vrijblijvende inspanningsverplichting opnemen omdat het lastig kan zijn een compensatiebedrag, en de verdeling daarvan, vast te stellen. Maar DNB had die bal bij Aegon kunnen leggen door een compensatieplan van hen te verlangen, met een resultaatverplichting. Daar heb je als polishouder wat aan.’ 

Doets merkt op dat Aegon sowieso zijn uiterste best moet doen voor een zo hoog mogelijk rendement. ‘Wanneer DNB van Aegon zou verlangen de polishouders van Optas uit eigen zak te compenseren spreek je over een heel andere opdracht.’ 

Volgens een zeer grove schatting van Aon zou Aegon dan ongeveer tussen 10 en 15 miljoen euro kwijt zijn geweest. Niek Stam: ‘Een schijntje vergeleken met het eigen vermogen dat Optas inbrengt: ruim twee miljard.’

‘Als er geen spoedeisend prudentieel belang speelt, waarom zou je dan instemmen met zo’n fusie?’

Doets vindt het ook om een andere reden opmerkelijk dat DNB niet strenger is geweest. ‘Soms dreigt bij fusies acuut gevaar als de toezichthouder geen instemming geeft, zoals een faillissement. In zo’n geval moet je een fusie misschien door laten gaan, ook al is die op sommige punten nadelig voor polishouders. Anders staat na het faillissement iedereen met lege handen. Als je als toezichthouder maar wel laat zien dat je een zorgvuldige belangenafweging hebt gemaakt. Maar als zo’n gevaar als een faillissement er niet is, oftewel als er geen spoedeisend prudentieel belang speelde, waarom zou je dan instemmen met zo’n fusie? Dan zou DNB strenger op het belang van de polishouders moeten letten.’

Er is overigens nog een punt waarover nog steeds onduidelijkheid is: de toezichthouder mag niet akkoord gaan met een fusie van verzekeraars wanneer een kwart of meer van de polishouders bezwaar aantekent. 

Volgens DNB heeft minder dan een kwart van de polishouders gereageerd. ‘Maar DNB kan dat helemaal niet met cijfers onderbouwen,’ zegt Niek Stam, die naar eigen zeggen vergeefs verzocht om inzage in de getallen.

Argusogen

Stam zegt dat twaalf werkgevers, waaronder grote als het containeroverslagbedrijf ECT, tijdig een brief aan DNB hebben gestuurd. ‘In de ontvangstbevestigingen liet DNB weten dat hun bedenkingen zouden meewegen als bezwaren namens hun werknemers én gepensioneerden. Dan kom je al gauw boven 25 procent van de polishouders.’ 

Kamerlid Pieter Omtzigt (toen nog CDA) vroeg in maart 2020 aan Wouter Koolmees, destijds minister van Sociale Zaken, of hij DNB wilde verzoeken de berekening van het aantal polishouders openbaar te maken. Dat deed de minister niet: ‘Uit het feit dat DNB heeft ingestemd met de fusie, kan worden geconcludeerd dat minder dan een kwart van de polishouders verzet heeft aangetekend tegen het voornemen van die fusie,’ luidde het antwoord van Koolmees. 

Een reactie die vloekt met het beeld dat de toezichthouder van zichzelf schetst: ‘DNB beschouwt zichzelf internationaal gezien als voorloper op het gebied van transparantie en wil verdere stappen zetten om de transparantie te bevorderen.’

Het is nog niet bekend wanneer het nog lopende geschil van de veertig Optas-polishouders weer voor de Rotterdamse rechtbank komt. FNV Havens steunt hun zaak en zal die met argusogen volgen, zegt Stam. ‘Het kan niet zo zijn dat alleen zij van Aegon compensatie krijgen, want dan is er sprake van ongelijke behandeling.’

Reactie van De Nederlandsche Bank

Voor dit onderzoek legde Follow the Money een reeks vragen voor aan De Nederlandsche Bank. Die liet daarop het volgende weten:

‘De beroepen tegen het instemmingsbesluit, zoals gehandhaafd in bezwaar, inzake de fusie tussen Optas en Aegon liggen voor inhoudelijke behandeling bij de rechtbank Rotterdam. Daarnaast loopt nog een hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), waarin de FNV partij is. Dit betekent dat wij nu niet kunnen ingaan op deze vragen van FTM.

‘Overigens heeft DNB FNV Havens over het instemmingsbesluit geïnformeerd, maar heeft FNV Havens daartegen vervolgens niet tijdig bezwaar gemaakt. We verwijzen op dit punt naar de uitspraak van het CBb van 3 mei 2022.

Lees verder Inklappen