Een Nederlandse architect versus de Chinese autoriteiten

    De Nederlandse binnenhuisarchitect Oscar van Overeem is al jaren verwikkeld in een conflict met Chinezen. Aanleiding: een meer dan duizend jaar oude mummie uit China. Gevolgen: ongewilde wereldroem en slepende juridische procedures.

    Oscar van Overeem wist al jaren dat zijn ‘hobby gierend uit de klauwen was gelopen’. Wat ruim 25 jaar geleden begon op de kunstbeurs Tefaf met de aankoop van een beeld van een paard uit de Han-dynastie, liep uit op een regelrechte verzamelwoede. Zijn manie leverde een verzameling oud-Chinese kunst op die inmiddels museale vormen heeft aangenomen. Deze verzameling is deels opgeslagen, is uitgeleend aan musea en staat deels in zijn woningen in Amsterdam, Londen en Nice uitgestald. Tot zover niks aan de hand. Maar sinds CNN, NBC News, ABC News, The Huffington Post, de Daily Mail, The Daily Telegraph, The New York Times en vele Chinese kranten in 2015 berichtten over een beeld met daarin een mummie van een boeddhistische monnik dat in zijn bezit was, loopt zijn leven als anonieme verzamelaar van oude Chinese kunst totaal van de rails. 

    Roofkunst

    Van Overeem had zo graag onbekend willen blijven en op zijn minst ongezien. Maar op vrijdag 14 juli zit hij in een Amsterdamse rechtszaal die is gevuld met journalisten en weet hij draaiende televisiecamera’s uit China op zich gericht. Het onderwerp van de gerechtelijke procedure is het beeld met de mummie, dat mogelijk tientallen miljoenen euro waard is. ‘Willem’ noemde Van Overeem zijn beeld, waarin de overblijfselen zitten van een meer dan duizend jaar geleden overleden boeddhistische monnik. Die monnik was ‘Patriarch Zhanggong’, en dat beeld moet terug naar het dorp waar het in 1995 is gestolen. Althans, dat stellen twee advocaten die zich volgens eigen zeggen laten inhuren door de dorpscomités van Yangchun en Dongpu uit de Chinese provincie Fujian. Geen van de dorpelingen is overigens in de rechtszaal aanwezig. Van Overeem had bovendien kunnen en ook moeten weten dat het beeld ‘roofkunst’ was en daarom is er sprake van ‘kwade trouw’. Hij mag geen lijk bezitten en hij heeft het beeld daarnaast laten verdwijnen, waardoor hij ‘opzettelijk’ bewijsmateriaal heeft weggemaakt.

    Van Overeem: ‘Zorgvuldig wordt het verhaal van de dorpelingen die van hun mummie werden beroofd uitgemolken'

    De Nederlandse verzamelaar hoort het onbewogen aan. Van Overeem (54) kent de beschuldigingen die advocaat Jan Holthuis hem sinds mei 2016 voor de voeten werpt. In de rechtszaal vuurt hij zijn weerwoord zelfbewust en met een onvervalst Brabantse dictie op zijn toehoorders af. Van Overeem – donkerbruin haar en ogen als kooltjes – ziet er als vijftigplusser nog steeds uit als een blozende dertiger, maar schijn bedriegt. Hij zit de laatste tijd niet helemaal lekker meer in zijn vel. ‘Ik word doodziek van China's powerplay, geniepige intimidatie en manipulatie,’ zegt hij enkele dagen na de zitting. ‘Zorgvuldig wordt het verhaal van de zielige, arme dorpelingen die van hun mummie werden beroofd uitgemolken. Mijn beeld met mummie zou hetzelfde zijn als het beeld dat daar ooit werd gestolen, maar daarvoor is geen enkel hard bewijs. Integendeel, de meest nauwkeurige beschrijvingen van het beeld komen juist niet overeen met het beeld dat ik bijna twintig jaar in bezit had.’ 

    Het lijdt volgens Van Overeem geen enkele twijfel dat de Chinese staat de grote instigator is van het proces tegen zijn persoon en het irriteert hem dat de advocaten daar niet open over zijn. ‘Ik heb uitsluitend met de Chinese overheid van doen gehad en ben op geen enkel moment met de dorpelingen in gesprek geweest. Toch roept die Holthuis overal dat ik met de dorpelingen heb “onderhandeld” en dat ik 20 tot 30 miljoen voor de mummie zou hebben gevraagd. Dat is aantoonbaar een leugen.’ 

    Het ergste vindt Van Overeem dat het hem niet is gelukt om het beeld aan China terug te geven. ‘Ik heb maandenlang hemel en aarde bewogen om het beeld weer in het land van herkomst te krijgen. Ik vind ook dat het daar thuishoort. Het zou uiteindelijk via een omweg worden geschonken, maar vertegenwoordigers van de Chinese overheid lieten me weten dat ze geen donaties wensten te accepteren. Ja, toen viel de deur dicht en besloot ik het beeld van de hand te doen.’

    Bijzondere hobby

    De geboren Brabander heeft intussen veel last van de aantijgingen die hem veroordelen tot het meest groezelige hoekje van de internationale handel van oude Chinese kunst. ‘Ik ben niet eens een handelaar. Ik ben van beroep architect en privé heb ik een bijzondere hobby: ik verzamel oude Chinese beelden,’ zegt hij. ‘Het gevolg is wel dat ik potentiële klanten verlies omdat in diskrediet wordt gebracht. En het ziet ernaar uit dat ik nog jaren moet procederen.’ 

    Het zijn niet de eerste de beste klanten die Van Overeem bedient met zijn in Londen en Amsterdam gevestigde designconsultancybedrijf. 1843 Magazine, het lifestyle-magazine van The Economist, wijdde in het juni-julinummer een lang verhaal aan Van Overeem en het beeld met de mummie van een boeddhistische monnik. Van Overeem toont daarin de auteur foto’s van zijn ontwerpen, waaronder een privé-dierentuin 'met de omvang van een Nederlandse 'provincie', de strandvilla van de voormalige Sjah van Iran en het penthouse van een sjeik uit de Golfregio. Het optrekje van de sjeik heeft de oppervlakte van een voetbalveld en is onder meer voorzien van een door Van Overeem ontworpen zwembad dat tevens plaats biedt aan haaien. Haaien, ja. Daar trekt zijn opdrachtgever graag baantjes mee voordat hij aan zijn dag begint. Uiteraard is de baan van de sjeik elegant met een glazen plaat van de haaien afgescheiden.

    Het zijn de zeer vermogenden die Van Overeem al vele jaren tot zijn clientèle mag rekenen. In heel Europa en ook ver daarbuiten vallen ze voor zijn extreem minimalistische stijl waarin hij veel prijzige, natuurlijke materialen verwerkt. ‘Ik kom er niet voor de stofjes of de gordijnen,’ benadrukt hij. Mensen die Van Overeem goed kennen, roemen zijn verfijnde smaak en zijn vermogen om die op persoonlijke wijze bij zijn mogelijke klanten te presenteren. ‘Het is indrukwekkend hoe hij bijvoorbeeld met een fantastisch diner bij hem thuis mensen om zijn vinger weet te winden,’ zegt een goede bekende.

    Legertje terracotta krijgers

    In Nederland is tot het uitbreken van de financiële crisis de Eindhovense vastgoedtycoon Tom Moeskops een van zijn beste klanten. Moeskops raakt ook in de ban van de oud-Chinese kunst die Van Overeem verzamelt en neemt een klein leger terracotta krijgers van zijn architect over. Moeskops’ zakenpartner Harry van de Moesdijk koopt ook beelden bij hem. Evenals de Nijmeegse zakentycoon Marcel Boekhoorn, een zeer goede bekende van het duo Moeskops en Van de Moesdijk. Boekhoorn rekruteert bij Van Overeem een peloton tweeduizend jaar oude Chinese terracotta soldaten van een halve meter hoogte die hij in een van zijn kantoren in slagorde laat opstellen.

    En zo zijn er meer vermogende mensen die in stijlvol vormgegeven en dramatisch verlichte nisjes eeuwenoude kunstvoorwerpen hebben staan die bij Van Overeem werden betrokken. Toch vindt hij van zichzelf dat hij geen handelaar is, een etiket dat advocaat Holthuis hem graag opplakt. Een ervaren handelaar kent immers de ins and outs van zijn negotie en neemt gecalculeerde risico’s. Zoals het kopen van een beeld dat weleens een onfrisse herkomst kan hebben.

    Van Overeem: 'Ik ben geen handelaar. Ik ben een gepassioneerde privéverzamelaar'

    Van Overeem wil daar niets van weten: ‘Onzin, ik ben een gepassioneerde privéverzamelaar en dat ben ik altijd geweest. Mijn collectie groeide en daarin vonden relatief veel wisselingen plaats om de collectie continu te verbeteren. Ik sta ook niet als handelaar in de Kamer van Koophandel ingeschreven, ik ben architect’.

    Voordat Van Overeem zijn creativiteit losliet op de huizen en penthouses van de extreem vermogenden, werkte hij vooral op papier. Hij had een reclamebureau dat was gespecialiseerd in exclusieve grafische ontwerpen. Folders, brochures, jaarverslagen, Van Overeem weet ze met strakke lijnen ruimtelijk en weelderig vorm te geven. Daar zijn bestuurders van bedrijven bereid goed voor te betalen. Zijn meest recente nieuwjaarswens voor vrienden en relaties toont een blijk van zijn kunnen. Het is een fraaie zwart-witte kaart met uitsnedes die zicht bieden op foto's van het kunstobject dat hem zo dierbaar was: het beeld met de gemummificeerde monnik. Van Overeem snapt dat de kaart met ‘zijn Willem’ ook als een provocatie kan worden uitgelegd, maar daar haalt hij zijn schouders over op. ‘Dat is dan maar zo.’

    Verstekeling

    Zijn liefde voor het inmiddels wereldberoemde beeld was echter geen liefde op het eerste gezicht. De eerste keer dat Van Overeem de zittende monnik aanschouwt, ergens in het jaar 1996, gunt hij het slechts een misprijzende blik. ‘Het beeld zag er niet uit. Het was verwaarloosd, vervuild en zwaar beschadigd door houtworm en insectenvraat. Het had bovendien een laagje goud en daar ben ik bepaald geen liefhebber van.’ Van Overeem schaft het beeld desondanks aan. De verkoper – de Nederlandse handelaar Benny Rustenburg – is iemand met wie hij vaker zakendoet en deze heeft hem het beeld als onderdeel van een kleine collectie terracotta beelden aangeboden. ‘Willem’ komt zo als een soort verstekeling zijn verzameling binnen.

    "Niet onbelangrijk: in plaats van de betaalde 40 duizend gulden, is het beeld waarschijnlijk miljoenen waard"

    Van Overeem stalt zijn aanwinst bij de Amsterdamse restaurateur Carel Kools, waar het beeld eerst in de opslag belandt. Pas nadat Kools begin 1997 bij de aanvang van de restauratie de vermolmde bodemplaat verwijdert en uiteindelijk zicht krijgt op door ongedierte aangevreten menselijke zitbeenderen, bloeit de liefde op. Het beeld blijkt niet alleen een mummie te bevatten, het is ook nog eens veel ouder dan Van Overeem had ingeschat. ‘Ik dacht aanvankelijk aan de iconografie te zien dat het monniksbeeld uit de Ming-dynastie (1368-1644) stamde, een periode die mij als verzamelaar niet interesseert. In plaats daarvan bleek het in de Song-dynastie (960-1279) te zijn vervaardigd.’ En niet onbelangrijk: in plaats van de betaalde 'tienduizenden guldens', is het beeld waarschijnlijk miljoenen waard.

    Mummietentoonstelling

    Van Overeem laat zijn beeld met mummie vakkundig restaureren en laat een klein team van experts wetenschappelijk onderzoek doen. De precieze herkomst van het bijzondere object is hem jaren later echter nog niet geheel bekend. In 2012 hoort Vincent van Vilsteren, Conservator Archeologie van het Drents Museum, dat Van Overeem onderzoek doet naar de herkomst van zijn beeld met mummie. Van Vilsteren is al enkele jaren bezig om een grote mummietentoonstelling op te zetten en hij is bereid Van Overeem te helpen met zijn onderzoek. ‘In ruil daarvoor wilden we zijn mummie natuurlijk graag tentoonstellen,’ zegt Van Vilsteren. ‘We zouden daarmee een wereldprimeur binnenhalen, het beeld was nog nooit eerder in een museum te zien geweest.’ 

    Ter compensatie doet hij Van Overeem de belofte dat zijn boeddhistische mummie onderdeel kan worden van een wetenschappelijk Mummy Research Project van het Reiss-Engelhorn Museum in Mannheim. ‘Daar had ik als privéverzamelaar geen toegang toe,’ zegt Van Overeem, ‘dus daar wilde ik graag aan meedoen.’

    Mummies - overleven na de dood heet de rondreizende tentoonstelling die vanaf februari 2014 in het Drents Museum in Assen is te zien. Mummies vanuit de hele wereld zijn er bij elkaar gebracht. Het pronkstuk is het beeld van een dan nog anonieme Nederlandse verzamelaar: Oscar van Overeem. Voor het eerst is het beeld waarin een gemummificeerde monnik verstopt zit voor het grote publiek te zien. Een van de röntgenfoto’s die in 1997 via restaurateur Kools in het AMC van het beeld zijn gemaakt, wordt er ook getoond. Op een röntgenfoto uit Mannheim is in een gouden gloed het skelet van een boeddhistische monnik in lotushouding zichtbaar. 

    Hoewel het beeld al acht maanden in het Drents Museum te zien is geweest, wordt het ineens wereldnieuws

    Het is die foto die in combinatie met een gewone foto van het beeld eind februari 2015 de wereld overgaat. Dan is het beeld al niet meer in het Drents Museum in Assen te zien, maar in het Hongaars Natuurhistorisch Museum in Boedapest, waar de reizende tentoonstelling onder de naam Mummy World is aangeland. Hoewel het beeld al acht maanden in het Drents Museum te zien is geweest en de ontdekking van de mummie al achttien jaar eerder plaatsvond, wordt het ‘Drentse beeld’ ineens wereldnieuws

    De wereldwijde aandacht blijft niet zonder gevolgen en vanuit alle uithoeken stromen mensen naar Boedapest toe om het beeld te bewonderen. En te vereren. Van Overeem: ‘Ik kreeg foto’s toegestuurd van boedhistische volgelingen die met kussentjes op de vloer voor Willem geknield zaten te bidden. Er ontstond een sfeer van euforie.’ 

    Heibel

    Vanaf 18 maart wordt de sfeer anders. De foto’s van het beeld zijn ook in China terechtgekomen en in Yangchun, een verafgelegen dorp in de heuvels van de provincie Fujian, menen mensen hun inmiddels twintig jaar vermiste Boeddha te herkennen. Volgens berichten in Chinese kranten barsten dorpelingen in huilen uit bij het zien van hun verloren gewaande ‘Zhanggong Zushi’.

    Het toeval wil dat een vroegere bewoner van Yangchun in Boedapest werkt als kok. Deze kok – Li Zhen genaamd – werpt zich op als belangenbehartiger en perscoördinator. De Boeddha is gestolen en moet zo snel mogelijk terug naar het dorp in China, zo maakt hij staand voor het beeld met luide stem duidelijk. ‘De sfeer sloeg binnen 24 uur radicaal om,’ zegt Van Overeem. ‘Die kok begon voor mijn beeld heibel te schoppen en begon het museum als een soort perscentrum te beschouwen’.

    Van Overeem heeft ogenblikkelijk door dat hij in actie moet komen wil hij de situatie meester blijven. Er is een acute dreiging van verdere escalatie in het museum en in de media die zelfs kan leiden tot een beslaglegging op zijn beeld. Van Overeem treedt in contact met Vincent van Vilsteren van het Drents Museum en maant hem om het beeld onmiddellijk terug te trekken. Van Overeem: ‘Het beeld is ’s nachts uit Boedapest weggehaald en elders in Europa in een kunstopslag laten zetten.’ 

    Vloedgolf

    Van Overeem is flink geschrokken van alle commotie. Hij acht het dan nog zeer goed mogelijk dat het beeld inderdaad uit het dorp Yangchun afkomstig is. Hij brengt een in het Engels opgesteld persbericht uit als reactie op de ‘vloedgolf van onzinnige opmerkingen, beweringen en insinuaties’, waarin hij onder andere duidelijk maakt dat ‘de eigenaar’ te goeder trouw is en de mummie met de ‘grootst mogelijke waardigheid’ wordt behandeld en nader onderzoek nodig is om de beschuldigingen te verifiëren. Hij laat zijn naam hierbij onvermeld. Een journalist van NRC is echter zo slim om het in Word opgestelde document op ‘documenteigenschappen’ te analyseren en het zo naar Van Overeem te traceren.

    Als de journalist belt, wil Van Overeem in eerste instantie niet toegeven dat hij de eigenaar is van het beeld. Het is een ‘goede vriend’ voor wie hij optreedt. Van Overeem vertelt dat de ‘eigenaar’ niet zomaar van plan is het beeld terug te geven: ‘Het is nu een groot circus,’ citeert NRC hem. ‘De Chinezen beginnen te kermen, te kreunen en te gillen. Terwijl ze nooit om het boeddhisme hebben gegeven. Ze moorden zelfs Tibetanen uit.’ Als mocht blijken, voegt NRC nog toe, ‘dat het beeld toebehoort aan “bijvoorbeeld een boeddhistische gemeenschap die nog steeds bestaat”, wil hij het best afstaan. Zolang het maar niet in een Chinees staatsmuseum komt, zodat de overheid er goede sier mee kan maken.’

    Als Rutte op handelsmissie in China is, maken de dorpelingen van de gelegenheid gebruik om hun zaak te bepleiten

    Eind maart 2015 bezoekt premier Rutte China op een handelsmissie. De dorpelingen maken van de gelegenheid gebruik om hun zaak bij de Nederlandse premier te bepleiten. Honderden bewoners van de streek rond het dorp Yangchun tekenen een brief die uiteindelijk via de Chinese ambassade in Nederland bij Rutte wordt bezorgd. De actie zorgt weer voor media-aandacht in China.

    De dorpelingen schrijven ook een open brief aan de nog steeds naamloze ‘Dutch Collector’. ‘Dear Friend, the Collector of the Patriarch Zhanggong Statue,’ luidt de eerste zin van de brief. ‘We believe that the Buddha is the one that we have been searching for in the past 20 years, and we are looking forward to its return’.

    De dorpsbewoners schrijven dat ze in de goede trouw van Van Overeem geloven en dat hij het beeld ‘onbewust’ van zijn herkomst heeft aangeschaft. Ze laten ook herhaaldelijk weten dat het beeld dat Van Overeem in bezit heeft, van hen is en dat het naar hun dorp dient terug te keren. De ‘Chinese regering, mensen uit allerlei kringen en in het buitenland wonende Chinezen bieden ons veel hulp.’ Ze beloven Van Overeem geschenken en zelfs een monument waarop het verhaal van de terugkomst van de Patriarch Zhanggong staat beschreven zodat hij ‘de levenslange dankbaarheid van Chinese mensen’ verkrijgt.

    The New York Times

    Op dezelfde dag als waarop de dorpelingen hun open brief publiceren – 30 maart – wordt Van Overeem via Linkedin benaderd door een journalist van The New York Times. Amy Qin is verslaggeefster Aziatische cultuur en ze heeft die dag het dorp Yangchun bezocht. Ze schrijft dat ze in eerste instantie zeer sceptisch was over de claims van de dorpsbewoners. Ze woont en werkt al jaren in China en ze weet hoe het eraan toe kan gaan. ‘I’m all too familiar with ill-intentioned schemes to fake evidence and deceive outsiders,’ schrijft ze Van Overeem.

    Ze heeft kennisgemaakt met de dorpelingen, die hoopvol zijn dat het beeld naar hun dorp terugkeert. Ze hebben de tekst van het artikel in NRC vertaald toegestuurd gekregen en zijn blij dat de eigenaar bereid is om het beeld naar China terug te brengen. Als het beeld tenminste écht de gemeenschap in Yangchun toebehoort.

    Qin schrijft dat het haar duidelijk is geworden dat er in december 1995 een Boeddha uit de Puzhao tempel van Yangchun is ontvreemd en dat de dorpelingen daar nog steeds intens verdrietig om zijn. Of dat ook de Boeddha is die Van Overeem in bezit heeft, valt niet met zekerheid te zeggen. De data komen niet helemaal overeen. Hoewel hij geen harde bewijzen heeft, weet Van Overeem dat de man die hem het beeld verkocht – Benny Rustenburg – het al in eind 1994, begin 1995 in bezit had, voordat het beeld uit de tempel verdween.

    Onduidelijke foto's

    Opmerkelijk genoeg weten de dorpelingen zelf het volgens Qin ook niet helemaal zeker. ‘Ze hebben niet genoeg informatie/bewijs over hun verloren beeld,’ schrijft ze. Het beeld van Van Overeem lijkt in veel opzichten zeer sterk op de Boeddha die zo lang in hun tempel heeft gestaan, maar honderd procent zeker zijn ze niet en ze beschikken slechts over een paar onduidelijke foto’s. Het beeld op deze foto’s is gehuld in gewaden en draagt een kroon, waardoor zo’n negentig procent van de uiterlijke kenmerken aan het zicht wordt onttrokken.

    Maar er zijn meer aanknopingspunten, weet Qin te melden. Een aantal inwoners van Yangchun zegt er ook zeker van te zijn dat de nek van het beeld beschadigd was en dat het hoofd er niet helemaal meer vast op zat. Er zou ook ooit een klein gaatje in de linkerhand van de Boeddha zijn gemaakt om vast te kunnen stellen of er werkelijk een mummie in het beeld zat.


    Oscar van Overeem

    "‘Het is prima dat je roept dat je een Boeddha mist, maar voordat je gaat schreeuwen dat het mijn beeld is, moet je dat wel heel zeker weten'"

    Deze details worden ook door Li Zhen, de vertegenwoordiger van de dorpelingen, openbaar gemaakt. Het zijn kenmerken die Van Overeem niet herkent. De nek van zijn ‘Willem’ was weliswaar aan de oppervlakte licht beschadigd, zoals het beeld voor de restauratie op veel meer plekken oppervlakkige beschadigingen vertoonde, maar het hoofd zat er stevig op, herinnert hij zich, en ‘vertoonde geen enkele speling’, zo laat ook Willems restaurateur Carel Kools in een schriftelijk opgestelde verklaring weten. ‘Een al dan niet met lak opgevuld gaatje in de linkerhand, in het gebied tussen wijsvinger en duim, waarnaar verschillende Yangchun-dorpelingen verwijzen, komt mij niet bekend voor,’ voegt hij toe. Radioloog Ben Heggelman van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, die het beeld in 2014 met een CT-scan onderzocht, stelt dat de nek van het beeld op meerdere manieren is verstevigd ‘zodat het hoofd onmogelijk los kan raken’. Over de beschadiging aan de linkerhand zegt Heggelman dat hij ‘op basis van de CT-beelden ter hoogte van de duimmuis van de linkerhand geen al dan niet met lak opgevuld boorgaatje [kan] vinden’.

    ‘Ja, ze zullen een beeld missen, maar dat het mijn mummie betreft, staat allerminst vast,’ is de conclusie van Van Overeem. Sterker, hij is er dankzij de informatie van de dorpsbewoners steeds meer van overtuigd geraakt dat het niet zijn mummie is die ze missen. Die overtuiging stelt wat hem betreft het optreden van woordvoerder Li Zhen in een heel ander daglicht. ‘Het is prima dat je roept dat je een Boeddha mist, maar voordat je gaat schreeuwen dat het mijn beeld is, moet je dat wel heel zeker weten. Maar ze wisten het helemaal niet zeker. Dat gaven de dorpsbewoners ook toe, en gedetailleerde beschrijvingen en andere feiten en wetenswaardigheden komen niet overeen. Ik dacht dat ik compleet voor de gek werd gehouden.’

    Bedreiging

    Begin april schrijft Li Zhen – de vertegenwoordiger van het Chinese dorp – een brief aan het Drents Museum waarin het verhaal van de dorpelingen nog eens op een rij wordt gezet. De toon is inmiddels minder hoffelijk dan in de open brief aan Van Overeem:

    Although Chinese Government, the Ministry of Foreign Affairs, Administration of Cultural Heritage and the police are all involved in this matter and seeking for the statue, we are more inclined to an agreement through private, friendly negotiation for the fastest return of Patriarch Zhanggong.

    Conservator Vincent van Vilsteren laat de documenten beoordelen door een China-deskundige. ‘Dit is heel Chinees,’ antwoordt deze in een e-mail waarin de eerder genoemde zinsnede van commentaar wordt voorzien. ‘Een bedreiging, een passief agressieve bedreiging. Deze toon bevalt me in het geheel niet, eerlijk gezegd.’

    En: ‘De dorpelingen zijn beslist eerlijk en puur in hun gevoelens, maar ze hebben geen enkele macht om het beeld weer terug bezorgd te krijgen. Dat is waar de autoriteiten hun rol spelen en die zijn in het geheel niet bezorgd om heiligheid, ze handelen vanwege trots en winstbejag.’

    Van Overeem: 'De Chinese autoriteiten zouden vanwege dreigend gezichtsverlies niet meer loslaten'

    Van Overeem beseft dan dat de mummiekwestie een internationaal politiek hangijzer is. ‘En dat de Chinese autoriteiten vanwege dreigend gezichtsverlies niet meer los zouden laten, of ze nu in hun recht stonden of niet. Daarnaast werd me duidelijk dat het wereldberoemde beeld een lucratieve bron van inkomsten is, als het wordt tentoongesteld en er een entreeprijs wordt gevraagd.’ Van Overeem is er goed van doordrongen dat zijn ‘Willem’ de status van een relatief eenvoudig monniksbeeld mede door zijn eigen onderzoeken ontgroeid is. ‘De boeddhistische mummie zou eigenlijk weer in een gepaste omgeving – in een praktiserende, traditionele Fujian-tempel – vereerd moeten kunnen worden.’

    Buitenlandse Zaken

    Dat het beeld van Van Overeem internationale politieke dimensies heeft gekregen beseffen ze ook op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Jan Waltmans, plaatsvervangend directeur Azië en Oceanië neemt in april 2015 contact op met Van Overeem. Niet veel later volgt er een afspraak op het ministerie in Den Haag. ‘Ik kreeg daar te horen dat het “raadzaam”, oftewel absoluut noodzakelijk was om zo spoedig mogelijk rechtstreeks met de Chinese autoriteiten te communiceren en de kwestie vooral zo spoedig mogelijk op te lossen,’ zegt Van Overeem.

    Over zijn juridische positie maakt Van Overeem zich geen zorgen. ‘Ik heb dat beeld twintig jaar geleden op legale wijze verworven. Ik was volledig te goeder trouw en kan dat ook aantonen. Ik wist aanvankelijk helemaal niet dat ik zo’n bijzonder beeld had gekocht. Dat bleek pas toen restaurateur Kools ontdekte dat er een mummie in zat. Uit het feit dat ik bereid was de Boeddha jarenlang aan Europese musea beschikbaar te stellen, blijkt ook dat ik geen enkele aandrang voelde om iets verborgen te houden’.

    Met die overtuiging stapt Van Overeem op 12 mei 2015 samen met Jos Fruytier (een bevriende voormalig advocaat) en de Taiwanese intermediair Paul Yuan de Chinese ambassade in Den Haag binnen. Ze worden opgevangen door een delegatie die wordt aangevoerd door Yang Xiaolong, de cultureel attaché van de Chinese ambassade in Nederland. ‘Ik heb urenlang tot in het kleinste detail mijn verhaal met de achtergronden uit de doeken gedaan,’ zegt Van Overeem, ‘maar meneer Yang bleef volhouden dat het beeld was gestolen en gratis en snel terug moest. Hij verkeerde zelfs in de veronderstelling dat ik het beeld op de achterbank van mijn auto staan en dat ik de mummie wel even aan hem kwam overhandigen.’

    Jos Fruytier: ‘We kwamen er op de ambassade achter dat er op maoïstische wijze met de situatie werd omgesprongen' 

    ‘We kwamen er op de ambassade achter dat er op maoïstische wijze met de situatie werd omgesprongen: het was my way or the highway,’ zegt Jos Fruytier die Van Overeem als vriend bijstaat. De voormalig advocaat kent Van Overeem al vele jaren en is zelf ook een groot liefhebber van oud-Chinese kunst, waar hij samen met Van Overeem in investeerde. Samen met Yuan staat hij de architect vriendschappelijk bij om met de Chinezen tot een diplomatieke oplossing te komen. Van enige buigzaamheid is echter niets te bespeuren: ‘Ze zeiden: “Wij bepalen hoe het gebeurt.”’ Fruytier is niet iemand die daarvan schrikt. ‘Je hebt naast een formeel ook een informeel standpunt. En er wordt iets materieel en ook immaterieel gewenst. Dat dien je allemaal in een potje zien te stoppen en dan ook nog eens Oscar zien mee te krijgen.’

    Maar Van Overeem is bepaald niet gecharmeerd van de ‘hypocriete’ houding van de Chinezen. Hij komt als fanatieke verzamelaar al tientallen jaren in China en weet als geen ander dat zijn geliefde objecten ooit het lijdend voorwerp waren van een historisch ongekende staatsterreur. ‘De Chinezen hebben ten tijde van de Culturele Revolutie alles wat met het boeddhisme te maken had kort en klein geslagen. Waar mogelijk verpulverd. En ze hebben er nooit hun spijt over betuigd.’

    Yves Saint Laurent

    Voor Fruytier is het hoe dan ook overduidelijk dat het beeld op een of andere manier terug naar China moet. ‘Je moet het je eens andersom voorstellen; dat er ergens in China iemand is die de restanten van Christus op zijn nachtkastje heeft staan.’ Fruytier wijst ook op een recent voorbeeld dat hij als een levensgroot waarschuwingsteken ziet: de kwestie met de Chinese bronzen bustes die uit nalatenschap van de overleden couturier Yves Saint Laurent kwamen. De sculpturen werden in 2009 door veilinghuis Christie’s aangeboden, maar bleken in 1860 door Franse en Engelse troepen uit het keizerlijke zomerpaleis in Beijing te zijn geroofd. De Chinese overheid, die de laatste jaren steeds meer belangstelling toont voor de culturele geschiedenis van het land, was van de veiling niet gediend. De beelden werden teruggetrokken, waarop een jarenlang diplomatiek geschil tussen Frankrijk en China volgde. Uiteindelijk maakte François-Henri Pinault, eigenaar van luxemerken als Gucci en Saint Laurent en tevens eigenaar van het eerder genoemde Britse veilinghuis, een groot gebaar door de beelden in 2013 aan de Chinese staat terug te schenken.

    Ook Van Overeem snapt, ondanks zijn verontwaardiging, dat het verstandig is om aan de repatriëring van zijn Boeddha-mummie mee te werken. ‘Ik realiseerde me dat de Chinese autoriteiten geen piek voor Willem zouden willen betalen,’ zegt hij. ‘Dat zou ze gezichtsverlies opleveren en als er in China iets als vernederend wordt ervaren, dan is dat het lijden van gezichtsverlies. Er was dus een diplomatieke oplossing nodig om de kwestie op te lossen.’

    Van Overeem stelt een drietal voorwaarden waaraan de eventuele terugkeer moet voldoen. De eerste is dat hij geen cadeau gaat geven. Hij wil een redelijke vergoeding hebben voor het beeld – een vergoeding die enigszins overeenkomt met wat er op de internationale kunstmarkt voor het beeld zou worden geboden. Van Overeem zegt vanwege de publiciteit biedingen te hebben gehad van tussen de 20 en 30 miljoen euro, maar hij gaat ervan uit dat het uiteindelijke bedrag veel lager komt te liggen.

    De tweede voorwaarde is dat het beeld in een ‘toonaangevende’ tempel in de provincie Fujian terechtkomt waar ‘geschikte faciliteiten’ zijn voor 'oprechte devotie'. Van Overeem: ‘Het armetierige tempeltje in het dorp Yangchun – waarvan het sowieso al zeer betwistbaar is of dat het beeld er ooit stond – kwam daar wat mij betreft beslist niet voor in aanmerking.’

    De derde voorwaarde van Van Overeem is dat hij graag vergelijkend wetenschappelijk onderzoek wil laten verrichten aan enkele oud-Chinese boeddhistische sculpturen die in het Qing Zhou Museum in de stad Shandong staan.

    Oplossing

    Samen met Fruytier en Yuan werkt hij aan een oplossing waarbij het beeld als onderdeel van een grotere collectie aan een grote Chinese industrieel kan worden verkocht. Een collectie die zich voor het plan leent, is al bijna twee jaar in de maak. Een groep van negen vermogende, voornamelijk Nederlandse verzamelaars – allen relaties van Van Overeem, onder wie Fruytier – willen van delen van hun Chinese kunstverzameling af en hebben in totaal bijna zeventig kunststukken bij elkaar gevoegd. De Taiwanese intermediair Yuan is al enige tijd bezig om deze collectie aan een vermogende partij in China te verkopen. De mummie wordt daaraan toegevoegd. Het idee is dat er zo geen individuele waarde aan het beeld kan worden toegekend. Alleen 'de collectie’ als geheel is te koop en de koper is verplicht de mummie te doneren aan China met inachtneming van de andere twee voorwaarden. Dat daarvoor partijen zijn te vinden, staat volgens Van Overeem vast. ‘Het komt regelmatig voor dat Chinese tycoons kostbare of symbolische objecten doneren aan het land of een museum om daarmee roem te verwerven. Imago en reputatie is veel waard in China.’

    Fruytier: ‘Als de Chinese overheid een probleem moet oplossen, dan vinden ze altijd iemand die hen daarbij helpt. Dan zeggen ze: “Jij hebt jarenlang je zakken kunnen vullen, nu ga je eens wat terugdoen.” En er zijn natuurlijk ook lieden die een groots gebaar willen maken om zo een wit voetje te halen bij de politieke macht.’ 

    De eerste partij die Yuan op het oog heeft is de Foundation ‘Rich Carnival Holdings’. Deze blijkt echter financieel niet bij machte om het bedrag voor de gehele collectie – in totaal 60 miljoen euro – op te hoesten. Of speelt er meer mee? 

    Van Overeem: 'Juridisch gezien heeft “China” geen voet om op te staan, maar dat verdringen ze blijkbaar liever'

    Van Overeem deelt de voortgang met de Chinese partij met cultureel attaché Yang Xiaolong van de Chinese ambassade, maar als antwoord ontvangt hij een schrijven waarin deze nogmaals aangeeft dat het beeld is gestolen en dus terug moet naar China. In een e-mail aan Jan Waltmans van het ministerie van Buitenlandse Zaken uit Van Overeem zijn frustratie over de starre houding van de Chinezen: ‘Ik heb [het beeld] zo’n twintig jaar geleden te goeder trouw in Nederland gekocht van een medeverzamelaar die zelf ook niet wist dat het veronderstelde monniksbeeld een unieke Song-dynastie-mummie zou bevatten en dus eveneens te goeder trouw handelde. Juridisch gezien heeft “China” geen voet om op te staan, maar dat verdringen ze blijkbaar liever of dat willen ze zich niet realiseren. Een vorm van struisvogelpolitiek.’

    Van Overeem spreekt zijn hoop uit dat Buitenlandse Zaken ‘middels diplomatieke wegen zo spoedig mogelijk (positieve) druk op de Foundation en Chinese autoriteiten [kan] en ‘[wil] uitoefenen. Anders zie ik het – in ‘Chinese’ zin – somber in…’ Hij laat daarbij niet na om in zijn communicatie met de Chinese ambassade en ook Buitenlandse Zaken terloops te vermelden dat hij contacten heeft met ‘belangrijke Chinese en internationale verzamelaars’ die bereid zijn de mummie over te nemen. En het is maar de vraag of deze verzamelaars bereid zijn om de mummie aan China te schenken.

    "Buitenlandse verzamelaars hebben ‘tientallen miljoenen’ over voor de mummie. De 20 duizend euro die China bereid is te bespreken, is voor Van Overeem onaanvaardbaar"

    Grote zorgen

    Een spoedige afwikkeling komt ook in de weken die volgen niet in zicht. Begin september 2015 stuurt Van Overeem Yang van de Chinese ambassade een e-mail waarin hij zijn grote zorgen uit over de ontwikkelingen. Intermediair Paul Yuan is veelvuldig in contact geweest met Jin Ruiguo van het Chinese overheidsinstituut State Administration of Cultural Heritage (SACH) om de voortgang van de transactie te bespreken. In die gesprekken geeft overheidsfunctionaris Jin aan dat hij ‘geen giften accepteert’, schrijft Van Overeem. In dezelfde mail legt hij nogmaals zijn drie eisen op tafel, waaronder de ‘realistische compensatie’ die onderdeel moet zijn van een transactie. Buitenlandse verzamelaars hebben er ‘tientallen miljoenen’ voor over. De 20 duizend euro die Jin bereid is te bespreken, is voor Van Overeem onaanvaardbaar. In een directe e-mail aan Jin noemt Van Overeem bedragen tussen de 20 en 30 miljoen dollar. Maar als onderdeel van de collectie ligt dat bedrag ‘veel lager’, voegt hij daaraan toe.

    Op de mails van Van Overeem volgt een stilte van een maand. Eind september neemt hij zelf weer het initiatief. Kunnen de Chinezen van hun kant dan niet op zijn minst laten weten of hij in het Qing Zhou Museum wetenschappelijk onderzoek kan laten uitvoeren? ‘Mijn nederige aanvraag is stelselmatig genegeerd,’ mailt hij. Een volgende afwijzing zal worden geïnterpreteerd als een ‘fundamenteel ontbreken van oprechte belangstelling, samenwerking en vertrouwen jegens mijn persoon en ons team (...)’. Een klein gebaar kan de patstelling wellicht opheffen, voegt hij daaraan toe. Yang van de Chinese ambassade reageert constructief en vraagt naar een namenlijst van de experts en een onderzoeksplan. Tot concrete toezeggingen komt het niet. Ruim een maand later komt het tot een uitbarsting met Yang, die op de hoogte blijkt te zijn van een aanstaande demonstratie op het Amsterdamse Museumplein – waarvoor Van Overeem gewaarschuwd had willen worden – en blijft volhouden dat Van Overeem een dief is en dat het beeld zo snel mogelijk naar China terug moet keren. 

    Van Overeem verbreekt het contact met Yang en neemt contact op met Jin van SACH, maar dat verloopt niet veel soepeler. Ook Jin blijft volhouden dat het beeld dat Van Overeem in bezit heeft hetzelfde is als het beeld dat de dorpelingen van Yangchun missen.

    Jip en Janneke

    Eind november is Van Overeem het zat. Hij wenst niet langer een ‘dief’ te worden genoemd. De communicatie met de ‘eigenwijze en kortzichtige’ Chinese overheidsdienaren Jin en Yang – of zoals hij ze noemt: ‘Jip en Janneke’ – levert niets meer op en hij trekt zijn conclusies. Hij besluit het beeld van de hand te doen en dat maakt hij onder andere bekend via een redacteur van de China Daily. Hij ruilt de mummie uiteindelijk met een Chinese verzamelaar die hij al meer dan vijftien jaar kent en, zoals hij het zelf formuleert ‘dezelfde uitgangspunten als hij hanteert’. Het is iemand die anoniem wil blijven, maar ‘altijd medewerking wil verlenen aan de terugkeer van de mummie naar Fujian. Onder normale en realistische voorwaarden uiteraard.’ 

    Intussen wordt aan Chinese zijde juridische actie voorbereid. In het artikel in de China Daily wordt duidelijk dat via een advocaat in Beijing de Nederlandse advocaat – Jan Holthuis – wordt aangestuurd, maar dat een gerechtelijke procedure liever wordt vermeden. ‘We hopen nog steeds via mediation tot een overeenkomst te komen en een rechtszaak te vermijden,’ laat de Chinese advocaat weten.

    Op 8 december ontvangt Van Overeem een schrijven van advocaat Holthuis dat zowel bij de Chinese als bij de Nederlandse ambassade wordt bezorgd. Als Van Overeem niet binnen zeven dagen de onderhandelingen hervat, zullen er gerechtelijke stappen worden ondernomen. Van Overeem laat de deadline verlopen.

    Terugkeer naar China

    Aan de terugkeer van de mummie wordt ondanks de ruil en een op handen zijnde rechtszaak nog steeds gewerkt. Yuan en Fruytier weten uiteindelijk een gegadigde in beeld te brengen die wel bereid is om de collectie aan te schaffen en het beeld te doneren. En dit keer lijkt geld ook geen rol te spelen. Xiong Xinxiang luidt de naam van de zakenman, die ceo en eigenaar is van het zeer omvangrijke Chinese hightech- en mediaconglomeraat de Born Group. Xiong Xinxiang is ook iemand die veelvuldig aan goede doelen schenkt, zo blijkt uit de lijst die door het China Global Philanthropy Institute wordt verspreid. Met een gift aan zijn vroegere universiteit die in totaal meer dan 1 miljard yuan (130 miljoen euro) bedraagt, scoort hij in 2017 een vijfde plek op deze ranglijst van gulle gevers. In 2015 is de bereidheid om diep in de buidel te tasten er ook al, zo lijkt het. En wat meespeelt: Xiong is zelf afkomstig uit de provincie Fujian en hij heeft een klein bedrijfsmuseum met vroege Chinese kunst.

    Fruytier en Yuan vorderen voorzichtig met het opzetten van een deal met Xiong Xinxiang, maar er dient zich nu een andere hindernis aan. Dit keer is het Van Overeem zelf die hard aan de rem trekt. Hij vertrouwt het niet meer. Yuan is de kompaan van Fruytier en het tweetal houdt Van Overeem en andere participanten in de collectie buiten de onderhandelingen. ‘Ik kreeg nauwelijks informatie, ook niet van Fruytier die zelf close was met Paul en wel gedetailleerd op de hoogte werd gesteld. Ik kreeg op enig moment door Paul te verstaan dat als ik me in de deal ging mengen en rechtsreeks contact zou opnemen met de Born Group, hij de deal zou opblazen.’ Volgens Van Overeem betekent dat niets meer of minder dan ‘chantage’. Hij weigert zich door intermediair Yuan en zijn partner Fruytier te laten gijzelen. Na samenspraak met de andere deelnemers in de collectie breekt hij de onderhandelingen af en snijdt zijn banden met Fruytier door. 

    Nieuwe pesterij

    In april 2016 maakt hij dat besluit ook bekend aan advocaat Holthuis, die maandenlang met gedelegeerd onderhandelaar Fruytier heeft gesproken. Hij doet de mededeling in de kantlijn van een e-mail die vooral zijn gesprek met de Rijksrecherche aangaat. Van Overeem is niet erg gecharmeerd van de aandacht van de afdeling Team-, Kunst -en Antiekcriminaliteit die door de Chinese autoriteiten verzocht is om onderzoek te doen. Een ‘nieuwe pesterij’ die hij kan missen als kiespijn.

    Van Overeem gaat vervolgens op eigen houtje verder en neemt contact op met een deels in Nederland wonende dame van Chinese afkomst; de advocate Chuqing Chen. Chuqing beschikt over een zeer wijdvertakt netwerk in China en wil Van Overeem graag helpen bij het oplossen van het probleem. ‘Zij heeft onmiddellijk rechtstreeks mister Xiong gebeld en zat nog dezelfde week met hem in China te lunchen,’ zegt Van Overeem. Tijdens die ontmoeting verneemt de Chinese liaison dat Yuan en Fruytier een veel hogere vraagprijs voor de collectie hebben neergelegd: 100 in plaats van 60 miljoen euro. 

    Fruytier: ‘Er zijn daar in China veel mensen die hun hand ophouden en dat doen ze niet om er niets in te krijgen’

    Voor Van Overeem is het een bevestiging van zijn vermoedens dat er iets niet klopte en dat er met twijfelachtige lieden zaken werd gedaan. Fruytier ziet de ‘extra kosten’ als een onoverkomelijk prijskaartje dat aan het voor elkaar krijgen van een complexe en beladen deal hangt. Fruytier: ‘Maar als iemand achterdochtig wordt, dan werkt het niet. En inderdaad, de prijs werd hoger en hoger en je kunt bedenken hoe dat komt. Er zijn daar in China veel mensen die hun hand ophouden en dat doen ze niet om er niets in te krijgen.’

    Van Overeem reist niet veel later samen met Chen naar China om de overeenkomst met Xiong te bespreken. ‘Tijdens enkele ontmoetingen hebben we een mondelinge overeenkomst gesloten,’ zegt Van Overeem. ‘Ik zou input geven en allerlei documenten aanleveren. Xiong zou een en ander afstemmen met het dorp Yangchun en de Chinese autoriteiten. Maar daar is het helaas niet van gekomen.’

    Uiteindelijk laat ook Xiong het afweten. Van Overeem: ‘Hij heeft mogelijk vernomen dat de Chinese overheid geen donatie wilde aanvaarden. Hij realiseerde zich toen wellicht dat zijn inmenging inderdaad politiek gevoelig zou kunnen liggen en zijn business zou kunnen schaden.’

    Jos Fruytier

    "Je kunt het niet winnen van de Chinese staat, dat is ondenkbaar. Je moet zo’n zaak niet eens wíllen winnen. Je bent kansloos"

    Moeilijke weg

    In mei 2016 ontvangt Van Overeem de dagvaarding van Holthuis. De strijd zal nu voor een Nederlandse rechter worden beslecht, tenzij er alsnog een diplomatieke oplossing wordt bedacht. De zitting van 14 juli was de eerste in een serie die mogelijk nog tot in lengte van jaren zal voortduren. Volgens Fruytier moet Van Overeem er alles aan doen om een oplossing te bedenken, maar daar is inmiddels veel creativiteit voor nodig. ‘Het is overduidelijk dat Oscar het tegen de Chinese staat moet opnemen. De zaak heeft inmiddels een principieel karakter gekregen en nu willen de Chinezen beslist niet verliezen. Je kunt het ook niet winnen van de Chinese staat, dat is ondenkbaar. Er moet altijd een oplossing komen, maak je geen illusies. Je moet zo’n zaak niet eens wíllen winnen. Kijk naar de kwestie rond de beelden van Yves Saint Laurent bij Christie’s. Je bent kansloos. Oscar stelt al die eisen maar is daarmee bezig zijn probleem groter te maken en dat is echt heel onhandig.’

    Hoewel hij nog steeds zeer strijdvaardig is, heeft Van Overeem ook door dat hij een moeilijke weg heeft gekozen. ‘Zakelijk en privé trekt het een zware wissel op me. Het is zoals de Britten zeggen: when it rains, it pours’.

     

    Yang Xiaolong van de Chinese ambassade in Nederland werd om commentaar gevraagd, maar hij reageerde niet.

    In een reactie schrijft het ministerie van Buitenlandse Zaken:

    ‘De ministeries van Buitenlandse Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Veiligheid en Justitie hebben in het voorjaar van 2015 voor het eerst iets vernomen over de kwestie. Naar aanleiding daarvan is er contact geweest tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de heer Van Overeem. De Nederlandse overheid is echter niet de eigenaar van het beeld met de mummie en speelt dan ook geen rol in de kwestie, zo is ook tegenover de heer Van Overeem bevestigd. Er is daarom ook geen betrokkenheid van het ministerie van Buitenlandse Zaken bij de gesprekken die tussen de Chinese autoriteiten en de heer Van Overeem hebben plaatsgevonden. Nederland is ook geen partij bij de civiele zaak die nu speelt.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 1309 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren