Bollenvelden van de Keukenhof in volle bloei.
© ANP Remko de Waal

De omgevingsvisie gaat vooral over de BV Nederland

    In de pas verschenen Nationale Omgevingsvisie staat, de naam zegt het al, een visie op hoe de ruimtelijke inrichting van Nederland zich op een duurzame manier kan ontwikkelen tot aan het jaar 2050. Niko Roorda analyseert dit rapport en vraagt zich af: waar gaat het over mensen?

    Voor het eerst in twee decennia kwam de regering op 20 juni met een overkoepelende visie op de ruimte: de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI. Dat was sinds de jaren 2000 niet meer gebeurd. Destijds liet onderzoek, opgenomen in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening (2001), zien dat de oppervlakte van Nederland tegen het jaar 2030 zo’n 20 procent te klein zou zijn, als men aan alle wensen tegemoet zou komen. Na het uitbrengen van de Vijfde Ruimtelijke Nota is met de adviezen daarin lange tijd weinig gedaan. Achtereenvolgende regeringen hebben het ruimtelijk beleid grotendeels aan de provincies en gemeenten overgelaten, waardoor er van een nationale strategie geen sprake was. Wel werden op deelgebieden nota’s uitgebracht, zoals de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012, met een nadruk op mobiliteit), de Rijksnatuurvisie (2014) en het Nationaal Waterplan (2015).

    Tot de NOVI dus, gepubliceerd op 20 juni 2019. Dit rapport is gebaseerd op een vier jaar durend onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De NOVI somt 21 ‘nationale belangen’ op. Voor een deel koppelen de auteurs van het rapport die aan de Sustainable Development Goals (SDG’s).

    Belang gekoppeld aan doel

    Een overzicht van de 21 ‘nationale belangen’, gedefinieerd in de NOVI, en hun relaties met de SDG’s. 

    1. Duurzame ontwikkeling, fysieke leefomgeving (alle SDG’s)
    2. Leefomgevingskwaliteit (SDG 11: duurzame steden en gemeenschappen)
    3. Internationale relaties
    4. Fysieke leefomgeving
    5. Woningvoorraad aansluitend op woonbehoeften
    6. Mobiliteitssysteem (SDG 9: industrie, innovatie, infrastructuur)
    7. Infrastructuur
    8. Toegankelijkheid van de leefomgeving
    9. Nationale veiligheid, ruimte voor militaire activiteiten
    10. Beperken van klimaatverandering (SDG 11: duurzame steden en gemeenschappen, SDG 13: klimaatactie)
    11. Energievoorziening, CO2-arm in 2050 (SDG 7: betaalbare en duurzame energie, SDG 13: klimaatactie)
    12. Transport van stoffen via (buis-)leidingen
    13. Circulaire economie (SDG 9: industrie, innovatie en infrastructuur, SDG 12: verantwoorde productie en consumptie, SDG 13: klimaatactie)
    14. Waterveiligheid, klimaatbestendigheid, mobiliteit 
    15. Drinkwatervoorziening (SDG 6: schoon water en sanitair)
    16. Ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat (SDG 9: industrie, innovatie, infrastructuur)
    17. Digitale connectiviteit
    18. Voedsel- en agroproductie (SDG 2: geen honger)
    19. Cultureel erfgoed, landschappelijke kwaliteit
    20. Biodiversiteit (SDG 14: leven in het water, SDG 15: leven op het land)
    21. Visserij
    Lees verder Inklappen

    Het vervolg van de NOVI is gestructureerd opgebouwd. De eerste stap bestaat uit het benoemen van de voornaamste prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie is de eerste. Duurzaam en economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied volgen. 

    Daarna benoemt de NOVI de principes waarmee het de verschillende prioriteiten tegen elkaar afweegt. Eén daarvan luidt: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Dat principe heeft betrekking op het multifunctioneel ruimtegebruik. Met behulp van zulke afwegingen leidt elk van de prioriteiten tot een aantal beleidskeuzes. Als voorbeeld noem ik de beleidskeuzes behorende bij de prioriteit over de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarin wordt onder meer gesproken over natuurinclusiviteit, ofwel het voortdurend betrekken van de natuur bij het bedenken en uitvoeren van plannen voor wonen, werken en/of landbouw, wat een mooi voorbeeld is van multifunctioneel ruimtegebruik. 

    Geen plaats voor empowerment

    Lang niet alle zeventien Sustainable Development Goals hebben een plek gekregen in de NOVI. Op zichzelf is dat logisch, aangezien de NOVI beoogt een geïntegreerde visie te bieden rondom de ruimtelijke inrichting van Nederland tot aan het jaar 2050. Niet van een volledige duurzaamheidsstrategie van ons land. Vanuit die invalshoek is het logisch dat bijvoorbeeld SDG 1, over de uitbanning van armoede, geen plaats heeft in de NOVI. Dat geldt ook voor SDG 5, over gendergelijkheid en zelfontplooiing/empowerment voor alle vrouwen en meisjes, en voor SDG 10 over het terugdringen van de ongelijkheid.

    Juist daardoor komt een fundamentele zwakte van de NOVI-aanpak aan het licht. Want de ruimtelijke inrichting van Nederland heeft weliswaar een grote invloed op duurzaamheid, maar is er slechts een deelgebied van. Als je als overheid werkelijk vanuit een integrale toekomstvisie wilt denken en opereren, gebaseerd op draagvlak vanuit de bevolking, dan moet die vanuit het geheel beginnen, om daarna pas in te zoomen op specifiekere onderwerpen. 

    De eerste vraag is dan: waar willen we met ons allen naartoe in Nederland? In wat voor land willen we in 2050 leven? Vanuit zo’n maatschappelijke discussie, waarin armoede, gendergelijkheid en terugdringen van ongelijkheid wel degelijk cruciale onderwerpen zijn, kan dan onder meer de ruimtelijke inrichting besproken worden. Door die inrichting apart te behandelen, zoals de NOVI nu doet, isoleren we de daarmee samenhangende thema’s en heb je dus juist niet een integrale visie.

    Alles is gericht op de productie, dus op de economie; niets op de consumenten, op mensen 

    Bij bestudering van de 21 ‘nationale belangen’ vanuit de duurzaamheids-Triple P valt nog iets anders op. Veel daarvan hebben betrekking op economie (profit), andere op milieu (planet). People-onderwerpen zijn schaars. Niet alleen de al genoemde SDG’s 1, 5 en 10 zijn afwezig. Neem SDG 2, over honger en voedselzekerheid. Volgens de NOVI is dat thema opgenomen in ‘nationaal belang’ nummer 18: voedsel- en agroproductie. Maar: productie is niet gelijk aan consumptie. Honger verdwijnt niet als er geteeld wordt, maar pas als er gegeten wordt. Het rapport bevat echter formuleringen zoals ‘productiefactor voor de voedselvoorziening’, ‘voedselproducerend vermogen’, ‘verdienmodel voor gezond en duurzaam voedsel’, ‘voedingsaanbod’, ‘voedingsmiddelenindustrie en voedingsketens’, ‘voedsel- en agroproductie’. Alles is gericht op de productie, dus op de economie; niets op de consumenten, op mensen. 

    Is dat verschil belangrijk? Absoluut. Wereldwijd, en zeker in Nederland, wordt ruimschoots voldoende voedsel geproduceerd om alle mensen van eten te voorzien, en toch is er honger. Ook in Nederland, zoals de groeiende rol van de voedselbanken laat zien. Wanneer de NOVI ‘belang 18’ voorstelt  als de Nederlandse versie van SDG 2, doet deze visie de werkelijkheid geweld aan. Dan wordt het economische belang behartigd. Niet dat van de mensen.

    Welzijn is een middel

    Hetzelfde geldt voor andere onderwerpen. Op het eerste gezicht is SDG 3, over gezondheid en welzijn, in de NOVI aanwezig. Het rapport schrijft over ‘het belang van kwaliteit van de woon- en werkomgeving, cultuur, welzijn en andere factoren die een positieve invloed hebben op de quality of life’. Gaat het nu wel over mensen? Lees verder. ‘Het vergroten van de aantrekkelijkheid van de leefomgeving (…) ondersteunt dus de concurrentiekracht van Nederlandse regio’s.’

    Aha: nu blijkt de werkelijke bedoeling. Dit gaat niet over welzijn en de kwaliteit van leven. Die zijn een middel en geen doel: het doel is de concurrentiekracht. Ook hier gaat de NOVI over economie en niet over ons.

    Nog één ander voorbeeld. Zowaar wordt ook onderwijs genoemd, het onderwerp van SDG 4: goed onderwijs voor allen. ‘Voorzieningen kunnen in deze regio’s (met een krimpende bevolking, red.), waar hun economisch draagvlak afkalft, vaak beter worden behouden door een combinatie te maken met andere voorzieningen of functies. Bijvoorbeeld door een combinatie van verschillende typen scholen of van onderwijs- en zorgvoorzieningen.’ Kijk goed: het gaat hier niet echt over onderwijs, het gaat over efficiency. Over geld.

    Conclusie: de NOVI gaat niet over de mensen of de samenleving in Nederland. Het gaat over de economie. Over winst, over bedrijven. Over de werkelijke eigenaren en heersers van Nederland.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 731 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren