Coke & Co.

Hoe de cocaïne-business een onstuitbare vijand werd. Lees meer

Cocaïne is van een legaal medicijn uitgegroeid tot een illegaal succesproduct waarmee heel veel geld wordt verdiend. Waarom is de handel in cocaïne zo gegroeid? En waarin schuilt het gevaar voor de samenleving? Heeft bestrijding op nationaal niveau wel zin? FTM verdiept zich in de internationale cocaïnehandel.

8 Artikelen

Beeld © Rinus Bot & Tom Schrooten

De onderschatting van de cocaïnehandel

Follow the Money duikt in de internationale wereld van de cocaïne-business. Het dossier schetst in zes afleveringen het probleem van een onstuitbare vijand. De geschiedenis van de drug verklaart hoe cocaïne wereldwijd kon uitgroeien tot succesproduct. Een analyse van de business erachter toont dat onderschatting van dat systeem voor Nederland risico’s met zich meebrengt. Vandaag de slotaflevering: ‘Het probleem van cocaïnehandel aanpakken begint met de publieke erkenning van de Nederlandse overheid dat de huidige bestrijding niet werkt.’

Eén enkel cocaïne-transport met een straatwaarde in Europa van bijna anderhalf miljard euro. Dat transport besprak Luxuryballoon alias Piet Costa vanaf 2 april 2020 in apps via EncroChat. Luxuryballoon liet aan zijn man in Zuid-Amerika weten dat hij een schip met een geheime bergruimte voor een megatransport zou laten maken. De man in Zuid-Amerika (‘Lilylawn’) moet een geschikte haven in Colombia zoeken. Er is één voorwaarde appt Luxuryballoon: ‘Kade of werf daar moet jouw man de totale controle hebben. Net zoals mijn kant in rotterdam.’

Het idee is geen dronken fantasie maar hoogst concreet, zo blijkt uit de door de recherche onderschepte communicatie van de maanden april en mei van vorig jaar. Luxuryballoon schrijft in de berichten eerst over twee opties. De eerste is een bulkcarrier die ‘bouwmaterialen naar de caribe vaart, retour zou hij cement kunnen laden aangezien colo [coke uit Colombia, red.] veel cement leverd…’. De tweede is een drijvende bok, een reparatieschip, dat met ‘een fake-opdracht’ werkzaamheden uitvoert aan een schip in een haven in Colombia. 

Het contact in Zuid-Amerika gaat in overleg met de verkoper van de cocaïne op zoek naar een geschikte haven in Colombia. Hij onderhandelt als tussenpersoon over de prijs van de cocaïne en over ‘de opzet’ (zie deel 5 van deze serie). Zodra dat rond is, gaat Slempo in Nederland op zoek naar een reparatieschip waarin een geheime bergruimte moet worden gemaakt. 

‘Maat wat kost zo’n ding,’ vraagt Luxuryballoon. 

Slempo: ‘2.5 mil er ligt er een in noorwegen ik heb de tekeningen gezien.’ 

Luxuryballoon vraagt of dit een kleintje is. Slempo antwoordt dat deze rond de 50 meter is met een kraan erop en dat ze benedendeks dieselcompartimenten kunnen bouwen voor een deel van de stash.

Ondertussen komt Lilylawn, het vaste contact in Zuid-Amerika, dan met een haven op het schiereiland La Guajira als beste locatie. In Colombia zijn de leveranciers akkoord met het plan, op voorwaarde dat ze op het transport mee kunnen liften met een eigen zending cocaïne. 

Op 6 april bericht Lilylawn: ‘Wanneer kan hij schip verwachten? Kan hij hier voorbereidend werk doen? (...) En dat je goedkoop wil. Met deze volume moet kunnen. Hij zei exacte prijs laat hij me van de week weten.’ 

Volgens de politie blijkt uit de chats dat de groep van Piet Costa in één keer 25.000 kilo cocaïne naar Europa wilde halen – een ongewoon grote hoeveelheid.

"Het is onmogelijk iets zinnigs te zeggen over de bestrijding van de cocaïnehandel in de wereld zonder de DEA te bespreken"

Het DEA-monopolie

Voortdurend proberen overal ter wereld groepjes drugscriminelen dit soort plannen uit te werken en uit te voeren. En evenzo permanent is de reactie van de opsporingsdiensten wereldwijd om hen te dwarsbomen. Los van nationale wetgeving hebben landen onderling verdragen afgesloten als juridische onderbouwing om de cocaïnehandel aan te pakken. De bestrijding door opsporingsdiensten is in Nederland en in het buitenland veelvormig. Het is een ‘bedrijfstak’ waarin wereldwijd jaarlijks miljarden aan budget omgaan. 

Alle menskracht en middelen die de Nederlandse politie en justitie aan bestrijding van cocaïnehandel besteden, zijn met dat budget vergeleken miniem. Zijn de toenemende aantallen kilo’s cocaïne die de Nederlandse politie in beslag neemt, en de honderden verdachten die Nederland arresteert, signalen van groot succes? Of zijn dat juist onheilspellende tekenen aan de wand?

Het is onmogelijk iets zinnigs te zeggen over de bestrijding van de cocaïnehandel in de wereld zonder de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) te bespreken. De hoofdtaak van de DEA is om de bestrijding van drugs en drugscriminaliteit in de Verenigde Staten te coördineren en uit te voeren. De dienst heeft wat betreft budget, deskundigheid en inlichtingen over de cocaïne-wereld een grote voorsprong op alle andere politiediensten in de wereld. De dienst heeft een enorme Intelligence Division. De uitstekende ‘informatiepositie’ brengt met zich mee dat de DEA veel te horen krijgt over wat er gaande is in de wereld van de drugscriminelen.

Cocaïne-smokkelaars zoals de groep rond Piet Costa lopen altijd het risico dat er iemand een plannetje uit laat lekken, waarna die informatie bij de DEA belandt.

De Drug Enforcement Administration (DEA)

De DEA brengt jaarlijks rapporten uit en legt verantwoording af tegenover het Amerikaanse Congres om zijn miljardenbudget te rechtvaardigen. Om succes te kwantificeren wijst de DEA op ontmantelde netwerken en in beslag genomen partijen drugs. Wie als een rijke crimineel door de Nederlandse politie wereldwijd wordt gezocht, hoeft niet direct te wanhopen. Maar wanneer de DEA zich aansluit bij de zoektocht, wordt het anders omdat de effectiviteit en slagkracht van de DEA zo groot is.  

De DEA kan gebruikmaken van opsporingsmethoden die de Nederlandse politie volgens de wet niet mag inzetten. Zo werkt de dienst met confidential informants (criminele burgerinfiltranten) die hun eigen (criminele) handel mogen runnen en tegelijk concurrenten erbij lappen. Uitlokking (een zogeheten sting-operatie) is een andere methode die in Nederland verboden is. Bij een sting wordt iemand door een politie-infiltrant uitgelokt drugs te verkopen. Omdat de dienst in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekte dat daarmee de grotere bazen niet goed werden aangepakt, kwam de ‘reverse sting’. De politie-infiltranten boden in plaats van geld drugs aan en confisqueerden zo cash geld. Die methodiek bood de mogelijkheid voor politie-infiltranten omhoog te schuiven in de netwerken om steeds grotere handelaren uit te lokken. Als voordeel werd ook gezien dat de DEA daarmee geld in beslag nam en geen waardeloze drugs. 

In de jacht op het Cali-kartel zette de dienst in de jaren negentig eigen witwas- en dekmantelbedrijven op en zelfs een fake bank. De DEA heeft deze methodieken zelf naar buiten gebracht. De vergaande technieken die momenteel operationeel zijn, blijven in het belang van de opsporing logischerwijs geheim. 

Informatie is macht in de wereld van de politie. Een middel dat bijdraagt aan de onvergelijkbare informatiepositie van de DEA, is informele bilaterale samenwerking in bronlanden voor cocaïne zoals Peru en Colombia. De dienst spendeert daartoe honderden miljoenen aan trainingen en uitwisselingsprogramma’s. Die zijn niet alleen bedoeld om buitenlandse agenten te trainen, maar vooral om informele informatie-uitwisseling op individueel niveau op gang te houden. De dienst beschikt zo in operationele samenwerking met die bronlanden over korte lijnen om snel informatie te krijgen, zonder gehinderd te worden door bureaucratie op hoger of politiek niveau. 

Ondanks deze slagkracht lukt het de DEA al een halve eeuw niet om het cocaïnegebruik in de VS terug te dringen.

Lees verder Inklappen

‘Goedkoper kan niet maat’

Het plan om de 25 ton cocaïne naar Europa te brengen krijgt nader vorm op 8 april 2020. De bedoeling is dat de drijvende bok twee maanden in de haven blijft liggen, en dat stukje bij beetje de lading cocaïne aan boord wordt gebracht. De bemanning moet in die periode twee maanden van boord. Iemand van de organisatie van Piet Costa moet te zijner tijd overkomen om de ‘stashplaats’ aan te wijzen.

Eerst moet ergens in Europa op een schip die geheime bergplaats worden gebouwd. Luxuryballoon denkt dat er 500 ‘stuks’ (kiloblokken) in een kubieke meter passen. De gesprekspartners concluderen dat ze bergplaatsen van zo ongeveer 50 vierkante meter nodig hebben. Voor de veiligheid van die operatie moeten de mannen die de stash op de drijvende bok gaan bouwen, geblinddoekt naar het werk worden gebracht.

Op 8 april 2020 komt Lilylawn vanuit Zuid-Amerika met nadere informatie over de procedure daar. Er moet een aantal personen worden betaald om mee te doen. Handlangers binnen het plaatselijke contingent van de Colombiaanse marine (de ‘armada’) en anderen moeten zorgen dat er tijdens het laden geen pottenkijkers langskomen.

Lilylawn heeft weer contact gehad met de Colombiaanse partner die de cocaïne levert: Hij legt me ook uit. Omdat schip gaat blijven. Blijft ie niet aan de kaai. Blijft geankerd 500 mtr of 1 km of 2 km voor haven in baai. Dus ze moeten gebruik maken van armada om weg willen houden en niemand in de buurt wanneer ze naar schip varen met spullen. Scheepsagent, en eigenlijk iedereen die nodig is om de klus goed en veilig te doen. Er moeten mensen betaald worden.

Bij ieder transport is er een risico dat ergens iemand de politie tipt

De uiteindelijke afspraak over het financiële deel van het project en de aankoop van de cocaïne was nog niet gemaakt. Op dezelfde dag doet Lilylawn een voorstel aan de Colombiaanse leverancier: Hij zegt stuksprijs 5 800.000 pesos (1354 euro). Lager kan niet. Base [halffabrikaat cocaïne-base, red.] is 4 600.000, het maken van blok en transport tot aan Guajira is de resterende 1200000. Goedkoper kan niet maat. Dit is uiterste. En hij zegt 1.500.000 opzet. Gebaseerd op 2000 stuks. Ze weten niet hoeveelheid.

De inkoop van een kilo cocaïne voor 1.354 euro is goedkoop. Uit dit bericht blijkt dat de leverancier kennelijk de cocaïnepasta (pasta básica) inkoopt en er door anderen geperste blokken snuifbare cocaïne van laat maken. De overige kosten zijn uiteindelijk 3 miljoen peso per kilo (‘opzet’). 

Hier zit een addertje onder het gras dat Luxuryballoon ook niet direct begreep. Hij dacht aan 3 miljoen peso opzet voor 25.000 kilo. Ruim 23 miljoen euro vond Luxuryballoon teveel: Maat dus er word 25.000x3Mpeso betaald dat is 75.000.000.000/3170= 23.659.305 voor opzet, dit gaan we niet doen.

Luxuryballoon begrijpt aanvankelijk niet wat Lilylawn bedoelde. Er zou slechts over 2.000 kilo opzet worden afgerekend aan de mensen van de haven, douane en Colombiaanse marine. Dat er geen 2.000 maar in feite 25.000 kilo zal worden geladen, zouden zij niet weten – alleen de Colombiaanse leverancier van de cocaïne. De voorgestelde opzet voor 25.000 kilo is dus relatief weinig omdat die op basis is van ‘maar’ 2.000 kilo.

De deal komt rond. De Nederlandse groep zal 12.500 kilo cocaïne op het transport zetten en de Colombianen eveneens 12.500 kilo. Voor Luxuryballoon is het delen van de operatie met de Colombiaan een risicovermindering. Bij ieder transport is er een risico dat ergens iemand de politie tipt. Nu zijn Colombiaanse partner ook een reusachtig belang van 12.500 kilo heeft, is de kans groter dat het transport ‘schoon’ weggaat en veilig in Europa komt. Ook de partner heeft daar nu een immens belang bij. 

Lilylawn verzekert Luxuryballoon dan ook: ‘Gaat schoon weg. Hij zegt niemand weet wanneer hoeveel niks, alleen wij.’

DEA-informatie

Uit het dossier blijkt duidelijk hoe Luxuryballoon en Lilylawn alert zijn op het uitlekken van de smokkelplannen. Als het grote netwerk van de Zuid-Amerikaanse politieorganisaties en de DEA iets opvangen, dan attenderen zij vaak hun collega’s in Europa over aankomende transporten. Soms tuigt de DEA dan een gezamenlijk onderzoek met Europese collega’s op. En soms wordt alleen een anonieme tip naar een politie-inlichtingendienst verstuurd – met bijvoorbeeld een paar namen, een containernummer en/of de vertrekdatum van een schip.

Informatie is macht en politiediensten zijn er zuinig op. Er geldt onderling in principe de regel van need to know en niet die van nice to know. Daarom deelt de DEA slechts die gegevens waarvan de dienst het noodzakelijk vindt dat een andere politiedienst die ontvangt.

Informatie is macht en politiediensten zijn er zuinig op

De voorsprong aan kennis van de DEA heeft belangrijke gevolgen in de praktijk van de internationale opsporing van drugshandel. Door die voorsprong bepaalt de DEA voor een belangrijk deel de kaders waarbinnen Europese politiediensten tegen de internationale cocaïnehandel kunnen opereren. Van een gemeenschappelijke strijd van de DEA met de Nederlandse diensten tegen het mondiale cocaïne-systeem is geen sprake. Evenmin is er beleid om netwerken die in Europa worden aangepakt ook tot in Zuid-Amerika met wortel en tak uit te roeien.

In het onderzoek naar Piet Costa en het plan van de 25.000 kilo cocaïne is de rol van het contact Lilylawn interessant. Uit de vastgelegde Encro-chats in het dossier blijkt dat Lilylawn voor Luxuryballoon aanspreekpunt is voor transporten vanuit zowel Costa Rica, Colombia als Brazilië. Lilylawn heeft op zijn beurt weer contacten met leveranciers. De politie schrijft in het dossier dat Lilylawn niet kan worden geïdentificeerd. Hij zal waarschijnlijk nooit worden gedagvaard voor de rechtbank. Zijn leveranciers van cocaïne komen in Nederland al helemaal nooit in beeld.

‘Start-informatie’

Het Nederlands politie-onderzoek naar cocaïne-netwerken blijft beperkt. Daarvoor zijn twee hoofdredenen. Allereerst is het strafrechtsysteem niet gericht op de ware dimensies van de grootschalige cocaïnehandel, de ‘criminele organisatie’ die voor de rechter wordt gebracht bestaat in het echt niet. Het grootste deel van het netwerk blijft per definitie buiten beeld.

Beperking in het strafrecht

Een rechtbankdossier van een grote cocaïne-zaak begint vaak met de vangst van een hoeveelheid cocaïne maar nog vaker met een klein brokje informatie, afkomstig van de DEA. Soms is de herkomst van die informatie in het dossier te zien en soms niet. De informatie kan ook van een bron van de inlichtingendienst van de politie (Team Criminele Inlichtingen, TCI).

Het grote onderzoek naar Piet Costa begon met de volgende informatie: 'Bij het Team Criminele inlichtingen van de Landelijke Eenheid is in het vierde kwartaal 2018, via één informant, de navolgende informatie binnengekomen: ‘Piet Costa is betrokken bij het smokkelen van duizenden kilo's cocaine in containers, verstopt tussen bananen, vanuit Turbo in Colombia naar de haven van Antwerpen. Verder is hij (mede)financier van cocaïne-transporten vanuit Zuid-Amerika. De partijen cocaïne zijn bestemd voor de Nederlandse markt. ln Antwerpen werkt hij samen met corrupte havenmedewerkers en douane mensen. Piet heeft hiermee miljoenen euro's verdient.'

Zulke informatie heet in rechtbank-jargon de ‘start-informatie’ van een onderzoek. Politie en Openbaar Ministerie (OM) hebben dikwijls meer kennis over een netwerk dan deze start-informatie die aan de rechtbank wordt voorgehouden. Zo wist het OM dat Piet Costa in de cocaïne samenwerkte met ene ‘Opa Frits’. Deze zakenpartner van Piet Costa werd eerder vervolgd voor de rechtbank op grond van een specifiek stukje informatie over hem. Piet Costa werd (bijna) geheel buiten dat dossier gehouden en kwam pas later aan bod bij de rechtbank. 

Het OM ‘knipt’ zo een netwerk op in verschillende rechtszaken. Het is praktisch: in een overzichtelijk dossier kunnen zo in relatief hoog tempo groepjes verdachten worden veroordeeld. De prioriteit van het OM is veroordelingen tot stand te brengen, niet een geheel netwerk uit te schakelen.

Er is een ander kenmerk van het strafrechtsysteem dat het effect van dit opknippen versterkt. Justitie probeert verdachten te laten berechten voor hun lidmaatschap van een ‘criminele organisatie’ – zoals dat staat omschreven in het Wetboek van Strafvordering. Daar is ook het onderzoek van de recherche op gericht. Maar in werkelijkheid bestaan die criminele organisaties niet, het gaat om losse netwerken die voortdurend van samenstelling wisselen. Ze passen daarom ook lang niet altijd in het harnas van het model van de criminele organisatie uit het wetboek. Hoe de zaak in werkelijkheid zit, is minder van belang dan hoe overtuigend het in een dossier aan de rechtbank wordt voorgeschoteld. Politie en justitie hebben immers de taak zoveel mogelijk ‘zaken te draaien’ en mensen te veroordelen: daar worden ze op afgerekend.

Ten slotte beperkt ook de natuurlijke focus op Nederlandse verdachten de aanpak van justitie en politie. Buitenlandse netwerken met buitenlandse verdachten hebben voor de Nederlandse opsporing per definitie een lage prioriteit. Maar die buitenlanders zijn wel aangesloten op de Nederlandse netwerken.  Er is veel internationale samenwerking in de opsporing. Alleen: die samenwerking wordt geremd door verschillen, nationale prioriteiten, wetgeving, jurisdicties of door problemen in de informatie-uitwisseling. De tegenstander, het internationale cocaïne-netwerk, kent nauwelijks beperkingen door grenzen.

Lees verder Inklappen

Een tweede reden dat de aanpak van de cocaïnehandel beperkt blijft, heeft te maken met een groot capaciteitstekort. Het Landelijk Parket en de Dienst Landelijke Recherche doen de ambitieuzere onderzoeken naar grote of internationale criminele netwerken. Een groot probleem voor de Nederlandse recherche is momenteel dat men zoveel tijd kwijt is aan incidenten dat de gehele opsporingstaak in de knel komt. Dat geldt zeker voor de Landelijke Recherche, waar ook de grote liquidatieonderzoeken terechtkomen. Een kleine minderheid van de (vrijwel wekelijkse) inbeslagnames van cocaïne in Nederland krijgt een vervolg in een langer lopend onderzoek door politie en justitie. De politiebond schatte in 2018 dat 1 op de 9 drugsnetwerken waar de politie zicht op heeft, wordt opgepakt.

Muis wint van kat

In het kat-en-muisspel tussen politie en criminelen winnen de criminelen. Ze zijn altijd een stapje voor. Als de politie een weg afsluit, vinden zij steeds weer een nieuwe. Dat zijn geen incidenten, dat is een proces. Politiediensten innoveren weinig omdat ze vooral bestaande methodes verbeteren. Criminelen denken juist out of the box. Ze verbeteren zich altijd sneller doordat ze met innovaties komen.

Criminelen denken juist out of the box

In 2016 kwam er wel een belangrijke innovatie van de zijde van de politie. Door verschillende hacks wisten specialisten van de Nederlandse politie toegang te krijgen tot miljoenen berichten van gebruikers van cryptodienst Ennetcom. In 2020 en 2021 wist de politie malware te installeren op cryptotelefoons van gebruikers van EncroChat en Sky-ECC en enige maanden ‘live’ met de criminele gebruikers mee te lezen. Het gaf de politie een niet eerder vertoonde inkijk in het functioneren van cocaïne-handelaren. Het resulteerde in vele inbeslagnames van cocaïne. Als de rechters de EncroChats-chats als bewijs accepteren, kan iemand als Piet Costa voor vele jaren achter de tralies gaan.

Beveiligde smartphones maken communicatie tussen smokkelaars sneller en makkelijker. Dat is met de politie-hacks niet anders geworden. Lang niet alle smokkelaars gebruikten EncroChat of Sky. We mogen veronderstellen dat ondanks inbeslagnames de transporten naar Rotterdam gewoon doorgaan. Een onbekend deel wordt nog altijd niet gepakt. De geschiedenis leert dat smokkelaars slimmere technieken zullen gaan toepassen.

Dossier

Coke & Co.

Hoe de cocaïne-business een onstuitbare vijand werd.

Volg dit dossier

Kaai met ‘plan b’

We zullen nooit weten of de DEA of de politie vorig jaar weet had van het plan van de groep van Piet Costa over de 25.000 kilo cocaïne. Dat plan sneuvelde vorig voorjaar omdat Costa aan het begin van de zomer werd gearresteerd. De groep had meer plannen, zoals het idee voor het opzetten van een lijn vanuit Brazilië. Ook dat plan ging uiteindelijk door arrestaties niet door. Maar in april vorig jaar werd het nog wel wat nader uitgewerkt.

De serie transporten vanuit Brazilië zou moeten lopen via containers met zout die naar Antwerpen gingen. De beraadslagingen in de PGP-chats laten zien dat het plan aanvankelijk niet gaat zoals de heren willen. Het bedrijf gebruikt verschillende laadhavens in Brazilië. De smokkelaars die willen meeliften, willen een laadhaven en een containerverbinding met Europa waar ze de cocaïne veilig kunnen laden én veilig kunnen lossen. De zoutcontainers gaan naar Antwerpen en daar moeten ze aankomen op een kaai waar de groep mensen bij douane en havenbedrijf in handen heeft. Ze willen graag kaai A gebruiken. Maar dan moet de container een tussenstop maken in de haven van Santos.

Luxuryballoon: Maat ze willen laden in Natal of Fortaleza als bak weggaat daar dan gaat hij er in Santos af en wordt hij overgeladen op een andere boot en dan naar kaai A, beetje kut vind ik

Slempo: ja dat is kut

Slempo heeft regelmatig overleg met contacten in de haven die op een aantal Antwerpse kaaien mensen kunnen aansturen voor veilige afhandeling. Dat zijn havenmedewerkers en (douane)ambtenaren. Concreet heeft de groep in april 2020 voor transporten uit Costa Rica en Brazilië in Antwerpen kennelijk allerlei mogelijkheden, zo blijkt uit de Encro-chats. De kaaien A en B (‘daar kunnen we veel’), kaai C zit volledig in de zak (‘3 shifts en de planner’), D kan ook (‘alleen de scan, ze hebben van de vier man twee die daarop werken’). En ook kaai E komt in aanmerking, omdat daar bij een scan corrupt havenpersoneel een ‘schone’ container kan aanleveren.

Maat ze willen laden in Natal of Fortaleza als bak weggaat daar

Als de groep werkt met corrupt douane-personeel zijn er drie opties, zo valt te concluderen uit de chats. Een corrupt contact regelt dat een container niet wordt gecontroleerd. Komt een container onverhoopt toch door een scan, dan moet deze scan worden uitgevoerd door douaniers en havenmedewerkers die handlangers zijn van de criminelen. Falen deze twee opties, dan is er een ‘plan b’. Dat is het geval als niet verhinderd kan worden dat een container met drugs een scancontrole) krijgt. In zo’n geval moet een willekeurige container in plaats van de ‘hete bak’ naar de scancontrole, een risicovolle operatie waarvoor extra moet worden betaald. 

Zo’n ‘plan b’ kwam ter sprake in de contacten over de op te zetten Braziliaanse lijn. Er was uiteindelijk een akkoord over een te volgen route die zou leiden naar kaai A in Antwerpen. Op 6 april informeerde Luxuryballoon nog even bij Slempo of die zeker weet dat die kaai stevig in handen is: is er op A plan b?

Slempo: ja B ook

Luxuryballoon: ok top

Slempo: ze kunnen daar bak wegtrekken voor de scan als rood valt kost wel 20% ze halen bak weg en zetten terug

Omdat een transport van 5.000 kilo is voorzien, wil Luxuryballoon geen percentages. Twintig procent van 5.000 wordt hem te duur, hij wil per container afrekenen. 

Luxuryballoon: maak bakprijs voor dat als we 5000 doen dan is dat 27.000.000 (euro)

Slempo: ja klopt dan beter bakprijs ik ga voorstellen

De cocaïne inkopen kost Luxuryballoon in Brazilië 7.000 euro per kilo (inclusief de opzet). Een paar dagen later heeft Slempo een deal met een crimineel in Antwerpen die daar corrupte ambtenaren op kaai A aanstuurt. Hij wil 100 kilo ‘meelopen’. Dat is dus cocaïne die Luxuryballoon van tevoren in Brazilië moet aankopen en voorschieten. Als het transport lukt, wordt die 100 kilo verkocht en wordt er afgerekend met de meeloper (en ook als het mislukt over de voorgeschoten som). In het geval dat een ‘plan b’ noodzakelijk wordt, wil het Antwerpse contact daarvoor 100 kilo ontvangen. Dat is akkoord.

Luxuryballoon vat de deal nog even samen voor Slempo: Bij groen [geen controle, red.] betalen we niks dus bij groen dan lopen ze alleen mee 100 stuks (...) als we vallen [gepakt door Douane, red.] betalen ze me die 100x7000 en als ze redding moeten doen 100 stuks voor het werk.

Maar twee dagen later, op 8 april, is alles weer anders. Luxuryballoon heeft nieuwe instructies vanuit Brazilië, het wordt een andere kaai: ik heb akkoord voor 5000st vanaf Salvador dus wordt kaai E geen kaai A dat willen ze niet

Geen probleem voor Slempo: ok moet nog deal maken plan b vaste prijs voor die kaai.

"Er arriveren maar weinig kilo’s cocaïne ongestoord zonder dat er een corrupte havenmedewerker of ambtenaar bij betrokken is"

Corruptie

De harde waarheid is dat er in Antwerpen, en ook in de Nederlandse havens, maar weinig kilo’s cocaïne ongestoord arriveren zonder dat er op een of andere manier een corrupte havenmedewerker of ambtenaar bij betrokken is. De gekraakte chats in het dossier rond Piet Costa maken helder dat cocaïne-criminelen in de haven kennelijk overal met corrupte contacten hun smokkelzaken gladjes kunnen laten verlopen.

Kwetsbaar is vooral de Douane. De Douane is aangesloten op een internationaal systeem dat het risicoprofiel van containers bepaalt. Een cruciale rol speelt de afdeling ‘Pre-arrival’ waar ambtenaren beoordelen welke twijfelgevallen een fysieke controle krijgen. Er werken ongeveer twintig ‘selecteurs’ op deze afdeling. De afgelopen vijf jaar zijn diverse medewerkers van deze afdeling verdachte geworden in strafrechtelijk onderzoeken naar cocaïnesmokkel. Een van hen kreeg zelfs 14 jaar cel. Momenteel is de corruptie-problematiek nog lang niet opgelost.

Jaarlijks komen er zo’n 8,5 miljoen containers de haven van Rotterdam binnen. Daarvan inspecteert de Douane er zo’n 40.000 met röntgenscanners en worden er 6500 opengemaakt en gecheckt. Eén op de 5471 containers krijgt dus een controle. Welk percentage wordt gepakt, is anyone’s guess.

Effectieve controle staat efficiëntie van het logistieke proces in de weg. De haven moet uit concurrentie-overwegingen zo snel mogelijk opereren (zeker waar het gaat om bederfelijke waar als tropisch fruit of andere voedingsproducten) en aan klanten de grootst mogelijke transparantie bieden.

Welk percentage wordt gepakt, is anyone’s guess

Het probleem van het toezicht op en de beheersing van die stroom biedt tal van extra mogelijkheden aan criminelen. Ze zullen corrumptieve contacten uitbuiten en havenmedewerkers omkopen, al dan niet na intimidaties. Zo infecteert het criminele virus ook sectoren van het havenbedrijf verder.

Een doelwit is bijvoorbeeld de steeds geavanceerdere track-and-trace-systematiek. Die is voor cocaïne-importeurs met de juiste contacten uitermate handig. Daarmee kunnen ze immers steeds beter het logistieke proces doorgronden en misbruiken, én hun smokkel-containers monitoren.

Alle circulerende, logistieke informatie binnen bedrijven en instellingen over werkwijzen van bedrijventerreinen en processen zijn interessant en onvoldoende afgeschermd. Het systeem van toegangspassen en toegangscontroles voor haventerreinen laat eveneens te wensen over.

Fysieke toegang tot haventerreinen waar containers staan, is essentieel voor smokkel volgens de rip-off-methode waarbij tassen met cocaïne stiekem in bepaalde containers van niet betrokken bedrijven worden geplaatst. Gespecialiseerde ‘uithalers’ gaan in Rotterdam en Antwerpen de terreinen op om containers open te breken en de cocaïne veilig te stellen.

Criminelen proberen ook met vrachtwagens toegang te krijgen om containers met cocaïne het terrein af te rijden, bijvoorbeeld als een container met cocaïne gestolen moet worden. Het algemene toezicht in de haven schiet op velerlei gebied tekort.

Wetenschappelijk onderzoek Erasmus Universiteit

Lieselot Bisschop, criminoloog en hoogleraar aan de Erasmus School of Law in Rotterdam, is een de schrijvers van meerdere wetenschappelijke studies over drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven. Ze wijst erop dat in toenemende mate ook de kleinere zeehavens in Noordwest-Europa te maken hebben met importen van drugs. 

 

De havens in Nederland, België en Duitsland hebben de handen ineen geslagen om te proberen de cocaïnehandel beter te weren. Hoe doen ze dat?

‘Als op bepaalde locaties binnen de Rotterdamse haven wordt gefocust en niet op andere, of als enkel Rotterdam een vuist probeert te maken, dan loop je het risico dat drugssmokkel zich verplaatst. Naast grensoverschrijdende opsporingsonderzoeken draaien, proberen de havens in de delta elkaar op de hoogte te houden van wat ze doen in de lokale samenwerking tussen overheidsdiensten (dus zeehavenpolitie, douane, havenmeester) en tussen overheden en bedrijven. Denk aan de publiek-private samenwerking in de Information Sharing Centers die in de Rotterdamse haven zijn opgericht om de aanpak via containerterminals gezamenlijk vorm te geven, maar ook elders navolging krijgen.’

Waar ligt de grote uitdaging bij het weerbaar maken van de bedrijvigheid in de Rotterdamse haven?

‘Om hun drugs veilig te stellen, hebben smokkelaars altijd kennis nodig over de haven, de logistieke processen en het toezicht. Daarnaast moeten ze natuurlijk ook fysieke toegang tot de haven of digitale toegang tot de informatiesystemen hebben. Voor elke smokkelmethode hebben ze die kennis en toegang nodig. De uitdaging ligt erin dat heel veel medewerkers van overheidsdiensten en bedrijven in de haven die kennis en toegang hebben en er dus een grote diversiteit aan medewerkers en bedrijven mogelijk kwetsbaar zijn om door smokkelaars benaderd te worden.’



Uw medewerkers en u hebben de laatste jaren veel betrokkenen gesproken uit allerlei sectoren in de Rotterdamse haven. Hoe denkt men daar over de kracht en impact van de internationale cocaïnehandel? 

‘Aan de ene kant vinden ze het een moeilijke strijd, hebben ze het gevoel links wat te pakken en het er rechts zien doorheen gaan. Ze hebben het over de verwevenheid van de drugssmokkel in de bovenwereld, over corruptie of over legale bedrijven waarin de illegale inkomsten witgewassen worden, het bredere plaatje waar ze zelf moeilijk grip op krijgen. Dat is vermoeiend en soms demotiverend. Aan de andere kant zien we bij heel van die overheden en ook bedrijven energie, passie en creativiteit. Ze willen er ‘op z’n Rotterdams’ hun schouders onderzetten.’ 

Welk effect zullen alle inspanningen en initiatieven van de anti-ondermijningsstrategie in Nederland hebben tegen de opmars van het wereldwijde cocaïne-netwerk? 

‘Die vraag kan ik onmogelijk op basis van ons onderzoek beantwoorden.

’

Lees verder Inklappen

Alarmklok

Het is de ambitie van de overheid om de ‘ondermijning’ van de samenleving aan te pakken. Daar worden honderden miljoenen euro’s aan gespendeerd, bovenop het anti-ondermijningsfonds van 100 miljoen euro en de 291 miljoen euro extra die de politie al kreeg.

Maar of de Nederlandse ambitie om een einde te maken aan ‘ondermijning’ en aan de verwoestende opmars van het cocaïne-systeem zal worden gerealiseerd valt sterk te betwijfelen. Het lijkt er sterk op dat de opsporing wereldwijd weinig kan doen aan het internationale cocaïne-systeem. De Nederlandse politie snuffelt hooguit wat aan de rafelranden van de internationale netwerken. Maar de ondermijning door cocaïnehandel zít nu juist in dat mondiale cocaïne-systeem, in die wereldwijde vertakkingen van criminele netwerken die tot in de Nederlandse samenleving reiken. En daar wordt niks aan gedaan.

De Nederlandse politie snuffelt hooguit wat aan de rafelranden van de internationale netwerken

Het probleem van cocaïnehandel aanpakken begint met de publieke erkenning van de Nederlandse overheid dat de huidige bestrijding niet werkt. Waarom faalt de repressie precies? Welk beleid zou er zinnig en effectief zijn? In die vragen ligt een concrete uitdaging voor wetenschappelijk onderzoek. De minister van Justitie kan wetenschappelijk onderzoek naar die vragen stimuleren. Hij kan ook partnerlanden bij de opzet van dergelijk onderzoek betrekken. Dit wetenschappelijk onderzoek moet internationaal georiënteerd zijn, omdat het probleem internationaal is.

Nederland zou binnen de EU de discussie op gang moeten brengen dat de huidige bestrijding niet helpt, dat het ons in wereldhaven Rotterdam over de schoenen loopt. Zo’n bekentenis is noodzakelijk, juist vanwege de positie en het immense belang van de Rotterdamse haven voor Nederland en Europa. Niet alleen Nederland, maar de hele Europese Unie moet de alarmklok luiden. Dát moet de eerste noodzakelijke stap zijn in een werkelijke strijd tegen ‘ondermijning’ door cocaïnehandel.

Ondertussen

Het is nu een goede anderhalve eeuw geleden dat Alfredo Bignon in zijn apotheek in Lima, Peru, zat te studeren op de verschillende coca-varianten in zijn land. Zonder de ambitie er rijk van te worden, maakte hij een recept voor de productie van ‘ruwe cocaïne’. Hij had de hoop dat dit cocaïne-sulfaat voor zijn land een winstgevend exportproduct zou kunnen zijn.

Dat is hem gelukt, zij het anders dan in zijn fantasie. De ‘ruwe cocaïne’ verlaat Peru nu in smokkelvliegtuigjes om na een lange weg in Europa te belanden, en in toenemende mate zelfs in Azië en Australië. Het land zelf is er in die anderhalve eeuw niets mee opgeschoten.

The Coca-Cola Company werd door de cocablaadjes een wereldmacht en laat nu nog steeds cocaïne maken. Ook de ‘cocaïnebaronnen’ zoals de Escobars en de Taghi’s werden rijk.

Een van de dubbele bodems in het cocaïne-systeem is dat de winnaars daarin slechts een minieme minderheid zijn. Wereldwijd dragen honderdduizenden anderen hun steentje bij, zoals de cocaboeren en de bolletjesslikkers. Veel mensen werken in armoede en nemen grote risico’s op de koop toe. Maar ze zullen trouw blijven aan het cocaïne-systeem omdat ze niets of niet veel beters kunnen vinden om aan geld te komen. Cocaïnehandel is ook een wereldwijd sociaal-economisch en politiek probleem.

Grapperhaus wil doorgaan met harde repressie van de internationale cocaïnehandel

Tegen deze achtergrond dringt de Nederlandse demissionair minister van Justitie er bij de Nederlanders op aan te stoppen met snuiven. Grapperhaus wil doorgaan met harde repressie van de internationale cocaïnehandel. Terwijl geschiedenis en wetenschappelijk onderzoek aantonen dat repressie tegen cocaïnehandel niet helpt, rust er bij de overheid een taboe op de publieke erkenning hiervan.

Deze serie opende met een beeld van recreatief gebruikende ouders die bij de basisschool hun kinderen opwachten. Op hen zal de oproep van Grapperhaus geen effect hebben. Op de borrelende menigte op vrijdagmiddag aan de Amsterdamse Zuidas vermoedelijk evenmin. De scooter-jongens met hun pakjes zijn alweer in aantocht. Jonge advocaten verdwijnen naar de wc. Ook hier heerst het taboe.

In het debat over de mondiale cocaïnehandel valt met een realistische benadering een wereld te winnen.