Beeld door Carolina Pimenta (via Unsplash)
© CC0 (Publiek domein)

  • Helaas staat er nooit bij dat de 100 jaar gebaseerd is op de huidige techniek.

In zijn tweede hoofdstuk schreef Niko Roorda over geld, waarde en perversiteiten. Vandaag maakt hij een begin aan hoofdstuk drie: over duurzaamheid, en de weeffouten in ons systeem.

Een nieuw hoofdstuk, een nieuw onderwerp. In de vorige aflevering werd hoofdstuk 2 voltooid, waarin ik schreef over waarde, over geld en tenslotte over perversiteiten. Vandaag begint hoofdstuk 3, waarin een ander hoofdonderwerp van mijn boek belicht wordt: duurzame ontwikkeling.

Om eerlijk te zijn: het zal voornamelijk gaan over uiteenlopende vormen van onduurzaamheid, waarbij in de komende maanden systematisch onderzocht zal worden in hoeverre die voortvloeien uit de structuur van het wereldwijde economische systeem.

Voordat ik binnenkort een begin maak met de publicatie van de conclusies van dat onderzoek, praat ik je vandaag bij over wat duurzame ontwikkeling is, hoe het begrip ontstaan is als een mondiaal actieprogramma, en wat het te maken heeft met economie. Je leest over de schok die in de jaren 1960 werd teweeggebracht door het boek ‘Silent Spring’ en over de enorme impact in de wetenschap en in de politiek van de publicatie van het befaamde boek ‘Grenzen aan de Groei’ van Meadows in 1972.

Ik hoop dat het nieuwe hoofdstuk je opnieuw kan boeien, zelfs de lezers en forumleden die een meer dan gemiddelde belangstelling hebben voor het verschijnsel ‘geld’, dat in hoofdstuk 3 geen grote rol speelt.

Vanzelfsprekend begin ik het hoofdstuk, zoals ik gewend ben, met een opmerkelijke case.

Hoofdstuk 3. De onduurzame economie

De ontwikkeling en verhandeling van medicijnen is een miljardenbusiness, waar zich opmerkelijke taferelen afspelen. De truc van Allergan is geen op zichzelf staand incident: verderop in dit hoofdstuk treedt de farmaceutische sector opnieuw op, in enkele cases die zonder twijfel pervers genoemd kunnen worden. Is de restasis-case ook pervers? Dat mag iedereen voor zich uitmaken; fatsoenlijk zal het optreden van Allergan door weinigen genoemd worden. Dat bleek ook uit commentaren van Amerikaanse parlementariërs en media: de vriendelijkste beoordeling was ‘sham’, schijnvertoning. 

Hoe dan ook, de cases over geneesmiddelen zullen samen getuigen van een lelijke ‘weeffout’: een structurele, diep in de menselijke systemen ingebedde bron van onduurzaamheid. Over zulke weeffouten gaat dit hoofdstuk.

1. Weeffouten: oorzaken van systemische onduurzaamheid

Voordat de focus komt te liggen op onduurzaamheid en weeffouten, is het belangrijk om eerst te kijken naar de positieve tegenhanger ervan: duurzame ontwikkeling.

1.1. Duurzaam

‘Duurzame ontwikkeling’, of kortweg ‘duurzaamheid’: het is een term die voor veel mensen een bron van inspiratie is. Maar voor anderen is het vooral een modewoord of een vaag begrip. Om die vaagheid te elimineren zijn in de loop van de jaren honderden definities en toelichtingen voorgesteld. Bijna allemaal zijn ze nadere uitwerkingen van een breed aanvaard uitgangspunt:

Deze definitie is bedacht door de Commissie Brundtland, de door de VN opgerichte commissie die in 1987 haar beroemd geworden eindrapport uitbracht: ‘Our common future’.

Inspirerende definities

De definitie van Brundtland mag dan correct zijn in de ogen van velen, hij heeft een belangrijk nadeel: het is niet meer dan een korte, zakelijke beschrijving van wat ons te doen staat. ‘Brundtland’ spreekt van ‘behoeften’, en dat is nogal ruim te interpreteren. Als we niet uitkijken gaat het op den duur om behoeften zoals pakweg ‘iedereen een tweede auto, iedereen een jacht’ en kan het allemaal ontaarden in een grof soort consumentisme waarbij ‘duurzaamheid’ ongeveer zoiets wordt als ‘koopkracht’. Dat is duidelijk niet wat Brundtland c.s. voor ogen hadden.

Het kan natuurlijk veel inspirerender. Achter de nuchtere woorden van de Commissie Brundtland school zeer beslist een veel creatievere, meer bevlogen gedachte. Die zou je bijvoorbeeld als volgt kunnen verwoorden:

Als je dat een idealistische opvatting vindt, heb je gelijk. In hoeverre ‘idealistisch’ hier tevens ‘realistisch’ betekent, dan wel ‘onhaalbaar’, daarover lopen de meningen uiteen. In ieder geval kun je als bezwaar tegen deze tweede definitie aanvoeren dat hij wel heel vaag is: nog vager dan de definitie van Brundtland, die ook al niet uitblinkt in concreetheid. 

Als je vervolgens probeert om de beide definities wat duidelijker en meer inhoudelijk uit te werken, kan dat bijvoorbeeld het volgende voorstel opleveren:

Ambitieus, niet? Opnieuw, zelfs nog sterker, dringt zich de vraag op of zo’n streven realistisch is. Toch, het zal je misschien verbazen: dit is vrij nauwkeurig gelijk aan waarvoor de wereldleiders in 2015 getekend hebben, zoals je weldra zult zien. 

Stille lente

Our Common Future’, het rapport van de Commissie Brundtland uit 1987, vormde het voorlopige sluitstuk van een proces dat al veel langer aan de gang was. Het rapport verschafte duidelijkheid die hard nodig was, want in de voorafgaande jaren was gebleken dat de traditionele benadering van de grote wereldproblemen lang niet goed genoeg was. 

Sinds de jaren ’60 groeide het besef dat de zorg voor het milieu in toenemende mate een probleem begon te worden. Er was onder meer alarm geslagen door Rachel Carson in haar onthutsende boekSilent Spring’ (1962), waarin ze wees op de grote gevaren van het intensieve gebruik van pesticiden in de landbouw voor tal van vogel- en andere diersoorten: de naam van haar boek verwees naar de stilte die valt als het gezang van de vogels verstomt.

Tegelijkertijd werden rijke en arme landen geconfronteerd met de ontwikkelingsproblematiek van de regio’s van de wereld die na de dekolonisatieperiode berooid en vaak slecht bestuurd waren achtergebleven in Azië, Zuid-Amerika en vooral Afrika, samen de ‘Derde Wereld’.

In die jaren ’60 werden het milieu- en het ontwikkelingsprobleem nog los van elkaar gezien, alsof ze niets met elkaar te maken hadden. Zo waren er wel meer problemen: de productie van voldoende voedsel, handelsbarrières, handelsoverschotten en -tekorten, de huisvesting van gastarbeiders en eigen burgers, de olieproductie, de internationale handel, de Koude Oorlog en meer.  De meeste geleerden en beleidsmakers veronderstelden in die tijd dat dit vraagstukken waren die elk afzonderlijk opgelost konden en zouden worden. Maar er kwamen ook andere geluiden.

In de jaren ’50 en ’60 werd een nieuwe wetenschappelijke benadering ontwikkeld: de systeemdynamica. In dat vakgebied worden complete, soms zeer ingewikkelde systemen ondergebracht in modellen waarin variabelen van uiteenlopende aard worden opgenomen. Als de methode bijvoorbeeld wordt toegepast op de planeet Aarde en de menselijke samenleving, kunnen die variabelen betrekking hebben op milieuvervuiling, veerkracht van de natuur, bevolkingsgroei, agrarische en industriële productie, bruto nationaal product van verschillende landen, consumptie, welvaart en armoede van burgers, beschikbaarheid van grondstoffen, bodemerosie, en nog veel meer.

De onderlinge wisselwerkingen van al die variabelen worden beschreven in de vorm van formules. Die kunnen ontleend zijn aan tal van wetenschaps- en technologiegebieden: natuur- en scheikunde, geologie, biologie, economie, politicologie, geneeskunde, noem maar op. Het model kan daarmee uiteindelijk honderden of zelfs duizenden variabelen en formules bevatten.

Een dergelijke benadering, waarin een poging wordt gedaan om alle of zoveel mogelijk relevante kenmerken en relaties in een systeem met elkaar in verband te brengen, wordt holistisch genoemd. In principe hadden zulke holistisch modellen al veel eerder ontwikkeld kunnen worden (hoewel de toenmalige wetenschappelijke kennis nog niet erg toereikend zou zijn geweest). Maar ze werden pas echt ontwikkeld na de introductie van de computer, aangezien het doorrekenen van zulke gecompliceerde modellen met de hand en de rekenliniaal gewoon niet te doen is. 

De eerste systeemdynamische modellen werden ontwikkeld en in de computer gestopt door Jay Forrester, in een poging om inzicht te krijgen in industriële cycli (1961) en de ontwikkeling van steden (1969). Vervolgens werden deze modellen uitgebreid tot een model voor de gehele wereld, inclusief tal van sociale, economische en ecologische aspecten (1971).

Forresters model (‘World2’) werd verder ontwikkeld in samenwerking met de Club van Rome, een groep van bezorgde wetenschappers die in 1968 voor het eerst bijeenkwamen (in Rome, vandaar de naam). Dat resulteerde in het boekTheLimits to Growth’ (1972), gebaseerd op een bijbehorend computermodel (‘World3’). Het boek zou verreweg het beroemdste van alle ‘Rapporten aan de Club van Rome’ worden.

Het rapport bracht een schok teweeg. Alle grote kranten schreven erover, zowel lovend als ronduit sceptisch, want de meningen waren sterk verdeeld.

Een ‘plotselinge en oncontroleerbare daling’: een wereldwijde catastrofe van ongekende omvang, dus. Meadows et al beschouwden deze dreiging echter niet als een voorspelling, dus als een onafwendbaar noodlot, maar als een waarschuwing om de koers te veranderen en zo deze dramatische instorting te voorkomen. De New York Times vervolgde met:

De journalist van de New York Times die dit stuk schreef, liet weten dat hij zich een samenleving in een stabiel economisch en ecologisch evenwicht wel kon voorstellen, maar dat er voor de realisatie daarvan een ‘Copernicaanse revolutie’ in ons denken nodig is:

Een heel ander geluid kwam van enkele auteurs die een maand later een stuk schreven in dezelfde krant. Zij vertolkten de meningen van allerlei sceptici:

Ondanks alle scherpe kritieken werden er dertig miljoen exemplaren van het boek verkocht in dertig talen. Het hevig aangevallen en verdedigde boek maakte voor velen – maar niet voor iedereen – duidelijk hoezeer alle grote problemen in de wereld met elkaar verweven zijn. Het boek en het achterliggende computerprogramma vormden een diepgaande wetenschappelijke innovatie, zoals steeds meer onderzoekers en politici zich in de jaren na de publicatie gingen realiseren. 

Het was zinloos om te blijven spreken over ‘het milieuprobleem’, ‘het ontwikkelingsprobleem’ of ‘het grondstoffenprobleem’ alsof dat afzonderlijke onderwerpen waren. In werkelijkheid waren ze allemaal diepgaand met elkaar verweven. 

Er was een gloednieuwe blik op de realiteit nodig: een geheel nieuw paradigma.

In de Nederlandse vertaling van het maart-artikel in de New York Times is het woord ‘houdbaar’ gebruikt. Gezien de tijdgeest van 1972 is dat waarschijnlijk de meest passende vertaling van het Engelse woord ‘sustainable’ dat in de originele tekst staat. Maar dat veranderde in de jaren erna. 

Het nieuwe paradigma, de samengestelde term ‘duurzame ontwikkeling’ (‘sustainable development’), werd voor het eerst als vaste combinatie gebruikt in 1980, in een gezamenlijke publicatie van drie internationale organisaties voor natuur en milieu: IUCN, UNEP en het Wereld Natuurfonds. Vervolgens nam de VN het initiatief om een commissie op te richten onder voorzitterschap van Gro Harlem Brundtland, die in 1987 het al genoemde rapport Our Common Future uitbracht met daarin de befaamde basisdefinitie van het nieuwe paradigma. 

Het wereldwijde actieprogramma genaamd duurzame ontwikkeling was begonnen.

Duurzaamheid en economie

De manier waarop de Brundtland-Commissie duurzame ontwikkeling beschrijft is algemeen omarmd. Het geldt zo’n beetje als de ‘officiële’ definitie. Wat je misschien nog niet is opgevallen, is dat de definitie in dit boek in feite al eens een keer genoemd is. In hoofdstuk 2 werd een gedachtenexperiment beschreven, waarin werd aangenomen dat geld nog niet bestond. Daarbij ontstond de volgende dialoog:

“Wilt u voor ons iets gaan bedenken wat de handel wat gemakkelijker maakt?”

“U bedoelt een soort ruilstelsel met symbolen of zo?” informeert u. 

Even later gaat de dialoog verder met:

“Maar waarom? Waartoe, en zo?”

“Wel, om ervoor te zorgen dat alles gladjes verloopt. Dat iedereen het een beetje leuk heeft. En het allemaal netjes blijft.”

Dat laatste antwoord: dat bevat de definitie. “Dat iedereen het een beetje leuk heeft” gaat over het voorzien in de behoeften van de huidige generatie. “Iedereen”, dus alle mensen, waar ook ter wereld. “En het allemaal netjes blijft”: “netjes” kan uitgelegd worden als een gezonde samenleving en het behoud van de natuur; en “blijft” vereist dat dit in de toekomst wordt volgehouden. Samen vormen de twee zinnen precies de Brundtland-definitie.

Duurzame ontwikkeling gaat dus in ieder geval over mensen, over samenlevingen en over de natuur. Maar dat is niet alles. In diverse toelichtingen op de term wordt ook de economie nadrukkelijk genoemd. Zo verscheen er in 1992 een document in opdracht van de Verenigde Naties dat de nadruk legde op de relatie tussen ecologie en grenzen aan de groei van de economie:

Anderen benadrukten de relatie tussen economie en de kwaliteit van het menselijk bestaan:

Dat het niet alleen gaat over elementaire levensbehoeften maar over veel méér, werd benadrukt door onder meer Hill et al:

Daarmee is duurzame ontwikkeling een heel breed begrip, dat noodzakelijkerwijs ook een ethische, een politieke en een internationale kant heeft. Strong benadrukte hoe diep de gevolgen daarvan zullen zijn voor de gehele wereldordening:

Tenslotte

Dat was mijn korte overzicht van wat duurzame ontwikkeling is, waarom we überhaupt over dat complexe begrip spreken, waarom dat zo ongelooflijk belangrijk is, en wat de verbanden zijn met de economie. Wil je meer details? Lees dan mijn Basisboek Duurzame Ontwikkeling (3e editie, 2015) of mijn Fundamentals of Sustainable Development (2e editie, 2017).

Volgende keer vertel ik je over de welbekende ‘Triple P’: planet, people en profit. En over de SDG’s: de Sustainable Development Goals, die voor alle landen de duurzaamheidsagenda bepaalt voor de periode van 2015 tot 2030. Weet je nog wat ik zojuist schreef over de wel zeer ambitieuze definitie nummer (3) van duurzame ontwikkeling? “Dit is vrij nauwkeurig gelijk aan waarvoor de wereldleiders in 2015 getekend hebben.” Dat betreft dus die SDG’s. Tot de volgende keer.

Download de inhoudsopgave en de weer gegroeide literatuurlijst via https://niko.roorda.nu/books/fundamenteel-nieuw-economisch

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 375 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 546 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Lees meer

Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

Volg dossier