Vermogensbeheerkosten bij pensioenfondsen verdubbeld

Schaalvoordelen bij pensioenfondsen? Columnist David Hollanders becijfert juist dat de vermogensbeheerkosten van pensioenfondsen in 17 jaar tijd zijn verdubbeld. En dat is nog de conservatieve berekening. Hij vermoedt dat de privatisering van het ABP een verklarende factor is.

De titel zal het niet snel doen vermoeden, maar vorig jaar verscheen een opmerkelijk working paper bij De Nederlandsche Bank. Titel: ‘Is there an optimal pension fund size? A scale-economy analysis of administrative and investment costs.' Het rapport bevat een analyse van schaalvoordelen bij pensioenfondsen. Dat zal buiten kringen van academici en toezichthouders de harten niet sneller doen kloppen, maar het artikel bevat interessante gegevens over de kosten van pensioenfondsen over een langere periode (1992-2009) dan op de website van de toezichthouder DNB zélf beschikbaar zijn. De gegevens betreffen bovendien geen schattingen maar zijn door fondsen zelf gerapporteerd.   Op basis van de paper (in casu tabel 4.1) valt onderstaand figuur te construeren. Hollanders grafiek vermogensbeheer De grafiek geeft twee kostenrepresentaties weer. Ten eerste is dat op de linkeras de ontwikkeling van de vermogensbeheerkosten per deelnemer - als indexcijfer waarbij de periode 1992 -1996 op 100 gesteld is. De tweede kostenrepresentatie is de vermogensbeheerkosten als percentage van het belegd vermogen (op de rechter-as). De kosten per deelnemer zijn voor inflatie gecorrigeerd.

Kosten zijn meer dan verdubbeld

Wat blijkt? De kosten per deelnemer zijn in een periode van 17 jaar verviervoudigd. Dat is het geval óndanks de stijging van het aantal deelnemers van 9,7 miljoen in de eerste tijdsperiode naar 17,54 miljoen in 2006-2009. NB. de categorie deelnemers bevat daarbij naast actieve en pensioengerechtigde deelnemers ook gewezen deelnemers – de zogeheten ‘slapers’ die niet meer premieplichtig zijn maar ook (nog) niet uitkeringsgerechtigd, bijvoorbeeld omdat zij inmiddels naar een andere werkgever en daarmee pensioenfonds overgestapt zijn. Pensioenfondsen stellen zelf dat vooral de kosten per belegde euro relevant zijn bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van kosten(stijgingen). Maar uit de grafiek blijkt nu (rechteras) dat deze kostenindicator - door de fondsen zelf als relevant geacht - ruimschoots zijn verdubbeld.

Onverklaarbare kostenstijgingen

Kostenstijgingen kunnen ook gerechtvaardigd worden door veranderend en duurder beleggingsbeleid. Althans, als de veranderingen daadwerkelijk leiden tot hogere rendementen. In de working paper wordt daar bij stilgestaan. ‘The more complex assets are expected to go with higher costs, as they are more difficult to understand and more expensive to manage. Generally, the expected returns of such more risky assets are higher, ex ante at least offsetting the extra costs. During the last couple of years the riskier investment classes such as private equity, commodities and hedge funds became more and more popular with pension funds (Table 4.1; Bauer et al., 2010). Hence a significant influence is expected on the investment costs of the pension funds that do use these risky investment classes.’ In verschillende econometrische modellen worden de kosten verklaard door een reeks aan verklarende variabelen, waaronder de beleggingscategorieën van fondsen. Maar ook dan blijkt –in alle econometrische specificaties- tíjd een significante positieve invloed op de vermogensbeheerkosten te hebben. Met andere woorden: zelfs als hedge-fund managers exceptioneel presteren (wat in de paper overigens niet wordt onderzocht) en op grond daarvan terecht meer verdienen dan hun collega’s bij fixed-securities, dan nóg is er een onverklaarbare kostenstijging bij vermogensbeheerders van pensioenfondsen.

Kosten gestegen door privatisering?

Speculatie over de econometrisch onverklaarbare kostenstijging valt buiten bestek van het paper, want dat richt zich op schaalvoordelen (die bestaan beneden een belegd vermogen van 690 miljoen euro). Wat dan wel? Naar mijn mening kan op voorhand niet uitgesloten kan worden dat de privatisering van ABP in 1996, en de afsplitsing van vermogensbeheer van pensioenfondsen in aparte, commerciële, vrij van toezicht staande uitvoeringsinstanties in 2008, niet geheel vreemd zijn aan de gesignaleerde kostenstijging.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

David Hollanders

Docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Volg David Hollanders
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren