© CC0 (Publiek domein)

De oplossing voor de armoedeval

  • Wellicht is de verklaring hiervoor dat 2120 per maand het langdurig bestaansminimum is in Nederland voor deze gezinssamenstelling?
  • Auteur verwart harder werken met meer verdienen.

Als je in Nederland meer gaat verdienen, is de kans groot dat je er netto op achteruit gaat. Gastauteur Wouter Keller heeft de oplossing voor dat hardnekkige onrecht: weg met de bijstand, de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de sollicitatieplicht en inkomensafhankelijke heffingskortingen. Een basisinkomen en een vlaktaks is alles wat we nodig hebben.

Het kabinet trekt op de valreep 270 miljoen euro uit voor een salarisverhoging voor leerkrachten in het basisonderwijs. Voor hen kan de loonsverhoging oplopen tot 100 euro per maand. Een sympathiek cadeautje, zo lijkt het. Maar netto houden de onderwijzers er zo goed als niets aan over. De schuldige? Datzelfde kabinet.

Rutte-II heeft namelijk van ons belastingstelsel een razend ingewikkeld bouwwerk gemaakt met allerlei inkomensafhankelijke toeslagen en heffingskortingen. Die regelingen treffen vooral de lagere inkomensgroepen. We wisten al dat een bijstandsontvanger wordt ontmoedigd om te gaan werken; die wordt netto volledig gekort op zijn uitkering. Ook een minimumloner houdt amper iets over van een loonstijging. 

Economen noemen dit de ‘armoedeval’: het verschijnsel waarin het vrijwel onmogelijk wordt gemaakt om uit armoede op te klimmen door harder te werken. Minister Kamp heeft dit al eens ‘economisch en moreel onacceptabel’ genoemd. Lange tijd gold dit fenomeen alleen voor de armen. Maar vandaag, dankzij Rutte-II (en dus ook Kamp), geldt die armoedeval mogelijk al voor bijna de helft van álle Nederlandse huishoudens. 

Dus stel, op een dag komt er goed nieuws: je krijgt er 100 euro bruto bij. Het klinkt mooi, maar in de praktijk is de kans groot dat je er hooguit 20 euro aan overhoudt. In schrijnende gevallen houd je netto zelfs mínder over dan eerst. Dat is de overtreffende trap van de armoedeval: harder werken werpt je dieper de put in. De enige manier om uit de put te komen, is door een reuzensprong te maken en ineens tweemaal zoveel te verdienen. Maar dat is slechts weinigen gegeven. 

Er is echter een manier om die armoedeval te voorkomen. Het is eenvoudig, rechtvaardig, praktisch uitvoerbaar en betaalbaar. 

De juf gaat mínder verdienen 

Eerst terug naar de onderwijzer, die meent van Rutte-II een cadeautje te krijgen. Monique is net begonnen als lerares in de klas van mijn kleindochter. Als beginnende onderwijzeres verdient ze 2315 bruto per maand. Ze is getrouwd en woont in een huurhuis met haar man, die de dagelijkse zorg heeft voor hun thuis rondkruipende tweeling. Bij juf Monique is er dus sprake van een éénverdienershuishouden zonder kinderopvang. Wat houdt zij netto over?

De juf van mijn kleindochter leest in de krant dat ze er 100 euro bij krijgt, maar in werkelijkheid gaat ze er 25 euro op achteruit

Na aftrek van inkomstenbelasting en sociale premies, en dan de toeslagen en heffingskortingen van Rutte II, is dat 2265 euro netto per maand: nauwelijks minder dus dan bruto. En nu, hoera, de bonus van onze premier! Wat betekent dat voor juf Monique? Zij gaat nu bruto 2415 euro verdienen. Nog een keertje rekenen met al die lasten en toeslagen, en... dan houdt ze netto nog maar 2240 euro netto over. 

Huh? De juf van mijn kleindochter leest in de krant dat ze er 100 euro bij krijgt, maar in werkelijkheid gaat ze er 25 euro op achteruit? Dit is de armoedeval in optima forma.

Wat Rutte voor een modelgezin doet 

Geldt dat ook als je meer verdient, of juist minder? Om dat te onderzoeken rekenen we voor een modelgezin bij verschillende bruto-inkomens uit wat het netto overhoudt na inkomstenbelasting en sociale premies, plus al die moderne toeslagen en heffingskortingen. Daarvoor nemen we het modelgezin Jansen: een éénverdienersgezin met twee kinderen van 11 en 14 jaar, 500 euro huur, zonder vermogen, leaseauto of kinderopvang. We gebruiken de werkzorgberekenaar van Nibud en ronden alle bedragen af op 5 euro. 

In de onderstaande figuur zien we wat de familie Jansen netto krijgt als ze helemaal afhankelijk is van de bijstand van 1340 euro; als er 20 uur per week wordt gewerkt voor 800 euro bruto per maand, met halve bijstand; als er 40 uur per week wordt gewerkt voor het minimumloon (1565 euro bruto); als ze een zogeheten modaal inkomen verdient van 2850 euro en iets daartussen in (2210 euro). Deze vijf bruto inkomens tot en met modaal representeren de helft van de huishoudens in Nederland. We zien verder ook wat de familie Jansen krijgt als ze tweemaal modaal (5700 euro) verdient. Slechts 5 procent van de Nederlandse huishoudens verdient meer dan tweemaal modaal; die laten we hier buiten beschouwing. 

We zien dat iedereen van bijstand tot modaal netto ongeveer evenveel overhoudt, uitgaande van ons modelgezin. En zelfs die reuzensprong uit de put blijkt vandaag de dag niet zo heel veel om het lijf te hebben. Als meneer of mevrouw Jansen vanuit de bijstand op een dag een baan krijgt met een keurig modaal bruto looninkomen van 2850 euro, gaat hij of zij er niet meer dan 320 euro op vooruit. 

Wie meer verdient dan modaal zit voorlopig nog goed. Als onze familie Jansen bovenmodaal verdient, houdt ze netto ongeveer de helft over van alle extra’s zoals een bruto loonstijging. 

Juf Monique is bepaald niet de enige die zo goed als niets opschiet met een ‘extraatje’ - deze armoedeval geldt voor de helft van alle huishoudens

Juf Monique is dus bepaald niet de enige die zo goed als niets opschiet met een ‘extraatje’. Als je netto hooguit 20 procent overhoudt van een extra inspanning of extra loon remt dat de dynamiek op de arbeidsmarkt en de arbeidsparticipatie. En deze armoedeval geldt dus voor de helft van alle huishoudens. 

Ruttes cadeautjes – in de vorm van een loonsverhoging die vooral terugvloeit in de staatskas via de wirwar van inkomensafhankelijke regelingen – blijken niets anders dan de armoedeval met een mooie strik erom en een stralende glimlach van de gulle gever.  Immers als die 100 euro extra voor Juf Monique uiteindelijk neer komt op netto 25 euro minder, vloeit er dus ook 125 euro weer terug naar de overheid in de vorm van minder toeslagen et cetera.

Basisinkomen en vlaktaks

Om die armoedeval kwijt te raken, is fors ingrijpen nodig. Ik stel een combinatie voor van twee begrippen die voortdurend terugkomen in de discussie over een nieuw belastingstelsel: basisinkomen en vlaktaks. 

Een basisinkomen is onvoorwaardelijk. Anders dan bij een bijstandsuitkering krijg je het altijd, of je nu solliciteert of niet. Het is alleen afhankelijk van de leeftijd. Een basisinkomen verplicht tot niets. Iedereen krijgt het: de arme kunstenaar, de vrouw van de tandarts, de profvoetballer, juf Monique en haar partner. En het is altijd netto.

Een basisinkomen betekent: vrijheid, blijheid. Het verlicht de bureaucratie en controles van de ambtenaren, breekt met de financiële regelzucht van verkiesbare politici, en verhindert dat iemand nog bij vadertje Staat hoeft te bedelen. 

Er is veel discussie over wat de juiste hoogte van het basisinkomen zou zijn. Ik kies in onze rekensom voor 700 euro per maand voor een volwassene en 75 euro voor een kind. Waarom? Die 700 euro komt ongeveer overeen met het Nibud-budget voor een student, na correctie voor collegegeld, studieboeken, vervoer, uitgaan en mobiele telefoon. En die 75 euro is de gemiddelde kinderbijslag per kind nu.

Dan is er de vlaktaks, een vaste belastingvoet die ik bepaal op 50 procent tot tweemaal modaal. Deze vlaktaks dient als vervanger van álle huidige inkomstenbelastingen, sociale premies, toeslagen en heffingen. Concreet: als familie Jansen minder dan tweemaal modaal verdient, houdt zij dus over 100 euro extra brutoloon altijd gegarandeerd 50 euro netto over en geen cent minder. 

Minder betutteling, meer vrijheid    

Voor ons modelgezin Jansen betekent dat 1550 euro netto basisinkomen per maand, of er nu iemand werkt of niet. Dat is iets meer dan de huidige bijstand inclusief kinderbijslag.  

Dat lijkt mooi, maar dan vergeten we de huidige inkomensafhankelijke toeslagen (afgezien van de kinderbijslag), zoals de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Dat is voor ons modelgezin maar liefst 630 euro. Het zijn precies al die inkomensafhankelijke toeslagen die samen met de inkomensafhankelijke belastingen en sociale premies zorgen voor de armoedeval – en daar willen we vanaf. 

Wat betekent dat alles (700 euro basisinkomen, 50 procent vlaktaks) voor ons modelgezin Jansen? Hieronder zien we hoe figuur 1 eruitziet in dit nieuwe lastenstelsel.

Wat valt meteen op? De armoedeval is geheel verdwenen! Sterker, er is sprake van een mooie progressie in de netto-inkomens: bij iedere stijging van het bruto-inkomen zien we een stijging van 50 procent daarvan in het netto-inkomen. Voilà, dat is het effect van de vlaktaks. 

Als familie Jansen op het minimumloon (bruto 1565 euro) zit, is ze netto al beter af dan met het huidige belastingsysteem. Dat verschil blijft bestaan als familie Jansen wat meer verdient. Vooral bij een middeninkomen gaat familie Jansen er relatief flink op vooruit. 

We houden niet langer slechts 20 procent, maar liefst 50 procent netto over van extra bruto. Dus terwijl de zwarte balken in figuur 2 amper verschillen in hoogte tot modaal, is er bij het nieuwe systeem echt wat te halen als je meer gaat verdienen. Werken loont. 

Daarvoor betalen we wel een prijs. Als je in de bijstand zit of minder dan 800 euro bruto per maand verdient, krijg je in dit voorstel minder. Maar daarvoor krijg je wel je vrijheid terug. Je hoeft geen sollicitatiebrieven meer te sturen als je niet wilt, je wordt niet verplicht te gaan werken in de tuinbouw (wat je zomaar kan gebeuren als je nu in de bijstand zit), en er komt géén tandenborstelcontrole om te zien of je niet stiekem samenwoont. Minder betutteling, dus. 

Is het haalbaar?

Is deze combinatie van een basisinkomen van rond het bijstandsniveau en een vlaktaks van 50 procent betaalbaar? Daar lijkt het wel op. Op basis van grove berekeningen schat ik dat het ongeveer 30 miljard euro per jaar extra kost ten opzichte van het huidige stelsel van inkomstenbelastingen, premies, toeslagen en heffingen plus bijstand. 

De inning van belastingen en premies en de uitbetaling van toeslagen en uitkeringen wordt kinderlijk eenvoudig

Dat klinkt veel, 30 miljard, maar het valt best mee. Er zijn namelijk enorme voordelen te behalen bij de inning van belastingen en premies en de uitbetaling van toeslagen en uitkeringen. Dat wordt immers kinderlijk eenvoudig. Het gaat dan niet alleen om een besparing op ambtenaren en accountants, maar ook op overheidsuitgaven. Want met een basisinkomen komen uitkeringen als de AOW, WAO, WW, studiefinanciering, et cetera – samen jaarlijks al goed voor zo’n 75 miljard euro – geheel of gedeeltelijk te vervallen. 

Bovendien: zonder armoedeval zal ook de arbeidsparticipatie toenemen. Zelfs de koopkrachtplaatjes lijken acceptabel, zeker met een tweede belastingschijf voor hoge inkomens. 

En nu?

Ik pretendeer niet alles in detail en foutloos te hebben doorgerekend. De effecten voor andere huishoudtypes dan ons modelgezin moeten worden bekeken. De exacte hoogte van het basisinkomen en het precieze percentage van een vlaktaks: ze kunnen uiteraard worden bijgesteld. 

Maar het staat vast dat het lastenstelsel te veel uit de hand is gelopen. Daardoor is de armoedeval reëel geworden voor veel, veel meer mensen dan tot nu toe werd gedacht. Een basisinkomen plus vlaktaks biedt volgens mij een oplossing. Het idee is eenvoudig, en de uitwerking is praktisch prima uitvoerbaar en betaalbaar. 

Nu vraagt het nog om politici met lef. Zij zijn misschien nog wel de grootste hobbel op weg naar een rechtvaardiger belastingstelsel. 

Over de auteur

Prof dr. ir. Wouter J. Keller (69) is ingenieur, ondernemer en emeritus hoogleraar informatica. Hij is gepromoveerd op een fiscaal-economisch onderwerp. Voordat hij zijn eigen ICT-bedrijf begon, was hij tot 2001 o.a. hoofd Research, hoofd Automatisering en lid Raad van Bestuur van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS), waar hij in de jaren tachtig onder meer verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van de zogenaamde. dynamische koopkrachtplaatjes.

Hij dankt Coen Caminada (RUL),  Raymond Gradus (VU), Michael Roovers, Anna van der Schors (Nibud), Henk van Tuinen, Marco Visscher en Arne van der Wal (FTM) voor hun commentaar op eerdere versies. Alle opinies en eventuele fouten zijn voor zijn rekening.

Lees verder Inklappen
Over de auteur

Gastauteur

FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

Lees meer

Volg deze columnist

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid