Stikstofbemiddelaar Johan Remkes op weg naar zijn presentatie in Nieuwspoort

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

23 artikelen

Stikstofbemiddelaar Johan Remkes op weg naar zijn presentatie in Nieuwspoort © ANP/Phil Nijhuis

Remkes’ revolutie: VVD-veteraan verbouwt Nederland

2 Connecties

Relaties

Natura 2000

Personen

Johan Remkes
54 Bijdragen

Stikstofbemiddelaar Johan Remkes presenteerde deze week zijn rapport. De discussie gaat sindsdien vooral over het snel uitkopen van honderden ‘piekbelasters’. Maar wat Remkes feitelijk voorstelt is niets minder dan een radicale verbouwing van Nederland.

Het is de grootste gebeurtenis van het najaar in politiek Den Haag. Op de eerste rij van het zaaltje in perscentrum Nieuwspoort zit Christianne van der Wal (VVD), minister voor Natuur en Stikstof, met naast haar Piet Adema, op zijn derde dag als minister van Landbouw. 

Schuin achter hen leunt BBB-voorvrouw Caroline van der Plas tegen de muur, af en toe maakt ze een foto voor op Twitter. De rest is van de zaal is gevuld met journalisten. 

Alles en iedereen wacht op de verlossende woorden van de man die zichzelf introduceert als ‘onafhankelijk gespreksleider’: de shag rokende VVD-veteraan Johan Remkes. De oud-minister moest deze zomer de vastgelopen gesprekken tussen het kabinet en de boze boeren lostrekken en presenteert nu zijn rapport Wat wel kan

Boeren schrokken zich een ongeluk van het kaartje van Van der Wal

Remkes schetst in 25 minuten zijn ‘denkrichtingen’. De belangrijkste die blijft hangen, is dat binnen een jaar 500 tot 600 zogeheten piekbelasters moeten stoppen met hun bedrijf. 

Ook in de eerste reacties op het rapport gaat het vooral over die piekbelasters, en verder over het ‘stikstofkaartje’ dat minister Van der Wal op 10 juni publiceerde. Daarop staat per gebied met hoeveel procent de ammoniakuitstoot moet worden teruggebracht.

Boeren schrokken zich een ongeluk: sommigen zagen plots dat hun boerenerf in een gebied lag waar de uitstoot met 95 procent omlaag moest.

Remkes vindt nu – mét de boeren – dat het stikstofkaartje van tafel moet (‘het doet meer kwaad dan goed’). Minister Van der Wal gaat daar woensdag onmiddellijk mee akkoord: weg ermee. Op de rest van het rapport wil ze dan nog niet inhoudelijk reageren.

De media signaleren meteen een omslag in de sfeer: Remkes spreekt van ‘oprechte wanhoop in de ogen van redelijke mensen’. Ook de liefdesverklaringen aan zijn adres, die Caroline van der Plas maar steeds herhaalt (‘ik ben een beetje verliefd’) én dat ze het rapport ‘veelbelovend’ noemt, halen de kolommen en praatprogramma’s. 

Er is een schreeuwende behoefte aan ruimtelijke ordening door de overheid

De positieve woorden van Van der Plas vallen op, omdat óók Jesse Klaver (GroenLinks) en Jan Paternotte (D66) enthousiast zijn. Die dekselse Remkes lijkt erin geslaagd in ieder geval voor even de neuzen dezelfde kant op te krijgen.

‘Blije parlementariërs, dat stemt mij tot grote vreugde,’ zegt hij met een Remkiaans lachje.

Aan talkshowtafels en op de radio breken commentatoren zich het hoofd over de vraag of het eigenlijk wel kan: honderden piekbelasters binnen een jaar te laten stoppen. 

Maar de ‘denkrichtingen’ van Remkes gaan over veel meer. 

De grote verbouwing

Naast voorstellen voor de korte termijn, heeft hij ook plannen voor wat weleens kan uitdraaien op de grote verbouwing van Nederland. Die plannen zijn niet helemaal nieuw, maar omdat ze nu in Remkes’ rapport staan kan het kabinet er bijna niet aan voorbijgaan.

Remkes pleit ervoor ‘stapsgewijs toe te groeien’ naar vier verschillende zones in Nederland: 

  1. Beschermde natuurgebieden met alleen ‘zeer kleinschalige biologische’ landbouw zonder uitstoot van schadelijke stoffen. 
  2. Gebieden rondom beschermde natuur met ‘kleinschalige landbouw zonder schadelijke uitstoot’
  3. Gebieden met kwetsbare natuur waar ruimte is voor ‘extensieve en natuurinclusieve’ boeren met ‘zeer beperkte’ uitstoot van schadelijke stoffen. 
  4. Gebieden die niet grenzen aan beschermde natuurgebieden waar ‘hoogproductieve’ boeren hun gang blijven gaan. Dat wordt overigens geen business as usual: Remkes ziet geen toekomst voor wat hij ‘fabriekslandbouw’ noemt. Alle landbouwbedrijven moeten tot op zekere hoogte extensiveren: minder gewassen, minder gewasbescherming en minder dieren.

Volgens Remkes ging de discussie tot nu toe vooral over wat de boer allemaal niet kan doen. Terwijl, zo stelt hij vast, er plekken zijn waar ‘specifieke vormen van landbouw juist wel goed kunnen en zelfs moeten’ – als er maar duidelijke keuzes worden gemaakt voor maatregelen die onder meer nodig zijn voor klimaat, water, bodem en dierenwelzijn. 

En hier legt Remkes de vinger op de zere plek: opeenvolgende kabinetten verzuimden de broodnodige keuzes te maken voor de inrichting van Nederland. Met andere woorden: er is een schreeuwende behoefte aan ruimtelijke ordening, met een grote rol voor de overheid, iets waar de VVD van Remkes nooit echt dol op is geweest.

De stikstofbemiddelaar benadrukt dat dit soort radicale veranderingen alleen mogelijk is als ‘de menselijke maat in het oog wordt gehouden’. Volgens hem is een ‘stap-voor-stap-benadering’ cruciaal. Je hoort het Remkes bijna zeggen als hij schrijft: ‘Een patsboem-benadering wordt helemaal niets.’ 

Het poldercircuit

Met zijn rapport borduurt Remkes voort op plannen en ideeën die in het poldercircuit al langer de ronde doen. 

In februari 2020 kwam Martha Bakker, hoogleraar landgebruiksplanning aan Wageningen University & Research (WUR), met voorstellen voor zones die sterke gelijkenissen vertonen met de vier van Remkes. En in september 2020 presenteerde oud-hoogleraar duurzame ontwikkeling en voedselzekerheid Rudy Rabbinge, samen met Pieter Winsemius (oud-minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer), een soortgelijke visie

Over ‘een jaar over dertig’ is het platteland in zones verdeeld

Bakker werkte haar plannen in april 2021 verder uit met een groep wetenschappers, onder wie Wim de Vries, hoogleraar milieusysteemanalyse aan de WUR. Ze stelden dat ‘een radicaal andere koers nodig is die een doorbraak uit de huidige impasse kan betekenen’. De wetenschappers verwachtten dat het platteland over ‘een jaar over dertig’ in zones is verdeeld, mits de boeren meewerken. Remkes neemt die termijn van dertig jaar over.

In april vorig jaar verscheen ook een studie van een ambtelijke werkgroep die was ingesteld op verzoek van het toenmalige Kamerlid Mark Harbers (VVD). In die werkgroep – verder vooral bevolkt door hoge ambtenaren – zat ook hoogleraar Bakker. Het advies was verschillende agrarische activiteiten te clusteren. In zones. 

In mei 2021 namen organisaties die het ‘brede midden’ vertegenwoordigen (werkgevers, de natuurbeweging en LTO, de grootste boerenorganisatie) die ideeën op in hun Versnellingsakkoord stikstofemissiereductie. Inclusief het voorstel ‘overgangszones’ te introduceren. 

Nu is de beurt dus aan de politiek. 

Het stikstofkaartje en ‘zonering’ 

Het zo bekritiseerde kaartje mag dan van tafel zijn, dat betekent niet dat de grote verbouwing van de baan is. Integendeel. De zones die Remkes voorstelt, zullen leiden tot andere kaartjes. En dat is misschien maar goed ook. Want dat van Van der Wal was onwerkbaar, oordeelt Wim de Vries, de Wageningse hoogleraar milieusysteemanalyse.

De plattegrond van de minister ging alleen over ammoniak. Maar CO₂, lachgas, methaan, nitraat en fosfaat – stoffen met grote effecten op de waterkwaliteit en klimaatverandering – waren er niet in verwerkt. 

Al die stoffen en de problemen die ze met zich meebrengen zijn met elkaar verknoopt, en dat wéét ze, zegt De Vries. Maar toch kwam Van der Wal met een voorstel waarin ze niet zijn meegenomen.

De stikstofcrisis

De directe oorzaak van de huidige stilstand in de bouw, bij wegprojecten en uitbreidingen van agrarische bedrijven is de Europese natuurbeschermingswet, de Habitatrichtlijn uit 1994. Van elk project moet vooraf worden aangetoond dat het niet leidt tot verslechtering van nabijgelegen Natura 2000-gebieden – in Nederland zijn dat er 162. 

Zo mag een melkveehouder pas uitbreiden als hij ‘zekerheid’ kan bieden dat zijn bouwplan ‘de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten.’

In ongeveer 90 Natura 2000-gebieden is een stikstofprobleem: zo verzuurt de bodem, sterven eikenbossen af en brandnetels en bramen overwoekeren de heide. In Nederland is ongeveer 60 procent van de stikstofdepositie afkomstig van de landbouw. 

In de afgelopen dertig jaar wist de sector de stikstofuitstoot wel flink terug te dringen: van 334,6 miljoen kilo ammoniak in 1990 tot 113,4 miljoen kilo in 2020. Sinds 2012 is die reductie gestagneerd. De uitstoot van stikstofoxide (NOx), voornamelijk door de industrie en het wegverkeer, neemt nog wel elk jaar af.

Lees verder Inklappen

Remkes doet dat wel. Hij pleit ervoor de uitdagingen in onderlinge samenhang aan te pakken, en hij waakt ervoor om direct met een plattegrond te komen. Wel moeten er ‘zo spoedig mogelijk regionale kaarten komen die minder gedetailleerd zijn’.

Radicale overgang

Terugkijkend namen bestuurders en politici met het stikstofkaartje een verkeerde afslag. De zones die Remkes nu bepleit, zijn veelomvattender en hebben de potentie uit te groeien tot het fundament van een verbouwd Nederland.

De wetenschappers uit Wageningen spraken over ‘een radicale koers’ en ‘een radicale overgang’. Remkes gebruikt dat soort termen niet, maar wat hij voorstelt is wel degelijk radicaal. 

Als de zones daadwerkelijk worden ingevoerd, zullen sommige boerengezinnen wellicht naar een ander deel van het land moeten. Een Fries kan wellicht beter boeren in Zeeland, maar verhuizen? 

‘Verhuizen van intensieve landbouw is niet per se noodzakelijk, als per zone de reductiedoelen maar worden gehaald’

Remkes zegt dat ‘alle gesprekspartners’ begrijpen dat de invoering van zones nodig is. Maar diezelfde gesprekspartners waarschuwen er ook voor dat niemand staat te trappelen om erf, vrienden, familie, dorp, kerk en voetbalclub achter te laten. 

Volgens hoogleraar De Vries is dat ook niet in alle gevallen noodzakelijk: binnen een zone kan soms best intensieve landbouw blijven bestaan, zolang de reductiedoelen maar worden gehaald. Met extensiveren of met innoveren. Die opvatting past ook in de ‘denkrichting’ van Remkes. 

De eerste opdracht voor ministers Piet Adema en Christianne van der Wal: de piekbelasters uitkopen, en zorgen dat Nederland ‘van het slot gaat’. Maar als die klus is geklaard, begint pas het echte werk.