De schrale innovaties van medicijnmakers

3 Connecties

Werkvelden

Economie Wetenschap Zorg
9 Bijdragen

Het mag wat kosten, medicijnfabrikanten tot innovatie bewegen: patenten, innovatiesubsidies, aftrekposten, publiek gefinancierd vooronderzoek en ga zo maar door. Maar hoeveel en wat voor medicijninnovatie krijgt de goegemeente hier eigenlijk voor terug?

Door het patentsysteem hebben farmaceuten een sterke prikkel om te investeren in zogenaamde ‘me too’ medicijnen. Dit zijn medicijnen die eigenlijk geen verbetering zijn op bestaande geneesmiddelen, maar een soort kopie die net genoeg verschilt van het origineel om te kunnen patenteren. Omdat medicijnmakers niet zomaar een kopie kunnen maken van een gepatenteerd medicijn moeten ze hier omheen innoveren -- een soortgelijk medicijn verzinnen voor een ziekte, zodat ook zij de markt kunnen betreden. Met name voor veel voorkomende chronische ziekten kan dit voordelig zijn.

Schrale innovatie

Nieuwe cijfers verzameld door Wemos en de European Public Health Alliance werpen licht op de omvang van 'me too' innovatie. Al meer dan tien jaar publiceert het Geneesmiddelenbulletin zogenaamde ‘pilwaarderingen’ van nieuwe geneesmiddelen op de Nederlandse markt. Het onafhankelijke maandblad – ze neemt geen geld aan van de farmaceutische industrie, noch mogen haar auteurs en reviewers banden met de industrie hebben – beoordeelt of er voldoende publiek beschikbaar onderzoek is naar een nieuw geneesmiddel en of de kwaliteit van het onderzoek afdoende is. Aan de hand hiervan komt ze tot een waardering van het medicijn. Ruim 112 medicijnen werden door het Geneesmiddelenbulletin tussen september 2000 en februari 2014 tegen het licht gehouden. Wat blijkt: maar liefst 55 procent van de beoordeelde medicijnen had geen toegevoegde waarde. Zeven procent was zelfs slechter dan wat er op de markt beschikbaar was. Van 35 procent was het twijfelachtig of ze een toegevoegde waarde hadden. En slechts 4 procent werd als een verbetering aan het bestaande aanbod beschouwd. Nederland is geen uitzondering. In de meeste landen zijn soortgelijke resultaten te vinden. Niet zo verwonderlijk, aangezien de farmaceutische industrie voor het grootste deel bestaat uit een aantal enorme multinationals. De Franse equivalent van het Geneesmiddelenbulletin kwam eerder tot de conclusie dat minder dan 25 procent van alle nieuwe geneesmiddelen een beter alternatief vormde dan wat er al op de markt was. Zo’n 15 tot 20 procent was zelfs slechter dan wat er al op de markt was. Op Europees niveau is er eigenlijk geen beleid om 'me too' innovatie af te remmen. Het Europese Geneesmiddelenbureau beoordeelt nieuwe medicijnen slechts op basis van de effectiviteit ten opzichte van een placebo (een nep-medicijn). Het doet er niet toe of er slechts beperkte effectiviteit is ten opzichte van bestaande alternatieven. In sommige EU-lidstaten is er echter wel beleid op dit vlak. Duitsland heeft in november 2010 een nieuwe wet aangenomen die geneesmiddelen duurder maakt wanneer ze geen toegevoegde therapeutische waarde hebben. Een farmaceut moet bij de toezichthouder aantonen dat zijn product beter is dan het beschikbare alternatief. Lukt dat niet, dan zal het Duitse Ziekenfonds een lagere inkoopprijs voor het medicijn vaststellen. Nog verder dan Duitsers gingen de Noren, die tot 1992 een zogenaamde ‘Medical Needs Clause’ in hun wet hadden. Deze hield in dat de autoriteiten ‘alleen producten die nodig zijn toelaat op de Noorse markt’. De lokale toezichthouder liet daardoor alleen geneesmiddelen met de beste baten-risicoverhouding toe. Door de toetreding tot de Europese Economische Ruimte in 1992 moest Noorwegen deze clausule uiteindelijk opgeven, aangezien deze werd gezien als een vorm van protectionisme. In 1992 was nog 13,8 procent van alle Noorse verzoeken tot medicijnautorisatie voor 'me too' geneesmiddelen, tegen 1995 was dat gestegen tot 32,4 procent. Ondanks de wetswijzigingen in Noorwegen pleitten sommige volksgezondheidswetenschappers, zoals Joel Lexchin, voor bredere internationale acceptatie van het Noorse systeem, juist omdat het de innovatie de juiste richting in stuurt. Dat er een oplossing nodig is staat in ieder geval vast: de term 'innovatie' is in het huidige medicijnpatentsysteem volledig uitgehold.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jesse Frederik

In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...