De staatsgeschenken voor de nieuwe ABN Amro-aandeelhouders

    Diepe verontwaardiging over graaigrage bankiers en nederige excuses daarover, het zijn slechts rituele danspasjes van de politiek en bankiers rondom dé beursgang. Want die gaat gewoon door. En de belastingbetaler mag opnieuw de eigen beurs trekken voor de prijzige cadeaus die anonieme beleggers in verre landen moeten paaien.

    Je kon erop wachten. Nadat medio mei de staatsbank naar buiten kwam met florissante winstcijfers en Gerrit Zalm zich in een interview in NRC Handelsblad in alle bochten had gewrongen om zich te verontschuldigen voor het ‘akkefietje’, pardon, voor ‘alle onrust’ die was ontstaan nadat er salarisverhogingen voor het bestuur waren aangekondigd, lag de weg vrij om de publieke notering van ABN Amro alsnog door de ministerraad te loodsen. En zo geschiedde.

    'Voorbeeldbank'

    De politiek heeft het primaat om het bankenlandschap in Nederland een ander aangezicht te geven, maar ze koos dus voor een andere weg. SP-voorman Emile Roemer nam grote woorden in de mond en sprak van ‘de grootste bankroof ooit’, en kwam Oog in Oog met journalist Sven Kockelman met zijn pleidooi voor een ‘voorbeeldbank’. Roemer voorspelde ook een parlementaire enquête en zette om die reden uiteen waarom de beursgang van staatsbank een ‘historische blunder’ is. Daar bleef het verbale politieke verzet bij. De pas op het schild gehesen Groenlinks-voorman Jesse ‘snotneus’ Klaver was niet bij machte om zelfs maar een zucht te slaken. Veel hoeft er dan ook niet verwacht te worden van de hoorzitting die de Kamer nog voorafgaand aan het debat over de beursgang wil organiseren. Een blozende Henk Nijboer (PvdA) zal om zijn almaar slinkende achterban te behagen nog een kritisch danspasje uitvoeren, maar daar zal het waarschijnlijk bij blijven. En dan gaat de Kamer gewoon akkoord.

    'Toedeledoki. Ga dan!'

    Opmerkelijk was nog wel het optreden vorige week vrijdag van premier Rutte op het VVD-voorjaarscongres in Papendal bij Arnhem. Rutte had zich in het hele debat rond de salarissen van bankiers nergens laten horen en behoorde tot de eersten die uitsprak dat ABN Amro, ondanks alle tumult over bonusbankiers, dit jaar gewoon naar de beurs kon. Maar opeens liet ook de voorman van de door integriteitskwesties geplaagde VVD zich gelden door de hufterige graaimentaliteit van bankiers onder vuur te nemen. ‘Ik erger me kapot aan bankiers die zeggen dat bonussen nodig zijn, omdat ze in het buitenland zo veel meer kunnen verdienen. Dan denk ik: “toedeledoki. Ga dan!”. Ik zie het nooit gebeuren.’ Een moreel appèl van een liberaal mag natuurlijk bijzonder worden genoemd, maar bij een man als Rutte vormen deze woorden niets meer dan vederlichte bühneversierselen die bij het eerste beste briesje van zijn schouders waaien. De waarheid is dat het weer business as usual is. Rutte’s partijgenoot Gerrit Zalm mag zich opmaken voor de verwezenlijking van zijn droom; het ceo-schap van een beursgenoteerde bank.
    DE WAARHEID IS DAT HET WEER BUSINESS AS USUAL IS
    Ook de meeste landelijke pers ging over tot de orde van de dag. In de analyse van Maarten Schinkel van NRC Handelsblad van vorige week donderdag ging het weer gewoon over vraag hoeveel de bank mogelijk bij de beursgang op kan leveren zonder dat de nut of de noodzaak van de beursgang verder nog ter sprake werd gebracht. Dat is spijtig want daar valt beslist het nodige op af te dingen. Ik neem u even mee langs de belangrijkste punten.

    Prijzige cadeaus voor toekomstige (anonieme) beleggers

    Het voornaamste argument voor de beursgang van ABN Amro is eenvoudig: om een opbrengst te realiseren van waarschijnlijk 15 miljard euro. Dat is het bedrag waarmee houder van de aandelen van de staat – NL Financial Investments (NLFI) – als de beoogde waardering voor ABN Amro naar buiten trad. Schinkel becijferde in zijn artikel (voor abonnees) dat de bank, wanneer de huidige marktwaarde voor het vermogen voor een bank als ABN Amro in aanmerking word genomen, in werkelijkheid zo’n 20 miljard waard moet zijn en dat NFLI daarmee de toekomstige belegger een korting geeft van rond de dertig procent. Ofwel 5 miljard euro. Met dit uiterst prijzige welkomstgeschenk [cadeau 1) wil de staat de toekomstige aandeelhouder paaien. Dat is goed voor de verdere koersontwikkeling van het aandeel zo weten beurskenners. Fijn. Het punt is echter dat de toekomstige aandeelhouder al wordt overladen met staatsgeschenken die aan een koninklijke bruidsschat doet denken. Deze cadeautjes zitten met name verpakt in de disfunctionele Nederlandse bancaire sector die in essentie niet concurrerend is, zoals onder meer bleek uit onderzoek van KPMG uit 2014. Drie banken hebben 80 procent van de Nederlandse markt in handen en dat leidt tot hogere prijzen. Een ruïneus fenomeen dat door politiek noch toezicht wordt aangepakt [cadeau 2]. Banken als ABN Amro kunnen daardoor overwinsten behalen over de ruggen van met name kleine klanten. Dit verschijnsel hebben we op FTM kort geleden aandachtig besproken.
    DE TOEKOMSTIGE AANDEELHOUDER WORDT OVERLADEN MET STAATSGESCHENKEN
    Het is dan ook niet zo gek dat Nederlandse grootbanken substantieel meer verdienen dan hun Europese tegenhangers. Het gemiddelde rendement op kapitaal van Europese grootbanken lag volgens de cijfers van DNB in 2013 nog rond de 5%, dat van Nederlandse banken lag in dezelfde periode maar liefst 40% hoger. Goed voor de buffers, minder goed voor consumenten en het midden- en kleinbedrijf. Bij deze royale geschenken blijft het niet. Want wat zeker niet mag worden vergeten is de overheidssubsidie waarmee een zeer belangrijke bedrijfsactiviteit van banken – de hypotheekbusiness – al vele jaren kunstmatig wordt gestut: de hypotheekrenteaftrek [cadeau 3]. Nederlandse hypotheekschulden (per capita de grootste ter wereld) kennen, ondanks de grote gemiddelde omvang van de schulden ten opzichte van het gemiddelde inkomen, een zeer laag risico en leveren sinds de crisis – ook weer vanwege de geringe concurrentie in ons bankenland – relatief hoge marges op. En alsof dat nog niet genoeg is, werd de huizenmarkt recent met behulp van overheidssubsidies zoals een verlaagd BTW-tarief voor de bouw en koopsubsidies aangejaagd. Jawel, bankieren in Nederland is een feest.
    BANKIEREN IN NEDERLAND IS EEN FEEST
    Toekomstige aandeelhouders van ABN Amro profiteren straks ook nog eens van de relatieve omvang van het instituut. Dé bank is in Nederland een too big too fail-bank met impliciete staatssubsidie – ofwel; de belastingbetaler biedt ongewild een vangnet aan [cadeau 4] dat ervoor zorgt dat het de bankiers nog makkelijker wordt gemaakt. Dat vangnet creëert een zogenoemde rating uplift bij de kredietbeoordelaars waardoor dit type banken goedkoper kunnen lenen (ziehier, vanaf pag. 23).

    Vangnet Bron: De Nederlandsche Bank (klik op afbeelding om te vergroten)

    ABN Amro zal nog enkele jaren deels in overheidshanden blijven, ABN wordt immers in delen naar de beurs gebracht. Dat betekent dat ABN ook na beursgang nagenoeg gratis geld kan lenen als de facto staatsbank [cadeau 5]. Deze ongekend lage inkoopprijs geeft de bank niet aan zijn klanten – die toch geen kant op kunnen – door. Integendeel. Zo verhoogde de bank de afgelopen jaren tussentijds de opslagen op leningen met variabele rente, wat tot een sterke verbetering van de rentemarges heeft geleid. Zo betalen alle particuliere vastgoedbeleggers sinds 2013 1,5 procent meer rente. In het eerste kwartaal verdiende ABN Amro 338 miljoen euro op retail banking, 49 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Dankzij de rentemarge. De marge op commercial clients is volgens analisten een ongekende 360 basispunten. De Nederlandse belastingbetaler, die de bank ooit van de ondergang redde en in groten getale klant is van ABN Amro, wordt dus uitgebeend zodat de staatsbank meer oplevert bij een beursgang [cadeau 6]. En dat allemaal voor die voornamelijk anonieme belegger die uitsluitend hongert naar nog meer rendement en geen enkele binding heeft met het achterland van de bank.

    Nutsbank wordt nog grotere too big to fail-bank

    Een goed functionerende bancaire sector is van eminent belang voor een economie, laat daar geen twijfel over bestaan. De huidige ABN Amro is niet de stoere internationale bank die zij vroeger was. Voor het overgrote deel is het een nutsbank met Nederlandse klanten. Nutsactiviteiten als betalen, sparen en kredietverlening zijn geen snelle business met hoge rendementen, eerder het tegenovergestelde. Het zijn eenvoudige bezigheden die op goed functionerende markten smalle marges opleveren. Bepaald niet spectaculair en dat geldt ook voor de werknemers die deze organisaties bevolken. Nutsbankiers zijn in wezen mensen die een dienende rol innemen, een soort van ambtenaren. Dit type bank zou geworteld moeten zijn in de gemeenschap die de bank bedient: de Nederlandse. In het meest logische geval zou dan ook het eigendom van de bank bij Nederlandse mensen, bedrijven of instellingen moeten komen te liggen. Een vorm die we kennen uit het Rijnlandse model, dat gebaseerd is op de overeenkomstige belangen van de partners/stakeholders en gericht is op de middellange- en lange termijn.
    NUTSBANKIERS ZIJN IN WEZEN MENSEN DIE EEN DIENENDE ROL INNEMEN, EEN SOORT VAN AMBTENAREN
    En toch wordt nutsbank ABN Amro naar de beurs gebracht om te worden verkocht aan anonieme beleggers die in Californië, Australië of in Andalusië kunnen wonen. Die aandeelhouders eisen een zo hoog mogelijk rendement op het eigen vermogen, liefst boven de 10 procent zo blijkt uit een internationale enquête onder banken. Dat is weer in strijd met de aanbevelingen van De Nederlandsche Bank, die vindt (ziehier, vanaf pag. 21) dat banken 'realistische' rendementsdoelstellingen' moeten hebben; doelstellingen die passen bij 'veranderende bedrijfsmodel van banken en de eisen die marktpartijen, toezichthouders en de samenleving sinds de crisis daaraan stellen.' Dat is een bedrijfsmodel dat minder risicovol is, wat voor de aandeelhouders een reden is genoegen te nemen met een lager rendement. Meer het model van de zojuist beschreven nutsbank dus. Uit de eerder genoemde internationale enquête onder banken blijkt dat beleggers hun rendementsdoelstellingen in de afgelopen jaren weliswaar hebben verlaagd, ‘maar dat deze veelal nog tussen de 10% en 15% liggen en soms hoger (grafiek 11),’ aldus DNB. ‘Dit ligt aanzienlijk boven de huidige realisaties. Daarnaast geeft de meerderheid van de ondervraagde banken aan dat beleggers hen aansporen om de doelstelling te verhogen. Ook in gesprekken met analisten komt naar voren dat veel beleggers een rendement op kapitaal boven de 10% verwachten.’

    meer rendement Bron: De Nederlandsche Bank (klik op afbeelding om te vergroten)

    ABN Amro komt die eisen van die begerige beleggers – met dank aan de talrijke staatscadeaus – nu al ruimschoots tegemoet. De bank had in het eerste kwartaal van 2015 een rendement op eigen vermogen van 14 procent. Een flinke toename ten opzichte van 2014 en volstrekt niet passend bij een nutsbank. Om zulke, volgens DNB 'onrealistische' rendementen te behouden, is de bank geprikkeld om zo min mogelijk kapitaal aan te houden. Bovendien is er met name voor een systeembank een prikkel om meer risicovolle activiteiten te ontplooien, nu er geen faillissement dreigt bij falen. ABN Amro zal wel moeten, vooral internationaal, want de koek in Nederland is verdeeld. Ofwel; het pre-crisis verhaal gaat opnieuw beginnen. Ziedaar de koers die onze met cadeaus afgeladen staatsbank gaat varen. Met dank aan de politiek. Dit artikel kwam mede tot stand dankzij de kennis en het zweet van Jan Hein Strop.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 1958 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Beursgang ABN Amro

    ABN Amro werd staatsbezit omdat de bank too big to fail was. En is. De noodzakelijke redding van ABN Amro kostte de Nederland...

    Volg dossier