Op ondoorzichtige markten gebeuren meestal heel rare dingen. De markt voor biobrandstoffen is zo'n markt. In het kader van het heilige doel 'minder CO2 op aarde' zijn de biobrandstoffen niet meer aan te slepen. Maar de zaak stinkt. Drie grote producenten van de biobrandstof ethanol dreigen midscheeps geraakt te worden door de Europese Commissie die een onderzoek is gestart naar...jawel, manipulatie van de richtprijzen van ethanol. Follow The Money duikt graag in deze ondoorzichtige markt om de smerigheid boven te krijgen.

    De Europese Commissie is onlangs een formeel onderzoek begonnen naar drie grote spelers op het gebied van biobrandstoffen. In de verdachtenbank: het Spaanse bio-concern Abengoa, de Alcogroup uit België en Lantmännen ek för uit Zweden. Deze drie concerns, actief in de productie en handel van de biobrandstof ethanol, worden verdacht van manipulatie van de ethanol-richtprijzen, de benchmarks. Ze zouden daarmee inbreuk hebben gemaakt op de EU-mededingingsregels. Een manipulatieschandaal komt de uitdijende bio-business weinig gelegen. De sector greep eerder deze maand de klimaattop in Parijs aan om de toekomstige vraag naar biobrandstoffen te vergroten. In een door de sector onderschreven biobrandstof-pleidooi vroegen ze wereldleiders om zich te committeren aan het doel om in 2030 minstens 15 procent van ‘s werelds totale oliegebruik in de transportsector te laten bestaan uit biobrandstoffen ‘met een significante vertegenwoordiging’ van zogeheten geavanceerde biobrandstoffen.

    Kunstmatige markt

    Follow the Money is bezig met een verkennend onderzoek naar deze vreemde nichemarkt waar wereldwijd zo’n 115 miljard liter (2013) aan biobrandstoffen (ethanol en biodiesel) wordt geproduceerd en waar Rotterdam met haar BioPort een leidinggevende rol in speelt voor de productie, opslag en distributie van biobrandstoffen. Zo heeft Abengoa, een van de verdachte ethanolbedrijven, in Rotterdam Europoort een ethanolfabriek met een jaarlijkse productiecapaciteit van 480 miljoen liter ethanol.  En Rotterdam wil een nog voornamere rol spelen op het gebied van biobrandstoffen. Zo kunnen nieuwe biobedrijven op de Maasvlakte 2 een plek zoeken op de gereserveerde 80 hectare. Voor de miljardenhandel in biobranstoffen is geen aparte beurs: de koper en verkoper, al dan niet met tussenkomst van handelaren, stellen onderling een contract op met daarin een prijs en de leveringscondities.

    De biobrandstoffen-handel heeft nogal een status aparte in de commodity markt

    De biobrandstoffenhandel bestaat grofweg uit biodiesel en ethanol en heeft nogal een status aparte in de commodity-markt. De vraag ernaar wordt kunstmatig aangewakkerd door wet- en regelgeving in hoofdzakelijk een paar markten: de Verenigde Staten en Brazilië (vooral ethanol) en de Europese Unie (biodiesel). Zo hebben brandstofleveranciers zoals Shell, BP, Total, Gulf en familiepompen in de EU een bijmengverplichting op basis van de Renewable Energy Directive (RED), een richtlijn uit 2009 die als doel heeft om CO2 te reduceren. Daarin is opgenomen dat in 2020 10 procent van de transportbrandstof afkomstig moet zijn uit hernieuwbare energie. In de praktijk heeft deze verordening ertoe geleid dat Nederlandse brandstofleveranciers hun benzine en/of diesel bijmengen met biobrandstoffen. De bijmengverplichting gaat om jaarlijks toenemende percentages: 5 procent vorig jaar, dit jaar 6,25 procent en in 2020 dus 10 procent. Iedereen die bijvoorbeeld langs de A4 diesel tankt bij de pomp ziet daardoor een paar procent biodiesel de tank invloeien. En in het geval van een benzinemotor kan de benzine zijn aangelengd met de biobrandstof ethanol.

    Soorten biobrandstoffen en hun waarde

    De eerste generatie biodiesel wordt gemaakt uit sojaolie (vooral uit de Verenigde Staten en Argentinië); zonnebloemolie en koolzaadolie (vooral uit Europa) en palmolie (vooral afkomstig uit Indonesië en Maleisië). De brandstof ethanol wordt gemaakt uit suikerriet, suikerbiet, maïs en granen. De duurzaamheid van deze eerste generatie biobrandstoffen staat steeds meer ter discussie, want de productie ervan leidt tot ontbossing en voedselschaarste vanwege de overlap tussen voedselmarkt en energiemarkt. De nieuwe generatie geavanceerde biobrandstoffen kent deze nadelen niet, want deze  worden gemaakt van afval zoals gebruikte oliën, plantresten en houtsnippers. De geavanceerde biodiesel komt in Nederland in aanmerking voor dubbeltelling. Een pomphouder kan zijn gewone diesel dan bijmengen met 5 procent biodiesel (B5) maar kan ook aan zijn verplichting voldoen om een blend te gebruiken waar gewone diesel met 2,5 procent geavanceerde (dus dubbeltellende) biodiesel is gemengd. De waarde van biobrandstoffen is gebaseerd op certificaten, die moeten aangeven hoe duurzaam een lading biobrandstof is. De meest bekende internationale certificering betreft International Sustainability & Carbon Certification (ISCC) die is afgestemd op de geldende Europese richtlijn. Voor biomassa is er dan nog het certificeringsysteem REDcert en specifieke biobrandstofsoort kennen ook weer certificeringen zoals Bonsucro voor suikerriet-ethanol en RSPO voor palmolie. ‘ISCC wordt in ieder geval internationaal geaccepteerd, maar het zou voor meerdere biobrandstoffen moeten gelden. Er zijn teveel losse certificeringsystemen,’ concludeert Bart-Willem ten Cate, managing director van het nieuwe bedrijf Refuel, dat zich richt op de handel en opslag van duurzame biobrandstoffen.

    Lees verder Inklappen

    Oligopolie

    De bijmengverplichting heeft ertoe geleid dat een ongereguleerde markt is ontstaan waarin aanbieders – de biobrandstofproducenten – de door hen geproduceerde biodiesel en ethanol verkopen aan de partijen met die verplichting. Daarbij gaat het echter niet altijd om gescheiden marktpartijen, want leveranciers  gaan steeds meer zelf biobrandstof produceren. Zo heeft bijvoorbeeld Shell een samenwerking met de Braziliaanse suikerriet-ethanolproducent Cosan waarmee Shell zijn ethanolbehoefte deels inhouse bevredigt. Total besloot dit jaar april 200 miljoen euro te investeren in het transformeren van zijn verliesgevende olieraffinaderij La Mede naar een biobrandstoffenfaciliteit waar het bedrijf jaarlijks 500 duizend ton biodiesel wil produceren en mengen. Leveranciers Repsol en Eni richten zich eveneens op productie. Voor de rest zijn de oliegiganten aangewezen op de tussenhandel. Die wordt gedomineerd door de ABCD-club: de commodity giganten Archer-Daniels-Midland Company (ADM), Bunge ltd (in 1818 opgericht in Amsterdam), Cargill en Louis Dreyfus (hoofdkantoor in Rotterdam).

    Verticale integratie

    Deze handelshuizen – actief in veel andere commoditymarkten zoals granen en suiker – hebben de afgelopen jaren op het gebied van biobrandstoffen ook hun slag geslagen door onderdelen uit boedels over te nemen van gefailleerde biobrandstoffabrieken, inclusief de bijbehorende logistieke assets zoals diepzeehavens en opslagfaciliteiten. Door deze vergaande verticale integratie kregen de handelsbedrijven de hele keten in handen: van het verbouwen van de grondstoffen zoals sojavelden tot de productie (omzetting naar biodiesel) tot de logistiek en de handel ervan.

    'Als je ze als biodieselfabrikant in de weg zit dan zijn ze best bereid om te “investeren” zodat jij geen marge kan maken'

    ‘De biobrandstoffenmarkt is de afgelopen twee jaar structureel veranderd,’ constateert biobrandstoffenmakelaar Kees Schipper van Global Bio Broker. ‘De markt voor eerste generatie biobrandstoffen is een oligopolie met wereldwijd een handvol grote bedrijven die biodiesel zien als verlengstuk van hun geïntegreerde businessmodel. Ze werken op kostprijs-plus basis, dus als het niet loont, zetten ze de fabriek gewoon uit. En als het wel loont dan draaien ze op volle toeren.’ Volgens Schipper schrikken ze ook niet terug voor stevige prijsconcurrentie. ‘Een standalone fabriek van een paar investeerders die het leuk vinden om in nieuwe energie te investeren, nee, die redt het gewoon niet. Als je ze als biodieselfabrikant in de weg zit dan zijn ze best bereid om te “investeren” en jou te beconcurreren zodat jij geen marge kan maken. Dat houden ze gerust 2 á 3 jaar vol.’

    Risicovolle business

    Het grote voordeel van deze miljarden-concerns is dat ze een breed portfolio hebben; biobrandstoffen vormen maar een paar procent van hun totale portfolio bestaande uit onder meer de handel in olie, granen, ijzer en andere commodities. Deze risicospreiding is geen overbodige luxe in de grillige biobrandstoffenmarkt. ‘Het voorspellen van het weer is makkelijker dan het voorspellen van de prijs,’ zegt Schipper. ‘De ene dag gaat er 15 dollar af en de dag erna weer 2,25 bij.’ Het is bovendien lastig om de (termijn)risico’s van biobrandstoffen te verkleinen door middel van derivaten. ‘Het is heel moeilijk te hedgen, want je hebt met twee markten te maken: de energiemarkt en de agrarische markt.’ Hij krijgt bijval van Bart-Willem ten Cate, directeur van het duurzame biobrandstoffen-bedrijf Refuel. ‘Biobrandstoffen hebben een eigen dynamiek en zijn daarom lastig te hedgen, want het is niet volledig gecorreleerd met fossiele brandstoffen. Het is namelijk ook een landbouwproduct dat afhankelijk is van weersinvloeden, oogsten en bijvoorbeeld de suikerprijzen.’

    Versnipperd beleid

    De prijs van de verschillende soorten biobrandstof staat niet enkel onder prijsdruk van de grote handelspartijen en weersomstandigheden, maar is ook afhankelijk van de politieke grillen in Brussel en de nationale regeringen. ‘Elk EU-land heeft zijn eigen methodieken om aan de Europese voorschriften te voldoen waardoor er eigenlijk heel weinig standaard is. De handel is steeds moeilijker en gedifferentieerder geworden,’ verzucht Schipper. ‘De bijmengverplichting is de afgelopen jaren iets groter geworden, maar er is vooral steeds meer sustainability bij komen kijken. De grap is dat het steeds minder om de moleculen gaat, maar steeds meer over de papierwinkel die er omheen hangt.’ Het opmerkelijke resultaat daarvan is dat dezelfde biobrandstof  in verschillende landen een verschillende waarde kan hebben. ‘Als een klant een prijs wil dan quote ik op vier verschillende manieren – een prijs voor Duitsland, voor Nederland, voor Frankrijk, Engeland en soms zelfs voor Italië,’ zegt Schipper. ‘Ik moet dus aangeven per land welke prijs, maar ook wát je allemaal met het product kan en mag in dat land.’

    Situatie Duitsland

    En dat verschilt nogal. Zo wordt er in Nederland en het Verenigd Koninkrijk nog gewerkt met een procentuele bijmengverplichting (minimaal 6,25 procent bij diesel en/of benzine) terwijl in Nederland de meest duurzame varianten weer in aanmerking komen voor dubbeltelling. Maar Duitsland heeft dit jaar de harde bijmengverplichting juist losgelaten. Dat land is overgestapt op een systeem dat de CO2-reductie van een specifieke biobrandstof leidend maakt. Op die manier krijgt bijvoorbeeld biodiesel vervaardigd uit afgedankt frituurvet een hogere waarde dan de eerste generatie biodiesel vervaardigd uit bijvoorbeeld palm- of sojaolie dat verschillende nadelen kent – in dit artikel van Follow The Money uitgewerkt – zoals het gebruik van kunstmest, het grote beslag op potentiële landbouwgronden voor voedselproductie en een mogelijk prijsopdrijvend effect op voedselprijzen. Makelaar Schipper: ‘In Duitsland hoeven brandstofleveranciers niet meer zoveel procent bij te mengen, maar moeten zoveel procent CO2 reduceren. De verschillende biobrandstoffen krijgen ieder een value en die kunnen ze nog opkrikken met energiebesparende productie- en transportmogelijkheden als ze grondstoffen bijvoorbeeld uit de buurt halen. Hetzelfde product krijgt zo verschillende waarden.’

    'Hoe kan het nu dat de regelgeving verandert, en dezelfde biobrandstof opeens een veel hogere CO2 opbrengst krijgt?'

    Ten Cate ziet echter wonderlijke dingen gebeuren bij de omslag. ‘In Duitsland wordt heel veel biodiesel uit koolzaadolie ingezet. In het verleden had die biodiesel een CO2 reductie van 38 procent, en je ziet nu dat die, met andere regelgeving, een CO2-reductie krijgt van tegen de 60 procent. Hoe kan het nu dat de regelgeving verandert, en dezelfde biobrandstof opeens een veel hogere CO2 opbrengst krijgt? Het verschil is wel dat de prijs in één keer stijgt, want biobrandstoffen met in potentie een hogere CO2-reductie worden verhandeld voor een hogere prijs.’

    Europese regelgeving

    De huidige bijmengverplichting is in de Europese Unie geregeld in de vastgelegd in de Richtlijn Hernieuwbare Energie 2009/28/EG. De bijmengverplichting in Nederland bedroeg vorig jaar 5 procent, dit jaar 6,25 procent en in 2020 moet 10 procent van de brandstof in de transportsector afkomstig zijn uit alternatieven zoals biobrandstof. In april kwam de EU met aanvullende eisen waarin ze stelt dat de geambieerde 10 procent voor maximaal zeven procent uit eerste generatie biobrandstoffen mag komen. Dit vanwege de nadelen die kleven aan de eerste generatie biobrandstoffen zoals ontbossing, stijgende voedselprijzen en landroof. De overige 3 procent moet uit alternatieven komen zoals geavanceerde biobrandstoffen of hernieuwbare elektriciteit in elektrische auto’s. In Nederland is dit jaar het systeem geïntroduceerd van Hernieuwbare Brandstof Eenheden (HBE: 1 stuk staat gelijk aan 1 Gigajoule aan geléverde hernieuwbare brandstof). Daarmee wordt de 6,25 procent verplichte bijmenging van biobrandstoffen gedekt. Brandstofleveranciers kunnen ook HBE’s kopen van andere bedrijven die bóven hun verplichting uitkomen.

    Lees verder Inklappen

    Papierwinkel

    De prijs van biobrandstoffen hangt aan elkaar van veel verschillende certificaten (zie kader). Schipper benadrukt het belang van een waterdicht certificeringssysteem. ‘Het prijsverschil is enorm: een simpele, enkeltellende biobrandstof is ruim twee keer zo duur als gewone gasolie. Je betaalt dus voor een stuk sustainability wat weer gevat wordt in een stuk documentatie. Er is een enorme spanning tussen de waarde van moleculen mét en zónder certificering. Het staat of valt met certificeringssystemen.’ Ten Cate wijst op het belang van goede auditors, de partijen die de oorsprong en duurzaamheid van biobrandstroffen controleren. Hij ziet daar vooruitgang. ‘In het verleden was de certificering een schimmig gebied, maar er wordt nu geaccrediteerd zodat niet Jan en Alleman een audit kunnen doen.Er zijn een paar heel serieuze geaccrediteerde bedrijven zoals SGS en Dekra en zij hebben echt iets te verliezen als ze het niet zorgvuldig doen.’

    Buiten de lijntjes

    De waarde van een scheepslading biodiesel hoeft niet enkel af te hangen van duurzaamheidscertificaten, maar kan ook afhangen van het land van oorsprong. Een bekend voorbeeld betreft Amerikaanse biodiesel. Jenseits wordt biodiesel zwaar gesubsidieerd tot wel 26,4 dollarcent per liter (komt grofweg ook neer op 264 per ton). Biodieselhandelaren werken met minimale handelshoeveelheden van 1.000 ton, waardoor het voordeel in de tonnen dollars loopt. De subsidiegolf in de VS leidde ertoe dat handige handelaren de Europese Unie overspoelden met gesubsidieerde biodiesel. Ter illustratie: in 2005 was de import slechts 7.000 ton biodiesel, twee jaar later 1 miljoen ton. Het leidde tot de bizarre situatie waarin vanuit Zuid-Amerikaanse en Aziatische havens schepen vol met pure biodiesel (B100) naar de VS voeren, om daar vervolgens een heel klein beetje gewone diesel bij te laden waardoor de gehele lading (zogeheten B99 bestaande uit 99 procent biodiesel en 1 procent gewone diesel) in aanmerking kwam voor subsidie.

    Antidumping maatregelen

    Het uiteindelijke gevolg van de goedkope Amerikaanse biodiesel: Europese biobrandstoffabrieken dreigden massaal om te vallen waarna de EU in 2009 kwam met zogeheten antidumping en antisubsidiemaatregelen. Amerikaanse biodieselfabrikanten zoals ADM en Cargill kregen te maken met importheffingen over hun made-in the-USA blends.

    'Het is een heel simpel trucje om het land van herkomst te verbloemen’

    Dat leidde vervolgens weer tot een omvangrijke biodieselzwendel waarmee de importheffingen werden ontweken. In de Canada-route werd bij oorspronkelijke Amerikaanse biodiesel op papier (in het certificate of origin) veranderd of er werd een korte tussenstop gemaakt in een Canadese haven. ‘Dat is een heel simpel trucje om het land van herkomst te verbloemen,’ zegt een voormalig medewerker van Inspectorate, een bedrijf dat onder meer ladingen biodiesel controleert. ‘Als je in een ander land bijlaadt danwel bijmengt dan verander je het product aan boord. In het land van bijmengen wordt de Bill of Lading opnieuw uitgegeven en verandert de origin naar bijvoorbeeld Canada,’ aldus de medewerker over de praktijk die re-BL-en wordt genoemd. Ten Cate kent de fiscale routes. ‘Er is altijd een grijs gebied en brandstofhandelaren werken met commoditiesmarkt waar het draait om tienden cent. Ook al is de biobrandstoffenmarkt maar 5 procent van hun totale brandstofportefeuille, als ze door lagere importbelastingen hogere marges kunnen maken dan helpt dat bottom line toch mee. Het idee zou toch moeten zijn om met zijn alle brandstof duurzamer te maken.'

    Mogelijkheden

    In deze ongereguleerde handelswereld, waar handelaren de dienst uitmaken, waar de regelgeving divers is, er miljarden aan groene subsidies worden vergeven, en waar de prijs van de scheepslading scherp afhangt van een paar documenten, ontstaan er mogelijkheden om buiten de lijntjes te lopen. De import van Amerikaanse biodiesel is afgelopen september door de Europese Commissie afgedicht door de antidumping-maatregelen met nog eens vijf jaar te verlengen. De vraag is nu in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van manipulatie van de ethanolbenchmarks waar de eerder genoemde drie ethanol-fabrikanten van verdacht worden.  

     

    Opmerkingen of tips: dennis@ftm.nl  

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 1017 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Internationale grondstoffenhandel

    Gevolgd door 345 leden

    De internationale grondstoffenhandel is een miljardenbusiness. Grote spelers als handelsmaatschappijen, oliebedrijven, banken...

    Volg dossier