Hoe kunnen nieuwe ondernemers en gemeenten samen maatschappelijke problemen oplossen? Om een antwoord te vinden op deze vraag organiseerden Social Enterprise NL en de gemeente Den Haag een congres. Follow the Money was erbij.

    Van pennen tot straatklinkers, van bruggen tot jeugdzorg: je kunt het bijna zo gek niet bedenken of je gemeente koopt het in. Jaarlijks geven de Nederlandse gemeenten samen ruim 41 miljard euro uit aan inkoop en aanbestedingen. Door decentralisering van de rijksoverheid gaat er op lokaal niveau steeds meer geld om. Hierdoor zijn gemeenten een belangrijke (potentiële) afzetmarkt geworden voor nieuwe ondernemers. Zij dragen met hun bedrijfsactiviteiten in veel gevallen bij aan de beleidsdoelstellingen van gemeenten, zoals afvalscheiding en werkplekken creëren voor bijvoorbeeld mensen met autisme. En, zo blijkt uit de Social Enterprise Monitor van 2016, die ondernemers zijn veelal op zoek naar nieuwe klanten. Eén en één is drie, zou je zeggen.

    Buy Social

    Dat is inderdaad wat Social Enterprise NL zegt. Daarom lanceerde het platform voor sociale ondernemers samen met Social Impact Factory eerder dit jaar ‘Buy Social’: een leernetwerk voor publieke en private organisaties die maatschappelijke impact willen verkrijgen door in te kopen bij nieuwe ondernemers – ook wel ‘sociaal inkopen’. 

    Maar wat zijn nu de voordelen van sociaal inkopen voor gemeenten? Hoe kunnen gemeenten een onderscheid maken tussen daadwerkelijk verantwoorde bedrijven en ondernemingen die doen alsof? En van welke informatie moeten nieuwe ondernemers de inkopende partijen voorzien?

    Dit zijn de vragen waarop het congres genaamd De social enterprise als businesspartner van de gemeente antwoord wil geven. Op 14 september om halftien ’s ochtends opent Willemijn Verloop van Social Enterprise NL het event, dat plaatsvindt in de Caballero Fabriek in Den Haag. De plek deed ooit dienst als sigarettenfabriek, maar is tegenwoordig een verzamelgebouw voor bedrijven in de creatieve en innovatieve sector. Zoals de Belgische hoogleraar Jonathan Holslag als een van de sprekers vertelt, lijkt de locatie geen toeval. Het gebouw staat symbool voor de transitie van een oude naar een nieuwe economie.

    Van groei naar vooruitgang

    In zijn betoog benadrukt Holslag dat nieuw ondernemerschap (dat hij ‘positief ondernemerschap’ noemt) mainstream moet worden. ‘Het is geen liefdadigheid, maar bittere noodzaak.’ Holslag bepleit dat we in de komende jaren de overgang van groei naar vooruitgang moeten maken. Dat betekent volgens hem simpelweg dat als de economie groeit, mensen er ook daadwerkelijk beter van moeten worden.

    Op dit moment is dat volgens hem niet het geval. Met behulp van grafieken legt Holslag uit dat de nominale groei van de Nederlandse economie niet resulteert in een groei van het aantal banen dat voor meer welbevinden en geluk van de medewerkers zorgt. Sterker nog, dat aantal daalt. ‘In een van de meest welvarende regio’s ter wereld zijn we in een situatie terechtgekomen waarin de private sector amper banen genereert die zorgen voor een hoog welbevinden, bijvoorbeeld banen die goed te combineren zijn met een gezinsleven of die mensen het gevoel geven dat ze met iets wezenlijks bezig zijn.’

    Race to the top

    Volgens Holslag kunnen we de discrepantie tussen de groei van onze welvaart en ons welzijn aanpakken door nieuw ondernemerschap te stimuleren. Zij creëren immers niet alleen economische, maar ook maatschappelijke en ecologische waarde. ‘Door deze ondernemers te ondersteunen, kunnen we van de economie een bouwplaats voor een betere samenleving maken,’ aldus Holslag.

    Holslag betreurt daarom het feit dat de prestaties van duurzame en sociale bedrijven onvoldoende door de markt worden beloond: ‘Ik zie veel goede intenties, maar veel van deze ondernemers krijgen hun businessmodel niet opgeschaald. Dit komt bijvoorbeeld doordat ze geen toegang hebben tot mainstream retailkanalen of doordat overheden deze ondernemingen onvoldoende faciliteren.’

    Om dit te veranderen roept Holslag bedrijven, burgers en overheden op om hun uitgavepatroon radicaal om te gooien. ‘Als we de nieuwe economie willen stimuleren, moeten we met onze euro’s niet langer stemmen op een oude economie die gestoeld is op moderne slavernij en vervuiling.’ Alleen zo kunnen we volgens hem de race to the bottom omvormen tot een race to the top: een samenleving waarin het geld dat we uitgeven een reflectie is van datgene wat we waardevol vinden in economische, maatschappelijke én ecologische zin.

    Impact door inkoop

    Deze omslag in het denken over waarde is precies wat Buy Social probeert te bewerkstelligen. Bart Krull van Social Enterprise NL vertelt: ‘Ik hoop dat we de bril van inkopende partijen kunnen veranderen. Een switch van puur prijsgericht naar waardegericht.’

    Zoals eerder aangestipt zou het voor gemeenten een logische beslissing kunnen zijn om volledig sociaal in te kopen, aangezien nieuwe ondernemingen in veel gevallen bijdragen aan hun beleidsdoelstellingen. En met ruim 41 miljard per jaar tikt dat flink aan. Dit is volgens Krull echter onmogelijk: ‘Aan de ene kant komt dat doordat de ondernemers niet alles kunnen leveren. Dat aanbod is er niet. Tenminste, nog niet. Want hoe groter de vraag, hoe meer verantwoorde ondernemers met passend aanbod zullen opstaan.’

    Daarbij komt dat bedrijven en gemeenten bij aanbestedingen boven bepaalde drempelbedragen die, afhankelijk van wat je inkoopt, variëren van 135 duizend tot 5 miljoen euro onder de Europese Aanbestedingswet vallen. Onder die wet is het voor overheden onmogelijk om de voorkeurspositie te geven aan een bepaald type organisatie, zoals een nieuwe onderneming.

    Volgens Krull hoeft dit echter geen probleem te zijn. Meer dan de helft van de inkoop van lokale overheden blijft immers binnen de desbetreffende drempelbedragen. Daarbij komt dat, als we naar de fase kijken waarin de meeste nieuwe ondernemers zich op dit moment bevinden, de aanbestedingen onder deze grenzen vaak goed bij het aanbod van verantwoorde bedrijven passen.

    Hier zit volgens hem een match: ‘Onder het drempelbedrag hoef je als gemeente maar drie offertes op te vragen en kun je dus bewust de keuze maken: ik wil dat minstens één van de drie bedrijven een nieuwe onderneming is.’

    Geen liefdadigheid

    Roos Spekman van Buy Social benadrukt dat sociaal inkopen geen vorm van liefdadigheid is. Net zoals bij iedere inkoopbeslissing staat de kwaliteit van het product of de dienst voorop. ‘Een inkopende partij die sociaal inkoopt,’ zegt Spekman, ‘maakt de keuze om bij te dragen aan het maatschappelijke doel van de onderneming in kwestie, maar alleen omdat die partij het product of dienst dat die onderneming aanbiedt ook echt nodig heeft en het tevreden is over de kwaliteit van dat aanbod.’

    Een sociale inkooprelatie biedt voordelen voor de nieuwe onderneming, zegt Spekman. ‘Voor de onderneming is een inkooprelatie, vooral als deze verder gaat dan een eenmalige transactie, erg waardevol. Zo’n relatie verstevigt het businessmodel van het bedrijf en zorgt er bijvoorbeeld voor dat de onderneming kan opschalen of naar meer locaties kan uitbreiden.’ 

    Maar ook voor de inkopende partij levert sociaal inkopen voordelen op, benadrukt Bart Krull. ‘Jong talent dat uit de collegebanken komt, kiest steeds minder vaak voor een werkgever die in de oude economie opereert. Als jij als bedrijf aan sociaal inkopen doet, kan dit jou als potentiële werkgever aantrekkelijker maken.’ Spekman vult aan: ‘Ook steeds meer consumenten vinden het belangrijk dat bedrijven op een verantwoorde manier met de maatschappij omgaan.’ Dit blijkt onder andere uit steeds duurzamer consumentengedrag.

    Verder kijken

    Voor een gemeente kan sociaal inkopen op de lange termijn ook kostenbesparend uitpakken. Tenminste, als de gemeente bereid is verder te kijken dan de directe kosten-batenanalyse van de inkoop.

    Op het eerste gezicht lijkt een keuze voor bijvoorbeeld een elektrisch taxibedrijf dat werkt met mensen met een zekere afstand tot de arbeidsmarkt duurder uit te vallen. Maar op de lange termijn zorgt de onderneming voor een betere luchtkwaliteit en minder mensen in de uitkering. Krull legt uit: ‘Als je de cirkel net wat breder trekt, dan is het uiteindelijke sommetje dik in de plus.’

    Kaf van het koren

    Als gemeenten zich die bredere blik eenmaal eigen hebben gemaakt en openstaan voor sociaal inkopen, is het voor hen van belang om het kaf van het koren te kunnen scheiden. Want nu steeds meer bedrijven claimen duurzaam en eerlijk te zijn, dringt de vraag zich op hoe je als gemeente weet welke onderneming daadwerkelijk verantwoord is en welke niet.

    Selma Steenhuisen van Social Enterprise NL: ‘Veel gemeenten willen wel samenwerken met nieuwe ondernemingen, maar weten niet hoe ze die moeten herkennen’

    De Code Sociale Ondernemingen kan hier een rol in spelen. Dit is een gedragscode waarin de kernprincipes van een onderneming die een maatschappelijk probleem oplost uiteen worden gezet. ‘Veel gemeenten willen wel samenwerken met nieuwe ondernemingen, maar weten niet zo goed hoe ze die moeten herkennen,’ zegt Selma Steenhuisen van Social Enterprise NL. Ondernemer Tim van Dooren vult aan: ‘Iedereen mag zich tegenwoordig verantwoord ondernemer noemen. Wanneer ben je het en wanneer niet? Ik kan me goed voorstellen dat gemeenten het eng vinden om met deze bedrijven in zee te gaan.’

    De gedragscode is een aantal maanden geleden gelanceerd is en moet nog worden doorontwikkeld. Het doel is dat ze het de gemeente makkelijker maken: ‘Van de ondernemingen die zich aan de code committeren,’ zegt Van Dooren, ‘weten gemeenten dat ze aan een aantal essentiële criteria voldoen, bijvoorbeeld dat impact belangrijker is dan winst.’

    Impact meten

    Naast weten dat ze daadwerkelijk met een verantwoord bedrijf om de tafel zitten, is het voor gemeenten van belang dat ze in kaart kunnen brengen wat op de lange termijn het resultaat van een sociale inkoopbeslissing is. Hiervoor is het volgens Karen Maas, programmadirecteur van het Impact Centre Erasmus, cruciaal dat ondernemingen hun impact meten en in kaart brengen in een impactrapport. Hiermee zijn gemeenten immers in staat om niet alleen de financiële, maar ook de maatschappelijke en ecologische kosten en baten van verschillende inkoopmogelijkheden met elkaar te vergelijken.

    Maar hoe werkt zo’n impactmeting? En waar begin je? Allereerst is het volgens Maas van belang dat de onderneming erachter komt of ze de goede dingen doen om het probleem in kwestie op te lossen. Pas na het beantwoorden van deze effectiviteitsvraag volgt de efficiëntievraag: doe ik deze dingen ook goed? ‘Pas als je weet dat je de goede dingen doet, kun je gaan optimaliseren.’ 

    Joske Paumen van The Colour Kitchen: 'Doordat we als onderneming laten zien wat we bereiken, worden we serieus genomen door partners en stakeholders'

    Impact meten is tijdsintensief, en daarmee duur. Maar het is de investering dubbel en dwars waard volgens Joske Paumen, medeoprichter van nieuwe onderneming The Colour Kitchen. ‘Doordat we als onderneming laten zien wat we bereiken, worden we serieus genomen door partners en stakeholders. Ze raken daardoor ook meer betrokken bij onze missie. Die binding kan ik inzetten om bestaande businesspartners te behouden en nieuwe klanten aan te trekken.’

    De bredere blik op wat we als waardevol beschouwen lijkt als een rode draad door het congres te lopen. Van de consument die met zijn of haar euro stemt en net wat meer moeite doet om erachter te komen wat een duurzame of eerlijke keuze is, tot de gemeente die zich buiten haar comfortzone begeeft en sociaal inkoopt, of de nieuwe ondernemer die tijd en geld investeert om te laten zien dat hij daadwerkelijk doet wat hij zegt dat hij doet. De transitie naar een nieuwe economie waarin welzijn centraal staat, vereist doorzettingsvermogen. Daaraan is in de Caballero Fabriek in Den Haag in elk geval geen gebrek.

    Over de auteur

    Nadine Maarhuis

    Gevolgd door 119 leden

    Schrijft voor Follow the Money over Het Nieuwe Ondernemen.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Het Nieuwe Ondernemen

    Gevolgd door 173 leden

    Puur en alleen ondernemen om financieel rendement te behalen is op de lange termijn onhoudbaar. Het nieuwe ondernemen - waarb...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid