De Tien Geboden van Vermogensbeheer

    In deel 2 van Paul van Straatens zoektocht naar de juiste vermogensbeheerder onthult hij de tien geboden van vermogensbeheer.

    Het piept en kraakt bij de vermogensbeheerders en vooral bij de kleintjes kopte het Financieele Dagblad vorige week. De regeldruk, het provisieverbod en het beursklimaat  van de afgelopen jaren zetten de inkomsten onder druk en dwingen partijen om hun deuren te sluiten of samen te gaan. Voor de klanten van de vermogensbeheerders is het extra opletten in deze veranderlijke tijd.

     

    Bij welke vermogensbeheerder moet je zijn? En vooral: bij welke vermogensbeheerder moet je niet zijn? Volgens het Financiële dagblad van woensdag bieden nieuwe vergelijkingssites uitkomst. Ik betwijfel het. Vooral omdat vergelijkingssites veelal gericht zijn op de prijs van het product en de diensten van vermogensbeheerders zich moeilijk laten vergelijken.

     
    De klagende consument
    De prijs zal ongetwijfeld voor veel particulieren het belangrijkste selectiecriterium zijn, maar dat is het niet. Het adagium ‘goedkoop is duurkoop’ is ook hier van toepassing. Zo heb ik in de loop van de tijd een checklist opgesteld met negen geboden die naast het genoemde adagium zomaar de tien geboden kunnen vormen die een particulier in acht zou moeten nemen wanneer deze op zoek gaat naar een vermogensadvies of vermogensbeheer.
     
    De checklist heeft vooral betrekking op het voorkomen van onaangename verrassingen, maar is daarnaast ook gericht op de rechtspositie van de klant. Wat als het fout gaat? Wat is dan de verhaalkans? Hoe gaat de dienstverlener met haar klanten om als deze ontevreden is of zich heeft beklaagd?
     
    De verscheidenheid in de reacties van financiële dienstverleners is groot en ook het verschil tussen vermogensbeheerders en banken is (te) groot. De banken hebben afzonderlijke klachtafdelingen die de interne klachtenprocedure (IKP) uitvoeren en de klagers nog wel eens tegemoet komen als over de gemaakte klachten actuele jurisprudentie bestaat. Bij de vermogensbeheerders zie je een ander beeld. Er lijkt nauwelijks sprake van een professioneel opgetuigde klachtenprocedure. Een aantal jaren terug ontvingen klagende particulieren in diverse gevallen niet eens schriftelijk  een antwoord. 
     
    Het KiFiD
    In Nederland mag de consument overigens niet klagen over de mogelijkheden om financiële dienstverleners aan te spreken op hun gedragingen. Al bijna zes jaar bestaat er het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD) dat allerhande klachten over financiële producten en diensten behandelt. Van niet uitgekeerde schade op schadeverzekeringen tot beleggingsverliezen als gevolg van een weinig oplettende vermogensbeheerder of vermogensadviseur.  De geschillencommissie van het KiFiD heeft zelfs de mogelijkheid om bindende uitspraken te doen. Een geweldige faciliteit voor de consument vooral als we naar bijvoorbeeld België en Denemarken kijken. In beide landen is er een vergelijkbaar klachteninstituut  (respectievelijk Ombudsfin en Pengeinstitutankenaenet), maar deze bestaan alleen uit een financiële ombudsman die uitsluitend adviezen af geeft die voor partijen geen enkele verplichting inhouden.
     
    Tien geboden
    In Nederland bestaan vergelijkbare situaties wanneer de consument klaagt over financiële dienstverleners die bij het KiFiD hebben laten vastleggen dat zij op voorhand  haar uitspraken niet als bindend (verplicht) zal accepteren. De klagende consument staat dan met lege handen en kan zich met een positief oordeel van de geschillencommissie alleen nog wenden tot de burgerlijke rechter.
     
    Voor de consument is het zaak dat hij deze groep financiële dienstverleners links laat liggen omdat deze de kwaliteit van zijn rechtspositie ernstig verminderen. In het register van het KiFiD zijn vele duizenden financiële dienstverleners ingeschreven, waarvan een niet gering deel (bij vermogensbeheerders is dit circa 20%) hun klanten dus achterstellen ten opzichte van hun concurrentie. 
    Het verschil wordt door de consument nog nauwelijks opgemerkt terwijl de gevolgen  aanzienlijk zijn. Vooral in het geval dat de geclaimde schade nog beperkt is biedt het KiFiD uitkomst. De kosten van een procedure bij het KiFiD zijn te verwaarlozen en de consument kan zelfstandig zijn claim via een voorgedrukt formulier indienen. Als de financiële dienstverlener dan niet als “bij voorbaat bindend” in het register staat vermeld heeft de consument een probleem. Voor de afdeling beleggingservice van de VEB is dat een reden om direct de rode vlag te hijsen wanneer een financiële dienstverlener zich NIET-bindend verklaart met de uitspraken van het KiFiD.
     
    Dit is wellicht het belangrijkste gebod voor de consument: doe geen zaken met financiële dienstverleners die zich niet als “bindend” hebben ingeschreven in het register van het Financiële Klachteninstituut. 
     
    De Vijf Geboden
    Het gaat me op deze plaats te ver om alle tien geboden uitvoerig te omschrijven en zal afsluiten met de opsomming van de vijf belangrijkste.
     
    1) Laat u niet (mis-)leiden door de prijs;
    2) Doe absoluut geen zaken met aanbieders die de uitspraken van het KiFiD niet als bindend accepteren;
    3) Beleg niet direct via een instelling in het buitenland;
    4) Laat geen groot vermogen beheren door een klein partij;
    5) Klaag tijdig en liever een keer te veel dan te weinig
     
    Dus nu rap naar het register van het KiFiD en zoek daar uw relaties op.
     

    * * * 

    Lees hier deel 1 van Paul van Straaten zijn column over vermogensbeheerders.

    Over de auteur

    Paul van Straaten

    Vermogenmonitor van Van Straaten is in Den Haag gevestigd. Van Straaten bracht voor honderden klanten zaken tot een bevredige...

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid