© Katja Fred

De US Chamber of Commerce is de grootste gorilla in Washington

Geen organisatie oefent in Washington D.C. zoveel invloed uit op overheidsbeleid en wetgeving als de U.S. Chamber of Commerce. Om de belangen te behartigen van talrijke industrieën voert zij rechtszaken en agressieve lobbycampagnes, mengt ze zich actief in de politiek en verkiezingen en schroomt ze niet om controversiële standpunten in te nemen. Mede dankzij nauwe banden met de 117 American Chambers of Commerce wereldwijd, kan de Chamber haar neoliberale gedachtegoed ook buiten de VS uitdragen.

Dit stuk in 1 minuut
  • De 117 American Chambers of Commerce wereldwijd zijn weliswaar zelfstandige organisaties, maar zijn nauw gelieerd aan de United States Chamber of Commerce in Washington. Wie zich verdiept in AmCham, kan niet om de Chamber heen. 

  • De Chamber is de grootste lobbyorganisatie in Washington. Onder leiding van Tom Donohue heeft zij in de afgelopen twintig jaar ruim anderhalf miljard dollar uitgegeven om de belangen te behartigen van Big Oil, Big Tobacco, Big Pharma, Wall Street, wapenfabrikanten, (zorg-)verzekeraars en andere industrieën. Dankzij haar status van non-profitorganisatie kan ze geheim houden waar haar geld vandaan komt.

  • Namens haar leden verzet de Chamber zich tegen allerlei (aankomende) wet- en regelgeving en zo nodig procedeert ze tot aan de hoogste rechter tegen de Amerikaanse overheid. Daarnaast mengt de Chamber zich in de VS sinds jaar en dag actief in de verkiezing van politici en rechters.  

  • Aan feiten of wetenschap heeft de Chamber geen boodschap, haar deels openbare lobby speelt daarentegen in op de emotie. Dat blijkt onder veel meer uit haar controversiële positie ten aanzien van klimaatverandering en de gevolgen van roken. 

  • De Chamber heeft altijd met name de Republikeinen gesteund, hoewel zij door de huidige polarisatie in de Amerikaanse politiek sinds dit jaar enige toenadering zoekt tot de Democraten. Met de onconventionele Donald Trump heeft de Chamber een haat-liefdeverhouding. 

  • Met verschillende organisaties en buitenlandafdelingen timmert de Chamber ook buiten de VS aan de weg. AmChams vormen hierbij onmisbare schakels.

Lees verder

Als premier Mark Rutte samen met speciaal gezant van de StartupDelta Neelie Kroes in februari 2016 op rondreis is door Californië, staat het ene bedrijfsbezoek in Silicon Valley na het andere op het programma. Het doel van de handelsmissie is de banden met de aldaar gevestigde hightech ondernemingen te intensiveren en Nederland als lucratieve vestigingsplaats in Europa nog eens goed onder de aandacht te brengen. 

Naast veelvuldig handen schudden met Jan en alleman spreken Rutte en de zijnen serieus met verschillende topmensen uit het bedrijfsleven, waaronder die behorend tot de Silicon Valley Tax Directors Group. De SVTDG is een in 1981 opgerichte lobbyclub die meer dan negentig multinationals vertegenwoordigt en zich kort gezegd tot taak heeft gesteld de wereldwijde belastingen voor Google & Co omlaag te krijgen. Tijdens de handelsmissie vraagt Rutte de SVTDG wat Nederland moet doen om zijn gunstige belastingklimaat te behouden en te verbeteren.

Een minister-president die van een lobbyclub verlangt te horen hoe het beter kan – dat laat de SVTDG zich geen twee keer zeggen. Enkele maanden later, in mei 2016, ploft er bij Rutte inderdaad post uit Capitola, Californië op de deurmat. Dezelfde brief belandt ook bij de ministers van Financiën (Jeroen Dijsselbloem), Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Lilianne Ploumen), Economische Zaken (Henk Kamp) en de staatssecretaris van Financiën (Eric Wiebes). Op vijf kantjes zetten drie medevoorzitters van de SVTDG nauwgezet uiteen wat Nederland te doen staat om fiscaal aantrekkelijk te blijven voor Amerikaanse techgiganten.

De aanbevelingen lijken verdraaid veel op de Priority Points van de American Chamber of Commerce en ook de boude stelling aan het begin van de brief, namelijk dat ‘Amerikaanse bedrijven in Nederland hebben gezorgd voor 450.000 banen’, klinkt bekend: het is al langer AmChams paradepaardje.

‘Die brief is zó goed ingevoerd in beleidsdiscussies in Nederland en Europa, no way dat de belastingdirecteuren van die bedrijven die zelf hebben geschreven’, stelt Jasper van Teeffelen, onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Hij vermoedt dat AmCham de werkelijke schrijver is. ‘Alles dat erin staat, lijkt zo uit de koker van AmCham te komen. Dit moet haast wel een een-tweetje zijn geweest.’ 

Moederorganisatie aller AmChams

In Nederland vertegenwoordigt AmCham meerdere bedrijven die op de ledenlijst van de SVTDG staan, waaronder Cisco, Hewlett-Packard, Microsoft, Palo Alto Networks en Tesla. Zo goed als alle bedrijven die onder de paraplu van zowel de SVTDG als AmCham vallen, prijken óók op de ledenlijst van nog een andere, veel grotere organisatie; namelijk de United States Chamber of Commerce in Washington. De U.S. Chamber wordt wel omschreven als de moederorganisatie van alle AmChams wereldwijd; daar valt het nodige voor te zeggen, ook al is het juridisch gezien niet het geval.

Een medewerker van AmCham benadrukt herhaaldelijk dat AmChams geen onderafdelingen zijn van de Chamber, maar onafhankelijke entiteiten. Van een gezagsrelatie is geen sprake, de connectie met de Chamber beperkt zich tot accreditatie en informatie-uitwisseling. AmChams staan daarnaast los van wat er op lobbygebied gebeurt in Washington, legt de ingewijde uit. In een powerpointpresentatie van AmCham Nederland die in 2012 bij een seminar in Amsterdam werd gegeven, wordt AmCham evenwel omschreven als een ‘fully accredited member of the U.S. Chamber of Commerce – our avenue in Washington DC’.

Europese AmCham executives poseren met Tom Donohue (vierde van links) bij de U.S. Chamber in Washington. Rechts naast Donohue staat Patrick Mikkelsen, executive director van AmCham Nederland. Foto: screenshot AmChams In Europe.

Op haar beurt duidt de Chamber AmChams op haar website als key assets en als onderdeel van de U.S. Chamber Federation. Nieuws en nieuwjaarstoespraken van de Chamber verschijnen op de website van AmCham en sinds 2015 staat het logo van de Chamber ook altijd op de laatste pagina van de Priority Points, naast die van AmCham Nederland en AmChams in Europe. 

AmChams zijn key assets van de Chamber, delegaties bezoeken elkaar over en weer aan weerszijden van de oceaan

Ook in de praktijk zijn de relaties evident; delegaties aan weerszijden van de oceaan bezoeken elkaar over en weer. Zo trekken vertegenwoordigers van alle AmChams in Europa onder leiding van Patrick Mikkelsen eens per jaar gezamenlijk naar de VS voor een bezoek aan de Chamber. Mikkelsen is naast executive director van AmCham Nederland sinds 2015 ook de president van AmChams in Europe.

De LinkedIn-pagina van Hans Scholten, die tussen 2010 en 2016 bij AmCham werkzaam was als associate director public & commercial affairs, geeft enig aanvullend inzicht in de dagelijkse gang van zaken. In de omschrijving van zijn vroegere functie vermeldt Scholten: ‘Contact with the U.S. Chamber of Commerce in Washington DC with regular briefings at the U.S. Department of Commerce giving input on issues affecting the Dutch investment climate.’

Kortom, wie de American Chamber of Commerce onder de loep neemt en zaken in een breder perspectief wil zien, kan onmogelijk om de U.S. Chamber of Commerce heen. Tot die conclusie kwamen ook verschillende lokale politici in Nederland die in oktober 2018 per motie opriepen om het lidmaatschap van hun gemeenten bij AmCham op te zeggen. 

Tom Donohue

‘Mijn doel is eenvoudig,’ schreef Tom Donohue in 1998, kort na zijn aanstelling als president én CEO van de Chamber in het jaar daarvoor. ‘Dat is de grootste gorilla in deze stad worden – de meest agressieve en doortastende pleitbezorger van het bedrijfsleven die dit land ooit heeft gekend. Ik wil het punt bereiken waarop beleidsmakers, telkens als zij bereid zijn om op te treden, zich inhouden en zeggen: Wacht even, wat zou de Chamber hiervan vinden?’  

Ruim twee decennia later lijdt het geen twijfel dat hij daar alleszins in is geslaagd. Bij Donohues aantreden was de landelijke Amerikaanse Kamer van Koophandel een respectabele, vrij ingetogen organisatie. Een aantal jaar later is de Chamber inderdaad met afstand de grootste, strijdlustigste en invloedrijkste lobbygroep van heel Washington. Onder zijn leiding heeft de Chamber ruim anderhalf miljard dollar uitgegeven om de belangen te behartigen van Big Oil, Big Tobacco, Big Pharma, Wall Street, wapenfabrikanten, (zorg)verzekeraars en andere industrieën. 

In een groot neoclassicistisch gebouw aan 1615 H Street recht tegenover het Witte Huis zetelt wat journalist Alyssa Katz daarom de influence machine noemt. In haar gelijknamige boek beschrijft ze de bewogen geschiedenis van de in 1912 opgerichte Chamber. In de laatste hoofdstukken maakt ze duidelijk hoezeer deze moloch de Amerikaanse politiek, en in bredere zin de Amerikaanse samenleving, de afgelopen twintig jaar in een houdgreep heeft weten te nemen. 

Donohue is inmiddels de 80 gepasseerd, maar is onvermoeibaar en staat als CEO nog altijd aan het roer van de Chamber. Katz karakteriseert hem in een Skype-gesprek als een ‘pugilist’, wat bokser betekent, maar je – wellicht wat toepasselijker – ook als vuistvechter kan vertalen. ‘Een bepaald type dat je in en rond New York tegenkomt, iemand die bereid is te vechten voor waar hij voor staat,’ zegt de schrijver. 

Lobbyhoofdstad 

In de Verenigde Staten zijn er rond de zevenduizend kamers van koophandel, op het niveau van de individuele staten en in grote en kleine steden. Dat zijn echte KvK’s. De overkoepelende, landelijke organisatie draagt weliswaar dezelfde naam, maar houdt zich niet bezig met het inschrijven en op weg helpen van ondernemingen (en is al helemaal geen afdeling van de U.S. Department of Commerce of een andere overheidsinstantie, zoals soms wordt gedacht). De Chamber is beter te duiden als een radicalere versie van werkgeversorganisatie en lobbyclub VNO-NCW. 

Vermoedelijk lopen er nergens zoveel lobbyisten rond als in Washington. Officieel zijn het er rond de tienduizend, maar volgens experts ligt hun werkelijke aantal eerder tegen de honderdduizend. De Chamber spant niet alleen de kroon qua uitgaven en personeelsbestand (er werken 499 mensen, waaronder rond de tachtig lobbyisten), maar is in vergelijking met andere lobbygroepen ook uniek in de zin dat zij tegelijkertijd opereert op meerdere gebieden. Het pure lobbywerk is er voornamelijk op gericht nieuwe wetgeving te blokkeren. Die inspanningen voltrekken zich lang niet altijd in stilte achter de schermen, maar gaan vaak gepaard met veel tamtam. 

In slepende rechtszaken stelt de Chamber bevindingen waarover wetenschappers het allang eens zijn, gewoon opnieuw ter discussie

Zodra de Amerikaanse overheid beleid presenteert ter bescherming van het milieu, werknemersrechten of bijvoorbeeld consumenten, is de kans groot dat de Chamber openlijk in het offensief gaat. Hoe meer er daarbij voor bedrijven op het spel staat, hoe minder de lobbygroep het nodig acht zich iets aan te trekken van feiten, zo laat Katz aan de hand van talloze voorbeelden in haar boek zien. Daarentegen speelt de Chamber met dezelfde hyperbolen en volstrekt onrealistische (doem)scenario’s al decennialang in op het sentiment; grootschalig verlies van banen, onherstelbare schade aan de economie, belastingbetalers die op het punt staan massaal in opstand te komen.  

Verkopers van twijfel

Daarbij is vooral opmerkelijk hoe de Chamber zich opstelt tegenover de wetenschap en klimaatwetenschap in het bijzonder. In slepende rechtszaken tegen het Environmental Protection Agency (EPA), een overheidsorgaan dat de lobbyclub jarenlang heeft proberen te dwarsbomen, werden bevindingen waarover wetenschappers het allang met elkaar eens waren, gewoon opnieuw door de Chamber ter discussie gesteld

In de jaren ’90 verzette de Chamber zich tegen het Verdrag van Kyoto (1997 – wel getekend door de VS maar nooit bekrachtigd) en in een recenter verleden tegen het Klimaatakkoord van Parijs (2016). Hier heeft de Chamber in Donald Trump een duidelijke bondgenoot gevonden. Zo financierde de lobbyclub een studie waarin de kosten van het verdrag veel te hoog worden opgevoerd. Trump gebruikte die studie om zijn beslissing om (als enige land ter wereld) uit het akkoord te stappen, mede te rechtvaardigen. Tegenwoordig heeft de Chamber nog maar weinig aan te merken op het EPA, nu dit agentschap door de huidige, klimaatontkennende regering van binnenuit is uitgehold

Koekje van eigen deeg

In 2010 kreeg de Chamber een koekje van eigen deeg. De ‘Yes Men’, twee politieke activisten die werken volgens het principe van culture jamming, brachten een zelfverzonnen persbericht in omloop en deden zich tijdens een door hen in scène gezette persconferentie voor als werknemers van de Chamber. De lobbygroep zou haar positie ten aanzien van het klimaat herzien en gaan pleiten voor een CO2-taks. Een onwaarschijnlijke draai van 180 graden, maar de meeste grote tv-zenders trapten er in. De Chamber kon er evenwel niet om lachen en klaagde de Yes Men aan voor onder meer identiteitsfraude en reputatieschade, en eiste bovendien dat het fragment uit de documentaire The Yes Men Fix the World zou worden geschrapt. 

Daarentegen provoceerden de grappenmakers de Chamber nog wat meer door het fragment apart op internet te verspreiden. Drie jaar later besloot de Chamber de niet te winnen zaak te laten vallen. Vervolgens dreigden de Yes Men er met een knipoog mee om dan maar de Chamber aan te klagen, er was hen immers de zeldzame kans ontnomen om via de rechter voor een groot publiek aan te tonen hoezeer de Chamber de boel keer op keer belazert.

Lees verder Inklappen

Wat dat aangaat heeft haar strategie veel weg van wat er in het boek (en de gelijknamige documentaire) Merchants of Doubtvan Naomi Oreskes en Erik M. Conway naar voren komt over de manier waarop de tabaksindustrie twijfel zaaide over de onweerlegbare gevolgen van roken op de gezondheid. Ook hieraan heeft de Chamber, als vertrouwde partner van tabaksfabrikanten, decennialang actief bijgedragen. Daarnaast heeft zij, in samenwerking met verschillende AmChams, wereldwijd en met name in derdewereldlanden op grote schaal gelobbyd tegen antirookmaatregelen, waarbij onder andere regeringsleiders rechtstreeks zijn benaderd. ‘Deze wereldwijde lobby was grotendeels aan het zicht onttrokken, maar heeft overal aanzienlijke invloed gehad,’ schreef The New York Times enkele jaren geleden. 

Procederen tot het bittere eind

Middels haar eigen juridische apparaat, het Institute for Legal Reform (IRL), ageert de Chamber ook tegen uiteenlopende en vaak behoorlijke obscure regels die bijna niemand kent, maar die haar leden om welke reden dan ook onwelgevallig zijn. Zo begint Katz’ haar boek met de strijd van de Chamber om het aantal uur dat vrachtwagenchauffeurs achter elkaar de weg op mogen, niet in te perken, ondanks het hoge aantal verkeersongelukken veroorzaakt door vermoeidheid. Een prominenter voorbeeld heeft betrekking op het reguleren van speculatieve derivatenhandel en toezicht op bedrijven die zich hiermee bezighouden. Vooral na het uitbreken van de wereldwijde financiële crisis, die vanuit de VS kwam overwaaien naar Europa, heeft de Chamber veel in het werk gezet om hier een stokje voor te steken – zij wilde namelijk niet dat er een einde kwam aan de financiële waaghalzerij. 

De Chamber is ten allen tijde ready for political combat

Hierbij kan de organisatie altijd terugvallen op haar eigen National Chamber Litigation Center, de facto een advocatenkantoor dat er niet voor terugdeinst om ongewenste wetten zo nodig tot aan het Hooggerechtshof aan te vechten. Dreigen naar de rechter te stappen, is soms al genoeg om het gewenste doel te bereiken. ‘We zijn op het punt aanbeland dat we zo bevreesd zijn om te worden aangeklaagd, dat we zaken intern al in de kiem smoren, waardoor belangrijke financiële regelgeving vertraging oploopt, of überhaupt niet van de grond komt’, verklaarde wijlen Bart Chilton eens. Hij stond aan het hoofd van de CFTC, een commissie die de integriteit van de handel in derivaten en termijncontracten op grondstoffen probeert te waarborgen. 

The Spirit of Enterprise

Naast dit alles is de Chamber te allen tijde ‘ready for political combat’, zoals Alyssa Katz dat noemt. De organisatie mengt zich onbevreesd in de Amerikaanse politiek en bemoeit zich intensief met de verkiezing van politici en rechters.

Sinds jaar en dag houdt de Chamber nauwgezet bij hoe leden van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat in Washington en die in de afzonderlijke staten stemmen over wetgeving. Geen (aanstaand) politicus in het Capitool ontkomt aan de beruchte ‘How they Voted’ gids, die met name in verkiezingstijd een belangrijke rol speelt.  

Zijn politici het bedrijfsleven voldoende gezind en geeft de Chamber ze een score van boven de 70 procent, dan hebben ze de ‘Spirit of Enterprise’ en kunnen ze rekenen op haar steun. Lopen ze daarentegen buiten de pas en komen ze onder dat percentage uit, dan zou het goed kunnen dat ze het slachtoffer worden van een stortvloed aan negatieve televisiespotjes.

Vaak bevat dat soort reclames het telefoonnummer van de politicus/politica in kwestie en de oproep aan kijkers om diegene persoonlijk te gaan opbellen. In de meeste gevallen betreft het ads voor Republikeinen en tegen Democraten.

In Europa zijn dergelijke spotjes een tamelijk onbekend fenomeen (het verkiezingsfilmpje van de SP tegen Frans Timmermans voorafgaand aan de Europese verkiezingen in mei 2019 is er wel een voorbeeld van), in de VS zijn ze heel normaal en worden ze gezien als een vorm van free speech. In de aanloop naar verkiezingen geeft de Chamber er tientallen miljoenen dollars aan uit. Voorafgaand aan de midterm elections in 2010 was dat zelfs meer dan de campagne-uitgaven van de Republikeinen en Democraten bij elkaar opgeteld. De spotjes van de Chamber werden toen door het hele land maar liefst 27.500 keer uitgezonden. Niet zonder resultaat, aangezien de Democraten er destijds hard af gingen en de Republikeinen de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden in handen kregen. 

De Chamber kan onbeperkt geld werven en uitgeven zonder ooit openheid van zaken te hoeven geven over haar begiftigers

Met ruimhartige donaties en reclamespotjes mengt de Chamber zich ook in de campagnes van rechters, die in veel Amerikaanse staten niet worden benoemd door de gouverneur, maar met tegenkandidaten de strijd aan moeten om te worden verkozen. Campagne voeren kost geld en veel kandidaat-rechters verbinden zich aan organisaties die bereid zijn hen financieel te steunen. Er zijn voorbeelden van rechters die tijdens hun verkiezingsrace door de Chamber zijn gesteund en dat vertrouwen vervolgens hebben terugbetaald met opvallende uitspraken ten faveure van het bedrijfsleven. 

Zwart geld

Officieel is de Chamber een maatschappelijke non-profit organisatie met een zogeheten ‘501c(6)’ status. Dat betekent dat zij geen winst maakt of dividenden uitkeert, maar ook geen belasting hoeft te betalen. Belangrijker nog, het houdt in dat de Chamber onbeperkt geld kan werven en uitgeven zonder ooit openheid van zaken te hoeven geven over haar begiftigers, die beducht zijn voor imagoschade en meestal niet willen dat er iets naar buiten komt over hun financiering.

Het verkondigen van controversiële standpunten en het incasseren van de kritiek die daarop volgt, laten ze graag over aan de Chamber, die zelf maar weinig te verliezen heeft zolang haar budget op peil wordt gehouden (waarmee overigens niet is gezegd dat de lobbyisten in H Street alleen maar successen boeken). Donohue typeerde zijn organisatie eens als een ‘herverzekaar’ die de klappen opvangt voor zijn leden. Leden die zoveel mogelijk in de gelegenheid worden gesteld om iedere betrokkenheid bij het beïnvloeden van beleid en verkiezingen te ontkennen. 

Black money is daarbij het sleutelwoord en in de VS een veelbesproken onderwerp, vooral sinds de vergaande uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in de zaak Citizens United v. Federal Election Commission uit 2010. Daarin staat dat iedereen het recht heeft om Super Political Action Committees op te richten om ongelimiteerde hoeveelheden geld uit te geven aan verkiezingscampagnes, zonder bekend te hoeven maken waar dat geld vandaan komt. Dat heeft vergaande gevolgen voor de democratie. Hoe ondermijnend dit systeem kan zijn, laat onderzoeksjournalist Greg Palast zien in zijn documentaire The Best Democracy Money Can Buy. Daarin doet hij uit doeken hoe Kris Kobach, een handlanger van Donald Trump, het miljoenen, met name zwarte Amerikanen onmogelijk maakte om tijdens de presidentsverkiezingen van 2016 hun stem uit te brengen. Het plan dat hij daarvoor had bedacht werd heimelijk gefinancierd door onder meer de miljardairsbroers Charles en David Koch

‘Het grootste deel van de twintigste eeuw waren bedrijfsdonaties die nu heel gewoon zijn bij verkiezingen in de VS, beperkt of verboden’, legt Katz uit. Velen zien de rechterlijke uitspraak in Citizens United dan ook als de vervolmaking van de Corporate Coup d’État, die zich in de VS in de afgelopen decennia in slow motion heeft voltrokken. In 2018 ging er een documentaire met die titel in première op het IDFA.

Chamber of Commerce en de Fortune 500

Met een jaarlijks budget van honderden miljoenen dollars en 499 mensen voltijd in dienst is de US Chamber of Commerce veruit de grootste lobbyorganisatie in de Verenigde Staten en ook wereldwijd. De Chamber is opgebouwd uit twintig comités, tal van binnen- en buitenlandse divisies evenals een reeks door haarzelf in het leven geroepen organisaties die specifieke taken uitvoeren. Jaarlijks organiseert de Chamber rond de tweeduizend evenementen waar zo’n 65.000 mensen op afkomen. 

Een lijst met leden wordt niet vrijgegeven. Op haar website vermeldt de Chamber alleen dat het er meer zijn dan drie miljoen. In werkelijkheid zijn het er rond de 300.000 want ongeveer 90 procent van die drie miljoen is alleen indirect aangesloten via ongeveer tweeduizend lokale kamers van koophandel. 211 daarvan zijn (net als AmChams) ‘geaccrediteerd’, wat hen een soort elite-status verschaft. Vele andere hebben hun lidmaatschap uit onvrede over de gevaren koers opgezegd  en zo’n vijfduizend lokale KvK’s in de VS zijn überhaupt geen lid van de overkoepelende organisatie in de hoofdstad. 

‘Veel lokale KvK’s hebben besloten zich terug te trekken’, schrijft Alyssa Katz in The Influence Machine, ‘omdat de Chamber zich in de politiek mengt als proxy van de Republikeinse Partij en ideologisch veel te radicaal stelling neemt ten aanzien van onder meer klimaatverandering, de gezondheidszorg en hervormingen van Wall Street. Daarbij claimt zij zonder enig bewijs dat anders handelen rampzalig zou zijn voor het bedrijfsleven.’

Zoals telkens in berichtgeving over de Chamber naar voren komt, dient zij in werkelijkheid dan ook eerst en vooral de belangen van de ‘Fortune 500’, de grote multinationals die jaarlijks minimaal 100.000 dollar maar doorgaans veel meer (miljoenen dollars) voor hun lidmaatschap afdragen. 

In een stuk op Huffington Post wijzen de Democratische senatoren Sheldon Whitehouse en Elizabeth Warren er overigens op dat veel (Fortune 500) multinationals die zich aan lovenswaardige initiatieven verbinden, bijvoorbeeld ten aanzien van het milieu, zich in werkelijkheid bezondigen aan greenwashing omdat zij tegelijkertijd steun verlenen aan de Chamber, die met haar lobby regelrecht ingaat tegen de zaken waar de desbetreffende bedrijven zich publiekelijk hard voor maken.

US Chamber Watch

In 2010 is door Public Citizen US Chamber Watch opgericht, een project waarmee de consumentenorganisatie streeft naar meer transparantie in de Amerikaanse politiek door de ‘lobby, campagne-uitgaven en misinformatie-campagnes’ van de Chamber onder de aandacht te brengen. In een ontluisterend achtergrondverhaal doet onderzoeksjournalist Lee Fang een vergevorderd plan van de Chamber gedetailleerd uit de doeken. In samenwerking met defense contractors had zij het voornemen om de US Chamber Watch en ook een reeks werknemersorganisaties, progressieve bewegingen en zelfs journalist Glenn Greenwald te ondermijnen op basis van geavanceerde digitale spionage en infiltratie. Toen hackerscollectief Anonymous informatie hierover naar buiten bracht, zag de Chamber zich genoodzaakt terug te krabbelen.

Lees verder Inklappen

McCarthyisme avant la lettre

De zaken hebben er vanzelfsprekend niet altijd zo voorgestaan. Hier gaat een lange geschiedenis aan vooraf. Een groot deel van de twintigste eeuw stond voor de Chamber in het teken van het bestrijden van vakbonden, linkse bewegingen en in bredere zin, het socialisme en communisme. In de jaren ’30 spoorde de Chamber de Amerikaanse Justitie aan om honderden ambtenaren en tienduizenden werknemers (‘spionnen van Moskou’) te vervolgen. ‘De Chamber deed al aan McCarthyisme toen senator Joe McCarthy nog maar student was,’ schrijft Katz in The Influence Machine. Bovendien ‘moesten haar leden hun eigen gelederen in het landsbelang zien te vullen met gelovigen in het kapitalistische systeem.’ 

In een diepgravend artikel op The Baffler zet Lee Fang uiteen hoe de Chamber na de Tweede Wereldoorlog op dezelfde voet verder ging. Het door de Chamber in 1946 opgerichte Committee on Socialism and Communism had tot taak ‘on-Amerikaanse activiteiten’ en de ‘infiltratie’ van het communisme in de VS in kaart te brengen. De Chamber werkte daarnaast nauw samen met John Francis Cronin, een priester die de FBI hielp bij het opstellen van lange lijsten met namen van vermeende geheim agenten van de communisten. In 1959 namen rond de 150.000 zakenlui deel aan het Political Participation Program, een door de Chamber georganiseerde training om verkiezingen te beïnvloeden en daarbij het kapitalisme te laten zegevieren. 

Powell Memorandum

Op McCarthyism volgden in de jaren ’60 en ’70 in de VS de hoogtijdagen van de vakbonden, de milieubeweging en de consumentenbeweging, met als stuwende kracht Ralph Nader. Het waren decennia waarin de Amerikaanse overheid overwegend het publieke belang diende en de Chamber niet zoveel in de melk te brokkelen had. Eén man in het bijzonder zag hierin groot gevaar en wilde koste wat kost het tij keren; Lewis Powell, de belangrijkste juridische adviseur van de Chamber die in dienst was bij een groot advocatenkantoor in Richmond. Vlak voordat hij door president Richard Nixon werd benoemd tot rechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof, schreef hij in augustus 1971 voor de Chamber een vertrouwelijke nota getiteld Attack on the American Free Enterprise System, dat later bekend zou worden als het Powell Memorandum. 

Het is een nadrukkelijk betoog waarin Powell de Chamber wijsmaakt dat zij ‘in oorlog’ verkeert met het socialisme en haar aanspoort om via politieke weg veel agressiever op te komen voor het bedrijfsleven, dat in zijn optiek in grote problemen verkeerde. Het document is van invloed geweest op (onder meer) de oprichting in die periode van andere rechts-conservatieve lobbygroepen (c.q. denktanks) als de Heritage Foundation en de American Legislative Exchange Council, en staat volgens sociaal-geograaf David Harvey aan de basis van het neoliberalisme dat in het daaropvolgende decennium tot wasdom zou komen.  

De vurige aansporing van Powell heeft het beest in de Chamber doen ontwaken

De vurige aansporing van Powell heeft het ‘beest’ in de Chamber langzaam maar wel degelijk doen ontwaken. Met de oprichting van Citizen’s Choice in 1976 liet de Chamber opnieuw van zich horen en wist ze politici enkele jaren lang herhaaldelijk op het verkeerde been te zetten. Citizen’s Choice was een ogenschijnlijk echte burgerbeweging die moest doen voorkomen dat zij kon rekenen op breed gedragen steun uit de samenleving als zij via grassroots-campagnes pleitte voor het terugdringen van regelgeving, belastingverlaging en allerhande zaken die in werkelijkheid alleen maar door het bedrijfsleven werden nagestreefd. Deze modus operandi staat bekend als astroturfing; in die tijd een vrij onbekend fenomeen in lobbyland, tegenwoordig een veelvuldig toegepaste methode. 

Met de komst van Ronald Reagan als president braken er in 1981 voor de Chamber hoopvollere tijden aan. De Republikein voerde vrijwel direct een reeks ingrijpende belastingverlagende maatregelen door, tot grote tevredenheid van de Chamber en andere business groups. Als gevolg hiervan kwam er een grotere last te liggen op de schouders van de middenklasse dan op enig punt daarvoor. In enkele jaren tijd daalde het hoogste belastingtarief voor de rijken van 70 naar 33 procent. Katz spreekt over ‘een historische verschuiving’ waarbij de Amerikaanse belastingwetgeving van een progressief hulpmiddel voor overheidsinvesteringen verwerd tot een instrument dat de monopolisering van rijkdom voor een piepklein deel van de bevolking mogelijk maakte.’ Sinds die jaren is het gat tussen arm en rijk in de VS nog vele malen groter geworden en de ongelijkheid blijft groeien. In de westerse wereld is het een van de meest ongelijke landen.

Haat-liefdeverhouding met Trump

In haar pleitbezorging leunt de Chamber van oudsher veel meer op de Republikeinse dan op de Democratische partij. Zo is zij de voornaamste sponsor van de Republican State Leadership Committee, een fonds dat tot doel heeft de Grand Old Party aan de macht te helpen of te houden in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat in de afzonderlijke staten. 

Met de regering van Trump heeft de Chamber echter een haat-liefdeverhouding. Tevredenheid is er over het terugdraaien van klimaatmaatregelen en van de universal health care van Barack Obama, over de kandidaten die de president heeft voordragen als rechter, over zijn besluiten tot belastingverlaging en over de goede banden die bestaan tussen medewerkers van de Chamber en mensen in regeringskringen (van een baantjesdraaideur is altijd sprake geweest). Anderzijds bestaan er zorgen over de America First-mentaliteit die onder Trump in de Republikeinse Partij is geslopen. De mainstream van die partij is op gespannen voet komen te staan met de op zaken georiënteerde vleugel, waarachter de Chamber zich heeft geschaard. Die wil namelijk helemaal geen protectionisme en isolationisme, maar vrijhandel, bescherming van de Dreamers en meer legale immigratie zodat de aanwas van goedkope arbeid niet opdroogt. Ook pleit zij voor veel meer investeringen in infrastructuur, die in de VS in een deplorabele staat verkeert.

Daarnaast is de Chamber ongelukkig met de sterk toegenomen polarisering in de Amerikaanse politiek. De kloof tussen de Democraten en Republikeinen is in verschillende opzichten de afgelopen jaren groter geworden, maar ook binnen de twee grote partijen zijn breuklijnen ontstaan. Tom Donohue verklaarde eerder dit jaar tegenover de Washington Post dat dit de Chamber noodzaakt haar strategie te herijken. Momenteel probeert zij zichzelf te positioneren in het gat dat is ontstaan in het midden, onder meer door wat meer afstand te nemen van de Republikeinen en enige toenadering te zoeken tot de Democraten. 

Haar ideologische veren heeft de Chamber echter allesbehalve afgeschud, zo wordt alleen al duidelijk uit Donohues jaarlijkse State of American Business-toespraak. ‘Mislukte ideeën zoals het socialisme en een door de overheid aangestuurde economie sluipen gestaag in de politieke mainstream,’ sprak hij in januari 2019, hiermee duidelijk verwijzend naar steeds populairder wordende opvattingen van Bernie Sanders en andere progressieve Democraten zoals Elizabeth Warren en Alexandria Ocasio-Cortez. ‘Meer dan dit hoef je niet te weten: als een gecentraliseerde overheid alles voor iedereen wil bepalen, dan biedt zij inferieure dienstverlening aan ons allemaal. Zelfs met zijn incidentele tekortkomingen en excessen heeft niemand ooit een beter systeem bedacht dan vrij ondernemerschap’, aldus Donohue.

Omvangrijke buitenlanddivisie

Het evangelie van de vrijemarkteconomie verkondigt de Chamber al decennialang, ook buiten de Amerikaanse landsgrenzen; haar activiteiten zijn allesbehalve beperkt tot de VS. Beleidsexperts van de International Affairs Division van de Chamber zitten in onder meer België (Brussel), Brazilië, China en India. Daarnaast zijn er talloze bilaterale Business Councils, waarvan de meeste gevestigd zijn in het hoofdkantoor van de Chamber in Washington. ThinkProgress beschrijft die Business Councils primair als interne afdelingen gericht op fondsenwerving in het buitenland. Zo hebben bedrijven uit Bahrein, India en andere landen honderdduizenden dollars overgemaakt naar het bankrekeningnummer van de ‘501(c)(6),’ geld dat vervolgens door de Chamber is gebruikt voor haar politieke ‘aanvalscampagnes,’ terwijl het in de VS bij wet verboden is dat buitenlandse entiteiten zich in Amerikaanse verkiezingen mengen.

Het aan de Chamber verwante Center for International Private Enterprise (CIPE) is er om ‘opkomende landen te assisteren bij het van de grond krijgen van vrijemarktactiviteiten en het opbouwen van democratische instellingen die nodig zijn om te slagen in de wereldeconomie.’ CIPE wordt voorgesteld als een onafhankelijke organisatie, maar wordt gefinancierd door de wereldwijd zeer invloedrijke National Endowment for Democracy (NED), dat het geld op haar beurt ontvangt van de U.S. Agency for International Development (USAID), onderdeel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.  

AmChams zijn een integraal onderdeel van het Amerikaanse diplomatieke apparaat

En dan zijn er natuurlijk de 117 AmChams in 103 landen wereldwijd. Voor Amerikaanse bedrijven zijn AmChams een hulpmiddel bij hun voortdurende inspanning om het lokale ondernemingsklimaat aan hun eigen belangen aan te passen – door arbeidsmarkten open te breken, af te rekenen met heffingen en andere handelsobstakels, te azen op belastingdeals op maat, en indien nodig, zich ergens in te kopen, schrijft Katz in haar boek. ‘AmChams organiseren cocktailfeestjes en benefiet-golftoernooien als smeermiddel voor het uitoefenen van invloed’ [...] en ‘ze zijn een integraal onderdeel van het Amerikaanse diplomatieke apparaat. Het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere overheidsinstanties verlaten zich op AmChams als hun zintuigen ter plaatse.’ Zie AmChams en Amerikaanse ambassades als elkaars verlengstukken. In Nederland worden er niet voor niets regelmatig evenementen georganiseerd op de ambassade en het consulaat en geeft de ambassadeur ook bij andere AmCham-gelegenheden geregeld acte de présence. 

In de jaren ’70 transformeerden de VS in de woorden van historicus Charles Maier van een empire of production naar een empire of consumption. Amerikaanse ondernemingen verplaatsten hun activiteiten naar elders met het oog op goedkope arbeid en minder (strenge) regels. In de hoedanigheid van AmChams reisde de Chamber die bedrijven achterna om voor hen kansen te creëren binnen een speelveld dat al lang niet meer aanvaardbaar werd bevonden door Amerikaanse burgers en het Congres. 

Universitair docent in Hong Kong Sean Starrs laat in een studie uit 2013 getiteld American Economic Power Hasn’t Declined—It Globalized! zien dat Amerikaanse multinationals in bijna alle sectoren van de wereldeconomie tegenwoordig nog altijd vele malen machtiger zijn dan hun concurrenten uit het buitenland. Gezamenlijk hebben zij meer dan 50 procent van de wereldeconomie in handen. Dat is voor een (niet te kwantificeren) deel te danken aan de rol en invloed van de AmChams, die in sommige landen behoorlijk veel voor elkaar weten te krijgen. 

‘Permalancers’ bij Amerikaanse multinationals in China

Neem China. Toen het Nationale Volkscongres in Peking in 2006 met het voorstel kwam om standaardcontracten tussen werknemers en werkgevers op te nemen in de wet, evenals het recht van werknemers (veelal fabrieksarbeiders) om na een jaar tijd een vast contract te krijgen met adequate bescherming tegen ontslag, gingen bij de 1300 Amerikaanse multinationals in China de alarmbellen af. 

De drie AmChams in China waarin zij vertegenwoordigd zijn, boden uitkomst. Door middel van een agressieve en intensieve lobbycampagne bij de Chinese overheid en door te dreigen met het vertrek van hun leden naar omringende landen, kregen AmCham China, AmCham South China en AmCham Shanghai het voor elkaar om het wetsvoorstel in hun eigen voordeel om te buigen. Hun grootste succes daarbij was dat zij legaal ‘permalancers’ in dienst mochten gaan nemen, dat wil zeggen, werknemers die permanent onder contract staan bij uitzendbureaus (niet bij de bedrijven in wier fabrieken ze werken), zonder ooit uitzicht op een vaste aanstelling. 

Een van die uitzendbureaus is het Amerikaanse Manpower, dat als AmCham-lid niet alleen werd geconsulteerd door de Chinese overheid ten aanzien van de nieuwe arbeidswet, maar als gevolg daarvan ook zijn kans schoon zag om in heel China exponentieel uit te breiden. Talloze Chinezen die ‘Amerikaanse’ maar ook ‘Europese’ elektronica in elkaar schroeven, kwamen, vaak zonder het zelf te weten, bij Manpower in dienst als permanente freelancers, die weliswaar hetzelfde verdienen als hun collega’s in vaste dienst, maar geen aanspraak kunnen maken op zorgverzekering, sociale zekerheid of bijvoorbeeld pensioenopbouw. Laat staan dat zij zich kunnen verenigen en gezamenlijk een vuist kunnen maken tegen slechte werkomstandigheden.  

Nu, ruim tien jaar later, zijn de AmChams in China en ook die elders in de wereld opnieuw bezorgd. Ditmaal komt het gevaar niet uit Peking, maar uit het Witte Huis. Tegen de achtergrond van de huidige Amerikaans-Chinese handelsoorlog sommeerde Trump Amerikaanse multinationals in augustus per tweet om China te verlaten, wat onder het bedrijfsleven direct grote weerstand opriep. Dit mag dan een van Trumps vele irrationele opwellingen zijn geweest, zijn algehele handelsbeleid is zowel de Chamber als AmChams tegen het zere been. Maar dat hoeft niet te verbazen van een president die primair ageert vanuit eigenbelang, een internationaal conflict opvat als persoonlijke prestigestrijd en vriend en vijand continu tegen de schenen schopt. Hoewel een eventueel presidentschap van Elizabeth Warren of Bernie Sanders geldt als een nog veel ondraaglijker perspectief, zal ook een tweede termijn van Trump door de Chamber en AmChams niet per definitie met gejuich worden ontvangen.   

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Daniël de Jongh

Onderzoeksjournalist, duikt voor FTM in de lobby van Amerikaanse bedrijven in Nederland.

Volg Daniël de Jongh
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

De #Lobbycratie

Gevolgd door 1774 leden

Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

Volg dossier