Hoe ons huidige economische systeem de vitaliteit van de democratie aantast

    De opkomst van het populisme is een teken aan de wand voor de Europese democratieën, zo schrijft Maarten van der Kloot Meijburg. In dit vierde essay uit zijn reeks over het neoliberalisme werpt hij een blik op de kaalslag die onze verzorgingsstaat heeft ondergaan en de gevolgen van dit proces.

    Het akkoord van Maastricht gaf in de EU het startschot voor een neoliberaal beleid van bezuinigen, deregulering en monetaire stimulering. Het beleid heeft tot een financialisering van de samenleving geleid. Producten en diensten zijn verhandelbaar gemaakt en worden zonder tussenkomst van een bemiddelaar direct via anonieme markttransacties uitgewisseld. Alles is handel geworden, waardoor de belangrijkste maatschappelijke waarde de financiële waarde van producten en diensten is. Die waarde zou de optimale waarde van een transactie voor alle partijen moeten weergeven.

    Veel markten voor producten en diensten zijn echter zo intransparant en/of illiquide dat slechts de partijen die echt kennis van die markten hebben van de transacties profiteren. Het neoliberale marktsysteem forceert burgers als handelaren hun levensbehoefte op de markt in te kopen, maar op veel markten trekken ze altijd aan het kortste eind. De maatschappij is door het akkoord van Maastricht gefinancialiseerd en daarmee zijn de levens van Europese burgers gereduceerd tot een serie financiële transacties met, voor velen, relatief hoge transactiekosten.

    Het neoliberale marktsysteem forceert burgers hun levensbehoefte op de markt in te kopen

    Stapels schulden

    Om hun in de voorgaande decennia opgebouwde niveau van welstand en status (de auto, het huis en de vakanties) te handhaven, steken steeds meer mensen zich in de schulden om de transactiekosten van die welstand en status te kunnen voldoen. Die schulden worden nog groter door een terugtrekkende overheid die veel publieke diensten in het onderwijs en de zorg heeft laten verdwijnen. Burgers moeten nu zelf en vaak met geleend geld die diensten inkopen. Veel burgers met lagere inkomens worden zo onderdeel van een moeilijk doorbreekbare vicieuze schuldencirkel omdat voor de afbetaling van oude schulden weer nieuwe schulden moeten worden aangegaan. 

    De schulden zorgen er voor dat antisociale en zelfs criminele motieven — in plaats van maatschappelijke motieven — een belangrijke leidraad van burgerlijk handelen worden. Vooral bij jongeren is deze verschuiving in motivatie te zien, zoals blijkt uit de studie In de schuld, in de fout van het Kohnstamm Instituut uit 2011. Het is volgens de Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs het logische gevolg van het op het individu gerichte neoliberale economische systeem. Hij verwijst daarbij onder andere naar de studie: Studying neoclassical economics make students less ‘pro-social'. Bovendien heeft dat systeem het afgelopen decennium de levensstandaard van grote groepen in de samenleving niet weten te verbeteren. De toegenomen economische ongelijkheid, de schuldenlast en de economische onzekerheid van mensen met de midden- en laagste inkomens veroorzaakt onrust bij brede lagen van de bevolking en splijt de samenleving. Het neoliberale Europese beleid is daarmee niet alleen schadelijk voor de Europese economie. Het tast ook de vitaliteit van de democratische samenleving aan.  

    Lobby regeert

    Die vitaliteit wordt verder ondergraven door de neoliberale wijze van regeren. In het grijze gebied tussen politiek en economie worden steeds vaker private partijen (adviseurs/consultants) of informele organen met politieke en economische spelers gebruikt om beleid vorm te geven. Er is een stijl van politieke besluitvorming ontstaan waarin nationaal en Europees beleid in hoge mate wordt bepaald door adviezen van machtige lobbygroepen die aan de private sectoren zijn gelieerd. The Economist geeft in het artikel 'The Dark Arts'aan hoe groot de lobby is geworden: ‘The Corporate Europe Observatory, an NGO, calculates that Brussels is home to at least 30,000 lobbyists, almost the same number as the staff employed by the European Commission. These official lobbyists are part of a large army of people who try to influence legislation and regulation for more than 500m European citizens.’ 

    De ‘Sorosleaks’, de recent gelekte en gepubliceerde memo’s en e-mails van de hedgefundmanager George Soros, en de gelekte brief van BP uit 2013 over de dreiging van een ‘exodus’ van de olie-industrie indien klimaat wetgeving zou worden geïmplementeerd, zijn voorbeelden van hoe met geld en economische macht via achterkamertjes Europese politieke keuzes worden beïnvloed. Zo hebben een aantal grote economische sectoren in het machtsvacuüm, dat is ontstaan door terugtrekkende overheden, zoveel invloed weten te vergaren dat overheden hun commerciële strategieën niet meer kunnen en willen bijsturen ten behoeve van het maatschappelijk belang.

    En waar deze bedrijven hun eisen niet via de EU kregen ingewilligd, kregen ze dat vaak alsnog voor elkaar door zich te beroepen op internationale handelsverdragen zoals CETA, waarin zogenaamde investor-state dispute settlements (ISDS) zijn opgenomen. Daarmee kunnen bedrijven een arbitragezaak aanspannen tegen een overheid als nationale wetgeving ter bescherming van bijvoorbeeld het milieu een internationaal handelsverdrag schendt.

    "Het neoliberale beleid is niet alleen schadelijk voor de Europese economie; het tast ook de democratische samenleving aan"

    Zo spande elektriciteitsproducent Vattenfall in 2009 een rechtszaak tegen Duitsland aan bij het ICSID (Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen) in Washington en vorderde een betaling van 1,4 miljard euro. Aanleiding was de strenge watervergunning van de stad Hamburg, die volgens het Zweedse bedrijf de winstgevendheid van de in aanbouw zijnde kolencentrale van Moorburg zou aantasten. Doordat de partijen in augustus 2010 een miljoenenschikking troffen kwam het niet tot een uitspraak.

    Door deze ontwikkelingen kunnen grote bedrijven zich onttrekken aan democratisch tot stand gekomen wetgeving en selectief van verschillende wettelijke walletjes eten. Burgers krijgen zo het idee dat hun belangen door de het Europees Parlement en door de nationale parlementen niet of slecht worden behartigd. De relatie tussen burgers en instituties heeft daardoor een fundamentele verandering ondergaan: vertrouwen en reciprociteit hebben plaatsgemaakt voor wantrouwen en eigenbelang. Het is daarom te begrijpen dat burgers steeds minder vertrouwen hebben in nationale en Europese instituties. Die ontwikkeling is zorgelijk omdat zij bijdraagt aan de ondermijning van de rechtsstaat. En die rechtsstaat hebben die burgers paradoxaal genoeg nodig om de bestaanszekerheid te garanderen die juist voor veel van hen in het geding is.

    Gevaarlijk groeiend ongenoegen

    Socioloog Henk de Vos toont in zijn recente artikel De lokale verzorgingsstaat: bestaanszekerheid in het geding? aan dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de bestaansonzekerheid is toegenomen als gevolg van ontwikkelingen in politiek en beleid. Een belangrijke oorzaak daarvan is flexwerken. In een recente studie zegt WRR-onderzoeker Monique Kremer dat er sprake is van een flexparadox: ’Hoe meer zekerheid mensen hebben, hoe meer risico's ze durven nemen. En omgekeerd. Ergens weten we dat allang. Dat is waarom we een verzorgingsstaat hebben opgericht.’ Volgens Henk de Vos leidt de toegenomen bestaansonzekerheid tot maatschappelijk onbehagen. Hij stelt: ‘Doordat tegelijk de steun onder de bevolking voor beleid gericht op bestaanszekerheid onverminderd groot is, kan het niet verbazen dat het maatschappelijk ongenoegen en onbehagen is toegenomen. Het gevaar dreigt dat dit ongenoegen, zoals vaker in de geschiedenis, nare politieke gevolgen heeft.’ 

    Wat heeft de gewone burger aan een overheid als die de sociale en rechtsstatelijke ruggengraat van onze samenleving breekt?

    Het is daarom begrijpelijk dat het politieke landschap radicaliseert. Als het economisch beleid buiten de democratie om wordt bepaald en leidt tot een kapitaaloverdracht van arm naar rijk, wat stelt de stem van de gewone burger dan nog voor? Wat heeft de gewone burger aan een overheid als die overheid onder invloed van het neoliberale gedachtegoed de sociale en rechtsstatelijke ruggengraat van onze samenleving breekt, waardoor burgers zich niet langer met de staat verbonden weten? Dat heeft een voedingsbodem gecreëerd voor het altijd sluipende politieke gevaar van radicalisering.

    De losers van de neoliberale rat race to the bottom zullen, geheel in lijn met het door de neoliberalen gepredikte individualisme, de democratie in toenemende mate gebruiken om hun in de jaren zestig en zeventig verkregen privileges en daaraan gekoppelde sociale status te waarborgen. Het is logisch dat ze daarbij op zoek gaan naar een sterke man die voor die waarborgen belooft op te komen en hun boosheid serieus neemt.

    Politici belonen boze burgers

    Het neoliberale uitgangspunt dat economische vrijheid een noodzakelijke voorwaarde is voor politieke vrijheid heeft een hopeloos verdeeld politiek speelveld gecreëerd. Op dat speelveld is een nieuw soort politicus succesvol: voor deze politicus zijn stemmen belangrijker dan het landsbelang, is moraliteit een relatief begrip en is een visie iets dat de politieke manoeuvreerruimte beperkt. Het zijn de politici die met in oneliners verpakte soundbite-oplossingen inspelen op de onderbuikgevoelens van verwarde burgers. Met behulp van sociale media creëren zij politici hun eigen nieuwspoort, waarachter burgers hun boze onderbuikgevoelens bevestigd zien en daarvoor pasklare oplossingen krijgen.

    Het waarheidsgehalte van deze oplossingen speelt daarbij een ondergeschikte rol: slechts het electorale punt moet worden gescoord. Achteraf kunnen altijd nog excuses voor onwaarheden worden gemaakt. Deze postwaarheidstrategie blijkt effectief en steeds meer politici maken er gebruik van. De strategie werkt alleen niet voor de problemen van de boze burger. Het gevolg is dat uitbarstingen van burgerlijke onvrede in aantal en hevigheid zullen toenemen. 

    De kans op die uitbarstingen wordt daarbij vergroot door de huidige door rendement gedreven digicultuur. In zijn boek De grote vlucht inwaarts citeert cultuurfilosoof Thijs Lijster de filosoof Badiou. Die geeft aan dat de digicultuur wordt gekenmerkt door één filosofie: ‘Wat telt [...], is dat wat geteld wordt’.” Met behulp van datatechnologie wordt van de maatschappij een meetbaar en beheersbaar object gemaakt.

    De democratie is niet terug te brengen tot een formule

    Maar de democratie is niet terug te brengen tot een formule. De meeste menselijke beslissingen worden niet genomen op basis van een vergelijking door kwantificering; die zijn grotendeels gebaseerd op irrationele aannames, zoals psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman in vele onderzoeken aantoonde. Toch blijven we aan de cultuur van assessments, monitoring en meten-is-weten vasthouden. Dat komt doordat we in onze competitieve samenleving gekwantificeerde argumenten en doelen willen hebben om de winners te scheiden van de losers.

    De digitale datarevolutie heeft deze cultuur alleen maar versterkt. Die maakt data beschikbaar om nog gemakkelijker talenten objectief van de middelmaat te scheiden. Die talenten worden geselecteerd op basis van bovengemiddelde scores voor gestandaardiseerde testen, procedures en examens en zo gescheiden van de mindere goden. Hoewel we ons, in navolging van de ontwikkelingspsycholoog Peter Molenaar en bedenker van de ‘ergodische valkuil’ –  een paradoxale veronderstelling dat je individuele personen onderzoekt terwijl je hun individualiteit negeert – terecht kunnen afvragen of een grove meetlat op basis van afwijkingen van het gemiddelde de juiste mensen selecteert, stimuleert de selectie in onze neoliberale samenleving een maatschappelijke scheiding tussen een groep winners, een gekoesterde meritocratische bovenlaag, en een steeds groter wordende groep losers, een kansarme onderlaag die slechts wordt gedoogd.

    Dwang tot succes

    Deze selectie, in combinatie met de neoliberale dwang tot de ontwikkeling van talent als bron van succes en geluk en de loodzware last van de eigen verantwoordelijkheid, gaan steeds meer wringen met de essentie van ons mens-zijn: samen horen, ik ben, omdat jij bent. Het ondermijnt onderlinge solidariteit en zorgt ervoor dat de afvallers van de samenleving hun zelfrespect verliezen. Want als je geen baan of geen succes hebt, dan ligt dat volgens de neoliberale doctrine aan jezelf. Je bent niet ondernemend genoeg geweest of hebt slecht ingekocht op de markt. Alsof succes maakbaar is. 

    De econoom Robert Frank maakt korte metten met die mythe in zijn boek Success and Luck: Good Fortune and the Myth of Meritocracy. Hij legt in het boek uit dat geluk een grotere rol speelt in het bereiken van succes dan we ons willen realiseren. Bijvoorbeeld het geluk om te worden grootgebracht in een stabiel gezin. Ondertussen ontwikkelen veel niet succesvolle burgers door de mythe een negatief zelfbeeld met alle gevolgen van dien. In hun artikel Meritocratie als aanslag op het zelfrespect van de verliezers zeggen Elshout, Tonkens en Swiersta daar het volgende over: ‘een opstand is nog niet in zicht. Wat wel in zicht is, is een voortgaande polarisatie onder mensen aan de onderkant die elkaar voor “underserving” verslijten.’ Ook Paul Verhaeghe komt in zijn boek Identiteit tot die conclusie. Hij maakt duidelijk dat de dwang tot succes en geluk leidt tot verlies van zelfbesef, desoriëntatie en vertwijfeling.

    "Als je geen baan of geen succes hebt, dan ligt dat volgens de neoliberale doctrine aan jezelf. Alsof succes maakbaar is"

    Wie helpt de losers?

    Verblind door economisme, zien veel politici niet dat hun belangrijke taak — de passie en solidariteit van burgers te mobiliseren — wordt ingevuld door de radicale imams en de nationalistische politici van deze tijd. In plaats van de in het neoliberalisme gewortelde oorzaken van de vertwijfeling van burgers aan te pakken, bestrijden de traditionele politieke spreekbuizen slechts de economische gevolgen. En dat doen ze met méér neoliberaal beleid. Door de politiek in de steek gelaten, gaan de burgers om zin en duiding aan hun leven te geven op zoek naar bewegingen waar ze niet als losers worden geoormerkt en waar ze hun zelfrespect terugvinden. 

    Die bewegingen bieden de losers van de neoliberale ratrace een weg uit de wanhoop met politieke beloftes over terugkeer naar een samenleving van voor de neoliberale veranderingen. Een samenleving waar God of de oorspronkelijke inwoners de baas waren en iedereen nog veilig en gelukkig was. Zij bieden de afvallers een gemeenschappelijk verhaal: een mythe. Zij begrijpen dat een maatschappij niet alleen op basis van logica en economische vrijheid kan worden aangestuurd. Mensen hebben ook mythes nodig om zin aan hun leven te geven. De jonge Nietzsche begreep dat ook. Hij stelde in zijn boek De geboorte van een tragedie: ‘Maar zonder mythe verliest elke cultuur haar gezonde, scheppende natuurkracht: pas een door mythe omkaderde horizon smeedt een hele cultuurbeweging tot eenheid.’ De mytheloze neoliberale maatschappij heeft daarentegen voor politieke en sociale verdeeldheid gezorgd en de zin van het leven gereduceerd tot competitie.

    Overwinning van het egoïsme

    De maatschappelijke eenheid werd tot de komst van het neoliberalisme geborgd door een sturende overheid die op basis van een sociaal contract met haar burgers de eenheid (het algemeen belang) diende. Die borging zorgde ervoor dat het liberale individualisme eerder sociaal dan zelfzuchtig was en dat de nevenschade van marktwerking werd beperkt. Sinds het verdrag van Maastricht is Europa echter in de greep van een bandeloze neoliberale vrijheidsmachine waarvan de rigide economische en politieke dogma’s van solidaire burgers, zelfzuchtige individuen hebben gemaakt. Het verdrag heeft een competitiedrift tot ontwikkeling laten komen die aanzette tot de creatieve destructie van het politieke, maatschappelijke en economische landschap van eind jaren tachtig. 

    Sinds het verdrag van Maastricht is Europa in de greep van een bandeloze neoliberale vrijheidsmachine

    Dat landschap zou worden herschapen in kapitalistische en technologische heilstaat. Het landschap is inderdaad herschapen, alleen voor de meeste Europese burgers niet in een heilstaat. In plaats daarvan is het veranderd in een toneel waarop de neoliberale machinery of freedom een politieke, maatschappelijke en economische ratrace heeft ontketend waarvan slechts een klein deel van de bevolking profiteert. Dit omdat de machine ook nog een andere bijzondere vorm van vrijheid verschafte: de vrijheid om zonder vakbonden en cao’s te onderhandelen. Deze vormt zo een vrijbrief voor werkgevers om lonen laag te houden en de rechten van werknemers uit te hollen. De overgang van regulering door wetgeving naar zelfregulering verlaagde de drempel om democratische besluitvorming, milieuafspraken, rentmeesterschap bij het doen van financiële transacties en het naleven van privacybescherming te negeren. 

    De vrijheid om gebruik te maken van belastingverdragen zette aan tot oneigenlijk gebruik dat leidde tot belastingontduiking en het vergroten van de inkomens- en vermogensongelijkheid. En de vrijheid om het word wide web te monopoliseren heeft datamonopolisten gecreëerd die in potentie de macht hebben om het begrip vrijheid te reduceren tot de vrije stroom van digitale data.

    Elite profiteert

    Een soevereine staat verenigt losse individuen in een samenleving tot burgers met een gezamenlijk belang. Helaas heeft dertig jaar neoliberale vrijheid ervoor gezorgd dat het gezamenlijk belang financialiseerde en verengde tot het deelbelang van de klasse van vermogensbezitters die worden vertegenwoordigd door parademocratische uitzonderingsmachten. Volgens de vaders van het neoliberalisme F.A. Hayek en L. von Mises was staatsgecontroleerde planning een doodzonde. Het neoliberalisme zou burgers bevrijden van de bureaucratische nachtmerrie van centrale planning. Zij zouden zich derhalve in hun graf omdraaien als ze konden bevroeden dat de vrijheidverschaffende krachten van de markt, parademocratische uitzonderingsmachten als de financiële sector en monopolistische datatechbedrijven zouden voortbrengen die de samenleving met financiële planning en digitale controle zouden gaan domineren.

    Vierhonderd jaar geleden nam Spinoza het op de tegen de dogma’s van het christendom en de feodale uitzonderingsmachten. In zijn Theologisch Politiek traktaat zei hij toen over de staat het volgende: ‘Het is, zeg ik, niet het doel van de staat de mensen van redelijke wezens tot beesten of automaten te maken, maar integendeel hen in staat te stellen, hun verstand en vrijheid te gebruiken, en hen verder af te houden van onderlinge strijd uit haat, toorn, kwade trouw of slechte gezindheid’. Zijn woorden zijn heden ten dage zeer actueel. 

    Op het neoliberale speelveld wordt menselijk handelen gereduceerd tot een serie financiële transacties

    Op het neoliberale maatschappelijke speelveld is de grens tussen het publieke en private domein ge-economiseerd en wordt menselijk handelen langzaam maar zeker gereduceerd tot een serie kostbare financiële transacties. Slechts een beperkte groep profiteert echt van die transacties. Een steeds groter worden groep boze burgers pikt dat niet meer. Het beleid dat sinds het verdrag van Maastricht door nationale staten aan haar burgers wordt opgedrongen, zorgt ervoor dat burgers van redelijke wezens tot beesten of automaten verworden en worden aangezet tot onderlinge strijd uit haat, toorn, kwade trouw of slechte gezindheid.De perceptie bij burgers is dat de staat faalt om hun noden te verkleinen. Die stimuleert de roep om een sterke man in veel Europese landen.

    Neoliberale kaalslag

    Hoewel de neoliberale politiek voor een kaalslag van de naoorlogse Europese verzorgingsstaat heeft gezorgd, zorgt het restant van die staat nog steeds voor een structuur van collectiviteit die burgers nog enige garanties op bestaanszekerheid biedt. Bij doorgaand neoliberale beleid zal deze verelendung doorzetten en zullen ook die garanties verdwijnen. De neoliberalen zullen dan hun door de onzichtbare hand gedomineerde heilstaat verwezenlijken, maar voor de doorsnee Europese burger zal dat betekenen dat ze onderdeel worden van een real life computer game waarin we als krediethorigen een Hobbesiaanse strijd zullen voeren van allen tegen allen.

    Het Europese politieke systeem is in verval en het neoliberaal kapitalisme is daar in hoge mate debet aan. Er is een sterk verdeeld maatschappelijk en politiek Europees speelveld ontstaan dat in de ban is van nationalistische opportunisten en angst voor radicaliserende burgers. Europese solidariteit heeft plaats gemaakt voor nationale of religieuze xenofobie. Brexit, het sterk opkomende nationalisme en de angst voor immigranten zijn hierbij een teken aan de wand.

    30 maart: een Gepeperd Gesprek

    De economie draait weer. Maar betekent dat ook dat het goed gaat? Feit is dat de schulden van burgers en overheden nu groter zijn dan vóór de kredietcrisis. Het kraakt en wringt. In het volgende gepeperd gesprek gaan we onderzoeken hoe we onze economie beter kunnen maken. Is er een alternatief voor schuld als motor van de vooruitgang?

    Op donderdag 30 maart brengt Follow the Money onder meer hoogleraar Economie Dirk Bezemer en economisch journalist Maarten Schinkel samen met televisiemaker Jort Kelder en FTM-hoofdredacteur Eric Smit. De gasten zullen het gaan hebben over ons economisch stelsel. Het debat zal zijn zoals u van ons gewend bent: pittig. Save the date.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Maarten van der Kloot Meijburg

    Maarten van der Kloot Meijburg (1960) is directeur van adviesbedrijf MKM Consultancy, en partner van  energie-consultants Eem...

    Volg Maarten van der Kloot Meijburg
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren