De verkrachting van economisch taalgebruik

2 Connecties

Relaties

Taalgebruik Orwell
0 Bijdragen

Woorden zonder of met een volstrekt onduidelijke betekenis worden te vaak gebezigd in de economische discours. Een top drie van worst practice.

In zijn befaamde essay over politiek taalgebruik beklaagde George Orwell zich over het feit dat woorden in politiek taalgebruik betekenisloos waren geworden. “The word Fascism has now no meaning except in so far as it signifies "something not desirable,” schreef Orwell in 1946. “I have heard it applied to farmers, shopkeepers, Social Credit, corporal punishment, fox-hunting, bull-fighting, the 1922 Committee, the 1941 Committee, Kipling, Gandhi, Chiang Kai-Shek, homosexuality, Priestley's broadcasts, Youth Hostels, astrology, women, dogs and I do not know what else.”

 

Orwell leeft. Men wordt om de oren geslagen met woorden die een prettige bijklank hebben of woorden die als een onbeschreven blad dienen (denk: 'Change' en 'Hope'). Ook in het politiek-economisch discours vindt men woorden die strikt gezien betekenisloos of op zijn minst verwarrend zijn. FTM compileerde een top drie van worst practice. 
 
1. Hervormen
‘Veranderen om te verbeteren’ zo luidt de woordenboek definitie van hervormen. Een politicus die geen verbeterende veranderingen wil is nergens te vinden, dus verwonderlijk is het niet dat zo’n beetje ieder weldenkend mens achter hervormingen staat. Hervormen klinkt plezierig dynamisch in onze oren.
 
Helaas blijft het maar al te vaak alleen bij alleen een pleidooi voor hervormingen. Het is al lang niet meer uitzonderlijk om artikelen tegen te komen waarin de noodzaak van hervormingen wordt benadrukt, maar geen enkele concrete hervorming wordt genoemd. Het is alsof men in artikelen over het buitenland voor de vorm nog even de noodzaak van wereldvrede benadrukt. Erg veel wijzer wordt niemand ervan. 
 
D66 is het meest bedreven in de taalspielerei met hervormen. “De overheidsfinanciën moeten op orde worden gebracht. Maar dat doet D66 liever met economische hervormingen als een verhoging van de AOW-leeftijd dan met bezuinigingen die een kleine groep onnodig hard raken,” aldus Wouter Koolmees, kamerlid van D66. Het verhogen van de AOW leeftijd is geen bezuiniging, nee het is een –tromgeroffel- hervorming.  Op die manier is het einde is zoek. Men kan evengoed de nullijn voor ambtenaren een hervorming gaan noemen en geen bezuiniging. Immers, er zullen vast mensen zijn die dit een ‘verbeterende verandering’ vinden. Hervormen betekent wat de spreker wil dat het betekent.
 


Job Cohen gaat de semantische non-discussie aan. “Wie hervormt er nou!?  werpt hij Balkenende toe.

 

In de Europese politiek  komt een woord als hervormen al helemaal goed van pas om een positieve draai te geven aan bijzonder akelig beleid. ‘Griekenland moet hervormen,’ aldus ministers van Financiën Schauble en de Jager. Dat klinkt een stuk vriendelijker dan: het minimumloon moet met 22 procent omlaag; 150.000 ambtenaren moeten worden ontslagen; en €50 miljard aan staatseigendommen moeten worden geprivatiseerd. Op het Europese financiële slagveld glijden de eufemismen al even makkelijk van de tong als op een echt slagveld. 
 
2. Vertrouwen
Of het nou makelaars, zakenlieden of centraal bankiers zijn, ze hebben het in  hun klaagzangen altijd over een gebrek aan vertrouwen. Het vertrouwen kan meestal teruggewonnen worden door het advies van de spreker op te volgen. “De onzekerheid over de overdrachtsbelasting is funest voor het consumentenvertrouwen,” zo lobbyt de Nederlandse Vereniging van Makelaars. Een beroep op vertrouwen is vooral een retorische springplank geworden om beleid te bepleiten dat toch al werd bepleit.
 
Binnen Europa is vertrouwen een themawoord. Draconisch bezuinigen kan op het eerste gezicht weinig goeds betekenen voor de economie, dus moet de magie van vertrouwen uitweg bieden. “The idea that austerity measures could trigger stagnation is incorrect,” wist voormalig ECB president Jean Claude Trichet aan La Repubblica te vertellen. “In fact, everything that helps to increase the confidence of households, firms and investors in the sustainability of public finances is good for the consolidation of growth and job creation.”  
 
Het geloof in een vertrouwensherstel is het paard achter de wagen spannen. Consumenten- en producentenvertrouwen is vooral het gevolg, niet de oorzaak van een slechte economie. In tijden van crisis daalt het vertrouwen omdat er te weinig wordt gekocht, de werkloosheid stijgt, de woningprijzen dalen en de pensioenvermogens verdampen. Producenten geven in peiling na peiling aan dat hun grootste zorg het aantal klanten is. Vertrouwen los zien van het economisch herstel is een ongegrond geloof in wat NYT columnist Paul Krugman terecht de ‘confidence fairy’ noemt. 
 
3. De geldpers aanzetten
Sinds de kredietcrisis verschijnen er steeds vaker semiapocalyptische verhalen over centrale banken die de geldpersen laten draaien. FD-columnist Mathijs Bouman, die excelleert in het genre, schreef dreigend over Fed-voorzitter Ben Bernanke die $300 miljard aan staatsobligaties ging kopen met ‘knisperende, versgedrukte bankbiljetten’. Bouman’s monetaire beeldspraak is van de buitencategorie, maar zelfs het NOS journaal heeft het over ‘geld drukken’ of de ‘geldpersen aanzetten’. De indruk wordt zo gewekt dat men in Washington DC naar Weimariaans recept opeens bakken met geld rond strooit. Geheel ten onrechte.
 
De economen en journalisten die het opkopen van staatsobligaties door de centrale bank beschrijven als ‘geld drukken’ of 'geld creëren' zeggen in feite dat een staatsobligatie geen geld is. Dit is een nogal dubieuze veronderstelling. Iemand die belegt in staatsobligaties doet dit juist omdat het beter is dan cash! Een staatsobligaties is eigenlijk niets anders dan een spaarrekening met een vaste looptijd. Er zullen weinig mensen zijn die hun spaargeld geen geld zullen noemen. 
 
Als de centrale bank staatsobligaties opkoopt verschuift het gewoon geld van een spaarrekening (staatsobligaties) terug naar een bankrekening (saldo bij de centrale bank). Waarom dit ‘geld drukken’ wordt genoemd is niet duidelijk. Er komt namelijk helemaal geen nieuw geld bij. De netto vermogenspositie blijft exact hetzelfde, het enige dat verandert is de samenstelling van de bezittingen van de private sector. 
 
Wanneer zouden we het wel redelijkerwijs over het aanzetten van de geldpers kunnen hebben? Iedere keer wanneer de overheid geld uitgeeft. Overheidsuitgaven voegen geld toe aan de economie, terwijl belastingen geld weghalen uit de economie. Door overheidsuitgaven wordt er ‘geld gedrukt’ en door belastingen wordt geld ‘ontdrukt’. 
 
Gek genoeg wordt alleen wat de centrale bank doet als ‘de geldpers aanzetten’ beschreven. Dit is onprecies gebruik van taal. Men krijgt hierdoor de indruk dat geld uit het niets maken ongebruikelijk is, terwijl het de norm is. Bovendien dicht men hierdoor krachten toe aan de centrale bank die ze niet heeft.