• Zullen ook het woord oorlog niet kennen.
  • Als een vulkaan uitbarst is dit geen gevolg van woorden. We kunnen die wel met woorden beschrijven.
  • Doet me aan newsspeak denken.

De financiële economie is slechts één voorbeeld van een onduurzaamheid in onze economie. Maar voordat de rest aan bod komt, introduceert Niko Roorda eerst een model dat centraal staat in zijn filosofie: de Vier Sferen.

Er zijn naar aanleiding van de aflevering van vorige week weer fantastische, zeer waardevolle reacties binnengekomen, net als in de weken ervoor. Het lijkt erop dat, nu ik me meer beperk tot de hoofdlijn van mijn boek en veel minder zijwegen insla, dat in de reacties terug te vinden is, en daar ben ik blij mee. Ik dank jullie hartelijk, het komt het boek zeer ten goede. Een bloemlezing:

Lydia schreef: “Wie naar en op geld jaagt vernielt de planeet en is oorzaak van groeiende armoede, akelige manieren van sterven en pure discriminatie op inkomen, naast een hoop andere griezelige dingen. Ze streven een plek in de CITADEL na, terwijl zij die dat niet kunnen en soms ook niet willen, het moeten doen met een ONDERSTAD.

Die metafoor van de Citadel en de Onderstad, ontleend aan een sciencefictionfilm genaamd Escape from New York, is heel doeltreffend, ik ga hem in het boek gebruiken.

Mz59 bracht naar voren: “Het is het bekende probleem met modelvorming: hoe bepaal je hoe goed je model met de werkelijkheid overeenkomt?” En dat is helemaal waar. In het vervolggesprek in het forum wisselden we van gedachten over voorspellende kracht en andere vormen van succes van een vakgebied: een thema waar ik verderop uitvoerig over ga schrijven.

Petros: “Heerlijk toch, iedereen met een klein beetje verstand beseft toch ondertussen dat economen nepnieuws brengen en dat zowel van zogenaamd rechts, midden en links. Een echt humaan standpunt, dus wereldrijk eerlijk verdelend systeem zonder de wereld te vernietigen, is voor economen blijkbaar een communistisch taboe. Ben daarom blij met deze frisse en controverse ideeën van mijnheer Roorda.”

Kijk, dat soort waarderende commentaren op basis van een bijtend maar realistisch standpunt: dat houdt bij mij de moed erin.

Adriaan van Van formuleerde kernachtig: “Wanneer zo’n 10-15% van de bevolking leeft in de economische marge is er volgens economen geen crisis. Conclusie: crisis bestaat voor economen alleen als er ook rijken getroffen worden, waarbij de echte gevolgen afgewenteld worden op hen die van oudsher, ook buiten crisistijd, tot de kwetsbare groepen behoren.

Een heel belangrijke waarneming, die je gaat terugvinden in het boek. Bedankt, Adriaan.

Het is belangrijk om een misverstand uit de weg te ruimen. Arjan schreef: “Als de wetenschap in die lange periode bubbels niet heeft kunnen doorgronden, zal er dan werkelijk iemand zijn in Nederland die dat in 2019 wel kan?”

Dat is dus een misverstand. In mijn antwoord lichtte ik toe waarom:

Je hebt niet goed gekeken naar wat ik schreef. Ik claim helemaal niet dat ik het ga begrijpen. Dat kan ik niet, en ik zal het niet. Mijn voorstel is - en je kunt het allemaal nalezen in de eerste afleveringen van dit jaar - dat de complete economische, althans omniconomische wetenschap opnieuw ontwikkeld gaat worden. Door duizenden wetenschappers van alle denkbare disciplines, in samenwerking met de samenleving. Dat is een proces dat ongetwijfeld jaren gaat duren. Er moet een systeem ontworpen worden waarin bubbels zeer onwaarschijnlijk worden: helemaal uitsluiten zul je nooit kunnen, al was het maar omdat vulkanen en meteorieten (letterlijk) roet in het eten kunnen gooien. Kortom, ‘iemand in Nederland die dat in 2019 wel kan’ is onzin, dat heeft niemand beweerd.

Zo zie je maar eens: het is altijd belangrijk om zorgvuldig aan verwachtingenmanagement te doen, zoals dat zo mooi heet. Dat heb ik bij dezen weer even gedaan. Ik kom in het boek niet met oplossingen! Slechts met oplossingsrichtingen.

Nog eentje. In de vorige aflevering schreef ik: “De lijnrecht tegenovergestelde meningen van de twee machtige supranationale organisaties laten prachtig zien dat het inderdaad dát was en niets meer, wat ze verkondigden: meningen. Geen feiten, geen peer-reviewed wetenschap, geen solide onderbouwde en (dus) algemeen aanvaarde conclusies. Slechts meningen.

Anton corrigeerde mij. Hij schreef: “De meningen die veel van deze deze economen verkondigen zijn wel degelijk peer-reviewed wetenschap, solide onderbouwde en (dus) algemeen aanvaarde conclusies. Dat wil zeggen, met dien verstande dat ze door neoklassieke economen peer-reviewed zijn, en door neoklassieke economen algemeen aanvaard. Maar dat betekent op zichzelf niet veel, want ook onversneden bullshit kan peer-reviewed zijn”.

Prima commentaar. Ik maakte een fout, en dankzij Anton kan ik die corrigeren. Oproep aan allen: blijf scherp, verbeter me waar dat nodig is!

Nu naar de nieuwe aflevering. De vorige keer besprak ik het onderscheid tussen ‘woorden’ en ‘verhalen’. Op dat punt ga ik nu verder, en introduceer een model dat centraal staat in mijn filosofie: de Vier Sferen. Dit is een cruciaal stuk, omdat ik vanuit dat model heel veel ga verklaren en ontwikkelen.

1.3. De Vier Sferen

Wat gaat dan wel diep genoeg? Ik ga het je vertellen. Maar eerst moet ik het terrein uitbreiden tot zijn volle omvang. Want de labiliteit van de financiële economie is slechts één voorbeeld van onduurzaamheid die tot catastrofes leidt. Het is een voorbeeld uit de hoek van profit, een van de drie hoofdaspecten van duurzame ontwikkeling. Met people en planet erbij worden ze samen wel de Triple P genoemd, in navolging van Ismail Serageldin die ze in 1996 bedacht en van John Elkington die ze in 1998 grote bekendheid gaf. Ook in de domeinen van de andere twee P’s bestaan uiterst gevaarlijke oorzaken van catastrofes. 

Laat ik eerst even aangeven waar de drie P’s nu precies over gaan. Ze worden ook ecologische, sociale en economische duurzaamheid genoemd. Samen gaan ze over heel veel onderwerpen, en vooral over de ingewikkelde relaties tussen al die onderwerpen. In het bedrijfsleven wordt de driedeling ook aangeduid als de Triple Bottomline. Ik geef je de definities die ik in een eerder boek al eens opschreef.

Nu heb ik in het voorafgaande gedeelte één instabiliteit in de profit-zone – instortende beurzen – als voorbeeld genomen om je te laten zien dat we de fundamentele oorzaken van onduurzaamheid niet kunnen bestrijden met oppervlakkige beleidsmaatregelen. Structuurfouten kun je niet wegwerken met een laagje vernis.

Zulke gevaarlijke instabiliteiten vind je ook bij planet en bij people. Zo kan klimaatverandering ons wereldwijd in de afgrond storten, net als instortende ecosystemen, een doldraaiende economische groei, golven van uitstervende planten- en diersoorten (de ‘zesde extinctie’), vluchtelingenstromen van honderden miljoenen mensen en verscheurde samenlevingen. Dit zijn slechts zes voorbeelden, voor elke ‘P’ twee, waarmee ik in Figuur 1.7 illustreer dat het scala aan structurele instabiliteiten ons in vele richtingen in afgronden kunnen storten. Ik kan aan de figuur gemakkelijk nog veel meer van zulke realistische dreigingen toevoegen, helaas. Dat gebeurt in hoofdstuk 3.

En dus kunnen beleidsmaatregelen, hoe belangrijk en effectief ook, nooit voldoende zijn om ons stabiel in veiliger vaarwater te brengen. Het moet veel dieper gaan. Grondiger. Fundamenteler.

Dat is wat ik in dit boek doe: ik laat zien hoe we dat kunnen doen. Als eerste stap beschrijf ik wat de gevolgen zijn van de keuze van de woorden waarmee we onze verhalen vertellen. Je voelt hem misschien al aankomen: om betere verhalen te kunnen vertellen moeten we andere woorden gaan gebruiken. Want:

Om iets te zeggen heb je woorden nodig.

Wie woorden heeft, kan verhalen vertellen.

Wie verhalen vertelt kan beslissingen nemen en aldus beleid kiezen.

Wie beleid kiest, bepaalt de gebeurtenissen en dus ook de effecten daarvan.

Dat betekent: de woorden die we hebben, zijn bepalend voor wat er gebeurt en wat de gevolgen daarvan zijn. Woorden bepalen hoe de wereld er na een tijdje uitziet. Je kunt dat in een plaatje zetten zoals in Figuur 1.9.

Figuur 1.8 bestaat uit vier lagen, die ik graag ‘sferen’ noem. Ik heb er deftige namen aan gegeven, ontleend aan het Grieks: van onder naar boven noem ik ze logosfeer, mythosfeer, politosfeer en fenosfeer.

Met behulp van het beeld van de vier sferen kun je een koppel schone waarheden ontdekken:

De woorden die je bezit bepalen wat je kunt vertellen. 

De woorden die je niet bezit bepalen wat je niet kunt vertellen. 

Je kunt dat zelf eenvoudig een paar keer oefenen. Doe eerst maar eens net alsof je geen woorden hebt voor kleuren en geuren. Beschrijf een herfstbos.

Vervolgens: hoe zou een koning die geen woorden heeft voor getallen boven de 4, omgaan met belastingheffing?

Hoe behandelt een samenleving die het woord ‘mensenrechten’ niet kent, haar burgers (en slaven)?

Nog eentje. Vul deze zin aan: Keizers en presidenten die het woord ‘vrede’ niet kennen, zullen…

Maar er is nog een andere, belangrijker conclusie. Het beeld van Figuur 1.8 laat ook zien:

Als je foute woorden bezit, of woorden fout gebruikt, vertel je verkeerde verhalen, waardoor je slecht beleid voert zodat je schadelijke effecten veroorzaakt.

Dit is de diepste oorzaak van alle onduurzaamheid in de wereld. Ik ga dat toelichten aan de hand van een voorbeeld.

Fout woordgebruik: een voorbeeld

Het woord ‘waarde’ is een erg fout woord. Misschien is het woord principieel fout en zouden we het moeten afschaffen. Maar het zou ook kunnen dat het woord op zichzelf best okee is maar dat het door sommige mensen op een nogal foute manier gebruikt wordt. Dat zijn dan helaas wel vooral degenen die voor een belangrijk deel bepalen wat er in de wereld gebeurt. Want nogal wat economen en bankiers, samen met leden van rekenkamers en regeringen, denken dat ‘waarde’ hetzelfde is als ‘geld’. 

Dat is natuurlijk niet waar, en dat weten jij en ik heel goed. ‘Geld’ is een sprookje, dat zei ik net al, terwijl ‘waarde’ – nou ja, zo’n beetje het belangrijkste is wat er bestaat. Ga maar na. Als je de meest waardevolle dingen in je leven eens op een rijtje zet, dan is er een goede kans dat je in je persoonlijke Top Tien dingen zult zetten zoals:

  • De liefde van en voor je partner, je kinderen, je ouders
  • Gezondheid
  • Je geloof of je levensovertuiging
  • Een glimlach
  • Vrijheid, vrede, vriendschap, vertrouwen, respect, waardering, erkenning
  • De schoonheid van een zonsondergang, de stilte en serene rust van een bos
  • Levensvervulling, zelfrealisatie 

Het opvallende is dat de dingen die het meest waardevol zijn geen van alle voor geld te koop zijn

Nogal wat van de meest invloedrijke beleidsmakers in de wereld snappen dat niet. En dan krijg je Case ‎1.2.

Case 1.2. Eén renpaard = tienduizend kippen

1 renpaard

=

10.000 kippen

2 broden

=

1 biertje in een café

1 Mercedes

=

250 fietsen

1 halfautomatisch geweer + 1000 kogels

=

2 begrafenissen

1 Time Warner Company

=

2440 bossen van 3400 hectare

1 directievoorzitter

=

6500 werknemers met minimumloon

1875 muizen

=

1 ezel

10 euro

=

12 dollar

2,4 gram goud

=

1 kies gevuld (meervlaksvulling)

2 kinderen

=

97 vakanties naar Thailand (2 personen, 3 weken)

8000 avondjes samen lachen in de schouwburg

=

1 genezing van een kankerpatiënt

1 Google, Inc.

=

200 miljard eieren

9 miljoen shirts gemaakt door kindslaven

=

1 voetballer

1 economische crisis rond 2008

=

22.000.000.000.000 dollar

1 mens (VS)

=

588 mensen (Centraal Afrika)

Lees verder Inklappen

De vergelijkingen in Case 1.2 kloppen echt. Financieel gezien. (Of deden dat in een recent verleden. Feitelijk of op grond van schattingen van deskundigen.) Als je wilt weten waarom en hoe, kun je een spreadsheet downloaden (‘What’s it worth’) vanaf de website die bij dit boek hoort, waarin de waarde van elk onderdeel wordt weergegeven in dollars en euro’s, compleet met toelichtingen en bronvermeldingen.

Ook al kloppen de vergelijkingen, veel conclusies zijn duidelijk absurd. Zo mogen de aanschafkosten die klanten in winkels in westerse landen betalen voor negen miljoen shirts dan aantoonbaar gelijk zijn aan die van de transfer van één voetballer (Neymar naar Paris Saint-Germain in 2017 voor 220 miljoen euro), maar niemand is in staat om het leed te voelen van de tienduizenden kinderen in India, Bangladesh of elders die met hun handjes die shirts in elkaar hebben gezet; of om de waarde te schatten van de kansen die zij daarbij mislopen op een fatsoenlijk leven doordat ze niet naar school kunnen. Is dat allemaal samen echt gelijk in waarde aan een paar extra doelpunten die PSG wellicht scoort? Het leed en de gemiste kansen op een menswaardig bestaan van de kinderen die door hun ouders zijn verkocht (om hun andere kinderen te kunnen voeden) zijn niet in geld uit te drukken.

Nee, niet alles wat van waarde is, is in geld uit te drukken. Wanneer je probeert om de glimlach van een geliefde ergens in Case 1.2 een plekje te geven, is het twijfelachtig of je dat gaat lukken. Hetzelfde geldt voor de geur van vers brood, voor een herinnering uit je jeugd en voor je pasgeboren kind. Zeker: de case bevat onder meer de prijs van ‘2 kinderen’, die gelijk is aan 97 vakanties. Maar dat betreft een schatting van het bedrag dat je gemiddeld kwijt zult zijn aan voeding, kleding en huisvesting en zo, als gevolg van je keuze om kinderen te krijgen: circa tweehonderddertigduizend dollar per kind in de periode tussen geboorte en meerderjarigheid. Dat geldt althans voor een Amerikaans middenklassengezin, volgens het US Department of Agriculture. Het geluk en plezier dat je door die keuze beleeft, maar ook de zorgen en het verdriet die waarschijnlijk op je pad zullen komen, zijn niet in geld uit te drukken. Dat geldt zeker ook voor het geluk en het verdriet dat je kinderen gaan meemaken als gevolg van jouw beslissing om ze te laten bestaan.

De logosfeer

De natuur wordt uitgebuit door roofbouw en overbegrazing en -bevissing. Planten en dieren sterven massaal uit. De planeet wordt bevuild met giftige stoffen, fijnstof en broeikasgassen. Dat gebeurt omdat mensen foute verhalen vertellen. Hak een bos om en verkoop het hout, zo luidt een van de verhalen, want dan heb je winst. ‘Winst’ is een fout woord (of een goed woord dat fout gebruikt wordt). 

Begraaf je afval in de grond. Loos afvalwater en plastics in de zee en spuit CO2 in de lucht, en ze zijn allemaal fijn verdwenen! Aldus een ander verhaal, dat ons vertelt dat de grond, de zee en de lucht externaliteiten zijn, waar we vrijuit over kunnen beschikken: ze tellen niet mee, ze doen er niet toe. ‘Externaliteit’ is een fout woord.

Neem de metalen in de grond in eigendom en doe ermee wat je wilt, want als toekomstige generaties dat ooit ook willen doen, ach, die horen of zien we toch niet. ‘Eigendom’ is op zijn minst een raar woord. Een fout woord?

De verhalen die met dit soort woorden verteld worden zijn fout omdat ze leiden tot beleidskeuzen en gedrag die desastreuze effecten oproepen. Ik heb de genoemde woorden, samen met een paar andere, hieronder in Figuur 1.9 ingevuld in de logosfeer. Natuurlijk geef ik daar geen complete opsomming van zulke woorden, dat zou helemaal niet kunnen. Als je wilt kun je er zelf woorden aan toevoegen, zo veel als je wilt. Vanzelfsprekend zijn vast niet alle woorden in de logosfeer van Figuur 1.9 fout (fundamenteel of in hun gebruik). Als we willen uitzoeken welke woorden okee zijn en welke niet, levert dat een boeiende zoektocht op. Dat gaat straks gebeuren.

De mythosfeer

In de tweede laag van onderen, de mythosfeer, heb ik een aantal verhalen ingevuld. Natuurlijk: ook die verhalen worden aangeduid met woorden. Dat is wat we immers doen: we kiezen woorden waarmee we verhalen vertellen, waarna we zo’n verhaal als geheel ook een woord geven, zodat we nieuwe verhalen bovenop de oude kunnen stapelen. Zo is kapitalisme een verhaal, gestapeld op woorden zoals waarde, winst, onderneming en eigendom

Maar hoe weet je nu, welke woorden thuishoren in de onderste sfeer en welke in hogere sferen? Mijn antwoord is: in de logosfeer staan de woorden die het meest fundamenteel zijn in ons denken. De basisbegrippen, de kernwoorden die ons denken vormgeven. De paradigma’s. De memen. In de tweede sfeer vind je vervolgens de woorden die een veel meer samengestelde aard hebben: de verhalen dus. Niet alleen mooie kleine verhaaltjes zoals goeie moppen en sprookjes van Grimm, maar ook – vooral – de GROTE verhalen, die de geschiedenis van de mensheid hebben vormgegeven. Veel verhalen die ik heb ingevuld ken je; andere, waaronder vanzelfisme, ga ik verderop toelichten. Ook ‘economie’ is een verhaal, dat vertelt dat het mogelijk en zinvol is om de wereld in te richten en te besturen volgens economische beginselen in de logosfeer.

Ik geef direct toe, nog voordat je het kunt roepen: de verdeling tussen de eerste en de tweede etage is in zekere mate subjectief. Daarom mag je de invulling in Figuur 1.9 zien als een voorstel. Het staat je vrij om de woorden anders over de vakken te verdelen, om woorden weg te halen en om andere woorden toe te voegen. Of zelfs om extra lagen aan te brengen, sferen die zich tussen de door mij benoemde bevinden. Ik claim geen juistheid en ook geen volledigheid. Maak je eigen schema, als je vindt dat het mijne niet deugt!

De politosfeer

In de derde sfeer, de politosfeer, staan de keuzen die de mensen maken en de routes die ze volgen op basis van de verhalen waarin ze geloven. Voor wie winst bijvoorbeeld een basiswoord is in de logosfeer, is winstoogmerk een doel en een beleidskeuze in de politosfeer dat de richting aangeeft van concreet gedrag.

De fenosfeer

In de vierde sfeer, de fenosfeer, staan de gevolgen van de keuzen en het gedrag van mensen. Een aantal van die gevolgen zijn bepaald niet verkeerd. Welvaart bijvoorbeeld. En quality years: een groeiend aantal mensen leeft steeds meer jaren in goede gezondheid en welzijn, dus in goede kwaliteit. Helaas bevat de fenosfeer ook veel foute effecten die uiterst schadelijk en gevaarlijk zijn en daarmee zelfs de gunstige gevolgen bedreigen. 

Tenslotte

Zo is nu mijn centrale model van de Vier Sferen kort beschreven. In de volgende aflevering ga ik erop door. Want je kunt problemen die zich voordoen proberen aan te pakken door in te grijpen op het niveau van elk van de vier sferen. De gevolgen daarvan, en de kansen die je hebt om echt iets te bereiken, zijn heel verschillend. Je ziet het over een week.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 694 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 1204 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier