De vijf grootste knelpunten van de eurozone

    Afgelopen jaar kende de eurozone de laagste economische groei van alle grote economische blokken in de wereld. Follow The Money heeft de voornaamste knelpunten op een rij gezet. Is er licht aan het eind van de eurotunnel of zullen onconventionele maatregelen onafwendbaar zijn?

    Het jaar 2014 is alweer bijna voorbij. Tijd om weer even stil te staan bij de grootste monetair-economische pijnpunten, die de Europese beleidsmakers afgelopen jaar hebben trachten te bezweren en om vooruit te blikken naar komend jaar. De ergste onrust van de financiële markten over deze eurocrisis mag dan sinds Draghi’s fameuze ‘we will do everything to preserve the euro‘ (eind juli 2012, red.) zijn afgenomen, maar het gevaar dat het alsnog mis gaat met de euro is nog niet geweken. Weliswaar is de euro als eenheidsmunt niet verdwenen, zoals sommige doemdenkers voorspelden, maar dat risico bestaat nog steeds. Hierbij de vijf grootste knelpunten van de Eurozone en de maatregelen die daartegen werden genomen. Die voornaamste knelpunten hangen met elkaar samen en laten zich als volgt samenvatten: te weinig bedrijfsinvesteringen en consumenten bestedingen; de schrikbarend hoge werkloosheid, vooral onder de jeugd ; een veel te lage economische groei; ten gevolge van dit alles een dreigend deflatiespook, eerst in de zuidelijke periferie, maar daarna voor de gehele eurozone; en de veel te hoge omvang van de staatsschulden, overal in de eurozone. En de ECB, tenslotte, moet machteloos toezien hoe haar monetaire beleid onvoldoende is om het tij te keren.

    1 Onvoldoende investeringen in reële economie

    Om te beginnen die lage investeringen in het eurogebied. De prioriteit van de Commissie Juncker is het scheppen van banen, want de werkloosheid in de meeste eurozonelanden heeft historische hoogten bereikt. Om die banen te creëren moet er geïnvesteerd worden. Maar door gebrek aan voldoende kredietverlening, gebrek aan vertrouwen in toekomstige economische groei en vooral door gebrek aan goede investeringsprojecten komen die plannen niet van de grond. Beleggers en investeerders konden de afgelopen jaren hogere rendementen maken, en tegen een lager risico, op de aandelenbeurzen, dan riskante avonturen te ondernemen in de reële economie. Ondanks de verwoede pogingen van ECB-president Mario Draghi om de eurozone economieën monetair te ondersteunen en ondanks de aangekondigde stimuleringsmaatregelen van de nieuwe commissievoorzitter Jean Claude Juncker om de investeringen in de reële economie aan te zwengelen bleef het economisch kwakkelen in de eurozone en moesten de groeiverwachtingen (weer) naar beneden worden bijgesteld. Het gezaghebbende Duitse Handelsblatt noemde de door Juncker voorgestelde maatregelen zelfs ‘bluf’.
    Het Handelsblatt noemt de plannen van Juncker bluf
    Juncker beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne, afgelopen zomer, om 300 miljard euro in de kwakkelende eurozone te investeren. Geld, dat dit keer in de reële economie terecht zou moeten komen en niet in de financiële economie, zoals eerdere stimuleringsprogramma’s als de LTRO (Long Term Refinancing Operation) van de ECB. Met een ‘eigen’ bijdrage van 21 miljard van de EU -geld dat overigens nog ‘gevonden’ moet worden op de begroting- zou dat bedrag dan geleveraged moeten worden tot in totaal 315 miljard euro. Het Handelsblatt denkt echter dat dit wishfull thinking is en noemde de plannen van Juncker ‘bluf’. De ECB heeft op haar beurt ook beloofd geld in de reële economie te zullen pompen. Met een TLTRO (Targeted Long Term Refinance Operation) zou de komende jaren gefaseerd 1000 miljard euro in de eurozone moeten worden gepompt. Dit behelst geen permanente geldverruiming, omdat het TLTRO programma een looptijd heeft van vier jaar, wat betekent dat alle leningen die in bijvoorbeeld september 2014 afgesloten werden in september 2018 weer afgelost moeten zijn. Hiernaast is de ECB gestart met het opkopen van Asset Backed Securities en covered bonds, dat zijn door andere vermogenstitels gedekte obligatieleningen. Door het opkopen van die pakketten voorziet de ECB het commerciële bankwezen van verse liquiditeiten, bedoeld om de vastgelopen kredietverlening aan burgers en bedrijven op gang te brengen en zo de economie te stimuleren. Veel economen betwijfelen echter ernstig of deze stimuleringsmaatregelen wel het gewenste effect zullen sorteren.

    2 Massale werkloosheid

    De hoge werkloosheid in de eurozone is een volgend zorgenkindje van de Commissie. De keuze voor interne devaluatie in de zuidelijke landen als ‘weg naar economisch herstel’ betekent een langdurig en uiterst pijnlijk traject voor de bevolkingen van die landen. Lonen worden gekort, tot soms wel dertig procent, bedrijven saneren of sluiten helemaal hun deuren, met massale werkloosheid tot gevolg. Een ander gevolg is de enorme vraaguitval die daarmee optreedt: mensen hebben minder geld om goederen te kopen. Sterker, de armoede onder bijvoorbeeld de Spaanse bevolking neemt onrustbarende vormen aan. Caritas, de hulporganisatie die deel uitmaakt van de katholieke kerk, publiceerde eind oktober een 700 pagina’s tellend rapport, waarin zij de sociale crisis in Spanje etaleert: anderhalf miljoen Spanjaarden zijn nu afhankelijk van voedselbanken.
    Miljoenen Spanjaarden zitten al meer dan twee jaar werkloos thuis
    Vijf jaar geleden waren dat er amper 780.000, bijna de helft; bijna 2,5 miljoen Spanjaarden zit al langer dan twee jaar werkloos thuis; bijna een miljoen gezinnen moeten het stellen zónder uitkering en zijn aangewezen op hulp van de familie; het aantal mensen dat noodhulp ontvangt van Caritas is de afgelopen zeven jaar verdrievoudigd en telt één miljoen mensen; bijna een op de vier Spanjaarden –dat zijn twaalf miljoen mensen- is uitgesloten van een of meerdere sociale ‘rechten’, die door de samenleving als vanzelfsprekend wordt ervaren. Voor landen als Griekenland, Portugal en delen van Italië gelden soortgelijke levensomstandigheden. De officiële Spaanse werkloosheid per ultimo 2013 bedroeg maar liefst 26,1 procent, de jeugdwerkloosheid bedroeg zelfs 55,5 procent. In Griekenland was de werkloosheid nog hoger. Dit zijn de officiële cijfers, die nog een geflatteerde werkelijkheid weergeven. En afgelopen jaar zijn er nauwelijks verbeteringen opgetreden in de werkloosheidsstatistieken, ondanks de forse emigratie van veel jongeren uit de door de eurocrisis geplaagde zuidelijke landen. Woensdag nog werd bekend dat de werkloosheid in Frankrijk, de tweede economie van de eurozone, naar recordhoogte was gestegen. Officieel zitten er zo'n drie-en-half miljoen Fransen zonder betaalde baan. Vastgesteld kan worden dat de hoge werkloosheid in een aantal eurozonelanden zorgwekkend hoog blijft, boven de elf procent van de totale beroepsbevolking van de eurozone, en dat het vertrek van veelal hoger opgeleide jongeren naar elders (zowel binnen als buiten de EU) een zware wissel trekt op het toekomstig economisch herstelpotentieel van de betreffende landen.

    3 Onvoldoende economische groei eurozone

    Het gebrek aan investeringen, de dalende consumptie en de hoge werkloosheid zorgen natuurlijk voor een uiterst matige economische groei van de eurozone. De meeste landen zitten momenteel, bijna zeven jaar later, nog altijd (ruim) onder het niveau van vóór de crisis. Er is simpelweg onvoldoende groei, waarbij met name Griekenland er negatief uitspringt, zie ook onderstaande grafiek.  

    Bron: Coppola Comment Bron: Coppola Comment

    Hieruit blijkt, dat veel landen, waaronder de derde en de vierde economie van de eurozone, nog altijd onder het niveau liggen van vóór de crisis. En ook de vooruitzichten voor volgend jaar zijn niet erg rooskleurig, zoals uit dit rapport van Eurostat blijkt. Ecofin, de ministers van Financiën van de EU, raamt voor 2015 een heel matige 1,1 procent groei voor de eurozone als geheel. Afgelopen maandag kwam een gerenommeerd commercieel Brits research bureau –Lombard Street Research met een rapport, getiteld, ‘Eurozone needs a debt relief conference’. Lombard Street is hetzelfde bureau dat eerder -op 5 maart 2012- de PVV van Geert Wilders adviseerde over de voor- en nadelen van een eventuele terugkeer naar de Gulden. In hun thans uitgebrachte studie wijst men als hoofdoorzaak van de eurozone-problematiek naar de economische verschillen tussen de deelnemende landen. Duitsland en Nederland kennen hoge overschotten, hoger dan het eurozone gemiddelde, terwijl andere landen juist tekorten hebben. Deze onevenwichtigheid kan bij de huidige staatsschuld niveaus niet worden weggenomen. Er zal dus iets gedaan moeten worden aan die hoge schulden van de zwakke landen.
    Het huidige beleid maakt sterke landen sterker en zwakke landen zwakker
    Nu is het zo, dat het huidige beleid de sterke landen sterker maakt en de zwakke verder verzwakt, aldus het rapport. Eigenlijk zou de rente voor de sterke landen moeten worden verhoogd, maar door de gezamenlijke euro zou dat ook de zwakke landen treffen die al nauwelijks het rentehoofd boven water kunnen houden. Ook dit noemt het rapport een goede reden om de schulden omlaag te brengen. Dan kunnen de private bestedingen weer toenemen, kan er weer economische groei ontstaan, daalt de werkloosheid en nemen de investeringen weer toe. De lage olieprijs helpt bovendien om de koopkracht verder te verbeteren. Verder gaan op de huidige koers zal een oplossing niet naderbij brengen, maar de tegenstellingen juist vergroten, aldus het Britse onderzoeksbureau.

    4 Deflatoire spiraal dreigt ten gevolge van vraaguitval

    Het gebrek aan economische groei, de geringe investeringen en de massa-werkloosheid, hebben geleid tot een door vraaguitval veroorzaakt deflatiegevaar. De consumenten in de door de crisis zwaar getroffen zuidelijke periferie hebben hun besteedbaar inkomen sterk zien dalen, waardoor zij minder hebben uitgegeven. Producenten aldaar hebben fors moeten snijden in de bedrijfskosten, met massale werkloosheid tot gevolg. En de overheden daar liggen aan het infuus van diverse Europese noodfondsen, permanente en tijdelijke. Kortom, het is niet zo vreemd dat de eurozone het slechtst uit de bus is gekomen van alle grote economische blokken. Daar komt bij, dat de kredietverlening aan het MKB in alle eurozonelanden sterk is afgenomen en daarmee de investeringen. Om de economie aan te zwengelen moeten consumenten weer geld uitgeven en moeten bedrijven meer investeren.
    Burgers en bedrijven houden massaal de hand op de knip
    Het is dus logisch dat de Europese beleidsmakers daarop inzetten. Maar dat beleid wordt bemoeilijkt door de economische krimp en de massale werkloosheid die dit met zich mee heeft gebracht. Burgers en bedrijven houden de hand op de knip, niet alleen in de zuidelijke landen, maar ook hier. Zoals we gezien hebben wil de Commissie hier wat aan doen door met dat investeringsfonds van 315 miljard te komen, maar we hebben ook gezien, dat daar nogal sceptisch op gereageerd is door sommigen. Daar komt bij dat er in toenemende mate spanningen zijn ontstaan tussen de grote valutablokken: de US-dollar, de Yen, het Britse Pond, de Chinese Renminbi, de euro en natuurlijk ook de Roebel. Deze toenemende spanningen maken de beweeglijkheid van de valutamarkten er niet rustiger op en afgewacht zal moeten worden of die onrust zich in 2015 zal voortzetten. De meeste analisten verwachten van wel, aangezien alle grote economische blokken hun munt ‘naar beneden’ willen praten, teneinde de export te laten toenemen. Wat deze ‘currency war’ uiteindelijk gaat betekenen kan niemand voorspellen, maar de algemene opvatting is, dat dit de rust op de financiële markten niet ten goede zal komen. Markten, die de afgelopen zeven jaar toch al met de nodige problemen werden geconfronteerd, die nog allerminst zijn opgelost. Dat brengt ons bij het vijfde en laatste knelpunt: de torenhoge schuldenberg. Niet alleen in de eurozone, maar mondiaal.

    5 Overmatige schuldproblematiek eurozonelidstaten

    Hét grote probleem van de eurozonelidstaten is de enorme schuldenberg. En omdat de economische groei uitblijft lukt het maar niet om die schuldenberg omlaag te krijgen.
    De Europese schuldenberg is sinds het uitbreken van de crisis fors toegenomen
    Sterker, de totale eurozone schuldenberg is sinds het uitbreken van de crisis met zo’n veertig procent toegenomen. Veel eurozone lidstaten kampen met een staatschuldquote, uitgedrukt als percentage van hun Bruto Binnenlands Product (BBP) van honderd procent of meer, met Griekenland als koploper met een staatsschuld ter grootte van 177 procent van hun BBP. Gevolg daarvan is dat die landen hun overschotten als sneeuw voor de zon zien wegsmelten aan rentebetalingen op die enorme schuldenberg. En gevoegd bij de nog altijd lage groeiverwachtingen betekent dit dat die berg schulden blijft bestaan. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) heeft vorig jaar oktober al eens geopperd dat een gedeeltelijke kwijtschelding van die overmaat aan schulden tot een voor de landen behapbaar niveau overwogen zou kunnen worden. Het al eerder genoemde Lombard Street pleit thans voor een aanpak om tot algehele Europese schuldreductie te geraken. Een unicum. Volgens het Britse bureau is het terugbrengen van de schulden een veel betere manier om de enorme werkloosheid aan te pakken dan het ‘kapotbezuinigen’ van de eurozone economieën. De Britten verwezen naar een ‘Debt Conference’ uit 1953 waarin hetzelfde met succes was toegepast. Ook verwezen ze naar de Marshall hulp in het na-oorlogs Duitsland, met hetzelfde effect. Het ‘slechte nieuws’ is, dat deze schuldherstructurering al dertig jaar geleden had moeten gebeuren, aldus Lombard Street. Als belangrijkste oorzaken noemen de onderzoekers de structuur van de eurozone en het management na het uitbreken van de crisis. Dat management heeft slechts twee van de drie ‘D’ s geadresseerd, te weten de D van (interne) ‘Devaluatie’ en de ‘D’ van ‘Deflatie’, maar niet de 'D' van ‘Default’, oftewel schuldafboeking. En dat laatste is noodzakelijk om de problemen structureel op te lossen, aldus Lombard. Het bureau stelt vast, dat het eurocrisismanagement zich vooral heeft beperkt tot (interne) devaluatie van de zwakke landen, met deflatie daar als logisch gevolg. Maar om de massale werkloosheid in de zuidelijke landen aan te pakken (meer dan vijftig procent onder de jeugd ondanks forse emigratie!) is méér nodig. Lombard waarschuwt, dat als er niet snel wat gebeurt, dit zal leiden tot maatschappelijke desintegratie, die het voortbestaan van de euro en zelfs de EU als geheel op het spel kan zetten. Het is dus in het belang van alle deelnemende landen om dit te voorkomen en de problemen op te lossen. De president van de Europese Centrale Bank (ECB), de Italiaan Mario Draghi, heeft bij herhaling verklaard ‘alles te zullen doen om de euro te redden’. Hij noemde de euro zelfs ‘onomkeerbaar’ (‘irreversible’). Maar zit er nog wel voldoende gereedschap in zijn kist?

    Monetair instrumentarium ECB raakt uitgeput

    Afgelopen jaar heeft de ECB er alles aan gedaan om met monetaire maatregelen het tij te keren. De bancaire geldmarkt werd –tijdelijk- verruimd, de depositorente op bijna nul gezet en er werd een begin gemaakt met het opkopen van diverse ‘verpakte’ obligaties om de banken meer liquiditeiten te verschaffen. Echter, al die getroffen monetaire maatregelen van Draghi hebben in elk geval tot nu toe niet het gewenste herstel gebracht. Het rentewapen kan niet verder worden ingezet om de zwakke eurolanden bij te staan, want al praktisch op nul (0,05 procent, red.), terwijl de rente voor een land als Duitsland niet kan worden verhoogd vanwege de structuur van de muntunie. Ook zal afgewacht moeten worden of Draghi’s aankondiging om massaal (nieuwe) obligaties van landen op te kopen wèl het beoogde resultaat oplevert. Voorlopig lijkt die aankondiging slechts te hebben geleid tot tweespalt in het dagelijks bestuur van de ECB.
    Er is al sprake van tweespalt in het ECB bestuur
    Tijdens de laatste ECB vergadering werd duidelijk dat maar liefst drie van de zes vaste ECB bestuurders tégen dat opkoopprogramma waren, waaronder de president van de Duitse centrale bank, Jens Weidmann. Het botert al langer niet tussen deze twee, want Weidmann is mordicus tegen het gevoerde beleid van Draghi. Draghi heeft weliswaar gezegd zich niet zoveel aan te zullen trekken van deze tweespalt (‘er is geen unanimiteit nodig voor het besluit om over te gaan tot het opkopen van obligaties’), maar een dergelijke controverse is natuurlijk niet echt bevorderlijk voor een goede verstandhouding en goede samenwerking. En er speelt ook nog een andere heikele kwestie. Draghi wordt verweten aan monetaire financiering van lidstaten te doen, hetgeen uitdrukkelijk buiten zijn mandaat valt volgens een groep Duitse professoren. Zij hebben om die reden een zaak aangespannen tegen de ECB, waarbij zij stellen dat de ECB haar mandaat ruimschoots overschrijdt. Ook het Duitse gerechtshof in Karlsruhe kwam op 7 februari van dit jaar tot die voorlopige conclusie, al schoof zij het Salomonsoordeel erover door naar het Europese Hof van Justitie (EHvJ), zij het met het voorbehoud van ‘het laatste woord’ van het Duitse gerechtshof.
    Het wankele vertrouwen van de financiële markten in de euro dreigt verloren te gaan
    Als het EHvJ ‘nee’ zegt tegen het opkoopprogramma, dan heeft Draghi een probleem. En niet alleen hij, maar de hele eurozone. Immers, de communis opinio is, dat dan het wankele vertrouwen van de financiële markten in de munt weleens volledig verloren kan gaan. Naast deze formeel juridische bezwaren is een ander bezwaar van de groep professoren, dat ‘via de achterdeur’ sprake is van gezamenlijke financiering van staatsschulden. Weliswaar is er niet officieel sprake van uitgifte van ‘Europese obligaties’, de bekende ‘eurobonds’, maar de facto zijn die er via deze achterdeur wel gekomen. Niet alleen door de aankondiging van het opkoopprogramma van Draghi, maar ook door het Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM) te laten fungeren als achtervang bij de schuldfinanciering van eurozone lidstaten (onlangs ontving Griekenland nog tien miljard euro uit dat fonds). En door de vorming van de bankenunie zijn nu ook de gezamenlijke bankschulden van ‘iedereen’. Dat wil zeggen dat de schulden van bijvoorbeeld de Spaanse banken voortaan mede worden gegarandeerd door onze banken. En vice versa. Maar zo ver is het natuurlijk nog niet. Op 22 januari komt de ECB weer bijeen en de markten zullen nauwgezet de stappen van de ECB blijven volgen. Follow The Money zal hetzelfde doen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 231 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren