De volksvertegenwoordiging gepiepeld

Column
12

    Al ruim een decennium holt de koopkracht van pensionado’s achteruit en zien jongeren hun kans op een goed pensioen verdampen. Als toegift wordt de Eerste Kamer om de tuin geleid. Senator Kees de Lange licht toe.

    Pensioen is een onderwerp waarmee je de mensen niet op het puntje van hun stoel krijgt. Dat valt te betreuren. Want wil je je stoel überhaupt nog kunnen bekostigen in de toekomst, dan is een pensioen dat je koopkracht in stand houdt cruciaal. En precies op dat punt gaat de zaakgrondig mis. De koopkracht van onze aanvullende pensioenen gaat al meer dan tien jaar achteruit en dat zal nog zeker tien jaar voortduren.

    Uitgesteld loon? Het beste pensioenstelsel van de wereld? Eigendomsrechten? Helaas. Niemand die de moeite neemt zich op de hoogte te stellen, kan het ontgaan dat jong en oud grote problemen ondervinden.

    Pensioenbeleid regering wekt ergernis en verbazing

    Het pensioenbeleid van dit kabinet roept in toenemende mate, naast breed gevoelde ergernis, verbazing op. De logica ervan is dan ook volkomen zoek. Al maanden timmert de staatssecretaris van SZW aan de weg met haar 'Nationale Pensioendialoog' die over van alles mag gaan, maar vooral een doekje voor het bloeden lijkt.

    Immers, op 27 mei van dit jaar zijn de novelle 33847, alsmede wet 33610, die beide de inperking van het Witteveen-kader tot doel hadden, met de standaard kleine meerderheid van coalitiepartijen en de gebruikelijke slippendragers door de Eerste Kamer aangenomen. Op 2 december komt wetsvoorstel 33863 aan de orde, en waarschijnlijk op 8 of 9 december is wetsvoorstel 33972 over aanpassing van het financieel toetsingskader aan de beurt.

    Al die wetten zijn maatschappelijk zeer controversieel en roepen grote weerstand op bij een grote verscheidenheid aan maatschappelijk organisaties en groeperingen die het zelden over iets eens zijn. Dat zou te denken moeten geven. Ook het feit dat de regering poogt deze wetten er met alle mogelijke spoed en met weinig oog voor de mede-wetgevende rol van de Eerste Kamer in sneltreinvaart door te drijven, doet twijfel rijzen over de oprechtheid waarmee de staatssecretaris de 'pensioendialoog' voert.

    Er is hier sprake van een uitermate curieuze volgorde: eerst worden verstrekkende wetten op pensioengebied aangenomen, terwijl pas daarna gesproken gaat worden over een grondige stelselherziening!

    Gaat het hier om een democratisch proces of om de zoveelste manipulatie van de publieke opinie?

    Is dit nog een democratisch proces te noemen? En niet simpelweg een manipulatie van de publieke opinie? Is zoals zo vaak ook hier achterdocht een heel wat betere gids dan wezenloos optimisme?

    Veel pensioenfondsen te klein voor nettopensioen-regeling

    De voorbereiding voor de behandeling van wetsvoorstel 33863 op 2 december omvat het Voorlopig verslag van 10 oktober en de Memorie van Antwoord van 20 oktober 2014. Laat me ingaan op een enkel punt, niet omdat de antwoorden van de regering op andere punten zo bevredigend zijn, maar als voorbeeld.

    Mensen met een inkomen boven de 100.000 euro krijgen de mogelijkheid om deel te nemen aan een nettopensioen-regeling in de tweede pijler. Geld waarover ze al belasting hebben betaald kan vrijwillig gestort worden bij hun pensioenfonds; dat draagt uiteindelijk bij aan een hoger pensioen.

    De vraag rijst natuurlijk waarom een gezonde deelnemer die over zijn vermogen al belasting heeft betaald, een deel van dat vermogen zou onderbrengen in het dwingende keurslijf van een pensioenfonds waarbij hij de eigen zeggenschap uit handen geeft. Bovendien zijn veel pensioenfondsen te klein voor het aanbieden van een regeling voor nettopensioen. Mij dunkt dat daarmee deze bepaling uit het wetsvoorstel tot een lege letter wordt.

    Halve waarheid of hele leugen

    Wat me de grootste zorgen baart is dit: leden van de Eerste en Tweede Kamer zijn niet alleen medewetgever, maar worden ook geacht de regering te controleren. Ook onder optimale omstandigheden is die laatste taak al lastig genoeg. De volksvertegenwoordiger hoort er dan ook onvoorwaardelijk op te kunnen rekenen, dat zijn vragen correct en ook volledig beantwoord worden. Juist volledige beantwoording is essentieel, indachtig het gezegde dat een halve waarheid erger is dan een hele leugen.

    Jetta Klijnsma en Eric Wiebes hebben de Senaat onvolledig en dus onjuist voorgelicht

    Mijn stelling is, dat de staatssecretarissen van Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Eerste Kamer onvolledig en dus onjuist hebben voorgelicht. Ik zal dat onderbouwen.

    Op 27 mei heb ik in derde termijn bij het debat met de staatssecretaris van Financiën over de novelle Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014 (33 847) als mogelijke implicatie van de aanpassing van het Witteveen-kader de gevolgen voor het nabestaandenpensioen aan de orde gesteld. Die gevolgen kunnen zeer sterk afhangen van de vraag of een reeds zieke werknemer overlijdt op 31 december 2014 of op 1 januari 2015. Mijn stelling was dat een werknemer zich tegen dit risico niet altijd kan verzekeren:

    'Ongelukkigerwijs blijkt in juli 2014 dat hij ongeneeslijk ziek is. Hij werkt zolang hij dat kan, maar overlijdt op 2 januari 2015. Wat is nu de situatie ten aanzien van het te ontvangen nabestaandenpensioen? Voor het deel van het inkomen dat uitgaat boven € 100.000 bestaat per 1 januari 2015 geen fiscale facilitering meer. Betrokkene kan zich proberen te verzekeren maar omdat die verzekering op vrijwillige basis plaatsvindt, is er geen acceptatieplicht door verzekeraars of pensioenfondsen.'

    In zijn antwoord wees de staatssecretaris op de acceptatieplicht en stelde dat het door mij gesignaleerde probleem niet bestond:

    'Tegelijkertijd is voor de tweede pijler precies het omgekeerde ook niet mogelijk. Daar is het niet mogelijk om de acceptatieplicht te schrappen. De nettolijfrente-producten in de tweede pijler vallen onder de Pensioenwet. Daarvoor geldt een acceptatieplicht, dus ook voor partijen met een inkomen boven de ton die het risico partnerpensioen willen herverzekeren. Ook onder de nieuwe wet kan de genoemde persoon uit het genoemde voorbeeld in de tweede pijler terecht voor de gewenste bijverzekering.'

    Dat bevreemdde mij en ik heb nader onderzoek gedaan in overleg met deskundigen in mijn netwerk. De conclusie van dit onderzoek luidt dat in elk geval de staatssecretaris onvolledig in zijn beantwoording is geweest.

    Regeren is mensenwerk

    Nu is ook regeren mensenwerk, er kunnen onbedoeld fouten worden gemaakt, of incomplete antwoorden gegeven. Om die reden heb ik bij wetsvoorstel 33863 in een Nader voorlopig verslag van 10 november zeer specifieke vragen over dit onderwerp gesteld.

    Naar mijn mening diende er duidelijkheid te komen over de vraag of iedereen die deel uitmaakt van de door mij opgevoerde groep mensen zich kan verzekeren tegen de dreigende inkomensval in het nabestaandenpensioen, zoals door de staatssecretaris op 27 mei gesuggereerd. In de Nadere Memorie van Antwoord van 17 november 2014 gaat de regering op die vragen in.

    En daar gaat het grondig mis.

    Stel, een werknemer in de genoemde situatie wil zich vrijwillig verzekeren in de derde pijler. Dan vraagt de verzekeraar medische waarborgen. En dat is dan precies het probleem. Hij zal in de derde pijler vrijwel zeker onverzekerbaar blijken. Kan hij zich in de tweede pijler dan wel vrijwillig verzekeren door een nettopensioen af te sluiten?

    Het nettopensioen, stelt de regering, is een pensioen in de zin van de Pensioenwet, waarvoor wel een wettelijke acceptatieplicht geldt. Voor verzekeraars geldt daarnaast het convenant op grond waarvan verzekeraars bepalingen kunnen opnemen om misbruik van het feit dat een acceptatieplicht bestaat te voorkomen.

    Zelfs als het pensioenfonds waarbij de werknemer in de genoemde situatie is aangesloten de mogelijkheid tot nettopensioen gaat aanbieden, en dat zal bij veel pensioenfondsen om diverse redenen niet gebeuren, dan nog loopt hij het risico dat de pensioenuitvoerder zich beroept op de uitsluitingsclausule als hij binnen een jaar overlijdt.

    Het gaat hier om mensen die geheel buiten hun schuld door nieuwe wetgeving in de problemen komen

    Het gaat hier dus om een categorie mensen die geheel buiten hun schuld door de nieuwe wetgeving in problemen komen, waartegen zij zich ten gevolge van onwil van de wetgever op geen enkele wijze kunnen wapenen.

    Wellicht ten overvloede wijs ik erop dat de situatie het meest prangend is voor mensen die arbeidsongeschikt zijn en wegens deze arbeidsongeschiktheid premievrijstelling hebben. In die situatie neemt het pensioenfonds, zo lang de deelnemer arbeidsongeschikt is, de pensioenopbouw over. Meestal gaat een arbeidsongeschikte werknemer na twee jaar uit dienst bij zijn werkgever. De pensioenopbouw gaat dan, op basis van de premievrijstelling, gewoon door. Hij heeft alleen geen dienstverband meer, geen werkgever, die hem een nettopensioen-regeling kan aanbieden. Hij kán zich in de tweede pijler helemaal niet verzekeren.

    Nabestaanden lijden enorme schade

    De schade voor zijn nabestaanden is immens. Een rekenvoorbeeld: een 40-jarige deelnemer in een pensioenfonds, met een laatstgenoten salaris van 200.000 euro, die vanwege arbeidsongeschiktheid premievrijstelling heeft gekregen, gaat dood op 31 december 2014. Door voor de jaarwisseling te overlijden laat deze werknemer zijn partner een levenslang partnerpensioen na dat ruim 35.000 euro per jaar hoger is dan wanneer hij op of na 1 januari 2015 was overleden.

    Eerbiedigen bestaande situatie levert zelfs geld op, dus waarom zou je dat veranderen?

    Overigens kan bovengenoemd probleem zich net zo goed voordoen voor deelnemers in een rechtstreeks verzekerde regeling en net zo goed op eenvoudige wijze worden opgelost door ook voor hen de bestaande situatie te eerbiedigen. Het kost niets extra, de premievrijstelling is reeds verleend en daarvoor is al ook premie betaald. Het levert zelfs geld op want de (nabestaanden van) de desbetreffende deelnemers krijgen een hoger pensioen en betalen daarover gewoon belasting. Helaas wordt deze oplossing geblokkeerd door de arrogante zelfgenoegzaamheid van dit kabinet.

    Conclusies

    We kunnen niet anders doen dan concluderen dat de beantwoording in derde termijn op 27 mei door de staatssecretaris van Financiën op gespannen voet staat met, enerzijds, het gestelde in de Memorie van Antwoord van 17 november en anderzijds met de feitelijke situatie waarin een categorie mensen verkeert.

    De harde werkelijkheid is dat de categorie werknemers waar we over spreken, zich in de derde pijler vrijwel zeker niet kan verzekeren, terwijl in de tweede pijler in het gunstigste geval slechts die deelgroep verzekerbaar zou kunnen zijn die van het pensioenfonds waarvan hij reeds deel uitmaakt een nettopensioen aangeboden zou krijgen.

    En het zou allemaal zoveel simpeler kunnen. Loskoppeling van het nabestaandenpensioen van de inperking van het Witteveen-kader zou vrijwel niets kosten en het probleem meer dan adequaat oplossen. Waarom deze groteske koppigheid bij de regering? Waarom?

    Bewust onvolledige beantwoording is voor de volksvertegenwoordiger niet te onderscheiden van bewuste misleiding

    Er vallen straks mensen tussen wal en schip, dat kan niet anders. Tot grote schade van een categorie burgers die geheel buiten hun schuld in grote financiële problemen kunnen komen. Een situatie iedere fatsoenlijke regering onwaardig.

    Precies zoals ik in derde termijn aangaf, maar in tegenstelling tot wat de staatssecretaris toen betoogde. En curieus genoeg wordt in de Nadere Memorie van Antwoord van 17 november nog steeds geen klare wijn geschonken. Bewust onvolledige beantwoording is vanuit het oogpunt van de volksvertegenwoordiger niet te onderscheiden van bewuste misleiding. Ik vind dit een buitengewoon onverkwikkelijke zaak.

    Het behoort niet tot het parlementaire gebruik dat de Eerste Kamer moties van afkeuring indient of bewindslieden verzoekt op te stappen. Niettemin voel ik me door de handelwijze van beide staatssecretarissen ernstig belemmerd in de uitoefening van mijn taak als volksvertegenwoordiger.

    Bewindslieden die willens en wetens de volksvertegenwoordiging misleiden, zetten hun geloofwaardigheid op het spel. Helaas hebben de staatssecretarissen van Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid wat mij betreft welbewust hun geloofwaardigheid verspeeld.

    Over de auteur

    Kees de Lange

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid