© CC0 (Publiek domein)

  • Bleven

De wereld is een Meent: een gemeenschappelijk gebied waar we allemaal wonen. De enige manier om daar duurzaam mee om te gaan, is er gezamenlijk voor te zorgen. Dat is nog niet zo gemakkelijk, zelfs indien ieder mens geneigd zou zijn om de beste dingen te doen die we maar kunnen verzinnen. Kijk maar.

In een poging om de krankzinnigheid van de antropogene uitstervingsgolf en natuurverwoesting enigszins te begrijpen, bedacht ecoloog Garrett Hardin in 1968 een treffende vergelijking, die hij de Tragedy of the Commons noemde: de Tragedie van de Meent. Een ‘meent’, in het Engels ‘commons’, is een gemeenschappelijk stuk grond, bijvoorbeeld een weide die zich vroeger rondom sommige dorpen bevond. Op de meent konden alle boeren van het dorp hun schapen of andere dieren weiden. 

Hardin begreep dat het gedeelde bezit op den duur zou kunnen leiden tot een ramp. Tot een tragedie, in de betekenis die de filosoof Alfred North Whitehead in 1948 eraan gaf, namelijk dat de essentie van een tragedie niet alleen een droevig einde is, maar vooral de noodlottige onafwendbaarheid daarvan: het onvermogen om aan de treurige uitkomst te ontsnappen.

De Tragedie van de Meent verloopt als volgt.

Case 3.11. De Tragedie van de Meent

In een herdersdorp bezaten alle families gezamenlijk één grote weide, de ‘meent’. Eeuwenlang was de meent groot en het dorp klein, waardoor alle dorpsbewoners er probleemloos hun schapen konden weiden. Dat was mede te danken aan wolven, strijd tussen dorpen, stroperij, kindersterfte en ziekten van mensen en schapen, waardoor hun aantallen laag bleef. 

Maar in de loop van honderden jaren nam het aantal inwoners toch langzaam toe, en met hen ook het aantal schapen, waardoor op een gegeven moment de beperkte capaciteit van de meent in zicht kwam. Wanneer nu alle herders zich zouden beperken en niet te veel schapen zouden houden, zou dat niet zo’n probleem geweest zijn. Maar zo ging het niet. Want menige herder dacht in de eerste plaats aan zijn eigen belang. 

Op een dag redeneerde een herder op slimme wijze: “Wanneer ik aan mijn huidige schapen één schaap toevoeg, heb ik vanzelfsprekend een voordeel dat overeenkomt met dat hele schaap. Tegelijk heb ik dan een klein nadeeltje, omdat alle schapen het samen met dezelfde oude meent moeten doen, dus dan hebben ze allemaal iets minder te grazen. Maar dat nadeel heb ik niet in mijn eentje, dat deel ik met alle anderen. Mijn verlies is veel kleiner dan mijn winst. Dus doen, dat extra schaap!”

Andere herders ontdekten wat hij gedaan had. Vanzelfsprekend konden zij niet achterblijven, want anders ging de winst van die ene herder ten koste van de anderen. En zo voegde iedereen een schaap toe aan zijn kudde, al snel gevolgd door nog meer schapen.

Aldus deed iedere herder hard zijn best om zijn schapenkudde uit te breiden, om op die manier niet het slachtoffer te worden van de uitbreidingen van de buren. Dat ging natuurlijk niet lang goed, zodat de situatie uiteindelijk tragisch afliep. De meent werd overbegraasd en kaal, de schapen gingen dood, het herdersdorp bleef berooid achter.

Lees verder Inklappen

De boeren in het herdersdorp waren in de eerste plaats gericht op hun eigen voordeel. Volgens economiegrondlegger Adam Smith zou dat geen probleem opleveren maar juist gunstig uitpakken, zo schreef hij in zijn boek The Wealth of Nations (1776). Hij opperde het idee dat individuen in een vrije markt die allemaal uitsluitend hun eigen voordeel nastreven, daarmee vanzelf het gemeenschappelijk belang zullen dienen “alsof ze geleid worden door een onzichtbare hand”.

Op de mythe van de onzichtbare hand komt dit boek nog uitvoerig terug. Op deze plaats is het voldoende om te laten zien dat Hardin tot een geheel andere conclusie kwam. Hij liet zien dat de Tragedie van de Meent behoort tot wat hij noemde een klasse vanproblemen waarvoor geen technische oplossing bestaat (‘no technical solution problems’). Dat betekent niet dat ze onoplosbaar zijn, maar wel dat zo’n oplossing zeker niet vanzelf zal verschijnen. Oplossingen zullen gebaseerd moeten zijn op gezamenlijke afspraken en op toezicht op de naleving daarvan, hetgeen beperkingen oplegt aan de vrije markt.

Ecologen, milieukundigen en filosofen hebben Hardins tragedie herkend in tal van problemen in de echte wereld, zie bijvoorbeeld Libecap, 2009. Want de wereld is een meent, en zelfs op veel manieren.

De tragedie trad op in de ongebreidelde verspreiding van de mens over de gehele landoppervlakte van de planeet, die als meent vrij toegankelijk was. De capaciteit van de meent is thans bereikt én gepasseerd.

De tragedie treedt op in de overbevissing van de zeeën en oceanen, die nu een enorme meent zijn van alle zeevarende volken. Veel vissoorten zijn bedreigd, ernstig bedreigd of recent uitgestorven.

De tragedie treedt op in het dumpen van afval over de schutting van anonieme anderen, bijvoorbeeld in de wereldzeeën. Zeewater is vervuild, reusachtige plastic eilanden drijven in de oceanen.

De tragedie treedt op in de uitstoot van aerosolen en broeikasgassen in de atmosfeer: nog zo’n reusachtige meent. Jaarlijks overlijden miljoenen mensen door fijnstof. Het klimaat is in beroering.

De tragedie treedt op in het afbranden van tropische oerwouden op Sumatra en in Brazilië, als boeren zich ongehinderd stukken land toe-eigenen. De ontbossing slaat sneller toe dan ooit.

De tragedie treedt op in het gebruik van schoon water dat afkomstig is van grensrivieren en van grenzeloos grondwater. Het ene land pakt, het andere heeft het nakijken of doet hetzelfde.

De tragedie treedt op in de race naar schaarse grondstoffen, zoals metalen en fossiele brandstoffen. De zeebodem wordt op bepaalde plaatsen vernietigd vanwege de oogst van mangaanknollen. Nu het noordpoolijs snel smelt als gevolg van het verbranden van aardolie, is de weg naar de polaire aardolie open; landen racen ernaartoe en claimen het eigendom van flinke arctische gebieden.

De tragedie treedt op in de afwenteling van de nadelige effecten van klimaatverandering op de zwaksten. De grootste schade komt terecht bij de landen die het minst profiteren van de bedrijvigheid die de klimaatverandering veroorzaakt, terwijl diezelfde landen de minste financiële en technische middelen bezitten om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Denk bijvoorbeeld aan kleine eilandstaten zoals Kiribati en Tuvalu, die geheel onder water dreigen te lopen (Smith & McNamara, 2015).

De tragedie treedt op in de arbeidsmarkt, waar bedrijven in veel landen onbeperkt personeel kunnen exploiteren zonder hen redelijke rechten en beloningen toe te kennen. De meent bestaat uit miljoenen arbeidsslaven en machtelozen in de wereld.

De tragedie treedt op in de kapitaalmarkt, waar banken vrijuit een meent exploiteren bestaande uit een eindig aantal klanten die ze trachten te vullen met schulden door de verstrekking van oneindig veel zelfgecreëerd geld, nauwelijks gehinderd door wettelijke of morele beperkingen.

De tragedie treedt op in de ruimte rondom onze planeet: de nieuwste meent, die minder dan een eeuw geleden in gebruik is genomen. De meent wordt gevuld met satellieten, ruimteschroot en oorlogsapparatuur.

De tragedie treedt op in de dump van nucleair afval en in de verwoesting van de natuur, die als wij er niet meer zijn miljoenen jaren nodig zal hebben om te herstellen. Want de toekomst is de grootste meent van alle.

Het spraakmakende artikel van Hardin verklaart inderdaad heel veel. 

Grafiek C of Grafiek D? (Zie de grafiek van de Vier Curven in de vorige aflevering.) Met andere woorden: zwak geremde groei naar een uiteindelijk evenwicht of instorting? Tot nu toe floreert de mensheid; althans, flinke delen ervan. Het welvaartspeil is voor velen hoger dan ooit tevoren. Tegelijk vertoont de natuurlijke leefomgeving onheilspellende tekenen van een naderende instorting. Als die instorting daadwerkelijk doorzet, stort vervolgens ook de wereldwijde menselijke beschaving in.

In figuur 3.14, in de aflevering van 28 oktober, werd de ingebruikname van de planeet Aarde weergegeven in de vorm van drie wereldbollen. De laatste daarvan had betrekking op het jaar 1971, waarin de grens bereikt was, doordat de mondiale ecologische voetafdruk gelijk was aan de biocapaciteit van de Aarde. 

Wat figuur 3.14 niet deed, was het tonen van wereldbollen na 1971, nadat de grens gepasseerd was. Dat doet figuur 3.28, hieronder. Het is de taak van onze tijd, en zeker van de economische wetenschap, om te zorgen dat de vijfde wereldbol, die van 2050, géén werkelijkheid wordt.

Tenslotte

De Tragedie van de meent is één beroemde manier om onduurzaam gedrag een beetje te begrijpen (zodat je vervolgens naar uitwegen kunt zoeken). Er is nog zo’n beroemde metafoor. Dat is het befaamde ‘dilemma van de gevangene’, beter bekend als het Prisoner’s Dilemma. Het is aardig om daarover kort iets toe te voegen.

Case 3.11a. Het prisoner’s dilemma

Er waren eens twee mannen die samen een gewapende roofoverval pleegden. Kort daarna werden ze door de politie opgepakt. Ze hadden hun revolvers nog in hun bezit, maar de buit werd niet gevonden. De politie kon ze nu illegaal vuurwapenbezit ten laste leggen. Maar er bleek onvoldoende bewijs te zijn om ze te veroordelen wegens de roofoverval.

De twee mannen werden afzonderlijk opgesloten in politiecellen. Ze konden niet met elkaar overleggen. De rechter gaf elk van hen kreeg het volgende aanbod:

1. Als jullie allebei blijven ontkennen, komen jullie allebei vrij, met een boete wegens verboden wapenbezit.

2. Als jij bekent maar je maat niet, kom je vrij zonder enige straf, omdat je als enige meewerkt.

3. Als je maat bekent maar jij niet, krijg je vijf jaar celstraf, omdat je weigerde om mee te werken.

4. Als jullie allebei bekennen, krijg je elk drie jaar celstraf.

Dat was een lastige afweging voor de beide mannen, die natuurlijk niet met elkaar konden overleggen. Hielden ze allebei hun mond, dan konden ze hooguit een geldboete krijgen wegens het verboden wapenbezit. Als slechts één van de twee meewerkte met de politie, zat hij op rozen, maar zijn maat zat met de gebakken peren.

Konden ze maar even overleggen! Maar ja, dat stond de politie niet toe. Wat was nu de beste aanpak?

Lees verder Inklappen

Het probleem bestaat er voor elk van de gevangenen uit, dat ze moeten kiezen tussen een gedrag dat in het voordeel van hen beiden kan zijn (allebei ontkennen), of een gedrag dat op eigen voordeel gericht is (bekennen), in de hoop dat de ander dat niet doet. Kiezen ze allebei voor eigen voordeel, dan zijn ze allebei slecht af. De essentie van het dilemma is: samenwerking zou voor alle betrokkenen het beste zijn, maar is gewoon niet bespreekbaar. De situatie wordt nog eens samengevat in de volgende tabel.

Tabel 3.11a. Het prisoner’s dilemma (samengevat)

 Als…

… ik ontken

… ik beken

… hij ontkent

Ik krijg boete

Ik ben vrij!

… hij bekent

Ik krijg 5 jaar cel

Ik krijg 3 jaar cel

In de praktijk zijn er veel situaties die een vergelijkbaar dilemma oproepen, zoals in de volgende case van enkele jaren geleden: deze keer geen fantasie maar een geval uit de praktijk.

Case 3.11b. DSM naar China

(Persbericht van het ANP, 6 december 2004)

 ‘AMSTERDAM (ANP-AFX) – Het Nederlandse chemieconcern DSM verplaatst een groot deel van zijn antibiotica-activiteiten naar de lagelonenlanden China en India om de divisie DSM Anti-Infectives weer winstgevend te krijgen. Daarbij verdwijnen zo’n 400 banen van de ruim 3.000, waarvan 250 in Nederland, en worden de fabrieken in Delft gesloten en de productie van een tussenproduct in Geleen gestopt. De penicillinemarkt kampt met historisch lage prijzen door overcapaciteit op de Chinese markt. DSM is wereldmarktleider in penicilline.

De nieuwe ontslagronde komt bovenop de lopende bezuinigingen bij de vitaminedivisie DNP en die op het industrieterrein van DSM in Geleen, waarbij 300 werknemers hun baan verliezen. Bij de afdeling in Zwitserland gaan meer dan 1.000 banen verloren. Alles bij elkaar moet dit DSM zeker 300 miljoen euro per jaar aan kostenbesparingen opleveren vanaf 2005/2006.

Tegelijk met de banenreductie bij DSM Anti-Infectives maakte DSM bekend zijn productiecapaciteit in China en India te willen vergroten ten koste van de fabrieken in Nederland. De Chinese penicillinemarkt, goed voor ongeveer eenderde van de wereldmarkt, groeide in 2003 met meer dan 10%. Wereldwijd bedroeg die groei 3%.’

Lees verder Inklappen

DSM is hier een van de ‘gevangenen’. De concurrerende bedrijven zijn de medegevangenen. Het dilemma voor DSM bestaat uit de vraag of de industriële productie wel of niet van Nederland naar China of India verplaatst moet worden.

Op zichzelf zal DSM deze verplaatsing niet met plezier uitvoeren. In Nederland en Zwitserland zullen er mensen ontslagen worden, en er is geen manager te vinden die dat graag doet. De verplaatsing naar Azië betekent dat er daar mensen in dienst genomen zullen worden die waarschijnlijk voor een zeer laag loon moeten werken. En de milieuvoorschriften zijn daar veel minder veeleisend dan in Europa, dus vermoedelijk zal DSM na de verplaatsing veel meer schade aanrichten dan ervoor.

Natuurlijk hoeft DSM dat allemaal niet te doen. Ze kunnen ook gewoon in Europa blijven. Of ze kunnen de productie verplaatsen, maar dan in Azië de salarissen of de milieuzorg op een ongebruikelijk hoog niveau zetten.

Maar het probleem is, dat de concurrenten van DSM hun productiebedrijven naar de lagelonenlanden verplaatsen en daar weinig respect tonen voor een redelijk salaris of een behoorlijk milieu. Dus als DSM in Europa blijft, of in Azië ongebruikelijk veel geld steekt in lonen of milieuzorg, ondervindt de onderneming een lelijk concurrentienadeel. Als het daardoor slecht gaat met DSM, worden er nog veel meer mensen ontslagen, en krijgen minder milieuvriendelijke bedrijven het nog veel meer voor het zeggen.

Als nu alle chemiebedrijven zouden besluiten om niet naar Azië te verplaatsen, of om daar de lonen en de milieuzorg op een hoog niveau te zetten, dan was het gemakkelijk. Dan kon DSM dat ook doen, en dan was het geen probleem om maatschappelijk verantwoord te handelen. Maar zodra ook maar één grote concurrent onmaatschappelijk optreedt, is de rest, inclusief DSM, gedwongen om dat ook te doen, of anders failliet te gaan.

Net als de twee gevangenen, heeft ook DSM niet de mogelijkheid om even met de concurrenten te overleggen. Want zodra de chemiebedrijven proberen om gezamenlijk afspraken te maken over lonen en tarieven, maken ze zich schuldig aan concurrentievervalsing. Dan komen direct machtige organisaties in het geweer zoals de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) of de Europese Commissie om de bedrijven zware boetes op te leggen.

Oplossingen

En dus? Hoe kunnen we ontsnappen aan de schijnbare onvermijdelijkheid van de roofbouw in de Meent of van de onmogelijke dilemma’s die onethisch en vervuilend gedrag van bedrijven oproepen?

Het antwoord is al gegeven na de bespreking van de Tragedie van de Meent. Het zal moeten komen van gezamenlijke afspraken gecombineerd met toezicht op de naleving daarvan.

Een uitstekend voorbeeld daarvan zag ik enkele dagen geleden, tijdens de jaarlijkse ‘Warandelezing’ van de Universiteit van Tilburg. Daar sprak Ed Nijpels, die het hele proces van de Klimaattafels leidt. Hij vertelde hoe aan een aantal tafels tal van belangrijke spelers op het gebied van duurzame energie bijeenkomen. Zo is er de tafel ‘Industrie’, en ook die van ‘Mobiliteit’, ‘Elektriciteit(opwekking)’, “Landbouw’ en meer. Aan die tafels zitten de grote bedrijven, maar daarnaast ook maatschappelijke en milieuorganisaties, werkgevers en werknemers, en natuurlijk de overheid. Voor het concreet doorrekenen van de ideeën en voorstellen zorgt het Planbureau voor de Leefomgeving.

Terwijl Nijpels allerlei grote lijnen en details beschreef, dacht ik bij mezelf: dat is mooi, dit is precies hoe het zou moeten werken. Ons befaamde ‘poldermodel’ in actie. Máár: tot nu hoor ik (zo dacht ik halverwege bij mezelf) maar de ene helft. De helft die gaat over de gezamenlijke afspraken. Ik herinnerde me hoe het vaak ging in de jaren 1990, toen de regering met de industrie een reeks van convenanten sloot. In die tijd was ik hoofdontwerper en manager van de kersverse hbo-opleiding ‘duurzame technologie’, en die convenanten waren een hot topic voor mij, mijn docenten en mijn studenten. En natuurlijk bleek – hoe voorspelbaar – dat de convenanten in de praktijk zwaar tegenvielen: want toezicht op de naleving ontbrak grotendeels. Allerlei deelnemers deden gewoon weinig tot niets.

Deze keer lijkt het anders te gaan uitpakken. Want Ed Nijpels stelde me helemaal tevreden – voorlopig. Er wordt, zo verzekerde hij zijn publiek, hard gewerkt aan wetgeving. Dat worden wetten die hopelijk volkomen overbodig gaan zijn, indien alle partijen zich aan de afspraken houden. Maar doen ze dat niet, dan liggen binnenkort de maatregelen klaar om actie af te dwingen. Ik ben benieuwd of het gaat werken. 

Hou het in de gaten: in het komende jaar moeten de overeengekomen principes concreet vastgelegd worden.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 524 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 843 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier