Beeld © Ibrahim Rayintakath

Spermadonoren met honderden kinderen willen ‘alleen maar helpen’

In Nederland garanderen vruchtbaarheidsklinieken dat een spermadonor aan maximaal twaalf vrouwen zal doneren. Toch lukt het een handvol mannen om met hun zaad wereldwijd honderden kinderen voort te brengen. Voor deze ‘superspreaders’ is spermadonatie een levensstijl. Hoewel klinieken officieus een zwarte lijst hanteren, leggen zij deze massadonoren geen strobreed in de weg. ‘Ze waren dolblij met elke gezonde donor.’

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • Al jaren wordt er gesproken over een centraal registratiepunt van spermadonoren, zonder resultaat. 
  • Massadonoren die uit zijn op het voortbrengen van zo veel mogelijk kinderen, wordt geen strobreed in de weg gelegd. 
  • Een Nederlandse ‘massadonor’ heeft inmiddels al minstens 350 kinderen voortgebracht, waarvan 235 in Nederland.
Lees verder

In 2017 krijgt Anneke een onverwachts telefoontje: de arts die haar acht jaar eerder had geholpen zwanger te worden via een donor, is aan de lijn. De arts vertelt haar dat haar donor Jonathan is, die op dat moment in het nieuws is omdat hij maar liefst 102 kinderen voort had gebracht via spermadonaties aan Nederlandse klinieken. 

Destijds verzekerden haar behandelaars Anneke dat met het zaad van haar donor maximaal 25 kinderen geboren zouden worden. Maar Jonathans bewering dat hij nergens anders doneerde, bleek niet te kloppen. Jonathan was bijna alle Nederlandse klinieken afgegaan. 

Inmiddels staat Jonathan op een officieuze zwarte lijst van fertiliteitsklinieken. Hij behoort tot een handjevol mannen, die bewust wettelijke grenzen overschrijden en (veel) meer kinderen hebben voortgebracht dan de wet toestaat. De zwarte lijst is onofficieel, omdat klinieken volgens de geldende privacywetgeving geen informatie mogen uitwisselen over hun donoren, maar hij is uit nood geboren. 

Een preventief systeem om ‘seriële spermadonoren’ te dwarsbomen, is nog altijd niet opgetuigd. Nederlandse klinieken vragen een spermadonor tot op de dag van vandaag alleen een verklaring te ondertekenen, waarin staat dat hij nog niet eerder bij een andere kliniek heeft gedoneerd en dat ook niet zal doen. Jonathan heeft bij alle klinieken zijn handtekening gezet.

‘Iemand die als streven heeft zoveel mogelijk kinderen op de wereld te zetten, laat zich zeker niet weerhouden door zo’n papiertje,’ zegt Anneke schamper. ‘En dat weten klinieken ook. En toch blijven ze bij dit systeem.’ 

Register: te simpel voor woorden

Al in 2016 pleitten de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en de Vereniging voor Klinische Embryologie (KLEM) voor een nationale, centrale registratie voor donoren. Die kwam er niet. In onder andere Portugal, Australië en Frankrijk heeft de overheid inmiddels wel een nationaal register opgezet met gegevens van donoren, hoe vaak ze hebben gedoneerd en hoeveel kinderen ze via welke klinieken op de wereld hebben gezet. 

In Nederland verzamelt de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) sinds 2004 gegevens van donoren. Niet om ze te registreren, maar om gegevens veilig te stellen voor het moment dat donorkinderen ze opvragen. Na hun twaalfde verjaardag kunnen kinderen sociale en fysieke donorgegevens opvragen. Vier jaar later, als een donorkind 16 jaar is, kunnen zij persoonsidentificerende gegevens vragen. Hoe kwistig een man jaren geleden zijn zaad doneerde aan welke klinieken, komt dan pas aan het licht. 

Deze weeffout is nog altijd niet rechtgezet. Onbegrijpelijk, vindt Arnold Simons, gepensioneerd gynaecoloog en oprichter van de (inmiddels opgeheven) donorbank in het UMC Groningen. ‘Het is immers te simpel voor woorden. Begin jaren negentig heb ik onze donorbank en de bijbehorende kliniek geautomatiseerd, vanuit de gedachte dat een kind zijn donorvader moet kunnen opsporen. Koppelingen tussen donoren, recipiënten en kinderen werden ondubbelzinnig vastgelegd. Die gegevens kreeg en krijgt de SDKB frequent. Iedere man of vrouw die zich als donor aanmeldt, moet zich identificeren en krijgt zowel een nationale als  internationale donorcode. Zit deze persoon al in het systeem, dan wordt-ie geweigerd.’ 

Nou, zo simpel is het niet, stelt de Stichting Donorgegevens: daarvoor is een wijziging van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) nodig. Het voorstel daartoe wacht al maanden op behandeling in de Tweede Kamer en werd al meermaals uitgesteld. Op 8 september besloot het parlement tijdens een procedurevergadering dit voorstel nog niet te agenderen: liever wacht men een nota van wijziging af. 

Eerder zorgden rechtszaken, aangespannen door donorkinderen, voor vertraging. Het FIOM vindt het zorgelijk dat de behandeling van het wijzigingsvoorstel van de wet door de Tweede Kamer uitgesteld wordt. ‘Het wetsvoorstel wijzigt een aantal belangrijke zaken, zoals de mogelijkheid om toe te zien op het maximum aantal verwekkingen per donor na behandeling in een Nederlandse kliniek,’ schrijft de stichting in september.

De Stichting Donorgegevens meldt dat zij pas na de wetswijziging het aantal nakomelingen per donor landelijk bij kan houden en proactief kan controleren. ‘Nu lukt controle op hoeveel nakomelingen een donor produceert alleen per kliniek’, laat een woordvoerder weten. 

Scoringsdrift

Dat het twintig jaar moet duren eer de Stichting Donorgegevens alle klinieken en alle donoren kan controleren, duidt op onwil, meent Simons. ‘Klinieken hebben scoringsdrift,’ meent de gepensioneerde gynaecoloog. ‘Artsen denken aan het zwanger maken van vrouwen, maar niet aan de kinderen die worden geboren. Dat blijkt ook wel uit het feit dat niemand deze Jonathan heeft gevraagd waarom hij naar een kliniek 100 kilometer verderop ging. Dan moeten er alarmbellen afgaan. Maar er zijn wachtlijsten en wanhopige wensouders, die ‘moeten’ worden behandeld.’

Is het opzetten van een nationaal systeem al een crime, een internationaal register van spermadonoren is nog veel verder weg. In het geval van massadonoren is dat een probleem: zij opereren vaak internationaal. Zo doneerde Jonathan ook tien keer bij de Deense spermabank Cryos, ook nadat klinieken in Nederland hem op een zwarte lijst hadden gezet. 

De Nederlandse autoriteiten en klinieken hebben buitenlandse spermabanken niet op de hoogte gebracht. Een vrouw herkende Jonathan op een profiel bij de grootste spermabank ter wereld, waar hij ingeschreven stond onder de naam Ruud. Ze herkende zijn foto’s en sloeg alarm bij de kliniek. 

Ook bij Cryos had Jonathan verklaard nog niet eerder te hebben gedoneerd. Cryos heeft alle ouders met een kind uit Jonathans zaad geïnformeerd. De kliniek laat weten dat Jonathans profiel is verwijderd en dat zijn zaad niet meer wordt gebruikt. Hoeveel kinderen uit sperma van Jonathan via Cryos zijn verwekt, is niet bekend. De kliniek liet alleen weten dat zijn zaad nooit is verkocht aan Nederlandse cliënten. 

Privé-donaties

Jonathan doneert ook regelmatig privé. Via Facebook biedt hij zich onder verschillende profielen aan als spermadonor. Vrouwen op zoek naar een donor kunnen rond hun eisprong met hem afspreken. Hij vraagt slechts een reiskostenvergoeding. Het online vinden van een donor nam de afgelopen jaren een vlucht, met name in de Verenigde Staten. 

Een donor op een informele manier vinden is stukken goedkoper dan via een kliniek, waar zowel ontvanger als donor uitgebreid medisch worden onderzocht. Dat is volgens artsen ook direct het grootste risico van donoren in de privésfeer. Wettelijk is vastgelegd dat alle donorzaad eerst een half jaar in quarantaine moet. Pas als testuitslagen op infectieziektes na die periode goed zijn, mag het zaad worden gebruikt. Dit geldt voor donoren, maar ook voor wensouders met een eigen donor. 

Het enige verwijt dat wensmoeders Jonathan kunnen maken, is dat hij niet altijd helemaal eerlijk is geweest over de aantallen kinderen

De corona-pandemie zorgde voor een afname van donoren bij klinieken, terwijl de vraag groeide. De lange wachttijden bij klinieken hebben veel mensen met een kinderwens richting het internet gedreven. Inmiddels kunnen wensouders en donoren elkaar online al swipend vinden via speciale apps zoals Modamily en Just a Baby, of zoeken ze elkaar op in Facebook-groepen met tienduizenden leden. 

Hoeveel kinderen Jonathan inmiddels wereldwijd via klinieken en via privé-donaties heeft verwekt, is onbekend. Schattingen gaan van vijfhonderd tot boven de duizend.  The New York Times, de Volkskrant en het Algemeen Dagblad schreven artikelen over hem, waarin moeders vertellen hoe deze seriële spermadonor hen belazerde. Tegen hen meldde Jonathan immers consequent een veel lager aantal nakomelingen te hebben. 

Het totale aantal ligt volgens Jonathan zelf inmiddels op ‘zo’n 350 kinderen’, zo schreef hij in juni op zijn afgeschermde Facebookprofiel. Het enige verwijt dat wensmoeders hem kunnen maken, vindt hij, is dat hij niet altijd helemaal eerlijk is geweest over die aantallen. Hij beweert dat klinieken waar hij zijn zaad doneerde, hem nooit hebben gevraagd of hij al elders had gedoneerd. ‘Ze waren dolblij met elke gezonde donor.’

‘Alleen maar helpen’

Jonathan is niet de enige actieve massadonor (of ‘superdonor’ zoals deze mannen in de Verenigde Staten worden genoemd). Om hoeveel mannen het gaat, is onbekend. Een deel van hen houdt contact  en wisselt tips en ervaringen uit.  

Een van hen is de Engelse Simon Watson. Hij doneert al 22 jaar en stelde in 2018 meer dan achthonderd nakomelingen te hebben. Regelmatig plaatst hij op zijn Facebook-pagina foto’s van baby’s (soms meerderen per week) en positieve zwangerschapstesten, met begeleidende teksten als ‘Well done those mummies!’  

Superdonor Kyle Gordy: ‘Can’t wait to do a Dutch tour

De Britse Watson verdedigde de Nederlandse Jonathan keer op keer. Hij kent Jonathan als ‘een goed mens dat alleen maar wil helpen’. Jonathan en Watson beheren samen ook Facebook-groepen voor vrouwen op zoek naar een donor. 

Ook de Amerikaanse spermadonor Kyle Gordy, 30 jaar oud, kent Jonathan: ze hebben regelmatig contact, zegt hij. Gordy runt de Facebook-pagina Sperm Donation USA, een besloten Facebook-pagina met ruim 17.000 leden. 

Als ik hem via Facebook een vriendschapsverzoek stuur en uitleg dat ik hem als journalist een paar vragen wil stellen over privé-donoren, is hij bereid tot een telefoongesprek. Hij wil graag in een artikel verschijnen, want hij heeft begrepen van andere privé-donoren dat het een stroom nieuwe aanvragen oplevert. Ook als het artikel kritisch is. 

Donatietournee

Tijdens het gesprek krijg ik meerdere keren het dringende verzoek om die reden ook zijn Facebook- en Instagram-profiel expliciet te vermelden, net als zijn website, waar hij tips geeft over zwanger worden en over hoe de kans op een jongetje of een meisje te vergroten. ‘Ik hoop dat ik veel aanvragen uit Nederland krijg,’ zegt Gordy. ‘Can’t wait to do a Dutch tour and see Amsterdam.’ Meestal plant hij meerdere donaties in een trip. 

Hij komt net terug uit Europa, waar hij in Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk als privé-donor is geweest. De wensouders vergoeden zijn reiskosten. Tussen neus en lippen vertelt hij dat hij ook bij spermabanken in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk is geweest. Daar kon hij doneren, zonder dat werd geverifieerd of hij zoiets al eerder had gedaan. In Californië, waar hij woont, is hij vaste klant. ‘Daar hoorde ik dat ik een hele hoge kwaliteit sperma had. Het is zelfs beter geworden de afgelopen jaren.’ 

Kyle is nu vijf jaar actief als spermadonor. Meestal doneert hij via kunstmatige inseminatie (hij loost zijn zaad, de vrouw injecteert), maar hij ‘doet’ ook inseminaties op de natuurlijke manier, vertelt hij. Ongeveer een op de vijftien vrouwen wil op deze manier zwanger van hem worden.  

‘Volgende maand heb ik een paar afspraken in Brazilië, om daar te feesten en wat kinderen te maken’

Hoeveel kinderen hij inmiddels heeft? Lastig te zeggen. Hij weet dat hij van vijftig kinderen de biologische vader is. Maar niet iedereen laat wat van zich horen na zijn bezoek. De klinieken geven hem ook geen informatie over het aantal kinderen dat is geboren met zijn sperma. Gordy: ‘Dat vind ik natuurlijk wel jammer. Het is een cool idee dat er allemaal kinderen van mij over de hele wereld rondlopen. Op een dag kunnen ze elkaar dan ontmoeten en hebben ze bijvoorbeeld een plek om te logeren als ze naar Londen gaan.’ 

Zelf wil hij geen gezin, maar hij vindt het wel leuk om zijn donorkinderen af en toe te ontmoeten. Op zijn profiel prijken foto’s van hem met zijn nageslacht, dat hij zo nu en dan bezoekt. Hij heeft zichzelf geen maximum opgelegd en zal blijven doneren tot hij er genoeg van krijgt. ‘Het bevalt me op dit moment heel goed. Op deze manier zie ik veel van de wereld. Volgende maand heb ik een paar afspraken in Brazilië, om daar te feesten en wat kinderen te maken. Zodra corona voorbij is, wil ik naar de Filippijnen. Witte donoren zijn daar erg populair omdat het lichtere kindjes oplevert.’

Via Facebook laat Anne, een alleenstaande Engelse van 41 jaar oud, weten dat online zoeken de enige betaalbare optie is. Via de officiële weg is het prijskaartje rond de 2000 euro: geld dat ze liever op haar bankrekening houdt als ze straks in haar eentje voor een kind moet zorgen. ‘Ik probeer massadonoren te mijden, maar het is lastig,’ zegt Anne over haar zoektocht. ‘Simon (Watson, red.) is in ieder geval eerlijk dat hij veel kinderen heeft. Veel mannen zeggen dat ze maar een paar vrouwen helpen, maar voor hen lijkt het een fetisj om zo veel mogelijk vrouwen zwanger te maken. Ze smeken je bijna om voor hen te kiezen.’ 

Anne klaagt ook dat mannen regelmatig zeggen goedkoper te doneren als dat via de natuurlijke manier gebeurt. Of dat ze op het uiteindelijke moment aandringen op seks, omdat dit gemakkelijker zou gaan en de kans op een zwangerschap groter zou maken  Als ik zelf de proef op de som neem en een aantal online spermadonoren benader, is het een van de eerste opmerkingen die ik krijg. De mannen (twee Italianen en een Engelsman) bieden de ‘natuurlijke manier’ ook als optie aan. ‘Dan is het minder klinisch.’ 

In het wilde weg doneren

Dat mannen als Jonathan en Gordy in het wilde weg kunnen doneren, valt ook de klinieken aan te wrijven, benadrukt Arnold Simons. ‘Artsen moeten veel actiever optreden tegen mannen die er genoegen in scheppen zoveel mogelijk kinderen te verwekken. We kunnen het niet maken tegenover de kinderen die nu uit hun donorzaad worden geboren. Zij hebben geen stem.’

Daar mogen medici best wat zelfreflectie tonen, vindt Simons. ‘Artsen moeten zich afvragen waarom we dit tot de dag van vandaag in hemelsnaam in stand hebben kunnen houden. Zo ging het bij de adoptiekinderen. Zo ging het bij anoniem doneren. En zo gaat het nu weer met uiteindelijk tientallen, zo niet honderden halfbroers en -zusjes in Nederland, Europa en daarbuiten. We lopen constant achter de feiten aan, omdat de slachtoffers pas veel later van zich kunnen laten horen.’ 

Een aantal moeders met  kinderen van de Nederlandse Jonathan heeft zich verenigd onder de naam ‘Moms on a Mission’. Die missie luidt: klinieken moeten vooraf controleren op massadonoren. Daarnaast moet er volgens hen een registratiesysteem komen voor privé-donoren, waar moeders die een kind willen krijgen van een zelfgevonden donor kunnen checken of en hoeveel andere kinderen al bekend zijn. 

Geen sluitend systeem, beseffen de moeders, maar wel een begin. Kamervragen van de ChristenUnie hebben tot dusver niets opgeleverd. Demissionair minister De Jonge (Volksgezondheid) stelde in de beantwoording in april dit jaar dat wetgeving niet voor de hand ligt, omdat het in de privésfeer ligt. Hij raadt wensouders aan om zich tot een kliniek te wenden, niet tot privé-donoren op internet.

Het is maar de vraag of de staat niet een verdergaande zorgplicht heeft ten opzichte van het ongeboren kind. Al in de jaren ’90 heeft de Nederlandse rechter bepaald dat een kind in Nederland het recht heeft te weten wie zijn biologische ouders zijn. Dit staat ook in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Artikel 7 daarvan zegt dat het kind ‘voor zover mogelijk’ het recht heeft zijn of haar ouders te kennen en door hen te worden verzorgd. 

In datzelfde internationale verdrag staat dat elk kind recht heeft op kennis over zijn afstamming. Een donorregister kan daaraan bijdragen. Bovendien kunnen ook klinieken met zo’n register controleren of een donor die zich meldt niet al (veel) vaker privé heeft gedoneerd. Nog altijd worden donoren op hun woord geloofd, ook al is inmiddels meer dan eens gebleken dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd is. 

234 ‘Jonathan-kinderen’ 

De Nederlandse Olivia heeft met een aantal andere moeders die van Jonathan een kind hebben gekregen inmiddels zelf een lijst gemaakt waarop ze bijhouden waar kinderen van hem zijn geboren, om zo ook het risico op een incestueuze relatie te verkleinen: een risico dat niet alleen halfbroers- en zussen treft. Ook halfnichten en -neven die een kind met elkaar verwekken, hebben een verhoogd risico op genetische afwijkingen. 

Zelf kreeg Olivia vier jaar geleden een kind van Jonathan. Hij had haar verzekerd maar vijf kinderen te hebben bij andere vrouwen, maar inmiddels zit haar kind op school bij een halfbroertje en heeft ook iemand in haar directe omgeving een kind van Jonathan gekregen, zonder dat ze dat vooraf van elkaar wisten. 

‘In Nederland hebben we nu 234 kinderen in het vizier, waarvan we er 149 van naam kennen,’ meldt Olivia. ‘Sommige moeders zien Jonathan zo nu en dan, samen met hun kinderen. Het is een ingewikkelde situatie. Wanneer je kritiek hebt op zijn handelen, zet hij je op het strafbankje en wil hij je niet meer zien. Waarmee hij eigenlijk je kind straft.’ 

‘Dit artikel zal de pool aan donoren alleen maar verder doen opdrogen’ 

Jonathan reageert per mail. Hij benadrukt dat hij met honderden ouders contact heeft en velen regelmatig bezoekt. ‘De kritiek van een aantal wraaklustige moeders heeft mij doen beslissen geen contact meer te onderhouden. Daar ben ik vrij in. Ik straf daarmee het kind niet. Dat hebben de moeders zelf gedaan.’ 

Olivia wilde destijds juist een privé-donor, zodat er contact mogelijk zou zijn met de vader. Via een kliniek is tot de zestiende verjaardag van het kind contact met de donor immers niet mogelijk. Andere redenen zijn geld en wachttijden. Voor een Nederlandse donor van een kliniek bestaat een wachtlijst van vaak langer dan een jaar. Het zaad van Deense klinieken dat wel snel leverbaar is, is kostbaar.

Olivia krijgt buikpijn van het idee dat Jonathan nog altijd doneert, met name in het buitenland. ‘Hij leeft ervan. Hij laat zijn reiskosten en medische tests meerdere keren vergoeden en kan zo uiteindelijk, als hij meerdere vrouwen in een keer bezoekt, toch redelijk wat verdienen.’ 

Jonathan ontkent te verdienen aan het doneren. Hij zegt dat het hem de afgelopen jaren juist geld heeft gekost. ‘Tot een aantal jaar geleden vroeg ik alleen de reiskosten. Toen ik geen gratis soa- en hiv-test meer kon doen via de donatieklinieken, heb ik deze testen zelf laten uitvoeren. Ouders vergoeden die testen. Verder krijg ik de reiskosten vergoed, maar ik heb afgelopen jaren ook genoeg verkeersboetes gekregen, die ik nooit vergoed heb gekregen. Ook de reizen naar Denemarken, om bij Cryos te doneren, betaalde ik zelf. De tien keer dat ik daar geweest ben, heb ik mijn vliegtickets en hotelkosten uit eigen zak betaald.’ 

Hij voegt eraan toe het te betreuren dat in dit artikel geen aandacht wordt besteed aan de vele moeders die gelukkig zijn met hun kinderen, die zij dankzij hem hebben gekregen, en met wie hij regelmatig afspreekt. ‘Er is een schaarste aan donoren. En dit artikel zal de pool aan donoren alleen maar verder doen opdrogen.’ 

Jonathan doneert nog steeds en is niet van plan te stoppen, ook omdat meerdere moeders een tweede kind van hem zouden willen. Op zijn afgeschermde Facebook-pagina vragen tientallen vrouwen nog altijd of ze hem een dm mogen sturen. Keer op keer antwoordt hij enthousiast: ‘Ja hoor!’ 

Anneke noemt de praktijken van de massadonoren en het gebrek aan toezicht ‘een ongeluk in slowmotion’. ‘De klinieken hebben geen enkel voordeel bij het aanpakken van dit soort praktijken: sperma is hun verdienmodel. Wanneer besluiten we dit niet langer te zien als de uitwas van een paar rare mannen en de ‘naïviteit’ van wensouders?,’ vraagt Anneke zich hardop af. 

‘Dit zijn mannen die willens en wetens de boel belazeren. Wat de reden ook is, zij zijn erop uit zoveel mogelijk kinderen te maken, alsof ze een wedstrijdje doen. Als er geen wetgeving is om dit aan te pakken, dan moet die er komen. Deze mannen stoppen niet uit zichzelf.’

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten.