© JanJaap Rypkema

De zaak De Wit & Laarman

    Reconstructie van de zaak die klokkenluiders Gerrit de Wit en Henk Laarman eind jaren negentig aanhangig maakten: zij deden melding van misstanden en mogelijke fraude bij de Dienst Recherchezaken van het ministerie van VROM. De chef van de DRZ, Reinier van der Linden, werd verdacht van corruptie en fraude, maar verdween uiteindelijk met een gouden handdruk.

    [Dit artikel hoort bij ‘Bestuurders Huis voor Klokkenluiders lieten klokkenluiders vallen’]

    Eind jaren negentig. Binnen de Dienst Recherchezaken (DRZ) van het ministerie van VROM rommelt het. Er zijn signalen van mismanagement en nepotisme.

    In de Centrale Ondernemingsraad stelt een rechercheur van de DRZ, Gerrit de Wit, deze kwesties aan de kaart. Zodoende wordt de ambtelijke top gedwongen een onderzoek in te stellen. De conclusies, neergelegd in een rapport van 24 januari 1998 van arbeids- en organisatiepsycholoog Geert Heling, zijn hard. De stijl van leidinggeven bij de DRZ laat zich typeren als ‘dictatoriaal, autocratisch en autoritair’. En: medestanders van de directeur en zijn kliek ‘worden beloond; afvalligen worden gebrandmerkt en benadeeld in loopbaanperspectief. Kritiek wordt afgekocht en informatie wordt afgeschermd dan wel selectief verstrekt als machtsmiddel.’

    Verontruste medewerkers hebben Laarman verdachte facturen toegespeeld

    Dan komt er een nog ernstiger signaal: in de administratie van de DRZ zijn facturen ontdekt die mogelijk vals zijn. De melding komt van Henk Laarman, rechercheur van de Criminele Inlichtingendienst (CIE), de ‘geheime dienst’ van de DRZ. Verontruste medewerkers van de administratie hebben Laarman de facturen toegespeeld.

    Intern onderzoek en ontslag

    In het najaar van 1997 vindt een intern onderzoek plaats naar Reinier van der Linden, de chef van de DRZ. Onderzoekers zijn de juristen B.A. de Rooij van Personeelszaken en A. Th. G.M. de Lange van de Dienst Juridische Zaken.

    Op 15 oktober 1997 zit hun taak erop. Hun conclusies: DRZ-baas Van der Linden heeft opdrachten verstrekt aan twee bedrijfjes waarvan hij mede-bestuurder was, en aan een software-bedrijfje dat in handen is van zijn broer, die ook bij DRZ werkt. De onderzoekers schrijven: ‘De heer Van der Linden heeft bij het verstrekken van deze opdrachten niet de nodige zorgvuldigheid in acht genomen die van ambtenaren van het ministerie van VROM en in het bijzonder van een directeur Recherchezaken verwacht zou mogen worden. Hierdoor is een situatie ontstaan van ongewenste belangenverstrengeling.’

    Op 30 oktober 1997 licht de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar van VROM, Van der Linden in dat hij een onderzoek naar plichtsverzuim instelt. Mocht dat bewezen worden, dan zullen disciplinaire maatregelen volgen.

    Op 1 december 1998 wordt bekend dat Van der Linden is ontslagen.

    De zaak lijkt beëindigd, maar op 29 oktober 1999 komt het actualiteitenprogramma NOVA – de voorloper van Nieuwsuur – met een reportage die nieuwe feiten aan het licht brengt. Het netwerk van bedrijfjes van de familie Van der Linden is omvangrijker en blijkt zaken te doen met de Rijksrecherche, nota bene de dienst die integriteitskwesties van ambtenaren moet onderzoeken. Voorts meldt Nova dat de ontslagen DRZ-directeur met een gouden handdruk is vertrokken. Deze feiten waren tot dan alleen in kleine kring bekend: bij de ambtelijke top van VROM.

    De uitzending krijgt een staartje wanneer de broer van directeur Van der Linden naar de rechter stapt. Hij vindt de uitzending en de reactie van minister Pronk daarin onrechtmatig. Hij verliest de zaak, ook in hoger beroep.

    In die rechtszaak komt de advocaat van de Staat der Nederlanden met stukken die alweer nieuwe feiten aan het licht brengen. Zo blijkt, in tegenstelling tot wat de klokkenluiders en andere ambtenaren binnen de DRZ dachten, dat tegen Reinier van der Linden nooit een onderzoek naar plichtsverzuim is ingesteld. Bovendien is hij op 1 december 1998 eervol ontslagen. En inderdaad was sprake van een gouden handdruk: Van der Linden kreeg in totaal 2,3 miljoen gulden mee. Die riante vertrekregeling was nooit aan minister Jan Pronk voorgelegd, noch aan hem meegedeeld.

    Aangifte

    Een van de twee klokkenluiders, CIE-rechercheur Henk Laarman, vindt de zaak zo stinken dat hij op 16 december 2004 aangifte doet: tegen Van der Linde wegens valsheid in geschrifte, en tegen onder meer de baas van de Rijksrecherche wegens ambtelijke corruptie. De ambtelijke top van VROM zou willens en wetens de onrechtmatige ontslagregeling van Van der Linden hebben verzwegen, terwijl de Rijksrecherche daar geen onderzoek naar heeft willen doen. Laarman ondersteunt zijn aangifte van valsheid in geschrifte met een rapport van de hoogleraren strafrecht Hans den Doelder en Cees Schaap. Beiden constateren dat facturen van bedrijfjes uit het netwerk van de gebroeders Van der Linden vals zijn.

    Van der Linden kreeg in totaal 2,3 miljoen gulden mee

    In september 2005 vult Laarman zijn aangifte aan met twee nieuwe documenten. Het eerste is een brief van de president van de Algemene Rekenkamer van 6 juni 2005. Op basis van een kort en beperkt onderzoek, waarbij de onderzoekers nogal wat tegenwerking van het ministerie van VROM hadden ondervonden, was de Rekenkamer tot de conclusie gekomen dat bij de afdeling DRZ wel degelijk sprake was van een misstand. Het ging om belangenverstrengeling bij de toenmalige directeur. De toenmalige dienstleiding was door een intern onderzoek daarmee sinds eind 1997 bekend. De Rekenkamer oordeelde dat ‘disciplinaire maatregelen op hun plek zouden zijn geweest’.

    De brief was voor Tweede Kamerlid Stef Depla (PvdA) reden om vragen te stellen aan minister Sybilla Dekker van VROM. Zij antwoordde op 7 september 2005 dat ‘met de wetenschap van nu’ de conclusie van de Algemene Rekenkamer te ‘billijken’ is. Over het besluit Van der Linden eervol te ontslaan en hem 2,3 miljoen gulden mee te geven, wilde Dekker niets zeggen, aangezien de stukken die zo’n besluit normaliter onderbouwen, ontbreken. Deze brief stuurt Laarman als tweede bijlage met zijn aangifte mee.

    Het mag niet baten. Op 29 mei 2006 besluit de Haagse hoofdofficier van Justitie Wilbert Tomesen dat er geen strafrechtelijk onderzoek komt. Tomesen stelt dat de Rijksrecherche wel degelijk een ‘uitgebreid’ strafrechtelijk onderzoek heeft uitgevoerd naar de door Van der Linden gepleegde fraude. Daarin zijn volgens Tomesen alle vermeende valse facturen betrokken. Over de mogelijk frauduleuze ontslagvergoeding voor Van der Linden, zegt de hoofdofficier dat destijds door niemand aangifte daarvan is gedaan, zodat de grondslag voor een onderzoek ontbrak.

    Hoewel de twee hoogleraren nog stellen dat de hoofdofficier niet is ingegaan op hun argumenten waarom bepaalde facturen vals zijn, besluit het gerechtshof na een artikel 12-procedure om de klacht van Laarman af te wijzen.

    Einde zaak.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Siem Eikelenboom

    Gevolgd door 672 leden

    Werkte eerder als onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en het Financieele Dagblad, waar hij meewerkte aan de Panama Papers.

    Volg Siem Eikelenboom
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren