De zwanenzang van de makelaar

    Ooit was de makelaardij een goudmijn, nu zijn het barre tijden. Het boek ‘De Makelaar’ houdt de beroepsgroep tegen het licht, tot grote paniek van makelaars zelf. Begrijpelijk, want hebben we makelaars eigenlijk nog wel nodig?

    ‘Makelaars bang voor De Makelaar’ zo kopte De Telegraaf. Er zou paniek heersen in makelaarsland over het recent verschenen boek van Joost van Kleef en Henk Willem Smits en de mogelijke schade voor de beroepsgroep. Een makelaar dreigde zelfs met een kort geding. Is deze angst terecht en worden makelaars aan de schandpaal genageld in , wordt hun ware aard blootgelegd en ligt de goede naam op straat? Waren ze fout, zijn ze fout en hebben ze een rol gespeeld in de huizenbubbels en daaropvolgende kredietcrisis? In De Makelaar nemen Van Kleef en Smits deze beroepsgroep onder de loep. Het boek vertelt het verhaal van de gouden tijden van het makelen, de huizenbubbels én van de makelaar zelf. Want iedereen kent ze, maar wie zijn het, wat doen ze nou eigenlijk en hebben we ze nog wel nodig?

    De opkomst en de val

    Een sprookje noemen de auteurs het. ‘Vanaf 1995 was het in de makelaardij zakken vullen, lachen en champagne drinken.’ Makelaars verdienden goud geld en hoefden daar nauwelijks iets voor te doen. Huizenprijzen bleven toch wel stijgen, woningen stonden amper een week te koop. ‘Een bord TE KOOP in de tuin en verdienen, verdienen en verdienen maar.’
    Snelle jongens, met gladde gepommadeerde haren en net niet passende maatpakken, die op Vespa-scooters door de stad scheuren
    Ze zijn herkenbaar, makelaars. Het zijn snelle jongens, met gladde gepommadeerde haren en net niet passende maatpakken, die op Vespa-scooters door de stad scheuren. Grote mond, en vooral bezig om een paar procentjes op de huizenprijs te pakken. Verkopen, verkopen, verkopen. En dat vereist vindingrijkheid. Annette Bening schreeuwde het uit als makelaar in de film American Beauty. ‘I will sell this house today.’ Tijdens de bezichtiging merkt een van de van de potentiële kopers vervolgens op dat het zwembad helemaal niet op een lagune lijkt, zoals in de advertentie stond. ‘There’s nothing “lagoon-like” about it. Except maybe for the bugs. There’s not even any plants out here. I mean, I think “lagoon” and I think waterfall, I think tropical. This is just a cement hole.’ Het zijn de bekende, aloude verkooptrucs. Het is geen oplichting, niet illegaal om iets mooier voor te stellen dan het daadwerkelijk is, maar het is wel kenmerkend voor de makelaardij. De auteurs stelden een herkenbaar en grappig overzicht op: Het Grote Makelaars ABC. Enkele hoogtepunten: landelijk gelegen betekent in the middle of nowhere, een speelse indeling vertaalt zich naar moeilijk in te richten en een onderhoudsvrije tuin is in werkelijkheid gewoon een betonnen binnenplaats.

    Het ‘vak’ makelen

    Maar is een makelaar dan niets meer dan een veredelde verkoper die beschikt over een creatieve woordenschat en handige trucjes om huizen te slijten?  In De Makelaar vertellen acht bekende makelaars hoe het is en was om te makelen tijdens de hoogtijdagen vanaf 1995. Rode draad: het ging snel, en makkelijk. ‘Wij hadden er huizen bij die we binnen een dag verkochten. I kid you not. Eén dag!’ aldus Bart ter Haar.
    'Het spelletje leeft weer, maar is een stuk moeilijker te spelen dan voorheen’
    Tot 2008. Tot de kredietcrisis. De woningmarkt raakte in een vrije val en trok de makelaars met zich mee. Prijzen daalden, net als het aantal verkochte woningen en banken draaiden de kredietkraan dicht. Ook Bart ter Haar ging in 2012 failliet en weet precies waarom. ‘Ik was zo’n jonge makelaar met te veel scooters, te veel en te blonde assistentes en een iets te grote mond.’ Inmiddels heeft de makelaar een doorstart gemaakt, maar het is anders. ‘Het spelletje leeft weer, maar is een stuk moeilijker te spelen dan voorheen.’ Ook andere makelaars zijn weinig enthousiast over de huidige markt. Zo zegt Harry Mens: ‘Je kunt het als makelaar niet meer verdienen, tenminste, niet als je met huizen van particuliere woningbezitters moet schuiven.’ Maar hoe komt dat dan? Twee dingen. Crisis en internet. Door huizenwebsites als Funda weet elke Nederlander voortaan namelijk welk huis waar te koop staat. Een desastreuze ontwikkeling voor het makelaarswezen. Het boek bevat stappenplannen voor het verkopen en kopen van een huis. Met tips als ‘altijd overdag bezichtigen’, ‘open alle deuren en kasten’, ‘zet uw huis het liefst in het voorjaar te koop’ en ‘zorg dat uw huis goed te vinden is op internet’ laten ze de lezer zien hoe makelen makkelijk zelf kan.  Of dit daadwerkelijk een praktische handleiding is, of een illustratie van de eenvoud waarmee de taak van de makelaar kan worden overgenomen, blijft in het midden.

    Toekomst van de makelaar

    Zijn, anno 2014,  makelaars overbodig geworden? Na het lezen van De Makelaar ligt de conclusie voor de hand, eentje die je eigenlijk dankzij de toon van de auteurs vanaf de eerste pagina al had getrokken.  Veel meer dan het beeld van een dure dienstverlener blijft er niet over. Makelaars zijn snelle jongens, die in gunstige economische tijden niet zoveel hoefden te kunnen en niet zoveel deden, maar simpelweg de aangewezen persoon waren als je een huis wilde kopen of verkopen. We houden er in ieder geval mooie verhalen uit de hoogtijdagen aan over.  Zoals dat van societymakelaar Sander Wiegers die vertelt over het kleine nazimuseum dat hij ooit in een woning aantrof. We weten nu dat Heinekenontvoerder Cor van Hout een carrière als vastgoedondernemer liet schieten en dat Harry Mens het maar vreemd vindt dat vrouwen willen werken. Maar zielig is het niet. Want de makelaars bloeden dan wel vanwege het instorten van de huizenbubbel,  eigenlijk zijn het alleen de (aspirerende) huizenbezitters waar je medelijden mee kunt hebben. Dus is de angst van makelaars over het boek terecht? Ja en nee. Eigenlijk is het niets nieuws want de trucs zijn al tijden bekend en De Makelaar pretendeert niet een absoluut oordeel te vellen over de legitimiteit van het beroep makelaar. Ondanks dat het boek ook veel achtergrond en een uitvoerige theoretische bespreking – mede mogelijk gemaakt door FTM-journalist Jesse Frederik  – van het ontstaan van de eerste moderne vastgoedbubbel bevat, blijft de toon licht en bijna satirisch.
    Makelaars zijn bang voor dit boek, deze ‘milde, vrolijke afrekening met een beroepsgroep’
    Toch legt het boek de vinger op de zere plek, blijkend uit de paniek onder de makelaars en de weigering van Funda om een advertentie van het boek te plaatsen. De makelaars zijn bang voor dit boek, deze ‘milde, vrolijke afrekening met een beroepsgroep’. Maar wel eentje die bloot legt hoe het makelaarsvak simpelweg floreerde toen de markt mee zat, terwijl het fundamenteel eigenlijk vrij weinig om het lijf heeft. De gouden tijden zijn voorbij. Makelen is moeilijker, verdient minder en is hard werken geworden. Maar, wie weet. Misschien herleeft het vak wel, als de huizenprijzen gaan stijgen en de woningmarkt weer aantrekt. Of misschien niet, misschien is internet de échte genadeklap geweest. Zijn we daarmee slechter af? Waarschijnlijk niet, als we De Makelaar mogen geloven. De Makelaar Joost van Kleef en Henk Willem Smits. Uitgeverij Bertram & De Leeuw. Prijs: €14,95
    Over de auteur

    Jessica de Vlieger

    Er zijn maar weinig meisjes die een voorliefde voor prosecco en jurkjes weten te combineren met een passie voor rekenkundige...

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid