Defensie heeft geen enkel begrip voor klokkenluiders

    Het ministerie van Defensie wordt de laatste jaren geplaagd door verschillende zaken waarbij klokkenluiders misstanden binnen de krijgsmacht hebben gemeld. Incidenten, aldus de minister. Dat is misschien waar, maar het verklaart niet waarom de melders stelselmatig worden tegengewerkt terwijl de overtreders ongemoeid worden gelaten — of, erger nog, promotie krijgen. FTM bespreekt de twee jongste klokkenluiderskwesties.

    Medio september publiceerde Follow the Money een artikel over de angstcultuur bij Defensie, waarin onder andere misstanden bij de Vliegbasis Eindhoven aan de orde kwamen. Dit verhaal was voor Kamerleden Jasper van Dijk (SP) en Salima Belhaj (D66) reden om in actie te komen, helemaal na berichten over nieuwe misstanden op dezelfde vliegbasis. De twee Kamerleden dienden een motie in om de misstanden te laten onderzoeken door een externe onafhankelijke commissie. De minister van Defensie, Jeanine Hennis, ontraadde deze motie echter in het Algemeen Overleg Defensiepersoneel van woensdag 9 november 2016 omdat er ‘echt goed werk [is] verricht’ met een aantal interne onderzoeken. Is dit rotsvaste vertrouwen van de minister in de interne onderzoekscommissies terecht?

    In dit vervolgartikel bekijkt en vergelijkt Follow the Money twee recente klokkenluiderszaken bij de Luchtmacht en de Marechaussee, en komt tot de conclusie dat de gelijkenissen tussen deze zaken twijfel zaaien omtrent de claim van Defensie dat het gaat om ‘incidenten’. Zo blijkt het ministerie van Buitenlandse Zaken niet tijdig door Defensie geïnformeerd over mogelijke misdragingen van ambassadepersoneel in conflictgebieden, waardoor defensiepersoneel mogelijk onnodig veel risico heeft gelopen, en maakt Defensie er ook al geen haast mee om een klokkenluider eerherstel te verlenen.

    Zaak 1: vliegbasis Eindhoven

    In september besteedde FTM aandacht aan de klokkenluiderszaak op vliegbasis Eindhoven en berichtte dat er tegen de betrokkenen geen enkele disciplinaire maatregel is getroffen — sterker nog, dat ze in plaats daarvan promotie hebben gemaakt. Nadat klokkenluider Victor van Wulfen aan de bel had getrokken over het niet naleven van veiligheidsregels, werden er eind 2009 onrechtmatige aanpassingen gemaakt in zijn medisch dossier op het geneeskundig centrum van de Vliegbasis Eindhoven, zo bleek uit het externe onderzoek over deze zaak door de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO). Tegenover de Volkskrant vertelde klokkenluider Van Wulfen hier afgelopen juni over: ‘In mijn medisch dossier staat dat ik op consult ben geweest bij een arts op de vliegbasis, waaruit bleek dat ik psychische problemen had. De grap is: ik was tijdens dat zogenaamde consult in Zuid-Afrika.’ Bij terugkomst van vakantie deed zijn squadroncommandant ‘uitspraken ten overstaan van de troepen over mij die van begin tot eind verzonnen waren, maar die “toevallig” perfect aansloten bij de oneigenlijke wijzigingen in mijn medisch dossier. Je weet dat er dan sprake is van kwade opzet,’ zo vertelde hij in mei in een ander interview in het tijdschrift van de militaire vakbond AFMP. De arts, Derk Blikman, die volgens bronnen binnen de Luchtmacht deze vervalsing aanbracht en in ieder geval als hoofd van het geneeskundig centrum destijds eindverantwoordelijk was, is momenteel nog steeds werkzaam als arts bij Defensie. Sterker nog, hij werd in juni zelfs bevorderd tot kolonel. Naar aanleiding hiervan stelde Jasper van Dijk (SP) tijdens het Algemeen Overleg Defensiepersoneel op 9 november 2016 vragen aan de minister.

    De stelligheid waarmee de minister zei dat de arts ‘dus echt niets fout heeft gedaan’ is vreemd

    Volgens minister Hennis is deze bevordering tot kolonel terecht: ‘Het geheel is door de Inspectie Militaire Gezondheidszorg onderzocht, er bleek geen sprake te zijn van fraude of vervalsing. De betrokken arts heeft dus echt niets fout gedaan en is inderdaad bevorderd’ (AO 9 november, 4:39:39). Precies hier wringt de schoen. De minister verwijst hier naar een intern onderzoeksrapport dat concludeert dat er geen ‘onzorgvuldig medisch-inhoudelijk handelen [was] maar wel dat er sprake is geweest van een onzorgvuldig wegschrijven van gegevens’. Juist deze conclusie werd gewraakt in het onafhankelijke, externe onderzoek van de OIO. Deze schreef in haar rapport dat ‘het voeren van een juiste en zorgvuldige verslaglegging in het patiëntendossier onderdeel vormt van het medisch handelen van een arts’ en stelt hiermee direct Blikmans functioneren ter discussie. De stelligheid waarmee de minister vorige week verkondigde dat de arts ‘dus echt niets fout heeft gedaan’ is vreemd, aangezien Defensie nota bene zelf in een reactie op het OIO rapport schreef dat als onderdeel van de rehabilitatie van de klokkenluider diens medisch dossier weer ‘in overeenstemming met de werkelijkheid’ is gebracht. Defensie heeft dus wel degelijk erkend dat er oneigenlijke aanpassingen zijn gemaakt in het medisch dossier. Anders zou er immers geen reden zijn om het medisch dossier weer aan te passen ‘in overeenstemming met de werkelijkheid’. Tot slot heeft de minister vragen van Kamerleden beantwoord door te verwijzen naar interne onderzoeksrapporten waarvan de onterechte conclusies juist aanleiding vormden voor het externe OIO-onderzoek dat aan de basis lag van het eerherstel van de Luchtmacht-klokkenluider.

    Op vragen over een tweede betrokkene in de zaak-Eindhoven ging de minister niet in (AO, 9 november – 04:39:35). FTM meldde eveneens in september dat degene die eindverantwoordelijk was voor het niet naleven en implementeren van veiligheidsvoorschriften, Bas Pellemans, vandaag de dag toeziet op de naleving hiervan in zijn functie als hoofd van de Militaire Luchtvaartautoriteit. De minister reageerde confuus en maakte een punt over mogelijke reputatieschade: ‘Ik weet niet welke suggestie nu wordt gecreëerd, maar dit vind ik niet zo prettig want je beschadigt hier mensen vergaand mee.’ Als de reputatieschade van arts Derk Blikman de minister werkelijk aan het hart gaat, dan is de vraag waarom ze het interne IMG-rapport waarnaar ze verwijst (en dat volgens haar bewijst dat hij ‘echt niets fouts’ heeft gedaan) niet geanonimiseerd heeft geopenbaard aan de Tweede Kamer. Dit zou zeker in het belang zijn van de desbetreffende arts, zodat ook hij (indien nodig) zijn naam zou kunnen zuiveren.


    "Defensie heeft wel degelijk erkend dat er oneigenlijke aanpassingen zijn gemaakt in het medisch dossier"

    Hoewel reputatieschade de minister aan het hart gaat als het gaat om de arts die een medisch dossier onrechtmatig heeft aangepast, heeft ze daar in hetzelfde overleg minder moeite mee als het gaat over de meest recente misstanden op de vliegbasis Eindhoven. Diverse bronnen hebben tegenover FTM bevestigd dat adjudant F.S., die melding maakte van onder meer alcoholmisbruik en het gebruik van een militair toestel voor een vlucht naar een vakantiehuisje in Italië, deze integriteitsschendingen inzette als pressiemiddel toen hij zelf tegen de lamp liep na jarenlang gesjoemel met woon-werkverkeerdeclaraties. Bij vragen van Kamerlid Van Dijk over de interne afhandeling van deze meldingen wijst minister Hennis op de reputatie van de melder als fraudeur, maar gaat niet in op de aard van de meldingen en verschaft geen helderheid over de wijze waarop deze zijn onderzocht.

    Deze nieuwe meldingen op de vliegbasis Eindhoven betreffen dus mogelijke misstanden die zijn aangekaart door een melder, niet een klokkenluider. Daar bestaat een verschil tussen. Als vereiste voor het Huis van de Klokkenluiders is namelijk opgenomen dat de melder te goeder trouw moet zijn. De melding mag dus niet uit rancune worden gedaan, zoals hier het geval lijkt te zijn. Desalniettemin is het de vraag wat meer kritische bevraging verdient: de inhoud van de melding of de motivaties van de melder.

    De reputatieschade is al geschied

    De minister zal het interne onderzoek van de Vliegbasis Eindhoven toesturen aan de Kamer, maar de reputatieschade is al geschied. Zo wordt de melder weggezet als ‘fraudeur,’ alsof zijn mogelijke meldingen van andere fraude ineens aan kracht verliezen omdat de melder het ‘zelf ook deed’. Tegelijkertijd worden betrokkenen (mogelijk onterecht) in de verdachte sfeer getrokken. Zo meldde een anonieme bron aan de Telegraaf dat ‘iedereen de hand boven het hoofd wordt gehouden.’ Hiermee wordt indirect het functioneren in twijfel getrokken van de huidige commandant van de vliegbasis, Elanor Boekholt-O’Sullivan, en van haar voorganger Johan Van Soest. Er wordt immers op zijn minst gesuggereerd dat zij niet adequaat hebben gehandeld, en in het ergste geval dat zij onderdeel zijn geweest van de misstanden — en daarmee van het probleem. Advocaat Michael Ruperti, die Van Soest bijstaat, hekelt het standaardbeleid dat Defensie geen uitspraken doet over individuele gevallen, omdat andere medewerkers hierdoor mogelijk reputatieschade oplopen. ‘Vanwege deze houding bij Defensie wordt er een waas opgetrokken waarbij het lijkt alsof de commandant op zijn minst betrokken is bij de zaak en hierdoor loopt hij of zij feitelijk al op voorhand reputatieschade op,’ zo meldt Ruperti desgevraagd.


    "Integriteitsslagers die het eigen vlees moeten keuren zijn bij Defensie helaas geen uitzondering"

    Transparantie over interne onderzoeken kan dus juist voorkomen dat medewerkers de reputatieschade oplopen waar de minister zo beducht voor schijnt te zijn. Tegelijkertijd is het te begrijpen dat het ministerie niet altijd staat te springen om dergelijke interne onderzoeken naar buiten te brengen. Integriteitsslagers die het eigen vlees moeten keuren zijn bij Defensie helaas geen uitzondering.

    Zaak 2: Koninklijke Marechaussee

    Na diverse misstanden bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) werd in 2005 extern onderzoek verricht door de Commissie Staal. Deze concludeerde in het vooronderzoek: ‘Opvallend consistent is een aantal “rode draden” in de conclusies en resultaten van [eerdere] onderzoeken. Beeldend beschreven is de KMar een grote, logge, bureaucratische organisatie, niet vernieuwend en nogal gesloten naar de buitenwereld.’ De commissie concludeerde dan ook dat ‘er in de toekomst grotere integriteitsproblemen te verwachten zijn’. Deze problemen kwamen er in 2012, toen een medewerker van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) diverse mogelijke misstanden constateerde. De BSB is een speciale eenheid van de Marechaussee behorend tot de special forces en heeft diverse taken, waaronder het beschermen van personen in risicogebieden. Hieronder valt onder meer het ambassadepersoneel in gebieden als Jemen, Afghanistan en Irak.

    Een deel van de integriteitsmeldingen betreft ook personeel van Buitenlandse Zaken

    In het externe OIO-rapport valt te lezen dat een ambassademedewerker er op stond dat het ‘wekelijkse avondje met een sportieve activiteit doorgang zou vinden,’ ondanks het feit dat de desbetreffende stad in lockdown was wegens een aanslag waarbij elf Amerikanen om het leven waren gekomen. Ook wilde ambassadepersoneel in een conflictgebied graag dineren in een bekend restaurant ‘alwaar ze ook regelmatig in beschonken toestand zouden zijn geraakt’ en moest BSB-personeel uren de wacht houden. De locatie vormde een doelwit, getuige het feit dat diverse diplomaten van verschillende nationaliteiten later zijn omgekomen bij een aanslag op het desbetreffende restaurant. Doordat Nederlandse diplomaten ‘zeer veel niet essentiële verplaatsingen’ hebben gemaakt, zou defensiepersoneel onnodig in gevaar zijn gebracht. Ook zijn er meldingen gedaan over lage standaard van medische zorg, alcoholmisbruik en verouderde evacuatieplannen voor ambassadepersoneel.

    Een deel van deze integriteitsmeldingen betreft ook personeel van Buitenlandse Zaken, maar diverse bronnen melden aan FTM dat de Commandant Koninklijke Marechaussee, luitenant-generaal Harry van den Brink, de incidenten met ambassadepersoneel niet aanhangig heeft gemaakt bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie geeft aan dat normaliter ‘Buitenlandse Zaken altijd alle meldingen van integriteitsschendingen onderzoekt die onze medewerkers betreffen. In dit geval hebben we daartoe niet de kans gekregen. Buitenlandse Zaken heeft over deze casus destijds geen melding gehad en is pas in aanloop naar het uitkomen van het OIO-rapport op de hoogte gesteld.’

    Door deze vertraging zijn de incidenten met het ambassadepersoneel verjaard, en het ministerie van Buitenlandse Zaken wijst dan ook op de conclusie van de OIO dat het hierdoor niet mogelijk is gedegen onderzoek naar de incidenten te doen. Het ministerie merkt eveneens op dat ‘dus niet uit het rapport van de OIO kan worden geconcludeerd dat er sprake is geweest van schendingen’. Hoewel dat juist is, dient wel te worden opgemerkt dat er evenmin kan worden geconcludeerd dat er helemaal geen sprake is geweest van schendingen. Het ministerie meldt tot slot dat ‘het rapport [aantoont] dat aandacht voor integriteit belangrijk blijft, ook op de hoog-risico posten’.

    Bij het selecteren van getuigen zijn ‘met name personen gehoord op wie de meldingen ook betrekking hebben'

    Het OIO-rapport concludeert eveneens dat het interne onderzoek door Defensie naar aanleiding van deze meldingen voor wat betreft hoor en wederhoor ‘te eenzijdig’ is uitgevoerd. Zo is te lezen dat bij het selecteren van getuigen ‘met name personen zijn gehoord op wie de meldingen ook betrekking hebben […] Personen op de werkvloer en directe collega’s van melder zijn niet of nauwelijks gehoord, terwijl melder voorafgaand aan het Intern Onderzoek Defensie expliciet namen van dergelijke getuigen heeft aangedragen. Melder heeft 60 getuigen à décharge aangedragen waarvan slechts enkelen door de COA zijn gehoord’.

    Zo leerde FTM dat een vertrouwenspersoon van de melder heeft geweigerd voor hem te getuigen tijdens het interne onderzoek, een besluit dat hij nam na overleg met een direct betrokkene in de zaak: de commandant van de BSB, Hans Vroegh. Intussen werd de melder door Defensie verweten dat hij niet wilde meewerken aan mediation, en werd deze weigering aangedragen als reden om hem consistent af te wijzen voor interne sollicitaties. De OIO denkt hier anders over, en constateert dat er niet aan de ‘voorwaarden voor een succesvolle mediation’ is voldaan, en spreekt er haar begrip over uit dat de melder dit traject niet langer wenste voort te zetten. Diverse bronnen melden aan FTM dat de mediation in opdracht van chef kabinet kolonel Wiersma werd uitgevoerd, maar dat deze de coördinatie hiervan in handen legde van een van de betrokkenen in de klokkenluiderszaak, namelijk BSB-commandant Hans Vroegh.


    "Hoewel is geadviseerd de klokkenluider te rehabiliteren, lijkt het ministerie van Defensie hier geen haast mee te maken"

    Ook werd er bij het Openbaar Ministerie aangifte gedaan tegen de melder wegens ‘lekken naar zichzelf’ omdat hij enkele e-mails had doorgestuurd van zijn werk-adres naar zijn privé-adres. Het mogelijk strafrechtelijk onderzoek, alsook zijn weigering mee te doen aan mediation, werd aangedragen als motief hem niet langer zijn functie uit te laten oefenen en er werden hem maatregelen opgelegd. Hoewel de melder door Defensie is erkend als klokkenluider, is hij hiermee slechts in woord en niet in daad gerehabiliteerd: de klokkenluider zit alweer enige tijd thuis. Het ministerie van Defensie laat in een reactie weten dat de aanbevelingen in het OIO-rapport zijn overgenomen, maar daar denkt diens raadsman van FNV Veiligheid, Wiebe Herweijer, anders over. ‘Dat is dan volledig aan mij en mijn cliënt voorbij gegaan,’ laat hij weten.

    Het gaat hier met name om het vinden van een passende functie en het bieden van een loopbaanperspectief voor de klokkenluider. Zo concludeert de OIO namelijk dat de ‘melder bij de uitoefening van zijn functie nadelige (rechtspositionele) gevolgen heeft ondervonden als direct gevolg van het te goeder trouw doen van melding van vermoede misstanden’. Hoewel de OIO dus adviseert de klokkenluider te rehabiliteren, lijkt het ministerie van Defensie hier geen haast mee te maken. Raadsman Herweijer laat in een reactie op het bovenstaande eveneens aan FTM weten dat de gesprekken op ambtelijk niveau eind oktober al zijn beëindigd omdat C-Kmar, Harry van den Brink, en de plaatsvervangend secretaris-generaal in de gesprekken geen invulling hebben gegeven aan de hulpvraag: wat is er gebeurd en waarom is het gebeurd? Hij laat weten dat er ‘alleen nog zal worden gesproken over de invulling van zijn nieuwe functie, maar dat is van een andere orde. Over schadeloosstelling kan pas worden gesproken zodra er zicht is op een eindsituatie’. Verder wenst hij op dit moment nergens op in te gaan.

    In een kramp

    Vertrouwenspersonen die onder druk worden gezet, slagers die het eigen vlees mogen keuren en melders die alleen maar nadelige gevolgen ondervinden als zij misstanden aan de kaak stellen. SP-Kamerlid Jasper van Dijk ziet hier een structureel probleem: ‘De Defensietop kan niet goed omgaan met problemen binnen de eigen organisatie. Elke keer als er misstanden worden gemeld, schiet Defensie in een kramp. Dat laten de verschillende zaken wel zien: tweemaal Eindhoven, de zaak bij de speciale beveiliging (BSB) en niet te vergeten het vertrek van advocaat Sébas Diekstra’. De minister liet tijdens het Algemeen Overleg weten zich er ‘niet in te herkennen’ en alle vertrouwen te hebben in interne onderzoekscommissies.

    Zeker, deze twee klokkenluiderszaken kunnen worden gezien als incidenten, ware het niet dat ook intern vraagtekens worden gezet bij integriteitskwesties. Dat het vertrouwensniveau laag ligt, blijkt wel als FTM erop wordt gewezen dat een ander integriteitsorgaan binnen Defensie, de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht (IGK) verantwoordelijk voor bemiddeling, in de periode dat deze twee klokkenluiderszaken liepen vooral druk was met het eigen jubileum. Zo is te lezen op de website dat er in het jaar 2015 ‘geen onderzoek [is] voorzien door werkzaamheden voor het 70-jarig bestaan van het instituut‘. Het ministerie van Defensie laat weten dat hoewel er geen thema-onderzoeken hebben plaatsgevonden dat jaar, dit niet wegneemt dat er in 2015 ongeveer 400 bemiddelingen hebben plaatsgevonden vanuit het IGK.

    ‘De Defensietop kan niet goed omgaan met problemen binnen de eigen organisatie’

    Tegelijkertijd dient de organisatiestructuur van Defensie in acht te worden genomen. Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat in gesloten organisaties het aankaarten van misstanden vaker wordt beantwoord met vergeldingen tegen de melder dan met acties tegen de plegers van misstanden. Defensie is er door haar hiërarchische organisatiestructuur en meer gesloten karakter (niet geheel te voorkomen wegens de aard van de werkzaamheden) meer vatbaar voor om opgesloten te raken in een zogeheten insiders view. Het adagium ‘één team, één taak’ dat militairen met de paplepel krijgen ingegoten, brengt het risico met zich mee dat loyaliteit primair ligt bij de directe collega’s in plaats van bij het overkoepelende (en publieke) belang van de organisatie. Hoewel er veel onderzoek is verricht naar de afwegingen vanuit het oogpunt van de klokkenluider, is er helaas weinig systematisch onderzoek gedaan naar de diverse belangenafwegingen die worden gemaakt binnen een organisatie (zoals prevalerende loyaliteit naar collega’s of angst voor de eigen carrière).

    Los van de bedrijfscultuur, kleeft er nog een tweede risico aan dergelijke interne onderzoeken: ze kijken naar de personen die mogelijk betrokken zijn bij misstanden en buigen zich (in)direct over de schuldvraag, waardoor de personen naar wie wordt gekeken (en de loyaliteit jegens hen) mogelijk de boventoon gaat voeren. Juist in dergelijke onderzoeken is het zaak met gepaste afstand naar de meldingen te kijken en deze in het grotere, organisatorisch systemische geheel te plaatsen, zoals bij externe OIO-onderzoeken gebeurt. SP-Kamerlid Jasper van Dijk deelt deze analyse: ‘Het is echt nodig dat er onafhankelijk onderzoek komt. Niet alleen omdat we dan voorkomen dat de slager zijn eigen vlees keurt, maar ook omdat er dan minder naar personen en meer naar de organisatie als geheel wordt gekeken. Defensie is kwetsbaar omdat het een relatief gesloten bolwerk betreft. Meer dan bij andere ministeries hangt er regelmatig een zweem van geheimzinnigheid, en dan komt al snel het begrip “doofpot” om de hoek kijken. Het zou daarom veel sterker zijn als minister Hennis de deur wijd openzet voor extern onderzoek. Zolang ze dat weigert, heeft ze de schijn tegen.’


    Salima Belhaj, Kamerlid D66

    "Het zou goed zijn als de minister in deze zaken transparant is en het aandurft om externe onderzoekers hun gang te laten gaan"

    D66-Kamerlid Salima Belhaj laat in reactie op de bevindingen van FTM weten: ‘Juist een organisatie als Defensie, waar veiligheid en integriteit hoog in het vaandel staan, moet goed omgaan met meldingen van eventuele misstanden. Medewerkers bij Defensie moeten er op kunnen vertrouwen dat de organisatie integer is en daar op een goede manier mee omgaat. Daar mogen geen twijfels over bestaan. Het is zorgelijk dat nu meerdere medewerkers bij Defensie aan de bel hebben getrokken. Het blijkt bovendien dat wanneer Defensie zaken zelf onderzoekt, daar wel wat op aan te merken is. Het externe onderzoek van de OIO naar de problemen met de beveiliging van ambassades is daar een voorbeeld van. Het zou goed zijn als de minister in deze zaken transparant is en het aandurft om externe onderzoekers hun gang te laten gaan. Wij willen namelijk precies weten hoe de vork in de steel zit. Het is onbestaanbaar dat iemand die naar buiten treedt over misstanden werkloos thuis komt te zitten. Daarom moet de nieuwe klokkenluider die de misstanden bij de beveiliging van ambassades aan het licht bracht, eerherstel krijgen. Het zou goed zijn als minister Hennis het voorstel van D66 en SP uitvoert en onafhankelijk onderzoek laat doen naar de nieuwe meldingen op vliegbasis Eindhoven.’

    Organisatorische automutilatie

    Het is in het belang van Defensie dat mensen die het werk moeten uitvoeren, zich niet gehinderd voelen mogelijke belemmeringen of onnodige gevaren en risico’s kenbaar te maken zonder dat zij hoeven te vrezen thuis op de bank te eindigen. Klokkenluiden kan worden gezien als een laatste poging om organisatorische automutilatie te voorkomen: indien misstanden of integriteitssschendingen niet worden aangekaart en onbestraft blijven, doet de organisatie zichzelf te kort. Het feit dat bij de twee meest recente klokkenluiderszaken, Luchtmacht en Marechaussee, er geen enkele disciplinaire maatregel is genomen — behalve tegen de melders van misstanden — doet het ergste vrezen. Als er geen consequenties zijn verbonden aan alcoholmisbruik, het aan de laars lappen van veiligheidsregels en het vervalsen van medische dossiers, maar wel aan het melden van misstanden door minimaal voor langere tijd veroordeeld te zijn tot thuis zitten, kan in alle redelijkheid worden vastgesteld dat er iets mis gaat in de belangenafweging.

    De afweging die wordt gemaakt is duidelijk niet in belang van de organisatie en van de publieke taak die daaraan is verbonden, maar in het belang van de direct betrokkenen. Het wegwerken van de klokkenluider vormt daarbij de weg van de minste weerstand — maar ook de weg van de grootste schade.

    Reactie ministerie van Defensie

    Integriteit is voor Defensie als geweldsorganisatie belangrijk. Zo heeft Defensie bijvoorbeeld een Centrale Organisatie Integriteit, krijgt integriteit in de opleiding van militairen aandacht en is er een vernieuwd meldingssysteem om gevallen van integriteitsschendingen te waarborgen.  Dat neemt niet weg dat integriteit continue aandacht vereist. Uiteraard worden er bij een organisatie waar meer dan 50.000 mensen werken meldingen gedaan van niet integer gedrag. Defensie hecht er waarde aan dat deze worden onderzocht en dat er wordt geleerd van deze meldingen.

    In het artikel worden  twee onderzoeken specifiek benoemd.

    Onderzoek vliegbasis Eindhoven

    Het interne onderzoek naar vermeende misstanden op vliegbasis Eindhoven is afgerond. De commissie heeft geoordeeld  dat er geen sprake van een concreet vermoeden van een misstand of een strafbaar feit is. Wel heeft de onderzoekscommissie bij twee onderdelen van de melding advies voor verbeteringen gegeven. Op de vliegbasis Eindhoven zijn meerdere trajecten in gang gezet die gezamenlijk zorgdragen dat gevolg wordt gegeven aan de adviezen van de onderzoekscommissie.

    Het eerste traject betreft het creëren van een gezamenlijk beeld van de doelstellingen en kernwaarden van de vliegbasis. Het tweede traject betreft leiderschap binnen alle lagen op de vliegbasis. Daarvoor zijn twee deskundigen betrokken die de commandant van de vliegbasis adviseren en de eenheden gaan begeleiden. Tevens is er een plan van aanpak opgesteld om meer aandacht te schenken aan integriteit op de werkvloer. Het derde traject betreft de dagelijkse bedrijfsprocessen. Hierbij wordt onderzocht of die passend en doelmatig zijn. Het vierde traject betreft het waarborgen van de andere drie trajecten door middel van periodieke gesprekken.

    Met betrekking tot een deel van de melding over declaratiegedrag beraadt de commandant van de vliegbasis Eindhoven zich nog over het oordeel van de commissie. Ook de schijn van verkeerd declaratiegedrag of gebruik van middelen moet immers worden vermeden. De commandant sluit daarom niet uit dat zij tot een ander oordeel komt dan de commissie wat mogelijk tot extra maatregelen zal kunnen leiden.

    Onderzoek BSB

    De veiligheid van het personeel van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) en de veiligheid van de te beveiligen personen staat altijd voorop. Defensie heeft respect voor de betrokkenheid en de moed van de melder en het belang dat hij hecht aan de veiligheid van het personeel.

    De meldingen hebben bijgedragen aan het verbeteren van de veiligheid van de medewerkers (van de BSB) en de aanbevelingen  van het rapport van Onderzoeksraad Integriteit Overheid zijn  overgenomen.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 550 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Dieuwertje Kuijpers
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren