Defensie jarenlang getild door frauduleus bedrijf

2 Connecties

Relaties

Huurlingen

Organisaties

Ministerie van Defensie
14 Bijdragen

Het ministerie van Defensie is jarenlang opgelicht door een bedrijf dat zich in dezelfde tijd in de VS schuldig heeft gemaakt aan fraude en daar ook voor veroordeeld is. Toch werkt het ministerie nog steeds met dit bedrijf samen. Waarom doet Defensie dit, en waarom komt het in Nederland niet tot een strafrechtelijk onderzoek?

Cateraar Supreme, een miljardenbedrijf met het hoofdkantoor in Nederland, heeft voor ongeveer een half miljard dollar gefraudeerd met opdrachten voor het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie. In een langslepende rechtszaak in de VS bekende het bedrijf daarvoor uiteindelijk schuld. Nu blijkt dat ook het Nederlandse ministerie van Defensie jarenlang teveel betaalde. Hoe de overheid is opgelicht, en voor hoeveel, wil het ministerie niet zeggen. Vermoedelijk gaat het om miljoenen euro's. De Amerikaanse rechtbankverslagen geven een inkijkje. 

Miljardenklussen

‘Wat is er voor die vermoeide militairen nu mooier dan dat ze bij terugkomst eerst even lekker kunnen eten?’ Adjudant Cees benadrukt het graag. Als cateringmanager is hij in 2008 verantwoordelijk voor de voedselverwerking op Kamp Holland, Deh Rawod. Daar moet hij dagelijks 1400 tot 2400 hongerige magen vullen, waaronder die van de Nederlandse soldaten die op dat moment zijn uitgezonden in Afghanistan.

De adjudant staat er niet alleen voor. Hij wordt bij zijn taak geholpen door de medewerkers van cateringbedrijf Supreme. Goedkoop ingehuurde koks uit India en Nepal warmen de kant-en-klaar-maaltijden op die in Nederland zijn bereid. Dat heeft een bedrijf in Lelystad al voor ze gedaan, en daarna zijn de maaltijden ingevlogen naar Pakistan. Vanuit Karachi gaat het voedsel in vrachtwagens naar Uruzgan. Op locatie worden de stukken zalm en andijvie gegaard in de combisteamer. De aardappelen zijn wel vers gebakken.

Anno 2016 levert Supreme dagelijks meer dan 100.000 maaltijden en bijna 100.000 liter water 

Het is een flinke klus, maar het Nederlandse Supreme Group is dan ook een enorm bedrijf. De cateraar heeft 72 ondernemingen in onder meer Europa en het Midden-Oosten, en zorgt voor catering in afgelegen gebieden over de hele wereld. Anno 2016 levert Supreme dagelijks meer dan 100.000 maaltijden en bijna 100.000 liter water. 

Wel gaat het de laatste jaren steeds slechter met het bedrijf. Draaide het in 2012 nog een netto-omzet van 6,5 miljard dollar, twee jaar later was daar nog maar 1,8 miljard van over. Het bedrijf verliest niet alleen opdrachten. De winst is in dezelfde periode gekelderd van 1,3 miljard naar 5 miljoen dollar. Meer dan de helft van de ruim 8000 werknemers heeft een andere baan moeten zoeken. 

Wat is er gebeurd?

De samenzwering tot fraude

De bewuste aanzet tot fraude van Supreme begint rond 2005, blijkt uit documenten van de Amerikaanse rechtszaak (lees hier het verslag van de US attorney, het Amerikaanse OM, en hier de schuldbekentenis van Supreme). Dat jaar sluit het bedrijf met de Amerikaanse overheid een contract af voor de catering van Amerikaanse soldaten in Afghanistan. De opdracht omvat het leveren van voedsel, water en bijbehorende diensten. In eerste instantie gaat het nog om levering aan vier grote, redelijk makkelijk te bereiken locaties. Later volgen ook vele moeilijker te bereiken, gevaarlijker gelegen bases, de zogenoemde Forward Operating Bases

In het contract is afgesproken welke prijzen Supreme krijgt voor het werk. Een deel van het voedsel, de bederfelijke waren, koopt het bedrijf in de regio in. Voor die inkoopprijs en de kosten van de levering ontvangt het bedrijf van de Amerikaanse overheid een vergoeding, plus een toeslag voor de geleverde diensten. 

Een maand nadat Supreme het contract binnensleept, geven de eigenaren van het bedrijf opdracht tot het oprichten van een nevenbedrijf in de Verenigde Arabische Emiraten: Jamal Ahli Foods Company LLC, ofwel ‘JAFCO’. Bij de oprichting is Supreme officieel nog geen eigenaar van deze onderneming. 

Het management, de operaties van het bedrijf, het inhuren van personeel — Supreme beslist

Voor de buitenwereld moet het lijken alsof Supreme en JAFCO niets met elkaar te maken hebben. De oprichting van JAFCO wordt dan ook niet gemeld bij de overheid, iets dat de rechter later een onderdeel vindt van de ‘samenzwering tot fraude’. Het personeel van beide bedrijven weet niets van de onderlinge relatie van de twee bedrijven, en zij die er wel van weten krijgen de instructie hun mond te houden.

Supremes werkelijkheid is anders. Eigenaren van de cateraar hebben op de achtergrond belangen in JAFCO en nemen alle beslissingen. Het management, de operaties van het bedrijf, het inhuren van personeel — Supreme beslist. Later zal het bedrijf ook aandelen JAFCO in handen krijgen. 

De rol van JAFCO in de fraude-opzet van Supreme is eenvoudig. Het bedrijf koopt lokaal voedsel in, met name bederfelijke waar zoals groente en fruit, en verkoopt dit voor een hogere prijs aan Supreme. Die hogere prijs geeft Supreme als kosten door aan de Amerikaanse overheid. Die heeft niets door: de twee bedrijven hebben immers ogenschijnlijk niets met elkaar te maken. 

Het verschil tussen de gefactureerde kosten van Supreme en de vervalste inkoopkosten van JAFCO — dat dus stiekem onderdeel is van hetzelfde bedrijf — komt terecht in de zakken van Supreme. Daar bovenop komen nog eens de vergoedingen en toeslagen die Supreme al van de overheid ontvangt. 

Om de winst die JAFCO op deze manier maakt, ook echt naar Supreme zelf over te hevelen, stuurt Supreme het Arabische bedrijf maandelijks een factuur. Dat beschrijft de US attorney, het Amerikaanse OM. En wat blijkt? De hoogte van die facturen komt elke keer precies overeen met het actuele tegoed op de rekening van JAFCO.

In mei 2006 klagen medewerkers van het leger al bij Supreme over de abnormaal hoge inkoopprijzen. Zo is de inkoopprijs van maïs 525 procent hoger dan bij concurrenten.

De inkoopprijs van maïs is 525 procent hoger dan bij concurrenten

Intussen schroeft Supreme ook de prijs van flesjes water op. Volgens de cateraar kosten 24 halveliterflessen 6,45 dollar. Maar in werkelijkheid betaalt het bedrijf zelf een prijs die schommelt tussen de 1,64 en 5,03 dollar. Bij elkaar levert het de onderneming een extra winst van 48 miljoen dollar op.

Rond 2009 weet de Amerikaanse overheid het zeker: de werkelijke kosten van veel goederen en diensten zijn substantieel lager dan Supreme doet voorkomen. Een medewerker van de cateraar, de Duitser Michael Epp, neemt contact op  met de recherche. Het bedrijf, dat op dat moment op ongeveer honderd locaties van de VS de catering verzorgt, stopt met de oplichting, op aandringen van het ministerie.

Voor Supreme eindigt het daar echter niet. In 2010 stapt de Amerikaanse overheid naar de rechter, waardoor Supreme uiteindelijk vier jaar later genoodzaakt is toe te geven dat het bedrijf bewust de Amerikanen heeft opgelicht. De cateraar moet op last van de rechter de staat 434 miljoen dollar terugbetalen.

Het contract mag in de acht jaar sinds het eerste tekenen dan in totaal goed zijn tot zo’n 8,8 miljard dollar, inmiddels is een groot deel van de omzet en de winst van Supreme Group verdampt.

Rechter niet nodig

De details van de samenzwering tot fraude in de VS maken meer duidelijk over de manier waarop de Nederlandse overheid door Supreme is opgelicht. Dit gebeurde eveneens in Afghanistan, in dezelfde periode en door hetzelfde bedrijf. Of JAFCO ook betrokken is geweest bij het leveren van voedsel, water en diensten aan het Nederlandse leger, is niet duidelijk. Supreme zelf wil geen vragen beantwoorden. ‘We maintain a strict confidentiality policy with regards to client information and cannot disclose such details,’ aldus het bedrijf.

Het ministerie wil de oplichting geen fraude noemen, en vindt verder onderzoek daarom niet nodig

Dat de Nederlandse overheid, in tegenstelling tot de Amerikaanse, niet naar de rechter stapt, is opvallend. Het ministerie wil de oplichting geen fraude noemen, en vindt verder onderzoek daarom niet nodig. Defensie kwam erachter dat ze teveel betaalde na een audit, die standaard is bij uitbesteding. De rapporten die eruit voortkwamen, zijn geheim. Aangezien de oplichting tot en met 2010 voortduurde, zal de audit pas tegen het einde van de missie zijn uitgevoerd. De foutieve betalingen waren toen dus al vier jaar aan de gang. Het ministerie heeft het teveel betaalde bedrag inmiddels teruggevorderd.

Volgens schattingen van Ko Colijn, directeur van Instituut Clingendael, gaat om tussen de 20 miljoen en 50 miljoen dollar, zo laat hij weten aan Bureau Buitenland.

Desondanks heeft het ministerie geen reden gezien om de zaak door het OM te laten uitzoeken. In eerste instantie heeft het in  reactie op vragen van Follow the Money laten weten dat er 'geen onrechtmatigheid is geconstateerd die heeft geleid tot de vaststelling van fraude door de rechter’. Die reactie is later veranderd in: ‘De audits bij Defensie hebben geen informatie opgeleverd die aanleiding gaf tot het doen van aangifte.’ Het ministerie laat daarmee in het midden of er te hoge facturen zijn verstuurd. Het doelmatig versturen van te hoge facturen zou neerkomen op valsheid in geschrifte, en zou reden zijn voor een gang naar het OM.

Ook het feit dat Supreme schuld bekent aan grootschalige fraude en samenzwering daartoe in een zeer vergelijkbare opdracht, zorgt niet voor verder onderzoek. Integendeel: Defensie gunt de cateraar daarna gewoon weer nieuwe opdrachten. Op dit moment werkt het bedrijf met een nieuw contract voor Defensie in Mali.

Het doelmatig versturen van te hoge facturen zou neerkomen op valsheid in geschrifte

Net als bij het aannemen van personeel voor belangrijke overheidsfuncties, kan het ministerie voor aanbestedingen bij overheidsopdrachten aan bedrijven om een soort gedragsverklaring vragen. Bij het aanvragen van een Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA) onderzoekt het ministerie van Veiligheid en Justitie of het bedrijf dat naar de opdracht meedingt, ooit in aanraking is gekomen met Justitie. Buitenlandse rechts- en natuurlijke personen vallen niet onder de screening, maar Nederlandse huidige en voormalige werknemers met ‘sleutelposities’ wel. De website voor de aanvragen meldt: ‘Gegevens over voormalige Nederlandse bestuurders worden meegewogen voor zover sprake is van voormalig bestuurders uit de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag die ten tijde van de GVA-aanvraag nog een beleidsbepalende functie binnen de rechtspersoon bekleden.’

Supreme verplaatst in 2008 het hoofdkantoor van Zwitserland naar Nederland. Tussen 2008 en 2015 is de Nederlander Jacobus Johannes van Ginkel bestuurder van deze Supreme Group BV. De Nederlander Bart Willem de Sonnaville is in die tijd een van de andere vier bestuurders van de onderneming, van april 2012 tot 2015, blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel. Beide mannen ondertekenen de schuldbekentenis in de VS en ze verlaten beiden op 9 juni 2015 het bedrijf. Ze waren tijdens het schrijven van dit artikel niet bereikbaar voor commentaar. Of het Nederlandse ministerie ooit een GVA voor dit bedrijf en haar werknemers heeft aangevraagd, voordat het Supreme een nieuw contract heeft gegund, is niet duidelijk. 

Kamerleden zijn al langer sceptisch

Kamerleden hebben zich de afgelopen jaren sceptisch getoond over de uitbesteding van de catering aan Supreme. Zo is het voor sommigen niet duidelijk waarom het ministerie voor een andere cateraar heeft gekozen dan Paresto, het eigen bedrijf van Defensie. Deze overheidsorganisatie verzorgt onder andere het voedsel in de militaire kantines op eigen bodem. Maar vragen van Angelien Eijsink, kamerlid voor de PvdA en defensiewoordvoerder van de partij die destijds in de oppositie zat, blijven min of meer onbeantwoord. Lees hier het kamerverslag.

Cees van der Knaap, op dat moment als staatssecretaris namens het CDA de verantwoordelijk staatssecretaris, wijst erop ‘dat dit land een verrekt eind weg van Nederland is’. Volgens hem zijn er redenen denkbaar die het voor Defensie ‘beter en gemakkelijker’ maken om de catering uit te besteden. Mogelijk bedoelt Van der Knaap dat het bedrijf op dat moment vrijer kan opereren in Afghanistan dan het Nederlandse leger, omdat het in sommige opzichten aan minder regels gebonden is. 

Defensie besteedt de laatste jaren steeds meer taken uit aan commerciële partijen. De reden daarvoor is dat bedrijven sommig werk goedkoper, efficiënter of beter kunnen uitvoeren, volgens het ministerie. (Meer daarover en kanttekeningen daarbij in dit vorige artikel). 

Het lijkt erop dat Defensie weinig keus heeft gehad

Daarbij is het wel belangrijk dat Defensie voor het uitbesteden uit voldoende geschikte partijen de beste kan kiezen. Anders zou het immers kunnen gebeuren dat er een minder goed of betrouwbaar bedrijf de opdracht binnensleept, simpelweg omdat het ministerie geen andere optie heeft.

Tegelijk is het zo dat sommige klussen die Defensie wil uitbesteden zo grootschalig, ingewikkeld en gevaarlijk zijn, dat er bijna geen bedrijven zijn die dit werk kunnen en willen uitvoeren. Zo lopen de voedselkonvooien van Supreme op hun negen dagen durende reis van de Pakistaanse havenstad Karachi naar het Afghaanse Uruzgan continu gevaar. Supreme is zelf verantwoordelijk voor het inhuren van beveiliging voor de vrachtwagens. In 2008 gaat dat bijvoorbeeld mis, als een groot konvooi tussen Kabul en Kandahar in een hinderlaag loopt. Daarbij komen tientallen chauffeurs om het leven. 

Gewild of niet: het ministerie wil niet zeggen uit hoeveel kandidaten het bij de verschillende aanbestingen uiteindelijk Supreme heeft geselecteerd. Het lijkt erop dat Defensie weinig keus heeft gehad. Volgens woordvoerder Lisa Hartog zijn bedrijven die dergelijke klussen kunnen en willen uitvoeren ‘heel schaars’.