Het defensiebudget is zelfs lager dan in de barre jaren ‘20 en ’30. Toen wilde de bezuinigende regering ook een grote wapenaankoop doen, maar stemde de Tweede Kamer tegen, waaronder enkele opstandige parlementsleden van de regeringscoalitie.

    Vanaf het einde van de Koude Oorlog ligt de Nederlandse krijgsmacht onder bezuinigingsvuur. ‘We lopen op onze tenen’, aldus minister van Defensie Eimert van Middelkoop in 2008, hopende dat er niet nog meer bezuinigd zou worden. Vergelijkbare woorden had Minister van Defensie Hans Hillen (CDA) in het kabinet Rutte-I toen hij hard moest bezuinigen: ‘Defensie is maximaal uitgeknepen.’ De VVD was dan ook stellig in de aanloop naar de verkiezingen in 2012: ‘Tegen bezuinigingen.’ Nu doet VVD-Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert het toch, maar ‘dit moet écht de laatste bezuiniging zijn.’ Met deze ‘laatste bezuiniging’ zet Hennis het defensiebudget op een historisch laag niveau. Nog lager dan in 1929, het jaar van de beurskrach in New York die ook voor Nederland de grote depressie inluidde. De werkloosheid liep flink op en de overheid bezuinigde over alle linies. Ook op defensie, ondanks dat daar al eerder in de jaren ‘20 een kaalslag had plaatsgevonden. Het leger moest inkrimpen en korten op uitrusting en verzorging. Het begin van de jaren dertig wordt door historici gezien als het dieptepunt voor de Nederlandse krijgsmacht. Gerekend ten opzichte van het Bruto Nationaal Product staat defensie er nu nog slechter voor.

    Voor de uitvergroting defensiebudgetten1929-2013 klik hier.

    Architect van de kaalslag bij defensie in de jaren ’20 van de vorige eeuw was Hendrikus Colijn. Toen nog niet aan het roer als Minister-President, maar als minister van Financiën ook al niet vies van ‘langdurige pijnlijke hervormingen.’ De beelden van het gebroken geweertje voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog zijn bekend. In allerijl verhoogde Nederland in 1938 en 1939 het defensiebudget nog wel naar de huidige NAVO-standaarden, twee procent van het BNP. Dat bleek aan de late kant. Het kleine Nederland moest het met voornamelijk wapens uit de Eerste Wereld Oorlog opnemen tegen de militair superieure Duitsers. Colijn is als Jeanine Hennis-Plasschaert en haar voorgangers. Vanaf de eeuwwisseling zetten de bezuinigende ministers van defensie zich in voor een grote investering in de Luchtmacht, de JSF. Ook de bezuinigende Colijn pleitte voor een grootscheepse investering in een krijgsmachtdeel. De snijdende Colijn koos voor de marine, die de koloniale bezittingen in de Oost moesten beschermen tegen de opkomst van Japan. De defensiebegroting voor 1924 bevatte, naast bezuinigingen, een modernisering van de vloot ter waarde van 300 miljoen gulden.  

    De Vlootwet

    Colijn zag een beperktere taak voor de rest van defensie. ‘Dat in deze financiële omstandigheden wij er toe zullen moeten komen, dat de gedachte, om ons nationaal grondgebied gedurende langen tijd te verdedigen tegen vreemd geweld, uit ons defensiesysteem zal moeten worden weggenomen en dat wij niet méér zullen kunnen doen dan een apparaat behouden, noodig om onze internationale verplichtingen als lid van de internationale volkerengemeenschap te kunnen nakomen,’ aldus Colijn. De Tweede Kamer stemde in oktober 1923 tegen deze zogenaamde Vlootwet. Een grote wapenaankoop in tijden van bezuinigen vond een meerderheid van de heren parlementariërs niet uit te leggen. En net als nu verzette vooral de linker flank van het politieke spectrum zich hevig. De SDAP organiseerde een volkspetitie, die werd ondertekend door ruim één miljoen Nederlanders. De gehele oppositie keerde zich tegen de Vlootwet, maar ook enkele opstandige Kamerleden van coalitiepartij Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP) stemden tegen.  

    Voorganger van de JSF strandde

    De argumentatie tegen de Vlootwet was deels dezelfde als tegenstanders van de JSF nu bezigen. De exorbitante kosten terwijl de rest van Nederland de broekriem moet aanhalen. Het huidige kabinet benadrukt dat zij de aanschafkosten van de JSF uit zullen smeren over vele jaren. Net als in de jaren ’20 is ook nu vooral links tegen, maar dat wil geenszins zeggen dat de JSF haar Waterloo vindt in de Tweede Kamer. Het verschrompelde GroenLinks startte onlangs nog wel een petitie, maar de aantallen van de jaren ’20 zullen zij niet halen. Nu zit links met de PvdA bovendien in de regering, en iedere keer als deze partij in de regering zit, stemt zij voor de JSF. Maar het rommelt binnen de partij. De PvdA-fractie schijnt, net als de RKSP in 1923, opstandelingen in de gelederen te h

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Krijn Schramade

    Gevolgd door 148 leden

    Krijn Schramade (1980) krijgt een jaar na de val van Lehman Brothers (2008) de tegenwoordigheid van geest om zijn veilige lev...

    Volg Krijn Schramade
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Kaalslag bij Defensie

    Gevolgd door 350 leden

    Sinds het einde van Koude Oorlog heeft Nederland fors gesneden in Defensie. De opeenvolgende kabinetten gebruikten de kaassch...

    Volg dossier