Democratie zonder demos

    Burgers haken af. Columnist Evert Peeters beschrijft Midnight in a Perfect World: de geboorte van een democratie zonder demos.

    Als een oude, rimpelige ballon. Zo zijn de Europese democratieën tijdens de afgelopen twee à drie decennia leeggelopen. Terwijl onze nationale economieën zo snel ‘financialiseerden’ dat ook de minst vermogenden zich plotseling deelnemer aan ‘de markten’ konden wanen, gebeurde in de politieke sfeer net het omgekeerde. Die wereld werd juist steeds minder participatief, en evolueerde in snel tempo tot een scènerie van diplomaten eerder dan van democratisch gelegitimeerde vertegenwoordigers. En als burgers steeds massaler afhaakten, kwam dat wellicht vooral omdat ze in dat spektakel überhaupt geen rol van betekenis meer hadden te spelen. Maar wat dringt die ongemakkelijke waarheid moeilijk door in onze harde koppen, volgepropt met hooggestemde liberaal-constitutionele principes, maar verstoken van enig praktisch democratisch verstand! Al sinds het begin van de jaren negentig ‘analyseren’ we de ontkoppeling tussen regeerders en hun onderdanen door steeds opnieuw (en alleen maar) te wijzen op de verantwoordelijkheden van die onderdanen zelf.

    Hypnotiserende triphop

    De dramatische afkalving van de aanhang van politieke partijen, de almaar dalende opkomstcijfers bij vrije en algemene verkiezingen, de groeiende onverschilligheid en weerzin bij het electoraat zijn zelden begrepen als belangrijke sociale feiten die iets vertellen over de diepe ontregeling van een regime. Veel vaker lazen de politieke ‘experts’ die feiten als irritante oprispingen van een balsturig electoraat dat onze quasi-volkomen democratie alleen maar ondankbaar in de bek keek. Wat viel er ook te klagen? Waren wij, na de val van de Berlijnse Muur, niet de eerste generatie voor wie de democratie voortaan vormelijk perfect was, ruimtelijk grenzeloos en ideologisch zonder tegenstander? Midnight in a Perfect World, zoals de hypnotiserende triphop van DJ Shadow het ons voorzong? Voor de escapistische jeugd van de post-1989-generatie die zich met enthousiasme overgaf aan het ‘einde van de geschiedenis’?  

    Peter Mair

    Natuurlijk verloren we in al dat geruzie over de populistische ‘uitwassen’ van de liberale democratie het zicht op wat er onder de waterlijn gebeurde. Met diezelfde democratie. In Ruling the Void. The Hollowing-Out of Western Democracy wijst de Britse politieke wetenschapper Peter Mair op twee onderling verbonden, dramatische verschijnselen. Ten eerste: de desertie van de elites uit de democratische ruimte – nog veel indrukwekkender dan de aftocht van de kiezers. Al sinds het einde van de jaren 1980, lang vóór het ‘democratische vermoeidheidssyndroom’ het voorwerp van algemene bezorgdheid werd, hebben Europese elites de complexe arrangementen van de nationale welvaartstaten massaal verruild voor de besloten fora van internationale handelsverdragen en elitaire instituties als de G8, de Wereldbank én de Europese Unie. In die nieuwe ruimten konden de zakelijke belangen worden behartigd volgens de procedures van de post-democratische governance, in plaats van langs de wegen van representatieve government. En daar voltrok zich een wonderlijke betekenisverschuiving in het begrip van de liberale democratie– het tweede punt van Mair. In de besloten salons van de zakendiplomatie hoefden de private interests van vooral de exportgerichte industrieën én van de steeds verder uitdijende financiële industrie niet langer te worden ‘verkocht’ aan een verdeelde samenleving. Ze konden eenvoudig worden opgelegd. Om in tweede instantie pas, met behulp van na de feiten aangestelde marketing-jongens, een zogenaamd ‘draagvlak’ te creëren. In plaats van politieke deliberatie (en dus politieke vrijheid) kwam de expert-rule van de specialistische consultants. Die natuurlijk wél bijzonder precies de lang en breed gedefinieerde zakenagenda’s ten uitvoer kunnen leggen, maar nooit de politieke premissen kunnen verhelderen die aan die agenda’s voorafgaan.

    Een democratie zonder demos

    Toch is die expert rule niet eens de belangrijkste politieke innovatie die de Europese elites ons hebben bereid. Dat elites zichzelf continueren door hun gezag  te ‘objectiveren’ en te ‘rationaliseren’, daar zal geen historicus van opkijken. Misschien is die formulering zelf wel de beste definitie van de moderne staatsvorming sinds de zestiende eeuw en de langzame democratisering van die staten sinds de negentiende eeuw. Veel ingrijpender is wat er intussen met de liberale politieke traditie is gebeurd. En die omslag heeft te maken met gewijzigde relatie tussen de twee polen van die traditie – representatie en soevereiniteit langs de ene kant, en grondwettelijke rechten en vrijheden langs de andere. In hun poging om uit de  beperkende arrangementen van de nationale welvaartstaten te breken, hebben die elites de ‘representatieve’ beloften uit de liberale traditie geheel opgeofferd aan de constitutionele zekerheden uit diezelfde traditie. Dát is Midnight in a Perfect World: de geboorte van een democratie zonder demos. En zo hebben we ons twee decennia na de ondergang van de wanstaltige, a-constitutionele ‘volksdemocratieën’ in Centraal Europa precies het omgekeerde laten opsolferen: een constitutioneel liberalisme zonder soevereiniteit. Of nog: een rechtstaat zonder volk.
    De grendels van dat liberale constitutionalisme zullen toch echt moeten worden gesloopt
    Die evolutie markeert het einde van een bijzonder lange zoektocht van de Europese elites om zakelijke stabiliteit (en dus liberale grondwettelijkheid) te laten sporen met de soevereiniteitsaanspraken van een ‘volk’ in wiens naam zij beweren te regeren. De tragische ironie van de zaak is dat die elites op die manier het spook van écht anti-liberaal populisme niet op afstand houden, maar juist nieuw leven inblazen. En die spoken kunnen ook alleen maar verder groeien, omdat burgers zelf zich veel te lang in slaap hebben laten wiegen. Zelf meegesleept in het geloof dat er in de Perfect World van het constitutioneel-liberale contractrecht geen nood meer was aan burgerlijk verweer, aan kritische tegenmacht. De rekening van die afzijdigheid loopt alsmaar verder op. Zie de tragedie van Europese muntunie, de puinzooi in Zuid-Europa, de nieuwe aantrekkingskracht van de meest gevaarlijke –écht antiliberale vormen van racistisch soevereiniteitsdenken. De grendels van dat liberale constitutionalisme zullen toch echt moeten worden gesloopt. Niet om de liberale democratie omver te werpen, maar om dat begrip uit de handen te rukken van het gezelschap dat er nu al dertig jaar de vloer mee aanveegt.
    Over de auteur

    Evert Peeters

    Evert Peeters is wetenschapshistoricus. Hij publiceerde eerder over de maatschappelijke inbedding van medische en wetenschapp...

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid