Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie, met de 'klimaatdrammer' campagnetrui.

Samen met journalisten uit heel Europa controleren we de macht in Brussel. Lees meer

Steeds meer ingrijpende besluiten worden op Europees niveau genomen. Maar zolang burgers niet weten wat er gaande is in Brussel, kunnen politici er verborgen agenda’s op nahouden en hebben lobbyisten vrij spel. Om hier verandering in te brengen lanceert Follow the Money ‘Bureau Brussel’. Drie EU-specialisten controleren in samenwerking met collega’s uit heel Europa structureel de macht.

69 artikelen

De EU investeert honderden miljarden in verduurzaming. In dit dossier leggen we de belangen bloot. Lees meer

In 2019 presenteerde de Europese Commissie de Europese Green Deal: een ambitieus plan om de economie van de Europese Unie in een rap tempo te vergroenen. Een van de doelstellingen: in 2050 moet de EU volledig klimaatneutraal zijn. De plannen zullen onze economie ingrijpend veranderen.

In dit dossier analyseren we de belangen acther de groene ambities, volgen we de strijd om het geld en zoeken we uit wie er aan het langste en kortste eind trekken.

22 artikelen

Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie, met de 'klimaatdrammer' campagnetrui. © Marten van Dijl / ANP

Klimaatminister Jetten vertraagt EU-plannen om versneld van Russisch gas af te gaan

Europa wil zo snel mogelijk een einde maken aan de afhankelijkheid van Russisch gas. Eurocommissaris Frans Timmermans maakt morgen de plannen openbaar die daarvoor moeten zorgen, en groene waterstof speelt daarin een sleutelrol. Maar juist Nederland ligt dwars en morrelt aan voorstellen voor het vergroenen van de energieverslindende industrie die eerder vanuit Brussel zijn gedaan.

Dit stuk in 1 minuut
  • Nederland heeft zich flink in de vingers gesneden door op advies van de industrie te kiezen voor ‘kostenefficiënt’ klimaatbeleid waarbinnen aardgas een grote rol speelt: CO2-opslag.
  • Vanwege de oorlog in Oekraïne wil Europa snel een einde maken aan de afhankelijkheid van Russisch gas. Maar het Nederlandse kabinet blijft, onder druk van de petrochemische industrie, vasthouden aan ‘blauwe’ waterstof die geproduceerd wordt met aardgas en waarbij de CO2 die daarbij vrijkomt in oude gasvelden wordt opgeslagen. 
  • Een doorn in het oog van klimaatminister Rob Jetten is dat de Nederlandse industrie, als het aan Brussel ligt, snel moet overstappen op groene waterstof. Jetten noemt de Europese doelen die op tafel liggen ‘onrealistisch’.
  • Om aan de Brusselse eisen te voldoen is de bouw van enorme aantallen windmolens noodzakelijk, blijkt uit berekeningen van TNO. Hoe harder het kabinet zich vastbijt in ‘blauwe’ waterstof, hoe groter de opgave wordt. 
  • Aan dit artikel is op de dag van publicatie een actuele update toegevoegd. Deze staat aan het einde van de tekst. 
Lees verder

'De oorlog van Rusland tegen Oekraïne faciliteert de energietransitie die de oorlogsmachine van Poetin zal stoppen.’ Aan het woord is Eurocommissaris Frans Timmermans. Hij zwaait in Brussel de scepter over de Green Deal, het grote plan dat Europa in 2050 klimaatneutraal moet maken. Ahoy Rotterdam is op 10 mei het toneel van de World Hydrogen Summit, een conferentie over waterstof waar ministers, prominente beleidsmakers en 180 bedrijven op af zijn gekomen. 

Dat Shell een van de belangrijkste sponsoren is van dit duurzaamheidsevent mag geen verrassing heten. Vijf jaar geleden zette het olie- en gasbedrijf waterstof op de kaart in Nederland – en vervolgens ook in de rest van Europa – als dé oplossing voor de klimaatproblematiek. Een pleidooi dat eerst door het kabinet Rutte III, en vervolgens ook door de Europese Commissie, volledig is omarmd. 

Voor de fossiele industrie, en de Nederlandse industrie als grootverbruiker, kende die waterstoflobby een groot voordeel. Want voorlopig zou er nog lang niet genoeg groene energie beschikbaar zijn om daarvan zogeheten groene waterstof te produceren. Maar waterstof kan ook vervaardigd worden uit gas waarvan de CO2-uitstoot wordt afgevangen en opgeslagen in lege gasbellen onder de Noordzee: zogeheten blauwe waterstof. Het werd verkocht als de ideale transitietechniek. Nederland trok gul de portemonnee, terwijl echte vergroening nog even op zich liet wachten

‘We moeten zo snel mogelijk overstappen op groene waterstof uit hernieuwbare bronnen’

Tijdens het event in Ahoy is de toon heel anders. De boodschap is ongemakkelijk. De oorlog in Oekraïne heeft de energiemarkt op zijn kop gezet. En Timmermans is uit Brussel gekomen om duidelijk te maken dat de fossiele industrie vervroegd afscheid moet nemen van blauwe waterstof. ‘Zeker nu, nu we onze afhankelijkheid van Russisch gas en andere fossiele brandstoffen moeten verminderen, moeten we zo snel mogelijk overstappen op groene waterstof uit hernieuwbare bronnen,’ zegt hij in zijn toespraak.

De managers van energiebedrijven en de vertegenwoordigers van de overheid, waarvan er veel aanwezig zijn in de zaal, hebben met hun keuze voor waterstof gemaakt van aardgas op het verkeerde paard gewed.

Drie kleuren waterstof

In Brussel en in Den Haag zien beleidsmakers waterstof als dé energiedrager die de zware industrie, langeafstand-transport over de weg, de scheepvaart en de luchtvaart moet gaan vergroenen. Eurocommissaris Timmermans noemt waterstof keer op keer de ‘rockster’ onder de nieuwe vormen van energie. De Nederlandse premier Rutte wil de ‘groene waterstofeconomie bouwen die dit land nodig heeft’. Hij bezoekt een waterstoftankstation in Groningen en wil naar Namibië reizen omdat ze daar wel eens veel waterstof zouden kunnen maken die vervolgens via de Rotterdamse haven geïmporteerd kan worden.

Want waterstof moet gemaakt worden. In pure vorm komt het nauwelijks voor op aarde. Het proces werkt simpel gezegd als volgt: water (H2O) splitsen in een molecuul zuurstof (O2) en twee moleculen waterstof (H2) door er elektriciteit doorheen te jagen. Dat maakt waterstof een energiedrager, je haalt eruit wat je erin stopt. Voor een deel, want bij de productie gaat een kwart van de energie verloren. 

Waterstof krijgt het label groen als de elektriciteit voor de productie komt van hernieuwbare bronnen zoals zonne- of windenergie. Bij het gebruik van gas als grondstof spreekt men van grijze waterstof. Als de CO2-uitstoot niet in de lucht maar onder de grond wordt opgeslagen krijgt het de kleurcode blauw.

Lees verder Inklappen

Brussel heeft al voor de oorlog in Oekraïne veel grotere haast dan Nederland. Beide willen uiteindelijk naar met duurzame energie geproduceerde waterstof, maar de Europese Commissie probeert harde afspraken te maken over hoe snel dat moet gebeuren. In juli 2021 doet Timmermans dat door een pakket met plannen te presenteren waarmee in 2030 de totale uitstoot van CO2 in de EU met 55 procent zou zijn verminderd. Plannen die nog wachten op goedkeuring van alle nationale regeringen en het Europees Parlement. Daarin staan ook bindende afspraken die de Europese Commissie wil maken voor het gebruik van groene waterstof in de industrie en in het transport.

‘Groen’ moet maar wachten

De Europese Commissie wil dat de helft van de waterstof in de industrie ‘groen’ is in 2030. Nu is 98 procent grijs, dus gemaakt uit aardgas, waardoor CO2-uitstoot in de lucht belandt. Daarnaast wil Brussel dat van alle brandstof in het transport, van vliegtuigen tot personenauto’s, 2,6 procent direct of indirect van groene waterstof komt – en dus van hernieuwbare bronnen zoals zon en wind.

Doelen die een einde dreigen te maken aan de door Shell, Gasunie en de Rotterdamse haven ingestoken plannen om de ongebruikte gasvelden in de Noordzee met CO2 te vullen. Ook de regering in Den Haag ziet deze route als de goedkoopste manier om de zware vervuilende industrie op te schonen. Tot er genoeg hernieuwbare energie is om grote hoeveelheden groene waterstof te produceren, moet ‘groen’ maar even wachten.

Bij de industrie gaan alle alarmbellen af als duidelijk wordt wat Brussel van plan is. In oktober 2021 waarschuwt Cefic, de Brusselse lobbyorganisatie van de chemische industrie, dat het internationale concurrentievermogen van de Europese industrie in gevaar komt als de commissie haar zin krijgt.

De industrie kan ‘de extra kosten van het verplicht gebruik van groene waterstof’ niet aan en dus moet de overheid financieel bijspringen. Een zorg die voortkomt uit het feit dat de huidige productie van groene waterstof zo goed als nul is [zie kader] en er te weinig hernieuwbare energie is voor de grootschalige productie van groene waterstof.

Ook neemt de chemie-lobby het op voor blauwe waterstof, en daarmee voor het gebruik van gas. ‘De verplichte doelen voor de industrie zijn contraproductief omdat ze de uitrol van koolstofarme waterstof beperken.’ 

‘Ook wij vinden dat we af moeten van fossiele brandstoffen, maar niet door met de Brusselse olifant door onze Nederlandse porseleinkast te gaan’

Het Nederlandse kabinet neemt een afwachtender houding aan en is zelfs ‘voorzichtig positief’ over de Brusselse plannen. In de Tweede Kamer is men dat niet, vooral het doel voor de industrie leidt tot grote zorgen. SGP-Kamerlid Chris Stoffer hekelt tijdens een debat op 27 oktober 2021 de dadendrang van de Europese Commissie. ‘Ook wij vinden dat we af moeten van fossiele brandstoffen, maar niet door met de Brusselse olifant door onze Nederlandse porseleinkast te gaan.’ Regeringspartijen VVD, CDA en ChristenUnie vrezen ook dat Brussel de waterstof-lat te hoog legt voor Nederland en de alom aanwezige energieverslindende industrie. 

Net zo vervuilend als alle auto's bij elkaar

Het gebruik van grijze waterstof in de industrie is verantwoordelijk voor 8 procent van de CO2-uitstoot in Nederland, bijna net zoveel als de uitstoot van alle personenauto’s. Het speelt een cruciale rol bij de productie van kunstmest en dat maakt de bedrijven Yara in het Zeeuwse Sluiskil en OCI in Geleen tot grootgebruikers. Ook voor de productie van methanol is waterstof onmisbaar. BioMCN, onderdeel van OCI, maakt in Delfzijl deze grondstof voor de chemische industrie. Daarnaast zijn er nog de raffinaderijen die waterstof onder meer gebruiken voor het onttrekken van zwavel uit dieselolie.

Lees verder Inklappen

De toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Dilan Yesilgöz geeft het onderzoeksinstituut TNO de opdracht in detail te berekenen wat de consequenties zouden zijn, omdat er ‘vragen over de haalbaarheid en uitvoerbaarheid’ bestaan.

In maart dit jaar levert TNO het rapport af en de resultaten liegen er niet om. De voorstellen van de Europese Commissie zijn ‘zeer ambitieus’ en hebben ‘significante implicaties vanwege de grote hoeveelheden waterstof die gebruikt worden in de industrie – specifiek in raffinaderijen, de kunstmest- en chemische industrie,’ concluderen de onderzoekers. Het vereist een ‘enorme en snelle opschaling van [...] de hernieuwbare energiecapaciteit in Nederland.’

Te hoge verwachtingen

Enorm is het juiste woord. TNO berekent dat er mogelijk 127 Petajoule aan waterstof nodig is om aan de doelstellingen te voldoen. Om zo veel waterstof te produceren is 16,5 GW aan elektriciteitsvermogen nodig. Dat is meer dan zes keer het vermogen van alle windmolens die nu in de Nederlandse wateren staan. Klimaatminister Rob Jetten wil die productie verhogen van 2,5 GW naar 21 GW in 2030. Als dat lukt zal nog steeds driekwart van de windmolens op zee nodig zijn voor de productie van groene waterstof. Schone elektriciteit die daardoor niet meer beschikbaar is voor huishoudens of het opladen van een elektrische auto.

Een alternatief is groene waterstof importeren uit bijvoorbeeld Portugal of Namibië, landen waar al gesprekken mee worden gevoerd. Maar TNO waarschuwt voor te hoge verwachtingen. Grote projecten staan ook in andere landen nog in de kinderschoenen. Bovendien zal geïmporteerde waterstof waarschijnlijk duurder zijn dan de binnenlandse productie. 

Er is nog een tweede reden, naast de omvang van de waterstofgebruikende industrie, waardoor de Brusselse plannen Nederland in de problemen brengen. Uit de voorstellen volgt dat hoe meer blauwe waterstof er in Nederland gebruikt wordt, hoe meer groene waterstof nodig is om aan de 50 procent-eis van de Europese Commissie te voldoen. TNO stipt het in haar onderzoek aan: blauwe waterstof vergroot de grondslag, maar levert geen bijdrage aan de invulling van de verplichting. 

Ontkenning

Hoewel het rapport van TNO in maart verschijnt en de oorlog in Oekraïne de gasvoorziening op losse schroeven heeft gezet – en daarmee ook de blauwe waterstofplannen –  ziet men in Den Haag geen reden het roer om te gooien. ‘Als je CCS [Carbon Capture and Storage, het afvangen en opslaan van CO2, red.] ruim baan geeft, dan leidt dat misschien tot minder snel minder gas. Dat zou wel kunnen,’ geeft de minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten (D66) eind maart schoorvoetend toe tijdens een debat in de Tweede Kamer. Om een paar seconden later alsnog toe te voegen ‘dat de CCS-inzet toch echt de meest kosteneffectieve wijze is om de CO2-uitstoot in de industrie verder te verduurzamen.’

Ook de coalitiepartijen zetten zich schrap. Na het lezen van het rapport dient de energie-expert Henri Bontenbal (CDA) op 6 april, samen met de VVD, een motie in die de Nederlandse regering dwingt op de rem te trappen en de Brusselse ambities voor de productie van groene waterstof af te zwakken. Klimaatminister Jetten is het met Bontenbal eens. ‘Ik vind zelf ook dat het pad dat de Commissie voorstelt, een onrealistisch pad is.’ 

De bewindsman is hierover al in gesprek met de Europese Commissie en ‘landen in Noordwest-Europa’, zegt hij tegen de bezorgde kamerleden. Wel stelt Jetten, verwijzend naar de oorlog in Oekraïne, dat ‘onder druk van de geopolitieke situatie’ de Europese productie en import van groene waterstof versneld moeten worden. Maar voor deze specifieke Brusselse plannen voor de industrie wil de staatssecretaris op een ‘ander infaseerpad uitkomen’. Dat is Haags jargon voor het uitstellen van het moment waarop een doel behaald moet worden.   

De lobby van Jetten

De Nederlandse ‘oplossing’, zoals vastgelegd in de motie van CDA en VVD, is het doel te verlagen of de industrie meer tijd te geven om eraan te voldoen. Een grote meerderheid van de Tweede Kamer steunt het voorstel. Er is te weinig hernieuwbare energie en de productie van groene waterstof is verwaarloosbaar, dus de groene ambities van de Europese Commissie moeten nog maar even op de plank blijven liggen. 

De lobby van Jetten kan beginnen. Een paar dagen na het debat in de Kamer verspreidde Nederland samen met zes andere landen een zogeheten non-paper [zie hieronder]. Non-papers zijn documenten die door mailboxen in de Brusselse Bubbel dwarrelen, waarin groepjes landen hun positie over een bepaald onderwerp kenbaar maken. In dit document staat verrassend genoeg dat Nederland de verplichte doelen steunt en dat de lagere ambities niet het goede antwoord zijn. Omarmt minister Jetten nu plots de hoge ambities voor het vergroenen van de industrie die de Tweede Kamer niet wil? De ambities die Jetten zelf nog geen week eerder onrealistisch noemde? 

Nee. In de non-paper staat namelijk ook dat er een ‘balans tussen betrouwbaarheid en flexibiliteit’ moet komen, net als ‘gerichte aanpassingen’. In omfloerste bewoordingen opent Nederland, met steun van onder meer Duitsland en Spanje, zo de aanval op het Brusselse waterstofbeleid waarvan het zelf aan de wieg heeft gestaan.

Weinig kans

Desgevraagd bevestigt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat deze inzet. Er is dan ook al twee miljard euro aan subsidies gereserveerd voor de opslag van CO2 voor de Nederlandse kust. ‘Het waterstofdoel voor de industrie [moet] niet te veel ten koste gaan van efficiëntere opties voor CO2-reductie,’ aldus de woordvoerder van het departement. Dat dit de afhankelijkheid van gas vergroot neemt de Nederlandse regering op de koop toe omdat het nu eenmaal, in de woorden van klimaatminister Jetten, ‘kostenefficiënt’ is. 

In Brussel geven ingewijden dit clubje lidstaten weinig kans van slagen. Sterker nog, zij voorzien dat door de oorlog in Oekraïne de rol van blauwe waterstof veel kleiner zal worden. Als Europa straks geen Russisch gas meer importeert, wordt aardgas schaars en mogelijk nog duurder. Té schaars en duur om voor de productie van waterstof te gebruiken.

Morgen, woensdag 18 mei komt Eurocommissaris Timmermans naar de perszaal helemaal onderin het Brusselse hoofdkantoor van de Europese Commissie. Daar zal hij de plannen presenteren om Europa zo snel mogelijk van het Russisch gas af te helpen, met daarin een centrale rol voor hernieuwbare energie en groene waterstof. Zo moet de consumptie van aardgas in 2030 met 40 tot 45 procent afnemen, blijkt uit uitgelekte versies van de plannen. Een doelstelling die moeilijk te rijmen valt met het produceren van blauwe waterstof.   

In een reactie zegt de Europese Commissie volledig achter haar eigen voorstellen te staan en ze te zullen uitleggen en verdedigen tijdens de onderhandelingen met de lidstaten en het Europees Parlement. Of zoals Timmermans het zei tijdens de conferentie in Ahoy: ‘Waterstof is de sleuteltechnologie om onszelf van Russisch gas en olie te ontdoen en om Europa en de wereld te helpen vrijheid te verwerven in de ware zin van het woord.' 

Update 17 mei: Nederland staat niet alleen

Na publicatie van het artikel kreeg Follow the Money een document in handen waarin staat wat de Europese lidstaten willen veranderen aan de voorstellen van de Europese Commissie. Daaruit blijkt dat begin maart de 27 nationale regeringen, net als Nederland, de ambities willen verlagen. Dit wijst erop dat de Nederlandse bezwaren gedeeld worden door een meerderheid van de Europese landen.

Door het doel van 50 procent groene waterstof in de industrie in 2030, zoals voorgesteld door de Europese Commissie, staat een dikke streep. De EU-lidstaten willen het verlagen naar 40 procent en pas in 2035 zou de helft van de waterstof die in de industrie verbruikt wordt ‘groen’ moeten zijn. Ook het doel voor transport ligt onder vuur. De inzet van Commissie is dat 2,6 procent van alle brandstof in het wegvervoer en de scheepvaart, in treinen en vliegtuigen direct of indirect uit groene waterstof komt. De EU-lidstaten willen dat doel verlagen naar 2,2 procent. 

Mogelijk veranderen de eisen van de lidstaten nog omdat de gesprekken nog gaande zijn, het document dat FTM heeft ingezien is een tussenstand van de onderhandelingen. Nadat de Europese landen gezamenlijk een definitief standpunt hebben ingenomen, volgen nog onderhandelingen met het Europees Parlement en de Europese Commissie. Dan zal pas blijken of het Eurocommissaris Timmermans of klimaatminister Jetten is die aan het langste eind trekt.

Lees verder Inklappen