Gaat Dijsselbloem nog een derivatendebacle als Vestia voorkomen?

    Na het Vestia-debacle werkt het kabinet aan strengere regels voor het gebruik van derivaten door (semi)publieke instellingen. Maar is een volgend drama daarmee te voorkomen? “Banken gaan zich hieraan onttrekken.”

    We willen nooit meer een Vestia; nooit meer een woningbouwcorporatie, ziekenhuis of universiteit die bijna omvalt door het speculatief gebruik van derivaten – door Warren Buffet gedoopt tot weapens of financial mass destruction. Met dit credo in het achterhoofd werken kabinet en Kamer aan nieuwe, strengere regels om de risico's van derivaten in te perken. Minister Dijsselbloem van financiën (PvdA) komt naar verwachting rond Prinsjesdag met een voorstel het speculatief gebruik van derivaten te verbieden, althans bij (semi)publieke instellingen. Maar hoe bepaal je of een gebruik speculatief is of niet? Mag een universiteit straks bijvoorbeeld een renteswap (renteruil om risico van rentestijging af te dekken) afsluiten op een toekomstige lening – een zogeheten open positie? Gemeentes mogen dit wel, met alle risico's van dien. Want ook zonder lening is er een renterisico, en als de financiering niet rondkomt, kan het derivaat tot een grote kostenpost leiden. Probleem is dat alle derivaten – ook al zijn ze bedoeld om risico's af te dekken – in beginsel een speculatief element bevatten. Wie bijvoorbeeld een renteswap afsluit, gokt er namelijk op dat de rente zal stijgen en de swap een positieve waarde krijgt. Daalt de rente daarentegen dan krijgt de swap een negatieve waarde, en ontstaat (meestal) de verplichting zekerheden te stellen aan de bank. Dit kan tot grote verliezen leiden.  

    "Niet professionele-belegger"

    Om nog zo'n debacle te voorkomen heeft het kabinet al eerder besloten dat woningbouwcorporaties alleen zaken mogen doen met de bank als “niet-professionele belegger”. Daar moet de corporatie speciaal om vragen bij de bank, want in de meeste gevallen is de instelling vanwege de omvang wettelijk gezien een “professionele belegger”. Voordeel van aanmerking als niet-professioneel is dat de bank dan een extra zorgplicht heeft. Er ontstaat sneller aansprakelijkheid van de bank als later blijkt dat er verkeerde producten zijn gesleten. Maar het keurmerk van amateur heeft ook nadelen. Zo is de bank volgens regelgeving (art. 86 Besluit Gedragstoezicht Financiële Ondernemingen WFT) verplicht om in die situatie zekerheden te vragen als het derivaat een negatieve waarde krijgt, ook wel de bijstortverplichting genoemd. Voor de corporaties ontstaan zo per definitie flinke liquiditeitsrisico's. “De bank heeft hier geen keuze”, zo bevestigt hoogleraar financieel recht Danny Busch (Nijmegen). “De verplichting vloeit rechtstreeks voort uit de wet.”
    Risico op schade door beleid dijsselbloem alleen verlegd, niet voorkomen
    Toch schijnt de minister te overwegen de eis om te handelen als niet-professionele belegger, uit te breiden naar de zorg en het onderwijs. Vraag is echter of universiteiten en ziekenhuizen wel de liquiditeitsrisico's kunnen dragen die dat met zich mee brengt. Waarschijnlijk niet, nu zulke organisaties er financieel niet op zijn ingericht grote sommen geld opzij te kunnen zetten. Vandaar dat de PvdA tijdens het debat over derivaten deze week aan Dijsselbloem voorstelde om de bijstortverplichting dan maar te verbieden, zich niet realiserend dat zulks wettelijk helemaal niet mogelijk is. Dijsselbloem achtte het voorstel dan ook niet wenselijk. Los hiervan zijn er voor banken nog wel manieren zijn om zich onder hun aansprakelijkheid uit te wurmen, denkt hoogleraar Busch. “Als een bank zich contractueel zuiver opstelt als tegenpartij bij de transactie, dan is verdedigbaar dat die extra zorgplicht niet geldt.” Of het deze kant op gaat of niet, het maakt in ieder geval duidelijk dat met de verplichting om als niet-professionele belegger te handelen, het risico op schade alleen wordt verlegd, niet voorkomen.  

    Groningen Sea Ports

    Vreemd genoeg lijken partijen in de Kamer zich geen rekenschap te geven van deze mogelijke problemen. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt verspreidde voor het debat een uitgebreid discussiestuk waarin hij nergens ingaat op de gevolgen van het huidige beleid ten aanzien van corporaties, dat wellicht wordt uitgebreid naar andere sectoren. Hij pleit heel klassiek voor beter toezicht en aanscherping van de financiële verslaglegging. Ondertussen is gebleken dat ook overheidsbedrijven als Groningen Sea Ports zich hebben verslikt in derivaten. Het havenschap maakte gebruik van boekhoudkundige trucs om de miljoenenverliezen op teveel afgeloste rentederivaten buiten de boeken te houden, nota bene met goedkeuring van Wilma Mansveld – de huidige staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Dat meldde NRC Handelsblad onlangs. Groningen Seaports sloot voor een kwart miljard een vijftal derivatencontracten af, zonder onderliggende leningen, die door de dalende rente zwaar verlieslatend werden. Klink als? Inderdaad, zoals Vestia. Met dien verstande dat Dijsselbloem erin volhardt staatsdeelnemingen uit te sluiten van strengere regels.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Gevolgd door 486 leden

    Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

    Volg Jan-Hein Strop
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren