Alexander Pechtold tijdens het D66 congres

Alexander Pechtold tijdens het D66 congres
© ANP/Remko de Waal

Desillusie66

3 Connecties

Onderwerpen

Democratie Alexander Pechtold

Organisaties

D66
29 Reacties

D66 maakte naam als een protestpartij met grote idealen op het terrein van democratisering, maar sprak zich vorig jaar nog uit tegen het Oekraïne-referendum. Volgens Hans de Geus is het bepaald niet het enige punt waarop de partij met haar eigen idealen in de knoop is geraakt.

D66 is een partij die wordt gedreven door de ratio, het gezond verstand. Als geen ander meent D66 dat de absolute waarheid in de verworvenheden van de Verlichting huist. ‘Het redelijk alternatief,’ zo luidde niet voor niets ooit de partijslogan, en nog altijd is de partij heilig van haar eigen onfeilbare redelijkheid overtuigd.

Maar heet de Verlichting waarin de partij zoveel vertrouwen stelt, niet juist waardenvrij te zijn? Hoort gezond verstand geen dogma-vrije manier van denken te zijn — een proces, eerder dan een uitkomst? Is de belofte van de Verlichting niet dat als je maar genoeg kennis hebt over een onderwerp, je automatisch tot het juiste oordeel komt? En sluit de zielloosheid van beleid, wat de uiterste consequentie is van een rationeel, technocratisch bestuur, niet juist uit dat er ruimte is voor iets emotioneels als een desillusie?

Wijsheid in pacht

Exact in die contradicties schuilt de deceptie van D66. Want in het echt is natuurlijk niets waardevrij. Alles is politiek. Emotie. Mensenwerk. We handelen, stemmen en opiniëren niet louter uit puur rationele overwegingen, maar uit overmoed of juist uit pessimisme. Uit compassie met anderen, of juist uit jaloezie. Uit engagement, of uit wraakzucht. Uit passie of juist verveling. We gaan met de mode mee of zijn juist opstandig. Het is allemaal mogelijk.

Wie niet meegaat in deze opvatting van rationaliteit is idioot

Door dit te ontkennen met een beroep op een overkoepelend Groter Idee waarbij gevoel en emotie van stervelingen er niet meer toe doen, verschuil je je voor wat er echt toe doet. Het is bovendien, in al zijn steriliteit, net zo fundamentalistisch als al dat irrationele in de religies waar D66 zo vreselijk ver boven meent te staan.

D66 is de partij van het gezond verstand en heeft dus de wijsheid in pacht. Het is het ultieme autoriteitsargument, met de illusie van neutraliteit. En wie niet meegaat in deze opvatting van rationaliteit is idioot — daar komt het in het kort op neer. Misschien wel de meest radicale realisatie van deze D66-filosofie etaleerde de partij vrij onlangs in Amsterdam. Daar trok D66 voor de bezetting van de nieuwe raadsposten een blik verse consultants open. Met hun spreadsheets zouden ze wel even content- en contextvrij orde op zaken stellen, gewend als ze zijn om bedrijfsprocessen van de grond af aan opnieuw te ontwerpen in strakke flowcharts. Binnen de kortste keren liepen ze echter hard aan de grond in de modderige bodem van de realiteit, wat uitmondde in het expres achterhouden van een onwelgevallige onderwijsevaluatie door de liegende wethouder Simone Kukenheim.

Drie decepties

Is dit wellicht nog af te doen als een politiek incident, op meer inhoudelijk vlak struikelde D66 recent drie keer over zijn eigen gezond verstand, te beginnen bij de arbeidsmarkt. ‘Een flexibele loopbaan kan een avontuur zijn,’ meldde het verkiezingsprogramma van D66 anno 2012 nog opgewekt. Of de slachtoffers van de flexibilisering er zelf ook zo over denken, daar stond de partij nog niet bij stil. Evenmin bij de vraag wat de onzekerheid in het bestaan van flexwerkers betekent voor hun welzijn en stabiliteit, voor de economie en voor de maatschappelijke moraal in brede zin. De flexees voor wie het flexibele bestaan wat al te avontuurlijk was door een structureel gebrek aan inkomsten in hun vaak niet zelfverkozen bestaan als dagloner, kregen van D66 op de koop toe te horen dat ze hun ‘loopbaan’ eigenlijk maar heel fijn moesten vinden. Ze hadden het helemaal niet slecht, en dat hadden ze ook nog eens niet begrepen! George Orwell had het niet kunnen bedenken.

‘Een flexibele loopbaan kan een avontuur zijn'

Dat de partij met deze boodschap een systeem verheerlijkt waar in de praktijk alleen werkgevers wel bij varen — en dan nog uitsluitend op korte termijn — en dat alle nadelen ervan eenzijdig bij de werknemers legt, kwam toen nog niet bij de partij op. De wetenschap schreef immers voor dat lossere contractvormen voor arbeid goed zijn. Verlicht-rationeel als D66 is, was dat dan ook decennialang het mantra van de partij. Inmiddels dringt het echter langzaam tot de D66 door dat de realiteit niet heeft gebracht wat de klinische wetenschap aan groei en productiviteit had beloofde. Het is mooi dat D66 nu ook oog durft te hebben voor de keerzijde van flexwerk en er weer van af wil, hoewel de draai wel wat laf is weggemoffeld en de partij haar huidige pleidooi voor meer banen in loondienst merkwaardig genoeg ondersteunt met een pleidooi voor het verder afbreken van de ontslagbescherming. Hoe dan ook, D66 is een illusie over flexwerk armer.

De vrije markt de ruimte geven is iets anders waar D66 altijd erg van hield, in het kielzog van de mode in de economische wetenschap van de laatste 30 jaar. Zo was het ook met wonen: D66 wilde de vrije-huurmarkt in de hoofdstad vergroten door van sociale huur ‘de grens te verlagen, zodat een groter deel op de vrije markt komt’. Maar verhip, wat gebeurt er nu? De huren gaan omhoog! Dat was niet de bedoeling! Zo moet de partij nu, o desillusie van de elegante-en-immer-naar-evenwicht-tenderende-vrije-markt, pleiten voor ingrijpen in haar eigen darling.


"Verhip, wat gebeurt er nu? De huren gaan omhoog! Maar dat was niet de bedoeling!"

De deceptie van politieke vernieuwing is misschien wel het meest in het oog springende voorbeeld van oude idealen van D66 die in de praktijk niet houdbaar blijken. Na decennialang pleiten voor directe volksraadpleging en de gekozen burgemeester, gingen die instituties per direct van tafel toen het even tegenzat. De uitslag van het Oekraïne-referendum moeten we negeren, vindt D66, terwijl het referendum van oudsher tot de ‘kroonjuwelen’ van de partij behoort. Zo ook liet Tom de Graaf zich benoemen tot burgemeester van Nijmegen nadat zijn wetsvoorstel voor de gekozen burgemeester in de Eerste Kamer was gesneuveld. Je kunt deze zelfverloochening afdoen als een beetje sneu. Belangrijker is dat het partij-ideaal van een vermeend rationeel politiek proces waardoor het gezond verstand automatisch zou zegevieren, in het gezicht van de partij is ontploft.

Onderwijs, onderwijs, onderwijs

We kunnen nog wel even doorgaan. Lees dit verhaal van Koen Haegens — zijn laatste helaas voor De Groene Amsterdammer — over hoe marktmeester Autoriteit Consument & Markt met de bedoeling de markt ‘zuiver’ te houden werd gedwongen de ene politieke keuze na de andere te maken, en passant een aantal nuttige duurzame initiatieven tragisch om zeep helpend. Dat was niet wat Hans Wijers in de jaren ’90 als minister van Economische Zaken met een heilig geloof in het ideaal van een onpartijdige markt voor ogen had.

Tot slot het ultieme stokpaardje van D66: onderwijs, onderwijs, onderwijs. Hoe anders dan door goed onderwijs zorg je voor gelijke kansen voor iedereen en de mogelijkheid voor opwaartse sociale mobiliteit, en bovendien voor een sterke economie waarin concurrerend vermogen steeds meer door kennis wordt bepaald? Het klinkt dermate logisch dat niemand er eigenlijk ooit vraagtekens bij heeft gezet. Toch zijn die er.

Het promoten van (hoger) onderwijs kan sociale segregatie verscherpen

Ten eerste is het hebben van veel hoger opgeleiden, zoals Cambridge-econoom Ha Joon Chang uitlegt, geen noodzakelijke voorwaarde voor economisch succes van een land. Landen als Duitsland en Zuid-Korea doen het, met goede leer-werkplekken bij bedrijven, minimaal even goed als landen met veel meer hoger opgeleiden.

Mensen met een hoge graad krijgen zelden een baan om wat ze geleerd hebben, maar louter om de branding: het diploma doet werkgevers geloven dat je doorzettingsvermogen hebt of makkelijk leert. Dat brengt ons op het tweede onderwijsprobleem: diploma-inflatie. Het halen van steeds hogere titels heeft niet zo veel zin als iedereen het doet — maar je moet wel, want anders sta je achteraan.

Het belangrijkste nadeel van het promoten van (hoger) onderwijs is echter dat het sociale segregatie kan verscherpen. Wie op school toch al niet zo lekker mee kon komen, wordt nog harder naar beneden getrapt als de nadruk steeds meer op titels komt te liggen. Achterblijvers hebben hun falen dan nóg aanwijsbaarder aan zichzelf te danken, terwijl de voorhoede met zijn eigen sociale en verbale codes een nog hogere barrière opwerpt tegen concurrentie van onderop. Zodat ze de rest nóg overtuigender haar wil kan opleggen. ‘Listen up, we’re smarter than you,’ krijg je dan. Wacht eens, van welke partij kennen we dat ook alweer…?

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Hans de Geus

Gevolgd door 178 leden

Commentator & journalist financiële markten en economie.

Volg Hans de Geus
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Tweede Kamerverkiezingen 2017

Gevolgd door 153 leden

Op 15 maart 2017 ging Nederland naar de stembus. In aanloop naar deze belangrijke verkiezingen volgde FTM de politieke partij...

Volg dossier