Waarom de zorgtarieven niet transparant worden

4 Connecties

Relaties

Ziekenhuis zorgtarieven zieken

Werkvelden

Zorg
10 Bijdragen

Burgers moeten inzicht krijgen in de kosten van hun zorg, luidt het credo. Maar ondanks inspanningen van de overheid schiet het niet erg op met grotere transparantie van tarieven. Wie van te voren wil weten wat een behandeling kost, moet wel erg zijn best doen.

Met een eigen risico van 360 euro begint het interessant te worden wat een behandeling in een ziekenhuis kost. Maar probeer daar maar eens achter te komen. Geen enkel ziekenhuis publiceert een lijstje met tarieven voor verzekerden, laat staan dat zorgverzekeraars daarin op een eenvoudige manier enig inzicht bieden. Het enige wat bijvoorbeeld Achmea publiceert is de gemiddelde vergoeding die het ziekenhuizen per behandeling betaalt. Wie toch wil weten wat een behandeling kost per ziekenhuis, moet een paar flinke drempels over. Er is namelijk maar één manier om erachter te komen: bellen met de zorgverzekeraar of het ziekenhuis. Maar als je belt met de vraag wat de kosten zijn van een knie-operatie, kom je nergens. De prijzen van behandelingen zijn namelijk gekoppeld aan zogeheten DBC-codes (Diagnose Behandeling Combinatie). Dus het is eerst noodzakelijk de DBC-code te achterhalen van de knie-operatie.

0326.C1: AspecNHR/poliep/chron.rhinosin?

Op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit is weliswaar een tool te vinden om de juiste code af te leiden, maar die is voor de leek (niet-medicus) niet erg toegankelijk. Valt een behandeling bijvoorbeeld onder de hoofdcategorie “allergologie”? En zo ja, gaat het dan om “0326.A1: All rhinitis/conjunctivitis”of toch om “0326.C1: AspecNHR/poliep/chron.rhinosin”? Daar krijgen de meeste patiënten acuut uitslag van – allergisch of niet. Dan lijkt het gemakkelijker om de DBC-code aan je huisarts te vragen, als die doorverwijst naar een specialist in een zeker ziekenhuis. De meeste mensen zullen dan niet tegen de arts zeggen: ik ga eerst shoppen op basis van de prijs bij verschillende ziekenhuizen. Maar wie zich toch aan een prijsonderzoek waagt, zal eerst aan de huisarts om de betreffende DBC-code moeten vragen en moeten bellen met de zorgverzekeraar.
Wie echt vooraf wil weten wat een behandeling kost, komt er wel achter
Overigens is het maar de vraag of dit erg praktisch is, want meestal weet je als patiënt van te voren niet welke behandeling in het ziekenhuis nodig is. Dat blijkt meestal pas na raadpleging van de specialist, althans in “99 procent” van de gevallen, volgens de woordvoerder van Achmea. Wie dus wil shoppen moet na het consult in het ziekenhuis - waar overigens ook al een prijskaartje aan hangt - de codes vragen aan de specialist en vervolgens de prijzen opvragen. Ervan uitgaande dat de DBC-code bekend is, namen we de proef op de som en belden met zorgverzekeraar Ohra met de vraag of die bereid was om de prijs per ziekenhuis af te geven op basis van de code. Dat bleek geen probleem te zijn, dus wie echt vooraf wil weten wat een behandeling kost, komt er wel achter. Achteraf – na de behandeling – komt er sowieso openheid over het tarief van het ziekenhuis, want vanaf 1 juni moeten zorgverzekeraars op de factuur aan de klant de juiste DBC-codes met prijzen vermelden. Echter, zou het niet veel gemakkelijker zijn als deze informatie voor iedereen beschikbaar komt in een database?

Bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie

Vanzelfsprekend, maar dat zal niet snel gebeuren. Ziekenhuizen en zorgverzekeraars onderhandelen over de tarieven van behandelingen in het zogeheten B-segment – ongeveer 70 procent van alle behandelingen – waarin de prijzen vrijgesteld zijn van overheidsbemoeienis. Wat ziekenhuizen en zorgverzekeraars afspreken is bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie, die ze niet zomaar prijsgeven. Transparantie zou bovendien blootgeven dat dezelfde behandeling bij een ziekenhuis verschillende tarieven kent, al naar gelang de verzekering van de patiënt – lastig te begrijpen. De NZA zou zulke transparantie ook helemaal niet toejuichen, zeggen kenners. Reden is dat het risico bestaat dat er met volledige transparantie inzicht komt in het prijsleiderschap – welk ziekenhuis het duurste is - en dat de andere ziekenhuizen zich daarnaar voegen. Nu de tarieven zo moeilijk te achterhalen zijn en patiënten nauwelijks kunnen vergelijken, is dat risico niet denkbeeldig.
Vraag blijft nu of het veel uitmaakt of je je in ziekenhuis a of b laat behandelen
Vraag blijft nu of het veel uitmaakt of je je in ziekenhuis a of b laat behandelen. Op basis van de zogeheten passantentarieven – tarieven voor mensen zonder zorgverzekering, zoals toeristen – zou je vermoeden van wel. NRC Handelsblad onthulde laatst dat er tussen ziekenhuizen extreme prijsverschillen bestaan van minimaal 130 procent, tot maximaal 750 procent. Die vergelijking was mogelijk omdat ziekenhuizen verplicht zijn deze tarieven te publiceren, in tegenstelling tot de tarieven voor verzekerden. In een reactie liet de NZA weten dat de passantentarieven gemiddeld 10 à 15 procent boven de geheime tarieven liggen die met verzekeraars zijn afgesproken. Volgens DBC Onderhoud, de organisatie belast met DBC-codering, valt het voor verzekerden wel mee met de prijsverschillen tussen ziekenhuizen. Uit onderzoek naar de behandeling van dertien gangbare aandoeningen, concludeerde de organisatie vorige maand dat de prijzen gemiddeld 20 procent afwijken (zie overzicht hieronder). Conclusie is dat prijstransparantie in de zorg ver te zoeken is. Tarieven zijn lastig te achterhalen en er is geen prikkel in de markt om die te openbaren. En daar komt bij dat als het eigen risico eenmaal is opgesoupeerd, de prijs van zorg even boeiend is als een lange lijst met DBC-codes. Beterschap!   Overzicht gemiddelde vergoeding voor dertien gangbare aandoeningen: tarieven Bron: DBC Onderhoud