Minister Dijsselbloem van Financiën voedt de Kamer met evident onjuiste informatie over rentederivaten verkocht aan het MKB, zo blijkt uit deze week verstuurde antwoorden op Kamervragen.

    Als Jeroen Dijsselbloem even niet bezig is met Griekse hervormingen, moet de minister tussendoor vragen beantwoorden over renteswaps. Want de schade die zulke rentederivaten veroorzaken onder MKB'ers is aan het uitgroeien tot een heuse affaire, die ook in Den Haag de aandacht trekt. Een grote bron van ergernis onder ondernemer is de verhoging van de opslag op de lening, waardoor hun financieringslasten stijgen. De SP vroeg of de minister kan bevestigen dat die verhoging vaak het gevolg is van de negatieve waarde van renteswaps, waardoor het risicoprofiel van de klant verslechtert. Wie in die situatie zijn lening moet beëindigen, betaalt een hoge afkoopsom. Bovendien is de negatieve waarde aanleiding voor de bank om de opslag te verhogen, leert de praktijk.

    Leest Dijsselbloem rapport AFM wel?

    Maar niet volgens Dijsselbloem. Hij laat deze week weten dat de 'negatieve waarde van een rentederivaat geen rol speelt in de beoordeling van het risicoprofiel van de klant en dus niet van invloed is op de risico-opslag die aan de klant wordt doorberekend.' Kennelijk leest de minister de rapporten van de AFM (Autoriteit Financiële Markten) niet. Vorig jaar al schreef de toezichthouder: 'Door de sterke rentedaling sinds het afsluiten van veel van deze renteswaps hebben deze contracten voor de klanten een grote negatieve waarde ontwikkeld. Dit kan problemen opleveren bij voortijdige beëindiging. Ook kan de beleggingsonderneming de risico-opslag op de lening verhogen, indien het totale risico van de beleggingsonderneming op de klant (mede) als gevolg van een stijgende negatieve waarde van het derivaat, toeneemt.'

    Reactie Rabobank

    Dijsselbloem lijkt evenmin kennis genomen te hebben van de reactie van Rabobank op de uitzending van Zembla over rentederivaten vorige week: 'Op het moment dat de totale negatieve marktwaarde van de afgesloten derivatentransacties het Afgesproken Bedrag dreigt te overschrijden, neemt de bank contact op met de klant. De bank zal dan samen met de klant de financiële positie van de onderneming opnieuw beoordelen. De financiële positie wordt bepaald door meerdere factoren. Het totale risico uit hoofde van financieringen en derivatenlimieten weegt daarin mee.' Kortom, de negatieve waarde is in tegenstelling tot de bewering van Financiën medebepalend voor de financiële positie van de klant en daarmee voor het risicoprofiel – anders zou de bank geen reden hebben om de situatie opnieuw te beoordelen. Die beoordeling kan volgen Rabobank 'leiden tot nadere afspraken met de klant.' Daaronder dus: verhoging van de opslag.
    Dat negatieve waarde impact heeft op rentelasten is niet gek. Banken zijn namelijk verplicht erop toe te zien dat klanten over voldoende 'saldi' beschikken
    Dat de negatieve waarde impact heeft op de rentelasten is niet zo gek. Banken zijn namelijk wettelijk verplicht erop toe te zien dat klanten over voldoende 'saldi' beschikken om aan hun 'actuele verplichtingen' uit hoofde van het rentederivaat te kunnen voldoen. De negatieve waarde is zo'n actuele verplichting. Want als de lening voortijdig wordt beëindigd moet de klant die waarde met de bank afrekenen. Om aan zijn wettelijke 'saldibewakingsplicht' te voldoen heeft Rabobank met de klant een zogeheten Afgesproken Bedrag vastgesteld, een soort limiet die geldt als dekking voor de negatieve waarde. Hierover bestaat heel veel onduidelijkheid. Maar navraag bij de bank leert dat het Afgesproken Bedrag een vorm van krediet is. Consequentie hiervan is dat de risicopositie van de klant verslechtert als de negatieve waarde van de renteswap toeneemt. Het krediet van de klant in het kader van het Afgesproken Bedrag neemt immers navenant toe, de bank 'boekt' het bedrag op. Mocht de klant de limiet overschrijden dan volgt volgens Rabobank dus een herbeoordeling van de financiële situatie.

    Wisselwerking

    Zo bezien volgt de wisselwerking tussen negatieve waarde, risico-profiel en opslagverhoging gewoon uit de wettelijke systematiek, die banken dwingt om krediet te verstrekken ter dekking van die negatieve waarde. Aanvullend probleem is dat de bank ook meer zekerheden gaat vragen als de positie van de klant risicovoller wordt. Daarmee gaat iedere flexibiliteit van de financiering verloren. Als dit alles voor de minister zelfs niet duidelijk is, moet je nagaan hoe vaag dit is voor de klant van de bank. Hem is nooit uitgelegd wat de exacte gevolgen zijn van de negatieve waarde en de invloed daarvan op zijn renteniveau en verstrekking van onderpand. Dat Dijsselbloem zich hiervan geen rekenschap geeft, doet de vraag rijzen door wie hij zich laat informeren. En waarom hij dit niet coördineert met de AFM, die goed op de hoogte is van de problematiek. Griekse toestanden.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Gevolgd door 533 leden

    Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

    Volg Jan-Hein Strop
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Derivaten in het MKB

    Gevolgd door 427 leden

    FTM verdiept zich sinds 2013 de wijze waarop grote banken in Nederland vele duizenden ondernemers in het MKB met rentederivat...

    Volg dossier