Dijsselbloem over EU: ‘Doormodderen is niet erg’

    PvdA-kopstuk Jeroen Dijsselbloem gaf twee weken voor de verkiezingen een terugblik op zijn verdiensten als minister van Financiën. Hij is trots op het beheersen van de rijksbegroting en wil Griekenland in de eurozone houden. Het doormodder-scenario voor Europa is wat hem betreft zo slecht nog niet en ook de sociaal democraat bejubelt een strenge minister van financiën.

    ‘Ik vind doormodderen helemaal niet erg. Dat is wat politici doen.’ Er rolt een lach over de tafel maar Jeroen Dijsselbloem praat zonder pauze door: ‘Zolang je voortmoddert in de goede richting en de boel bij elkaar houdt ben je goed bezig.' Met deze woorden verdedigt de PvdA minister van Financiën de voortzetting van het huidige EU-beleid. Strak in het pak en met twee zwijgende woordvoerders aan zijn zijde beantwoordt hij de vragen van een groep economiejournalisten. Het gesprek gaat over één van de vijf toekomstscenario's voor de Europese Unie die deze week gepresenteerd werden door Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, te weten het doormodderscenario — zoals een vergelijkbare analyse van de Rabobank dit toekomstplan eerder deze maand noemde.​

    Dijsselbloem ziet het meest in het 'afmaken van wat we nu hebben opgezet.' Hij noemt het zelf liever een combinatie van alle toekomstscenario's en geeft als voorbeeld het vervolmaken van de Europese bankenunie en het depositogarantiestelsel; wat betreft monetaire hervorming zijn dit ook de enige twee speerpunten in het verkiezingsprogramma van de PvdA. 'In het scenario voortmodderen worden crises gebruikt om maatregelen te nemen die al veel eerder hadden moeten worden genomen.' De minister geeft de EU dan ook geen topscore op het gebied van visie of organisatie: 'de Europese Unie is een combinatie van communautaire organen en intergouvernementele afspraken, en allerlei varianten daartussen. Er is nooit een grand design geweest en als het er al was is het nooit uitgevoerd.'

    "Er is nooit een grand design geweest en als het er al was is het nooit uitgevoerd"

    Griekenland en de Euro

    Dijsselbloem pleit niet voor de alternatieve scenario's, waarin Europese samenwerking wordt uitgebreid of verdiept; dit in tegenstelling tot PvdA-collega Bert Koenders, die vindt dat we de kans om de Europese Unie ‘radicaal’ te verbeteren met beide handen aan moeten pakken. Wel spreekt Dijsselbloem zijn politieke wil en vastbeslotenheid uit om de eurozone bij elkaar te houden. Hij kiest niet voor 'een groot gebaar' zoals het uitzetten van Griekenland uit de Euro. 'Dat zou bepaalde problemen oplossen, maar onmiddellijk nieuwe creëren.'

    Volgens Dijsselbloem komt de geloofwaardigheid van de Euro in het geding wanneer Griekenland uit de muntunie wordt gezet. Aan tafel wordt opgemerkt dat die geloofwaardigheid toch al ter discussie staat. Een vurige bijdrage aan dat debat over de Europese munt komt van de nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, die doormodderen beschrijft als ‘een uiterst gevaarlijk scenario waar hoge kosten aan zijn verbonden, zowel economisch, politiek als sociaal.’ Ook de recente analyse van Rabobank is uiterst kritisch over het voortzetten van de huidige koers: 'Als puntje bij paaltje komt, wordt er steeds weer genoeg geld aan de Grieken geleend om door te modderen. Het resultaat is de ene crisis na de andere, met keer op keer nieuwe onrust in de gehele eurozone met negatieve effecten op het algehele vertrouwen in de Europese samenwerking.'

    ‘Ik ga Griekenland niet opgeven’

    Dijsselbloem denkt daar anders over: 'Ik ga Griekenland niet opgeven. We gaan ze helpen en dat gaat met strenge hand. Ik zie niet in waarom Griekenland niet bestuurbaar zou zijn.' Vanuit verschillende hoeken van de lange tafel kijken de journalisten hem met een blik vol ongeloof aan terwijl hij welbespraakt de vele uitdagingen uiteenzet. De drie belangrijkste: het hervormen van de Griekse arbeidsmarkt, de pensioenen en het belastingstelsel. 'Dat zou ook voor Nederland behoorlijk ambitieus zijn', wordt opgemerkt.

    Dijsselbloem neemt de cynische ondertoon niemand kwalijk: 'ik kom overal tegen dat er geen enkel vertrouwen meer is — ‘geef Griekenland toch op’ — maar dat zit gewoon niet in mijn genen.' Hij blijft positief en benadrukt dat de Griekse belastinginkomsten omhoog zijn gegaan ondanks de krimpende economie. Daadwerkelijke kwijtschelding van schulden is volgens Dijsselbloem geen reële optie want juist de druk op Griekenland is een vereiste om de benodigde hervormingen af te dwingen.

    Spagaat tussen groei en bezuiniging

    Sandra Phlippen van het Algemeen Dagblad wijst de minister op zijn ogenschijnlijke spagaat: je kunt niet tegelijkertijd drukken op strenge bezuinigingen, en aan de andere kant verwachten dat de economie gaat groeien. Een onhoudbare tegenstelling die in Nederland eerder door econoom Bas Jacobs en een studie van ING werd onderbouwd. Anders dan de vragenstelster suggereert is volgens Dijsselbloem geen sprake van 'schuld als molensteen om de nek van Griekenland' en is het afschrijven ervan niet noodzakelijk om nieuwe investeringen aan te trekken. 'Investeerders die overwegen om in Griekenland te investeren maken zich zorgen over de betrouwbaarheid van de overheid, publieke diensten en corruptie. Niemand stelt je de vraag wat er gaat gebeuren met de schuld van Griekenland. Zij gaan ervanuit dat die wel gemanaged zal worden door de internationale instellingen.'

    ‘Niemand stelt je de vraag wat er gaat gebeuren met de schuld van Griekenland’

    Vervolgens somt de minister op wat investeerders wel belangrijk vinden om hun investeringen terug te verdienen: robuuste faillissementswetgeving en goede bescherming van eigendomsrechten. 'Wat dat betreft is er veel potentie voor verbetering.' Over de gevolgen van de strenge hervormingen voor de Grieken zelf wordt geen woord gerept. De vraag wie de rekening voor het hervormings-management betaalt, blijft in eerste instantie ook onbeantwoord; totdat de grap wordt gemaakt dat het naast de Noord-Europese belastingbetaler ook wel eens de PvdA zou kunnen worden, in de aankomende verkiezingen.

    De ideologie van de Sociaaldemocraat

    Dijsselbloem krijgt beduidend minder trek in het gesprek wanneer het onderwerp van de Euro en Griekenland langzaam verschuift richting het strenge begrotingsbeleid dichter bij huis: beleid dat door econoom Stiglitz — maar ook door een aantal PvdA-leden in een manifest uit 2015 — als ‘neoliberaal’ wordt bestempeld of ‘rechts-rot-beleid’ wordt genoemd. Hoe verhoudt de strikte kostenbeheersing van het huidige kabinet zich tot de ideologie van de sociaal-democratie?

    Allereerst wil de minister het misverstand uit de lucht halen dat sociaaldemocraten er niet van houden de begroting op orde te hebben: ‘Als ik voor een PvdA-zaaltje sta dan beginnen ze al te applaudisseren voor ik iets heb gezegd. Vervolgens vinden ze ook dat we veel te veel hebben bezuinigd op de thuiszorg. Die schizofrenie kan ik niet oplossen, maar die zit er echt.’

    De schoen wringt in de onderliggende keuzes die bepalen waar de rekening komt te liggen

    De schoen wringt in de onderliggende keuzes die bepalen waar de rekening komt te liggen. ‘Wat vraag je van wie?’ De sociale zekerheid en een evenwichtige koopkracht zijn volgens Dijsselbloem in het gezamenlijk streven om uit de crisis te komen altijd de belangrijkste discussiepunten geweest tussen zijn partij en de VVD. Of de klappen nu bij de PvdA gaan vallen weten we pas na 15 maart. Het zou echter wel te verklaren zijn: ‘Er is een groot verschil in wat kiezersgroepen verwachten. Kiezers in Nederland verwachten heel veel van de sociaal-democratie.’

    Dijsselbloem noemt het onderwijs, de zorg en het korten van de pensioenen als onderwerpen waarop de sociaaldemocraat wordt aangesproken. ‘Liberalen hebben niet zoveel met de overheid, die verwachten dus ook niet zo veel van de overheid. En dus moeten wij altijd al veel meer leveren en dat is in een coalitiekabinet moeilijk. Dat is als tweede partij in een kabinet nog moeilijker en al helemaal als de economie op apegapen ligt.’

    Dijsselbloem had nooit verwacht dat ze ‘met juichende bloemenhuldes aan de finish zouden komen’ en maakt zichzelf geen verwijten voor de begrotingskoers. Wel had hij graag gezien dat de Europese Commissie wat strenger was geweest richting landen als Frankrijk die de teugels lieten vieren en zich daarmee niet aan de regels hebben gehouden. ‘De begroting op orde brengen zit, helemaal los van Europese regels, diep in onze cultuur en onze genen. Dat vinden Nederlandse kiezers ook heel fijn. Ministers van Financiën krijgen altijd veel waardering als ze gewoon streng zijn. Dus dat hebben we gedaan.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Thomas Bollen

    Gevolgd door 1775 leden

    Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

    Volg Thomas Bollen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren