Minister Carola Schouten bij een Nederlandse internationale borrel
© @NL@EU, januari 2019

    Om de Nederlandse belangen in de Europese Unie te behartigen, heeft de Rijksoverheid een dependance in Brussel: de permanente vertegenwoordiging (PV-EU). Dagelijks stellen deze ambtenaren alles in het werk om het wensenlijstje uit Den Haag in vervulling te laten gaan. Maar ook komen er bij de PV talloze lobbyisten over de vloer. En ook zij dragen wensenlijstjes aan.

    Je hoort nooit wat over ze, de 80 beleidsmedewerkers die de permanente vertegenwoordiging (PV) in Brussel bevolken. Toch zijn zij degenen die de klus moeten klaren wanneer het kabinet besluit dat er minder geld naar de EU-begroting moet, er een Europese vliegbelasting moet komen of dat de zomertijd afgeschaft kan worden. Ver voordat de verantwoordelijke bewindspersoon afreist naar Brussel om na een dagje vergaderen een akkoord te sluiten, zijn deze ambtenaren al argumenten aan het verzamelen, collega-diplomaten aan het bewerken en compromissen aan het uitbroeden. Ook vormen zij ter plaatse de ogen en oren van de Rijksoverheid: zij fluisteren aan Den Haag door waar de kansen en de moeilijkheden liggen, zodat het kabinet niet voor verrassingen komt te staan.

    Raoul Boucke is een van de 80 diplomaten die namens Nederland in Brussel zijn gestationeerd. Daarnaast is hij kandidaat voor het Europees Parlement: hij staat nummer 2 op de lijst van D66 en hoopt ‘daar straks te kunnen doorpakken met duurzaamheidsbeleid’. Tijdens een telefonisch interview vertelt Boucke openhartig over zijn werk als diplomaat, dat volgens hem steeds meer aan belang wint. ‘De expertise op de inhoud zit in Den Haag, maar zonder kennis en ervaring van het spel red je het niet. Die 28 onderhandelende lidstaten zeggen meestal niet hardop wat hun achterliggende belangen zijn, daar moeten wij achter zien te komen om te begrijpen hoe ze opereren. Mijn advies is daarom heel belangrijk. Den Haag is zich daar steeds beter van bewust.’

    ‘Nederland wordt met name door Duitsland en Frankrijk gezien als een serieuze gesprekspartner’

    Dat beeld wordt onderschreven door Kamerbrief over de Staat van de Europese Unie die minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken eind vorige maand naar de Tweede Kamer stuurde. Blok stelt daarin dat, mede door de Brexit, de verhoudingen in Europa aan het verschuiven zijn. Nederland probeert nu als de grootste van veel kleinere (met name noordelijke) lidstaten nieuwe coalities te vormen ‘die in belangrijke mate gericht moeten zijn op de beïnvloeding van de Frans-Duitse as’. Ook worden in heel Europa de diplomatieke posten uitgebreid en wordt getracht in een eerder stadium grip te krijgen op de Europese besluitvorming. ‘Onze uitgangspositie daarvoor is goed,’ meent Blok. ‘Nederland wordt in het bijzonder door Duitsland en Frankrijk gezien als een serieuze gesprekspartner.’

    Coalities

    Een recent Nederlands succesverhaal is het verminderen van de CO2-uitstoot van auto’s. Nederland heeft in Brussel doorgaans een grote mond als het om klimaatdoelstellingen gaat: wat dit kabinet betreft is de totale uitstoot in 2050 met 95 procent teruggedrongen. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf, zeker niet in eigen land, waar alle betrokken partijen vechtend over straat rollen over klimaatmaatregelen. Maar strengere normen aan de CO2-uitstoot van auto’s opleggen, zou al enorm schelen. Voor Nederland is het een relatief pijnloze maatregel (we hebben amper een auto-industrie), terwijl het wel zorgt voor schonere auto’s op de weg en dus voor minder uitstoot.

    De afgelopen anderhalf jaar heeft Nederland zich dan ook flink ingespannen voor strengere Europese CO2-normen voor autofabrikanten, opdat zij meer elektrische auto’s en plug-in hybrides ontwikkelen, constateert mobiliteitsexpert Dimitri Vergne van de Europese consumentenkoepel BEUC. Hij ondersteunde het streven van Nederland, omdat het consumenten brandstofkosten scheelt. Zijn organisatie prijkt op de lange lijst lobbycontacten die Follow the Money opvroeg bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel. Behalve BEUC kwamen ook werkgeversorganisatie VNO-NCW, energiebedrijven Shell, BP en EFOA, milieuverenigingen T&E en European Climate Foundation, minstens zeven vertegenwoordigers van de auto-industrie plus nog wat duurzaamheidspromotors rond dit CO2-dossier op de koffie bij de PV.

    ‘De PV trachtte coalities te vormen, waarbinnen betrokkenen elkaar hielpen met de uitwisseling van informatie en advies’

    Ze waren zeer open,’ zegt Vergne over de Nederlandse PV. ‘We hadden regulier telefonisch contact en er waren ook enkele ontmoetingen.’ Volgens de BEUC-medewerker was Nederland op dit onderwerp een ‘sleutelland’, dat het voortouw nam in de onderhandelingen. ‘Nog voor de Europese Commissie met een voorstel kon komen, hadden de Nederlanders hun positie al bekend gemaakt. Dat gebeurt niet vaak. Sindsdien hebben ze overal hun boodschap verkondigd: de CO2-uitstoot van auto’s moet verder aan banden worden gelegd. Daarnaast probeerden ze coalities te vormen, waarbinnen betrokkenen elkaar hielpen met de uitwisseling van informatie en advies.’

    Raoul Boucke, die een decennium geleden ook al bij de PV was gestationeerd, legt uit dat deze manier van werken gaandeweg tot stand is gekomen. ‘We hebben nu veel meer contact met andere belangenbehartigers dan vroeger. We trekken vaak samen op met overheden zoals gemeenten en provincies, met maatschappelijke organisaties en met het bedrijfsleven. Je gaat met elkaar in gesprek en deelt informatie. Doordat we ons huiswerk nu beter doen, kunnen we meer aan het begin van de beleidsvorming zitten.’

    Volksvertegenwoordiging

    Niet alleen met lobbyclubs en buurlanden werden de lijntjes kort gehouden rond de CO2-onderhandelingen. Ook zochten de Nederlandse diplomaten contact met Europarlementariërs, in de hoop via die weg de ambities verder op te schroeven. Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik (CDA) herinnert zich hoe zij met de PV-ambtenaren de mogelijkheid besprak om binnen haar Europese fractie (EVP) samen op te trekken met de Duitsers, die doorgaans nogal gehecht zijn aan hun auto-industrie en dus een duwtje extra nodig hadden. ‘Met enkele ambitieuzere Duitsers heb ik toen een voorstel ingediend voor een reductie van CO2-uitstoot van 40 procent, terwijl de Commissie 30 procent had voorgesteld. De PV wilde eigenlijk dat we nog hoger ging zitten, maar dat was gezien de verhoudingen echt geen optie.’ Uiteindelijk ging het Europees Parlement akkoord met een reductie van 37,5 procent tegen 2030, voor het totale autopark.

    Intensief contact tussen de PV en Europarlementariërs is inmiddels staande praktijk. Tot in de coulissen van het Europees Parlement lobbyen de ambtenaren van de PV voor de standpunten van het Nederlandse kabinet. Hoe belangrijker een Europarlementariër is, hoe vaker hij of zij een belletje of bezoekje kan verwachten. Zo stond Follow the Money er toevallig bij toen eind november twee Nederlandse diplomaten elkaar bij de receptie van de PV begroetten met de woorden:
    ‘Eickhout [Europarlementariër voor GroenLinks, red.] wordt door ons goed benaderd hoor, voor het geval hij Spitzenkandidaat wordt,’ zei de een.
    ‘Over wat?’ vroeg zijn collega.
    ‘Over alles!’ lachte de eerste.

    Boucke vindt het logisch dat er zo’n wisselspel is tussen de ambtenaren van de PV en de volksvertegenwoordigers in Brussel

    Schreijer-Pierik vertelt dat ze het wel eens ‘frustrerend’ vond dat de PV haar VVD-collega’s beter op de hoogte hield dan haar, toen het CDA nog niet in het kabinet zat. ‘Dat was echt partijpolitiek. De laatste tijd is het gelukkig beter.’ Volgens PV-ambtenaar Boucke gebeurt echter alles in nauw overleg met Den Haag. ‘Als ik met Europarlementariërs spreek, doe ik dat altijd vanuit de instructies zoals ik die heb meegekregen. Over mijn transportdossier heb ik bijvoorbeeld ongelooflijk veel contact gehad met Wim van de Camp (CDA), maar ook met Agnes Jongerius (PvdA). Op die momenten hing ik vaak met Den Haag aan de telefoon: “Wat zeggen we tegen Wim? Hoe kunnen we hem van hulp zijn met informatie?”’

    Boucke vindt het logisch dat er zo’n wisselspel is tussen de ambtenaren van de PV en de Nederlandse volksvertegenwoordigers in Brussel, al staat het Europees Parlement formeel volledig onafhankelijk ten opzichte van de lidstaten. ‘Er bestaat nog altijd zoiets als het Nederlands belang, al kijkt een volksvertegenwoordiger daar per dossier misschien een beetje anders tegenaan,’ zegt hij. ‘Omdat het in Europa per definitie over complexe problemen gaat, heb je altijd complexe oplossingen nodig. Dan is het belangrijk om informatie en rapporten te delen.’

    Oekaze van Wim Kok

    Zulk nauw contact tussen ambtenaren en volksvertegenwoordigers in Brussel is ongehoord in Den Haag, waar nog altijd de ‘oekaze-Kok’ doordreunt, vernoemd naar de PvdA-premier die er fel tegen gekant was dat ambtenaren met Kamerleden belden. Kok kondigde een contactverbod af. In de Tweede Kamer maakt nu hooguit een persoonlijk assistent van een minister een rondje langs de fracties om te kijken of er nog wat te onderhandelen valt. Of er vindt een zogenaamde ‘technische hoorzitting’ plaats om parlementariërs in formele setting over een bepaald dossier bij te praten.

    Kamerlid Renske Leijten (SP), die als woordvoerder Europese Zaken met enige regelmaat naar Brussel reist, is er wel over te spreken dat de oekaze-Kok niet voor de PV in Brussel geldt. ‘Je kunt altijd bij ze langskomen om te horen hoe de verhoudingen achter de schermen liggen. Dat helpt om alles goed te kunnen volgen.’ Wel heeft ze de indruk dat er, buiten het zicht van de camera’s, veel ‘politiek’ komt kijken bij al dat diplomatieke verkeer, bijvoorbeeld wanneer er standpunten worden uitgeruild of verwaterd om tot een compromis te komen. Als volksvertegenwoordiger houdt Leijten graag een vinger aan de pols. ‘De vraag is of dat onderhandelingsspel niet veel meer onder het toezicht van de Tweede Kamer moet komen.’

    Schimmig

    De neiging tot achterkamertjespolitiek is een veelgehoorde klacht in Brussel. De Europese Ombudsman luidde er al de noodklok over, en ook nationale parlementen slaan de handen ineen om meer transparantie af te dwingen. Namens Nederland probeert Kamerlid Anne Mulder (VVD) samen met Pieter Omtzigt (CDA) en Leijten (SP) openheid van zaken te krijgen. ‘We weten niet eens precies waarop we geen zicht hebben,’ zegt Mulder. ‘Daar doen we nu onderzoek naar, om uiteindelijk mogelijk met verbeterpunten te komen.’ Tegelijkertijd is hij voorzichtig om niet al te veel bemoeienis op te eisen. ‘Het risico bestaat dat de Tweede Kamer dan een rem wordt. Bij onderhandelingen in Brussel is ook flexibiliteit vereist.’

    Hoezeer de Tweede Kamer buitenspel kan staan, laat een casus uit 2016 zien. Enkele VVD-bewindslieden maakten zich toen hard voor de introductie van een nieuw uitgangspunt voor Europese beleidsmakers, eufemistisch het ‘innovatieprincipe’ geheten, en zogenaamd bedoeld om nieuwe ontwikkelingen te stimuleren. Dit ‘principe’ kwam evenwel uit de koker van bedrijfslobby’s en moest tegenwicht bieden aan een belangrijk Europees rechtsbeginsel: het voorzorgsbeginsel, dat dicteert dat bij gerede twijfel voorzichtigheid geboden is. De PV hielp vervolgens de industrie van harte om hun innovatieprincipe te agenderen, schijnbaar onwetend van de intenties van de lobby om via deze weg de veiligheid van Europese producten te ondermijnen. Terwijl de Tweede Kamer nog van niets wist, organiseerden de Nederlandse ambtenaren onder meer een ‘ontbijtseminar’ met de belangrijkste instigators van dat nieuwe principe (BusinessEurope, ERT en ERF) om hen de gelegenheid te geven hun bedoelingen te ‘verduidelijken’ tegenover genodigde diplomaten uit andere lidstaten. Anderhalve maand later werd er een Europees akkoord over bereikt. Tegen de tijd dat de Nederlandse volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement wakker waren geschud, had de lobby zijn werk al voltooid en had het innovatieprincipe een positie binnen de Europese beleidsvorming veroverd.

    ‘We zijn hier de oren en ogen van het ministerie, maar delen ook informatie met het bedrijfsleven’

    De soepele relaties tussen de Nederlandse PV en het bedrijfsleven zijn niet nieuw. Al in 1994 schreef een verslaggever van het Reformatorisch Dagblad dat de PV fungeert als pleitbezorger voor de belangen van zakelijk Nederland in Europa: ‘Het is een regelrechte officiële lobby voor de “BV Nederland”.’ In die tijd hanteerde de PV een zogenaamd ‘early-warning system’, wat inhield dat de Nederlandse ambtenaren belangwekkende informatie die ze in diplomatieke overlegjes hadden opgevangen, doorsluisden naar het Nederlandse bedrijfsleven. Dat dit een kwart eeuw later nog steeds staande praktijk is, illustreert een interview uit 2016 met twee Nederlandse diplomaten. ‘Als ik in informeel overleg of in mijn netwerk mogelijkheden voor een bedrijf zie, laat ik dat weten,’ legt een van hen uit. ‘We zijn hier de oren en ogen van het ministerie, maar delen ook informatie met het bedrijfsleven.’

    Voor de lobby-organisaties is de PV meer dan alleen een nuttig contactpunt voor kennisuitwisseling. BEUC-medewerker Dimitri Vergne legt uit dat de PV’s ook worden benut in pogingen de koers van de lidstaten te beïnvloeden. Met het wensenlijstje in de hand gaan de belangenbehartigers langs de deuren. ‘Je hebt het immers bij onderhandelingen ook soms nodig dat lidstaten hun positie aanpassen,’ aldus Vergne.

    Op basis van een jaaroverzicht van lobbycontacten van de PV heeft lobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO) in kaart gebracht welke belangenbehartigers het meest bij de Nederlandse ambtenaren over de vloer kwamen (nog los van de talloze telefoontjes en mails). Tussen juni 2017 en juni 2018 werden in totaal ruim 500 ontmoetingen genoteerd. Bijna driekwart daarvan was met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, waarbij de werkgeverskoepel VNO-NCW en oliegigant Shell met respectievelijk 11 en 9 afspraken de kroon spanden. Het overige kwart van de bezoeken valt uiteen in afspraken met maatschappelijke organisaties, denktanks, en academici.

    Borrels

    Naast de formele contacten vinden er allerlei ongeregistreerde ontmoetingen plaats, dankzij het rijkgeschakeerde informele circuit. In Brussel worden om de haverklap borrels en conferenties op touw gezet waar ‘men’ elkaar tegenkomt. Neem het Dutch Network Brussels, dat gezellige bijeenkomsten voor Nederlanders in Brussel organiseert, en het European Affairs Platform, waar belangenbehartigers en ambtenaren elkaar bijpraten.

    Met zulke hechte contacten kan het niet verbazen dat Nederlandse ambtenaren wel eens een overstap maken naar de industrie. Volgens de Nederlandse wet zijn ze niet aan regels gebonden die zulke draaideurmechanismes moeten voorkomen. Zo kon voormalig diplomate Elizabeth Kuiper moeiteloos van haar positie bij de PV, waar ze over zorgdossiers onderhandelde, switchen naar de pharmaceutische lobby, haar kostbare kennis van zaken met zich meenemend. Nikos Lavranos, die zich namens Nederland met het Europese handels- en investeringsbeleid bemoeide, vertrok om te gaan lobbyen voor advocatenkantoren die commerciële belangen hebben bij het Europese investeringsbeleid.

    Minister Blok ziet geen probleem in bedrijfssponsoring van activiteiten van diplomatieke vertegenwoordigingen

    Kamerlid Renske Leijten vindt dat de banden tussen de lobby en de ambtenarij gerust iets minder knus mogen zijn. Vorig jaar stelde ze schriftelijke vragen aan minister Blok (Buitenlandse Zaken) over de bedrijfssponsoring van de Koningsdagsdagborrel van de PV. Volgens haar wekte die de indruk van vriendjespolitiek. Blok zag er geen kwaad in: ‘Sponsoring door bedrijven van activiteiten van diplomatieke vertegenwoordigingen speelt bij het vaststellen van deze onderhandelingspositie geen enkele rol’. Leijten is niet overtuigd. ‘Ik vind dat belobbyen heel zorgelijk,’ zegt ze. ‘Vooral koepelorganisaties hebben al veel toegang tot beleidsmakers. Met de PV erbij hebben bedrijven op meerdere plekken een stem in het beleidsmakingsproces. Wie de meeste lobbyisten kan inhuren, kan zo de meeste invloed hebben. Wat is daar democratisch aan?’

    Impact

    PV-ambtenaar Raoul Boucke erkent dat de grootste clubs zich per saldo de meeste toegang tot beleidsmakers kunnen verschaffen. Maar hij is minder bezorgd over de impact daarvan op de Nederlandse standpunten. ‘Het is als ambtenaar mijn taak om daar een balans in te vinden. Als ik informatie krijg van een belangenorganisatie, probeer ik die te verifiëren. Cijfers van Greenpeace check ik bij de auto-industrie, en omgekeerd. Op die manier kunnen we bij die ingestoken informatie iets van duiding meegeven aan Den Haag.’

    Het valt moeilijk te zeggen of de opstelling van de Nederlandse PV wat betreft lobbycontacten uitzondering dan wel regel is. Slechts drie andere lidstaten waren bereid mee te werken aan het onderzoek van lobbywaakhond CEO (Roemenië, Finland en Ierland), maar hun lobbygegevens waren over het algemeen onvolledig. CEO-onderzoeker Belen Balanya heeft daarom gemengde gevoelens over wat ze over onze PV ontdekte. ‘De ironie is dat de Nederlandse overheid en de Nederlandse volksvertegenwoordigers vooroplopen als het gaat om transparantie. Dat gezegd hebbende, hebben we veel kritiek op hoe Nederland zich in Europa opwerpt als tussenpersoon voor het bedrijfsleven, zoals de kwestie van het innovatieprincipe laat zien. Bovendien bestaat bijna driekwart van hun afspraken uit bezoekjes van vertegenwoordigers van de industrie. Dat is buitenproportioneel.’ Volgens Balanya toont het onderzoek vooral aan dat transparantie alleen niet volstaat. ‘Het is nu aan de overheid om zich ook echt bewust te worden van haar gijzeling door het bedrijfsleven.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Lise Witteman

    Gevolgd door 131 leden

    Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.

    Volg Lise Witteman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 903 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Volg dossier