Gebouw De Rotterdam gezien vanaf de Erasmusbrug.

    Biodieselhandelaar Tim Remie wordt verantwoordelijk gehouden voor een verlies van ruim 200 miljoen dollar bij het Rotterdamse handelshuis Nidera. Maar hoe kon hij zoveel winst laten verdampen? Een vertrouwelijk forensisch accounting onderzoeksrapport, in handen van Follow the Money, geeft inzage in de manipulatie. Remie's advocaat heeft inmiddels een tuchtklacht ingediend tegen PwC.

    Handelaren van het Rotterdamse grondstoffenhandelshuis Nidera zochten regelmatig de grenzen van het toelaatbare op. Dankzij biodiesel-handelaar Tim Remie kreeg Rotterdam in september 2015 zelfs internationale faam. Toen berichtte de Wall Street Journal over ‘de Nederlandse rogue trader’ die zijn handelsboek zó ver te buiten was gegaan dat Nidera 200 miljoen dollar zag verdampen. Een pijnlijk verlies voor Nidera, maar ook voor het Chinese graanconcern Cofco, dat een half jaar daarvoor 1,3 miljard dollar had betaald voor een meerderheidsbelang in het handelshuis. Het was destijds de grootste overname van een Nederlands bedrijf door een Chinese partij.

    Follow the Money deed vorig jaar uitgebreid onderzoek naar het Rotterdamse grondstoffenhandelshuis, maar tot nu toe was niet precies duidelijk hoe dit megaverlies, ter grootte van bijna twee keer Nidera’s jaarwinst 2014, precies kon ontstaan. Een Forensisch Onderzoeksrapport van accountant PricewaterhouseCoopers (PwC), in handen van Follow the Money, geeft nu een helder inzicht in het hoe en waarom van wat een van de grootste schandalen in geschiedenis van de Nederlandse handel zou worden. Het onderzoek zélf kan mogelijk ook een schandaal opleveren voor PwC, want de advocaat van Remie heeft een tuchtklacht ingediend tegen het accountantskantoor.

    Grote verdwijntruc

    De 250 pagina’s tellende PwC-rapportage schetst een onthutsend beeld van administratieve chaos en dubieuze klanten. En dat in een handelshuis als Nidera, dat jaarlijks voor zo’n 18 miljard dollar aan bulkgoederen als granen, oliehoudende zaden en biobrandstoffen verhandelt én produceert. Zo blijkt Nidera jarenlang een handelsrelatie in biodiesel te hebben onderhouden met een Poolse playboy die zich ontpopte tot een notoire wanbetaler. Dat was slikken voor het bedrijf: maar liefst 70 miljoen dollar bleven onbetaald. Nog eens 127 miljoen dollar verdampten door, onder meer, foutieve waarderingen van opgeslagen biodiesel en overgewaardeerde termijncontracten. Zo veranderde er bijvoorbeeld, puur door het wijzigingen van een paar letters in het handelssysteem, een partij biodiesel gemaakt van palmolie (zogeheten pme) zomaar in biodiesel op basis van afgedankt frituurvet (ucome). Het instant resultaat: 7 miljoen dollar.

    Code rood

    De affaire komt eind 2014 aan het rollen doordat er op Nidera’s Rotterdamse hoofdkantoor grote gaten ontdekt worden in de administratie van de afdeling biodiesel. Het gaat daar om een relatief kleine, maar winstgevende desk binnen het internationale handelshuis.

    De onregelmatigheden leiden om te beginnen tot een intern onderzoek. Gevolg: code oranje wordt alras code rood. Accountantsorganisatie PwC wordt ingeschakeld om mogelijke fraude te onderzoeken. Een Nederlands team pluist vanaf begin 2015 de hele biodieselafdeling door en zwaargewicht David Coulon, PwC-partner in het Londense hoofdkantoor, neemt de interne organisatie onder de loep. Coulon houdt niet alleen de directie van Nidera op de hoogte, maar ook het Nidera’s bankenconsortium onder leiding van ING en Rabobank Internationaal. Dit vanwege een recente herfinanciering van 900 miljoen dollar.

    Hoe werken termijncontracten?

    Handelshuizen werken met termijncontracten. Belangrijk daarbij is het volgende: Nidera sluit contracten voor toekomstige leveringen (verkoop dan wel aankoop). Zo kopen ze van een Poolse handelaar bijvoorbeeld 10.000 ton Europese biodiesel, gemaakt van raapzaad, voor de afgesproken prijs van 600 euro per ton, te leveren na drie maanden in de haven van Rotterdam. Het risico is dan dat de marktprijs na die drie maanden is gedaald naar, bijvoorbeeld, 500 euro per ton. Ze hebben het dan veel te duur ingekocht (+100 e/t). Dit betekent een ongerealiseerd verlies van (100 x 10.000) 1 miljoen euro. Immers, na drie maanden hebben ze een partij biodiesel afgeleverd gekregen die op het moment van levering veel minder waard is dan de prijs die ze betaald hebben. Als ze het direct doorverkopen zal dat rond de marktprijs van 500 moeten plaatsvinden.

    Het tegenovergestelde is natuurlijk ook mogelijk: de marktprijs blijkt na drie maanden 100 euro hoger te liggen dan de eerder overeengekomen prijs. Oftewel, zij krijgen de diesel dan na drie maanden geleverd voor 600 euro, terwijl die op dat moment in de markt 700 euro waard is. Kassa voor Nidera, vervelend voor de betreffende verkoper die het heel goedkoop (voor 600 euro terwijl marktprijs dan al 700 is) móet afleveren. Kortom, de winst van de één betekent verlies voor de ander.

    De marktprijs verschilt per dag, waardoor de ongerealiseerde winst de ene dag 100 kan zijn en een dag later 80. De ongerealiseerde winst of het dito verlies wordt gerealiseerd op het moment dat de partij biodiesel, binnen de afgesproken termijn, daadwerkelijk wordt geleverd aan de koper of de verkoper.

    Een goede schatting van de marktprijs is dus essentieel, die bepaalt in belangrijke mate de ongerealiseerde winst. Want ook al is de winst nog niet gerealiseerd, die wordt wél al meegenomen in het vaststellen van de bonus van de betreffende handelaar – die bij Nidera 6 á 10 procent bonus kreeg over de al dan niet gerealiseerde winst in zijn handelsboek. Bovendien wordt de schatting meegenomen in het vaststellen van de jaarlijkse boekwinst.

    Marktprijs

    De grote uitdaging zit dan in de vraag: wat is precies de marktprijs? Die te voorspellen is geen sinecure, vanwege de vele variabelen in de termijncontracten. Meestal hebben de  termijncontracten een looptijd van drie tot negen maanden. De gebruikte feedstock (biodiesel van palmolie, raapzaad, afgedankt frituurvet) heeft invloed op de prijs. Verder speelt mee of de specifieke biodiesel wel of niet gecertificeerd is. Ook de afleverlocatie en vrachtkosten spelen een rol.
    Men kan ook kiezen voor een vaste prijs (flat price) of een variabele prijs waarbij er een premium op de dieselprijs wordt aangehouden. Deze complexe biodieselhandel verloopt bovendien niet via een beurs. De marktprijs hangt dus af van wat handelaren onderling met elkaar in contracten afspreken. In deze zeer intransparante markt kan een bedrijf als Argus Media met zijn benchmark voor zekere referentieprijs per biodiesel-soort zorgen, maar bij Nidera voer men bijna blind op de marktprijzen die Remie afgaf.

    Lees verder Inklappen

    De luchtkastelen

    De forensische rekenmeesters van PwC nemen meer dan 2000 biodieseltransacties in Nidera’s handelssysteem door uit de periode 2012 – 2014. Zij interviewen 20 Nideramedewerkers, inclusief handelaar Tim Remie. De onderzoekers stuiten in de contracten op veel gebakken lucht. De waarde van lopende contracten bleek maar liefst 127 miljoen te hoog te zijn voorgesteld, door het hanteren van enerzijds opgeklopte marktprijzen (+88 miljoen) en anderzijds door het opgeven van te hoge volumes (+39 miljoen).
    Niets blijkt te zijn wat het leek. Vracht- en verzekeringskosten waren vaak niet realistisch ingeschat, biodieselvoorraden in de opslagtanks bleken overgewaardeerd vanwege verkeerde labeling: ‘gewone’ biodiesel werd in de administratie opgevoerd als, veel duurdere, gecertificeerde biodiesel. Het handelsboek bleek zelfs niet-bestaande contracten te bevatten, terwijl bestaande contracten er soms juist niet instonden.

    "Een bescheiden winstje van 15 duizend dollar is gestegen naar maar liefst 7 miljoen dollar"

    Wonderlijke veranderingen

    Het handelssysteem werd aan alle kanten gemanipuleerd, zo blijkt. Zo reconstrueerden de PwC-onderzoekers een deal die op 18 juli 2014 in het handelssysteem werd ingevoerd. Het betreft een koopcontract van ongeveer 10 miljoen liter gecertificeerde biodiesel, gemaakt van palmolie. De ongerealiseerde winst bedraagt op dat moment 15 duizend dollar. Maar anderhalve maand later wordt door Remie het nog aan te kopen product op papier gewijzigd. Nu gaat het opeens niet langer over een partij biodiesel van palmolie, maar over biodiesel van raapzaad. En een maand later wordt het op papier wéér een ander product: dure biodiesel gemaakt van afgedankt frituurvet.

    Deze twee simpele administratieve ingrepen (de zogeheten ‘hook' ISCCPME wordt veranderd in ISCCRMEE en daarna in ISCUCDDC) hebben grote invloed op de marktwaarde van het contract: een bescheiden winstje van 15 duizend dollar is gestegen naar maar liefst 7 miljoen dollar.

    Disproportioneel

    Het is geen incident. De PwC-onderzoekers inventariseerden dat er tussen 18 april 2013 en 31 december 2014 maar liefst 526 keer 'haakjes' zijn veranderd en 2524 keer prijststellingen. Ook contractueel afgesproken hoeveelheden zijn veelvuldig (1581 keer) aangepast. PwC schrijft dat zulke wijzigingen gebruikt kunnen worden om de resultaten te manipuleren.

    De onderzoekers tasten in het duister over de exacte bedoelingen achter de ‘disproportionele hoeveelheid’ wijzigingen, maar twijfelt of alle contractwijzigingen ook overeengekomen is met tegenpartijen. Zo komen ze meerdere contracten en wijzigingen tegen die niet door de tegenpartijen bevestigd kunnen worden. PwC spreekt dan ook over ‘niet-bestaande’ contracten.

    Opmerkelijk is ook dat bij veel contracten het moment van leveren steeds verder in de tijd is verschoven. Een termijncontract met levering over drie maanden werd gewijzigd in levering over 4 maanden, over 5 maanden enzovoort. Door het ‘doorrollen’ van de contracten hoefde de luchtbel niet doorgeprikt te worden. Zo kan ongerealiseerde winst langdurig in de lucht gehouden worden.

    Falende interne controle is geen incident

    De grote vraag is: hoe kan het dat de onregelmatigheden zo lang onder de radar bleven? Uit onderzoek van Follow the Money (uiteengezet in de longread Wall Street aan de Maas) kwam vorig jaar al naar voren dat Nidera-handelaren al vaker over de schreef gingen. Een rogue trader als Remie lijkt dan een symptoom te zijn van een organisatie die jarenlang niet in control was. Het gebezigde handelssysteem, Intras, was verouderd, de marktwaarderingen van termijncontracten vormden al vaker één groot vraagteken en degenen die de handelaren moesten controleren werden volgens oud-medewerkers weggezet als 'riskhonden'.

    Braziliaans luchtkasteel

    Afgelopen december kwam er nog een lijk uit de kast bij de Braziliaanse afdeling van Nidera bij een wereldwijd boekenonderzoek op last van Cofco. Nidera’s boekhouding in Brazilië bleek ook niet te kloppen. Nidera zelf spreekt in een verklaring op de website over een ‘overstatement’. Hoeveel lucht er precies in de Braziliaanse boekhouding zit, is niet vermeld. Bronnen van de Financial Times spreken over een bedrag van 150 miljoen dollar.

    PwC geeft in haar rapport ook aan dat de interne controle bij Nidera tekort schoot. ‘Historisch gezien, heeft Nidera een ondernemende geest altijd bevorderd. Dit heeft helaas geleid tot informaliteit in bepaalde aspecten van de interne controle.’ De onderzoekers geven aan dat de vele contractswijzigingen niet gecontroleerd werden en dat de riskafdeling de gehanteerde marktprijzen niet bij onafhankelijke partijen verifieerden. Remie vormde  steeds de centrale bron.

    'Teveel leunen op Tim Remie'

    PwC verbaast zich erover dat de wanpraktijken niet eerder zijn ontdekt. De onderzoekers hebben echter niet kunnen vaststellen dat andere medewerkers op de hoogte waren van de manipulaties van Remie. PwC legt de schuld volledig bij Remie, die wordt omschreven als ‘de enige specialist in het team’ waardoor het niet moeilijk voor hem was zijn handelen te verbergen. ‘Het lijkt erop dat het kennisgebrek over de biodiesel business [door Remie] is gebruikt om onregelmatigheden te verbergen.’ De problemen bij de biobrandstof-afdeling werd bovendien nooit opgeschaald naar bestuursniveau. 'Het leek altijd opgelost te zijn na een bevredigend antwoord van Mr. Remie.’ Ook de controlerend accountant EY blijkt níet door de overwaardering heen te hebben geprikt.

    Lees verder Inklappen

    Verweer Tim Remie

    In het PwC-rapport is ook het verweer opgenomen van Tim Remie. Het handelssysteem van Nidera is verouderd, geeft hij aan, het is niet toegespitst op de complexe handel in biodiesel. Hij moest daardoor kunstgrepen toepassen, hij noemt deze ‘workarounds’, om deals te registreren. Het hoe en waarom krijgen de PwC-onderzoekers niet uitgelegd.

    Remie zegt ook dat het hoger management, in casu Chief Risk Manager Tony Walker, en commercieel directeur Marc Kwakkelstein, wel degelijk op de hoogte was van de te hoog gewaardeerde contracten. ‘Ze waren volledig op de hoogte dat de administratie niet op orde was en volledig gebaseerd op workarounds.’ Hij vermoedt dat Nidera bewust de problemen en de opgeblazen winst niet heeft getackeld vanwege de aanstaande overname door het Chinese agriconcern Cofco en een geplande herfinanciering door de banken. ‘De financiën moesten zo goed als mogelijk zijn.’

    Wanbetalers

    Remie’s goocheltrucs leidden in ieder geval tot afwaarderingen ten bedrage van 127 miljoen dollar. Maar er was meer aan de hand. Hij bleek ook veel te handelen met onbetrouwbare bedrijven die de gewoonte hebben zich te ontpoppen als wanbetalers en wanpresterende leveranciers. Handelspartijen, kortom, die zich niet houden aan termijncontracten en op het moment suprême óf niet betalen óf niet leveren.

    Dit probleem speelde niet zozeer bij de grote bedrijven, waarmee Nidera handelde, bedrijven als Glencore, ADM, Argos, Shell en Gunvor, maar bij kleinere spelers. Nidera moest uiteindelijk bijna 80 miljoen dollar afschrijven op contracten waarbij de tegenpartij zich niet aan de afspraak had gehouden. De grootste wanbetaler was InterDraco, een Poolse handelsonderneming. Op dit bedrijf moet Nidera maar liefst 70 miljoen dollar afboeken: dat is meer dan de helft van Nidera’s jaarwinst van 2014.


    Tim Remie

    "De financiën moesten zo goed als mogelijk zijn"

    Poolse playboys

    InterDraco staat in de markt bekend als het in- en verkoopkantoor van de grote Poolse biodieselproducent Lotos en is in handen van twee Syrische broers, Kamil en Emil Haidar. Het tweetal staat bekend als een stel playboys; Emil verschijnt regelmatig in de Poolse roddelbladen met zijn verloofde Doda, een sexy Poolse zangeres die hij later zal verruilen voor Angelika Jakubowska, een Playboy-model en Polens inzending voor de Miss Universe-verkiezing in 2009.

    Ook Remie onderhield een vruchtbare handelsrelatie met InterDraco. Het loopt echter helemaal uit de hand, zo constateren de PwC-onderzoekers achteraf. Maar liefst een op de vijf biodiesel-deals vindt plaats met InterDraco en met aan InterDraco gerelateerde partijen, zoals Lotos en haar Duitse dochteronderneming Croton. De ingestelde interne handelslimiet bij Nidera – volgens PwC maximaal 10 miljoen dollar risico voor iedere klant – wordt omzeild en de deals met InterDraco blijven het handelsboek vullen zónder opgemerkt te worden door de risk afdeling van Nidera.

    Verhullende betaalregeling?

    Remies – en daarmee Nidera’s – grote afhankelijkheid van InterDraco wordt eind 2014 problematisch, wanneer InterDraco zich niet houdt aan de deals. Facturen blijven onbetaald. Remie wordt daarom in december 2014 gevraagd om met Haidar een overleg te regelen in het Nidera-hoofdkantoor in Rotterdam. ‘Tijdens deze meeting hebben Mr. Haidar en Nidera alle open contracten besproken, de problemen, en de weg voorwaarts,’ zegt Remie tegen de PwC-onderzoekers.

    Volgens Remie zouden daarna Nidera’s commercieel directeur en hoofd trading Marc Kwakkelstein en Gaston Goldfain, de businessunit manager ‘oliehoudende zaden’, een voorstel tot afbetaling over een periode van vijf jaar hebben gemaakt.

    Het grote voordeel van zo’n afbetaalregeling is dat Nidera niet met de billen bloot hoeft bij haar banken, bij controlerend accountant EY en last but not least de kersverse nieuwe Chinese eigenaar Cofco. Kwakkelstein en Goldfain ontkennen in het rapport echter deze lezing van Remie. Ze geven aan dat ze weliswaar twee keer met Haidar hebben afgesproken in Rotterdam en in Polen, maar dat niet duidelijk was geworden of InterDraco kon voldoen aan de verplichtingen. Daarom ging Nidera volgens hen over tot het afschrijven van de schulden. Getracht is om Emil Haidar te spreken, maar hij was telefonisch niet bereikbaar en reageerde niet op een Facebook-bericht.

    "Nidera moest bijna 80 miljoen dollar afschrijven op contracten waarbij de tegenpartij zich niet aan de afspraak hield"

    Dág verlovingsring

    Tekenend voor de chaos: de problemen belanden - zo schrijven de PwC-onderzoekers - pas in januari 2015 op het bord van Nidera’s hoogste baas, Ton van der Laan. Hij krijgt dan van zijn medebestuursleden en Remie te horen dat Nidera ‘ongewenste risico’s’ loopt op klant Lotus waarmee 40 miljoen dollar op het spel staat. Hij wordt niet goed geïnformeerd: de klant betreft níet de gevestigde biodieselfabriek Lotus, maar alleen maar hun externe in- en verkoopkantoor InterDraco dat in handen is van Haidar.

    Nidera kan daardoor fluiten naar haar centen en de eerder voorgestelde 40 miljoen zullen uiteindelijk – zoals blijkt uit het PwC-rapport – 70 miljoen dollar bedragen. Met de andere helft van het Haider-duo, Emil, loopt het niet goed af: hij gaat over de kop en moet de Poolse fiscus nog 4,4 miljoen euro betalen. De Poolse roddelpers weet in december te melden dat zelfs de verlovingsring van 60.000 euro van zijn voormalige geliefde, de sexy zangeres Doda, is ingevorderd. En Remie? Hij is inmiddels leidend voorwerp in een strafrechtelijk onderzoek waarin justitie al beslag heeft gelegd op 1 miljoen euro.

     

     

    Raadsman Tim Remie dient een tuchtklacht in tegen PwC

    Robbert-Jan Boswijk, de raadsman van Tim Remie, laat in een reactie aan Follow the Money weten dat hij een tuchtklacht heeft ingediend tegen PwC. ‘Bevindingen in het PwC-rapport ontberen soms iedere grondslag of onderbouwing. Wij hadden al vermoedens dat de relatie PwC/Nidera niet onafhankelijk was. Niet alleen financieel omdat in twee maanden tijd voor bijna 1 miljoen euro verspijkerd is [de kosten van de onderzoekswerkzaamheden door PwC, red], maar nu blijkt dus ook dat PwC betrokkenheid heeft gehad bij gesprekken met banken in verband met de nieuwe kredietverlening van Nidera.’

    ‘Vermoedelijk zal binnenkort ook duidelijk worden dat de zogenaamde 200 miljoen dollar afschrijving in Nederland, net zoals de afschrijving van 150 miljoen dollar in Brazilië, enkel de schuld is van Nidera zelf en om andere redenen zeer gemakkelijk wordt toegeschreven aan mijn cliënt. Wat ik ook niet begrijp is dat Nidera van mening is dat mijn cliënt niet bestaande winsten zou hebben voorgespiegeld, maar dat zij die onbestaande winst wel van hem vergoed willen hebben. Gebakken lucht is blijkbaar ècht heel wat waard.’

    PwC-woordvoerder Meint Waterlander bevestigt de tuchtklacht, maar wil daar nog niet inhoudelijk op in gaan. Nidera-woordvoerder Bert Ooms wilde niet inhoudelijk reageren op de PwC-bevindingen en de tuchtklacht. Hij geeft wel aan: 'De resultaten van het externe onderzoek gaven Nidera redenen om in mei 2015 de arbeidsovereenkomst met de handelaar te beëindigen. Nidera is toen ook een civiele procedure begonnen om de schade te verhalen. Daarnaast heeft Nidera de zaak aangebracht bij het Openbaar Ministerie. De gevonden onregelmatigheden zijn de reden dat Nidera gestopt is met de handel in biodiesel.'

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 1215 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Internationale grondstoffenhandel

    Gevolgd door 384 leden

    De internationale grondstoffenhandel is een miljardenbusiness. Grote spelers als handelsmaatschappijen, oliebedrijven, banken...

    Volg dossier