Dit is Frank Serpico, de meest gehate politieman ter wereld

    De Amerikaanse politieagent Frank Serpico luidde begin jaren ’70 de noodklok over corruptie binnen zijn New York Police Department. Hij wordt daarvoor al decennia uitgekotst door collega’s, maar het leverde hem wél meerdere verfilmingen van zijn leven op. Follow the Money sprak Serpico tijdens het Fraude Film Festival in Amsterdam.

    What the hell is an ostrich doing on a bock beer?’ zegt Frank Serpico terwijl hij een slok neemt van een lauw bockbiertje van Brouwerij ’t IJ. ‘Oh, he’s laying an egg too!?

    De inmiddels 81-jarige oud-politieagent uit New York bestudeert nauwgezet het logo van zijn biertje. Hij pakt zijn monocle erbij om ook het dopje te bestuderen, dat hij er even daarvoor — op instructie van de interviewer — al af heeft weten te ‘ploppen’ met een aansteker.

    Frank Serpico is één van de bekendste klokkenluiders ter wereld. Hij is in het Haarlemse Ambassador-hotel neergestreken omdat hij is uitgenodigd voor het tweedaagse Fraude Film Festival in het EYE Filmmuseum in Amsterdam. Daar wordt onder andere de documentaire ‘Frank Serpico’ vertoond. De film over zijn leven ging begin dit jaar in première op het Tribeca Film Festival in New York. 

    De wenskaarten bevatten teksten als ‘happy relapse

    Het is bij lange na niet de eerste keer dat Serpico’s leven als inspiratie voor een film wordt gebruikt. Van de biografie die auteur Peter Maas in 1973 over hem schreef, werden zo’n drie miljoen kopieën verkocht. Het boek werd datzelfde jaar nog verfilmd: Serpico, met Al Pacino in de hoofdrol, werd een commercieel succes. Later zouden er ook nog een tv-film en zelfs eventjes een serie over hem gemaakt worden.

    Kantje boord 

    Serpico zit graag op de praatstoel. Hij is nieuwsgierig en nog altijd vlijmscherp. Wel moet ik aan zijn rechterkant gaan zitten, want hij is doof aan zijn linkeroor. Net als de achtergebleven kogelfragmenten in zijn schedel, is de gehoorschade het gevolg van een schietpartij in februari 1971. Bij een inval in een drugspand kwam undercoveragent Serpico klem te zitten tussen de deur; hij werd door de drugsdealer in zijn gezicht geschoten.

    Merkwaardig genoeg werd de bloedende Serpico vervolgens achtergelaten door zijn collega’s, die op de gang stonden te wachten. Een zogenaamde 10-13-oproep (‘police officer down’) werd niet gemaakt. Een alerte buurtbewoner belde het alarmnummer en Serpico werd alsnog opgehaald, door twee andere agenten. Die brachten hem naar het ziekenhuis. Één van de twee zou later hebben gezegd dat als hij had geweten dat het om Serpico ging, ‘hij hem had laten doodbloeden’.

    Ook in het ziekenhuis kreeg Serpico weinig steun van collega’s: de beterschapskaarten bevatten handgeschreven teksten als ‘happy relapse’ — fijne terugval. En volgens Serpico bleef het niet bij verwensingen: ‘In het ziekenhuis wilde een dokter mij een injectie geven die ik niet behoorde te krijgen. Hoe ik dat weet? Ik werd wakker en die dokter was heel nerveus. Een andere dokter kwam tussenbeide en heeft mijn leven gered.’

    Blue wall of silence

    De onvoorstelbare haat en bedreigingen vielen Serpico ten deel vanwege zijn status als klokkenluider. Hij was de eerste politieagent die in de jaren zeventig de wijdverbreide corruptie bij zijn werkgever, het New York City Police Department (NYPD), aan de kaak stelde.

    Vanaf het moment dat hij bij het korps kwam, in 1959, was Serpico al een buitenbeentje. Hij leefde in het hippe Greenwich Village, kleedde zich alternatief (oorbel, snor, baard, sandalen), hield van ballet en opera, was reislustig en leerde graag verschillende talen. Allemaal niet bepaald karaktertrekjes van een Amerikaanse cop. Maar wat Serpico bovenal onderscheidde, was dat hij geen geld aannam van de maffia. Dit terwijl zijn collega’s de enveloppen met 100-dollarbiljetten gretig onderling verdeelden.

    "Je kunt mij dwingen om naar de commissaris te gaan, maar dan beland je met je gezicht naar beneden in de East River"

    ‘Corruptie werd eerst afgedaan als “alleen maar geruchten’’,’ zegt Serpico. ‘Al snel kreeg ik van mijn collega echter de eerste envelop met geld in handen. Ik ging ermee naar mijn baas, maar die zei: “Je kunt mij dwingen om naar de commissaris te gaan, maar dan beland je met je gezicht naar beneden in de East River. De andere optie is om dit te vergeten”.’

    Vijf jaar lang probeerde Serpico vervolgens om de corruptie intern aan te kaarten; telkens weer liep hij tegen de ‘blue wall of silence’ aan. Iedereen bleek een vorkje mee te prikken: ‘De Chief of Detectives [Het hoofd van de recherche-afdeling van de NYPD, red.] ging altijd eten in dure restaurants. Nou, dat hoor je in die positie natuurlijk niet te doen, want als iemand jou allemaal fancy eten voorschotelt, dan verwachten ze iets terug.’

    Als een van de weinigen weigerde Serpico stelselmatig om de giften aan te nemen. Dit leidde onder zijn collega’s tot het nodige wantrouwen: ‘Het hele systeem draaide om loyaliteit. Je ziet dat niet alleen bij de politie, maar ook in de medische beroepswereld en bij religieuze instellingen — denk bijvoorbeeld aan priesters die niet uit de school klappen als er een pedofiele collega tussen zit. Zulke dingen gebeuren als mensen sterk het gevoel hebben dat ze bij een groep horen. Maar ze moeten zich realiseren dat ze uiteindelijk tot het menselijke ras behoren.’

    Vuile was

    Na het jaren intern geprobeerd te hebben, klopte Serpico uiteindelijk gefrustreerd aan bij de New York Times. Maar ook daar stuitte hij op het systeem: ‘Ik wilde corruptie blootleggen en dacht dat de krant voor bescherming kon zorgen. Maar The New York Times wilde het eerst niet printen. De politie en de media zijn namelijk afhankelijk van elkaar: de politie geeft ze scoopjes.’

    ‘Ze gaven het me aan als een pakje sigaretten’

    Het verhaal was echter dusdanig groot — het ging om miljoenencorruptie bij het grootste politiekorps ter wereld — dat er in 1970 toch een voorpagina-verhaal verscheen. De burgemeester zag zich vervolgens genoodzaakt om een serieuze onderzoekscommissie in te stellen. Omdat Serpico samenwerkte met deze Knapp-commissie, leefde hij continu in angst: zijn collega’s vermoedden dat hij hen aan het verraden was. Zijn overplaatsing naar de gevaarlijke narcotica-afdeling zou hem uiteindelijk bijna fataal worden.

    Een paar maanden na het schietincident legde Serpico uiteindelijk publiekelijk zijn verklaringen voor de Knapp-onderzoekscommissie af. Het maakte hem tot de meest gehate politieagent van New York en een jaar later, in 1972, ruilde hij zijn badge in voor een Medal of Honor, de hoogste onderscheiding bij de NYPD. Erg van harte ging dat nochtans niet: ‘Ze gaven het me aan als een pakje sigaretten. Ik kreeg het bijbehorende certificaat er niet eens bij.’

    Haarlem

    Hoewel hij uitgekotst werd bij de politie, groeide Serpico’s bekendheid daarna tot ongekende hoogte. Een jaar na zijn vertrek vormde zijn verhaal het centrale onderwerp van het boek van Peter Maas; die biografie werd datzelfde jaar nog verfilmd tot de filmklassieker Serpico. Daarin kruipt niemand minder dan Al Pacino in de huid van de agent.

    ‘Ze zetten me onder druk, maar ik wilde niet door hen gebruikt worden. Ik wilde mijn leven terug’

    Omdat het er niet veiliger op werd, ontvluchtte Serpico uiteindelijk New York. ‘Ik heb niet besloten om weg te gaan, dat is voor mij besloten,’ zegt hij verbitterd. ‘Ik was in mijn hoofd geschoten en had genoeg van de politie en alle corruptie.’ Hij verhuisde naar Zwitserland, maar daar werd hij benaderd door de FBI. Die wilde dat hij kwam getuigen. Serpico: ‘Ze zetten me onder druk, maar ik wilde niet door hen gebruikt worden. Ik wilde mijn leven terug.’

    Hij kocht een camper en belandde uiteindelijk in Haarlem. ‘In restaurant De Ark kwam ik een heel mooi meisje tegen, en met haar heb ik in Drenthe een boerderij gekocht,’ zegt Serpico, die voor de gelegenheid zijn Amerikaanse tongval inwisselt voor een Nederlandse volzin.

    De keuze voor Nederland berustte op een eerdere vakantie: ‘In het vliegtuig hoorde ik toen van iemand dat er een voorstelling was van de Russische danser Nureyev. Ik ben toen naar het Concertgebouw gegaan en daar kwam ik iemand tegen die vroeg: “Wil je een ticket kopen?”. Vervolgens zat ik in een suite naar Nureyev te kijken. Dat beeld van Nederland is mij altijd bijgebleven. Daardoor leek het mij een goede bestemming.’

    Ook in Nederland bleef Serpico echter argwanend tegenover de politie: ‘Ik was bang om gearresteerd te worden vanwege de dagvaarding van de FBI. Toen ik in Haarlem een keer voor een simpele aangifte het politiebureau binnenstapte, moest ik meteen naar het hoofdkantoor komen. Ik dacht dat ik gearresteerd zou worden, maar hoofdcommissaris Ben [Endlich, red.] stapte op me af en zei: “Welkom mister Serpico, mag ik u hand geven?”. En hij liet me het boek Serpico zien.’


    Frank Serpico

    "Het zijn nu niet meer de kleine jongens die betaald krijgen in juwelen, maar de bazen"

    Terug in de spotlights

    In de jaren tachtig keerde Serpico uiteindelijk toch weer terug naar de Verenigde Staten. Daar leefde hij een vrij teruggetrokken bestaan, tot de documentaire ‘Frank Serpico’ hem begin dit jaar terug in de spotlights deed treden. Voorafgaande aan de vertoning op het Fraude Film Festival in Amsterdam geeft de hoofdgast het publiek nog een belangrijke les mee: ‘Corruptie bij de politie kan alleen bestaan als de bazen het tolereren.’

    Op het podium doet Serpico ook uit de doeken waarom hij zichzelf niet bestempelt als whistleblower, maar als lamplighter: ‘Een klokkenluider heeft een negatieve connotatie, ik gebruik liever lamplighter, omdat dat iemand is die iets aan het licht brengt. Kijk, ik werkte in de ghetto. Als ik dan ergens binnenkwam en het licht aandeed, dan zag ik alle kakkerlakken wegvliegen.’

    Hij mag er dan voor gezorgd hebben dat een aantal ‘kakkerlakken’ is verdwenen, maar er is ook een nieuw soort opgedoken: ‘Mijn toenmalige collega’s gingen heel georganiseerd te werk en hadden hele namenlijsten van mensen die hen betaalden. Na mijn verklaringen gebeurde dat niet meer: het werd ieder voor zich. De politiebazen kregen daardoor meer macht en konden zelf deals gaan maken. Het zijn nu niet meer de kleine jongens die gunsten verlenen en betaald krijgen in juwelen, maar de grote jongens, de bazen,’ zegt Serpico. Hij verwijst daarmee naar een corruptiezaak die vorig jaar aan het licht kwam bij de NYPD: drie hoge functionarissen worden verdacht van het aannemen van juwelen, spelcomputers en een privévlucht (inclusief prostitué).

    Serpico is geen fan van de beschermde status die politieagenten genieten: ‘Amerikaanse politiebonden steunen áltijd de politieagenten in kwestie. Zelfs als ze corrupt zijn, dan nog proberen ze die crooks uit de gevangenis te houden.’

    Trailer van de documentaire 'Frank Serpico' (2017)

    Etnisch profileren

    Anno 2017 legt Serpico zijn voormalige werkgever nog altijd onder zijn monocle. Zo strijdt hij mee tegen etnisch profileren bij de NYPD. Afgelopen augustus was hij daarom aanwezig bij de Brooklyn Bridge, waar zo’n 80 zwarte (ex-) politieagenten van de NYPD hun steun betuigden aan Colin Kaepernick, de American football-speler die vorig jaar knielde tijdens het Amerikaanse volkslied. Kaepernick protesteerde daarmee tegen politiegeweld en etnisch profileren door de politie in New York.

    ‘Kaepernick wordt gebrek aan patriottisme verweten,’ zegt Serpico daarover. ‘Maar nee, hij stelt juist dingen die aan de hand zijn in dit land aan de kaak. Het is heel moedig wat hij deed, zeker in zo’n stadion vol met racisten die een excuus zoeken om uit te halen naar een zwarte speler.’

    Serpico steunt daarnaast ook de 12 zwarte politieagenten die in 2015 hun werkgever aanklaagden vanwege etnisch profileren. ‘Ik support die jongens, ja. Ze moesten op pad om zwarten aan te houden in de leeftijd 18-34 jaar. Twaalf zwarte agenten zeiden toen: “Nee, dat ga ik niet doen”. Één van hen is afkomstig uit Haïti. Hij vertelde dat mijn film hem de kracht gaf om zijn aanklacht door te zetten.’

    ‘Zorg ervoor dat je altijd audio-opnames maakt’

    De Amerikaan maakt zich ook druk over het buitensporige geweld dat de politie regelmatig toepast. Hij verwijst bijvoorbeeld naar een casus uit 2014, waar een 12-jarige jongen werd doodgeschoten: ‘Er wordt doorgegeven dat het mogelijk een speelgoedpistool is, de politie komt, en het is boom-boom-boom. Het is echt een probleem dat agenten allemaal ongewapende mensen neerschieten.’

    Eindoplossing

    Serpico benadrukt het ondermijnende effect ervan: ‘De politie moet clean zijn, nog meer dan bij andere beroepen. Waar moet een burger anders nog vertrouwen in hebben? Door corruptie en buitensporig geweld krijg je dat mensen ‘postal’ gaan: ze gaan wraak nemen.’

    Serpico ziet daarbij ook een belangrijke rol weggelegd voor nieuwe ‘lamplighters’. Hij wil ze alvast wat tips geven: ‘Zorg ervoor dat je altijd audio-opnames maakt, dat kan dienen als bewijs. En zoek in de organisatie naar een gelijkgestemd persoon, iemand met dezelfde altruïstische gevoelens. Het is belangrijk dat je gesteund wordt.’

    Daarnaast dient de politie dankbaarheid te tonen aan degenen die de moed hebben om misstanden te rapporteren. ‘De boodschap aan mij was destijds: “Jij hebt de vuile was naar buiten gebracht”. Daarmee ontmoedigden ze echt iedereen die misstanden naar buiten wil brengen. In plaats daarvan hadden ze moeten zeggen: “Jij hebt ons een kans gegeven om te veranderen.”’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 1211 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren