HES Beheer slaat droge bulk over, waaronder steenkool. Heel veel steenkool. Sterker nog: HES bezit een monopolie op de steenkooloverslag in Nederland. Nu HES in de verkoop gaat, roept dat vragen op over de toekomst van de Nederlandse steenkoolketen. En over HES. Een profiel.

    In de Nederlandse steenkoolindustrie is geen bedrijf zo cruciaal als HES Beheer. Sterker nog: in de twee grootste steenkoolhavens van Europa (Rotterdam en Amsterdam) bezit HES een de facto monopolie op de overslag van steenkool. Toch ontbreekt het bedrijf in lijstjes met de grootste CO2-vervuilers van Nederland. Nu bepaalde delen van de holding failliet gaan en andere in de etalage worden gezet, duikt Follow The Money in de geschiedenis van dit van oorsprong oer-Rotterdamse bedrijf, dat inmiddels in Amerikaanse handen is. Een rode draad is snel gevonden: het bedrijf is groot geworden door het uitroken van de concurrentie. 

    In het lijstje met grootste CO2-vervuilers van Rotterdam zie je naast de twee steenkoolcentrales van Engie en Uniper vooral bedrijven in de petrochemische sector staan. De raffinaderijen van Shell, BP en Exxon bijvoorbeeld, en chemische bedrijven als Air Liquide. Wie je in het lijstje niet zal tegenkomen, zijn bedrijven die in eigendom zijn van HES Beheer. Deze bedrijven moeten namelijk hooguit wat kranen en transportbanden bedienen om hun gigantische hoeveelheden steenkool, erts en agribulk over te slaan, maar dat is het wel. Het is dan ook eenvoudig om over HES heen te kijken, wanneer je de gevolgen van klimaatverandering voor de Rotterdamse haven in kaart brengt. 

    Maar kijk naar de hele steenkoolketen en je ziet een heel ander beeld. HES bezit namelijk verschillende bedrijven die steenkool overslaan: EMO uit Rotterdam, het grootste steenkooloverslagbedrijf van Europa en volledig in handen van HES; EBS uit Rotterdam, ook volledig in handen van HES; OBA in Amsterdam, waar HES 74,95 procent van de aandelen bezit; en OVET in Terneuzen, voor 33 procent in handen van HES. 

    Gezamenlijk sloegen deze bedrijven in 2015 – de recentste cijfers – 32,8 miljoen ton steenkool over. Om dat in perspectief te plaatsen: bij de verbranding van deze steenkool komt 92 miljoen ton CO2 vrij: vergelijkbaar met 47 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot. Je leest het goed: de steenkool van HES stoot evenveel CO2 uit als de helft van alle Nederlandse bedrijven, huizen, auto’s en consumenten samen. In totaal werken er zo’n 1300 mensen bij alle HES-bedrijven samen, die op een omzet van 251 miljoen euro vorig jaar 75 miljoen euro winst maakten. 

    Deze bedrijven zijn allemaal van HES Beheer

    In dit verhaal vliegen de afkortingen je om de oren. Daarom leggen we het bedrijf HES hier zo eenvoudig mogelijk uit. HES staat van oorsprong overigens voor Haven- En Scheepvaartbedrijven. 

    HES Beheer is een holding. Onder die holding vallen verschillende bedrijven. We focussen ons hier in de eerste plaats op de droge bulk-terminals in Rotterdam en Amsterdam: 

    • Het Europees Massagoed Overslagbedrijf (EMO). Over dit bedrijf schreven we al eerder. Dit is de grootste steenkolenboer van Europa, die volledig in handen is van HES.
    • European Bulk Services (EBS), ook volledig in handen van HES. Dit bedrijf is in 1991 ontstaan als een combinatie van drie oer-Rotterdamse bedrijven:
    • De Graan Elevator Maatschappij (GEM), opgericht in 1908. De GEM is te beschouwen als de oervader van de HES.
    • Frans Swarttouw BV. Was voornamelijk actief in de steenkoolhandel. Dit is ook zo’n oer-Rotterdams bedrijf, dat teruggaat tot eind 19e eeuw.
    • Interstevedoring. Dit bedrijf van Jan Rijsdijk maakte in de jaren 80 furore in de haven. Ging de concurrentie aan met de HES, en werd na een ware havenoorlog door de HES uitgekocht.
    • Rotterdam Bulk Terminal (RBT). Is een joint venture tussen HES (50 procent) en het Amsterdamse Maya (50 procent). Onlangs maakte HES bekend dat RBT gesloten wordt en dat de werknemers zonder sociaal plan op straat worden gezet.  
    • OBA Bulk Terminal Amsterdam (voorheen Overslagbedrijf Amsterdam). Dit is na EMO de grootste droge bulk-terminal van Nederland, met de Hemweg-kolencentrale als belangrijkste klant. HES bezit 74,95 procent van de aandelen.
    • Overslagbedrijf Terneuzen (OVET). Een groot overslagbedrijf met vestigingen in Terneuzen en Vlissingen. De HES bezit eenderde van de aandelen.

    Ook buiten Nederland is HES actief in de droge bulk. De holding heeft belangen in:

    • Het Verenigd Koninkrijk. Hier is HES volledig eigenaar van New Holland Bulk Services, een middelgrote droge bulk-terminal aan de rivier de Humber in Noord-Engeland.
    • Frankrijk. Hier is HES volledig eigenaar van ATIC, een bedrijf dat zich bezighoudt met logistieke dienstverlening rond de op- en overslag van droge bulk. ATIC heeft op zijn beurt weer vestigingen in verschillende Europese landen.

    Ten slotte stort HES zich sinds kort op de op- en overslag van natte bulk. Zeg maar: olie en olieproducten. 

    • In Rotterdam is HES eigenaar van Botlek Tank Terminals (BTT). Dit bedrijf breidde zijn capaciteiten vorig jaar flink uit, van 200.000 naar 467.000 kubieke meter.
    • En dan maakte HES onlangs ook nog bekend enkele honderden miljoenen euro's te gaan investeren in de bouw van een gloednieuwe tankterminal, met een inhoud van 1,3 miljoen kubieke meter.
    Lees verder Inklappen

    De oervader van HES: een geboren monopolie

    De geschiedenis van HES begint in 1908, als een groep investeerders onder de naam Haven- en Scheepvaartbedrijven (H.E.S.) geld bijeen leggen om de Graan Elevator Maatschappij op te richten. In het historische naslagwerk Techniek in Nederland in de twintigste eeuw (deel 5: Transport en communicatie (2002), geschreven door H. van Driel en J.W. Schot) en het boek Wie is er bang voor de vooruitgang? (Jaffe Vink, 2014) staat de turbulente wordingsgeschiedenis van de GEM beschreven. We schrijven het begin van de 20e eeuw, als een nieuwe techniek in Rotterdam zijn intrede doet: de graanelevator, waarmee scheepsladingen graan leeggezogen kunnen worden. Tot die tijd wordt dit met de hand gedaan, wat veel havenarbeiders een baan oplevert: het handmatig lossen van een zeeschip, door zo’n 120 bootwerkers, wegers en zakophouders, duurt zeven tot acht dagen. Met twee elevators kan een schip door 28 arbeiders in twee dagen worden gelost.

    Aanvankelijk proberen de investeerders die de elevators hebben aangeschaft de werkgelegenheid in de haven onaangetast te laten. Ze beloven bijvoorbeeld niet meer dan 10 procent van de markt te bedienen. Toch komt er verzet. Met name de wegers, die binnen de haven in hoog aanzien staan, keren zich tegen de elevators. Stakingen volgen elkaar in rap tempo op. Bij een gewelddadige staking in 1907 moet zelfs het leger worden ingezet. 

    Om aan het gedonder een einde te maken en het verzet te overwinnen, besluiten de eigenaren van de elevatoren tot een nieuwe strategie. Het is een heilloze missie gebleken om de nieuwe techniek geleidelijk in de bestaande arbeidsverhoudingen in te masseren, daarom besluiten ze de arbeiders in één klap helemaal over te slaan. De groep investeerders, een verzameling cargadoorsbedrijven en graanhandelaren, verenigt zich onder de naam Haven- en Scheepvaartbedrijven (H.E.S.) en brengt voldoende kapitaal bijeen voor de aanschaf van maar liefst acht nieuwe elevatoren. Hiermee nemen zij vanaf 1908 de graanoverslag in de Rotterdamse haven volledig over. De Graan Elevator Maatschappij, eigendom van HES, is geboren en in haar wieg vindt ze direct een monopoliepositie. 


    Jan Rijsdijk

    "Ze hebben me het mes op de keel gezet om deze prijsafspraken te maken. Anders zouden ze me kapotmaken"

    Oorlog met Jan Rijsdijk

    Ruim honderd jaar later bezit HES nog altijd een de facto monopoliepositie, met name in de overslag van steenkool. In Rotterdam is er nog één ander groot overslagbedrijf, dat opereert onder de naam EECV (Ertsoverslagbedrijf Europoort C.V.). Maar dat bedrijf levert uitsluitend steenkool en ijzererts aan de eigen aandeelhouders: de Duitse staalfabrikanten ThyssenKrupp Steel Europe AG en Hüttenwerke Krupp Mannesmann. Ook in Amsterdam is nog één andere grote speler gevestigd, namelijk de Rietlanden. Maar dat bedrijf is in handen van kolenhandelaar EDF Suez en dit moederbedrijf levert het leeuwendeel van de kolen die bij de Rietlanden worden overgeslagen. Effectief komt HES in Amsterdam en Rotterdam dus geen enkele concurrent tegen.

    Het moderne monopolie is een direct gevolg van een grote havenstrijd die HES in de jaren 80 uitvocht met Jan Rijsdijk

    Dit moderne monopolie is een direct gevolg van een grote havenstrijd die HES in de jaren 80 uitvocht met Interstevedoring, het voormalige overslagbedrijf van Jan Rijsdijk. Alle strategieën om concurrentie uit te roken passeren hierbij de revue, wat deze strijd tot een goed voorbeeld van de strategie van HES maakt. Willen we HES leren kennen, dan zijn we dus aan het goede adres bij Rijsdijk, die nog altijd het gevoel heeft dat hem ‘het mes op de keel’ werd gezet toen zijn bedrijf uiteindelijk in 1991 door HES werd overgenomen. 

    Vanuit zijn landgoed De Markgraaf in het Belgische Kalmthout herkent Jan Rijsdijk de monopolistische strategie van de HES dan ook direct. In verschillende kamers van zijn huis, volgens Quote het duurste van België, heeft hij honderden mappen met daarin duizenden krantenartikelen, rapporten en (geheime) onderzoeken bewaard over zijn strijd met HES. Zijn archief ligt in keurig gearchiveerde dozen, die opgestapeld staan tussen zijn imposante kunstcollectie. Rijsdijk heeft verschillende werken van Herman Brood in zijn bezit, maar bovenal bezit hij ‘minimaal 250 werken’ van een van de bekendste Nederlandse kunstenaars van de afgelopen eeuw: Anton Heyboer. Rijsdijk zelf schildert ook. In zijn trappenhuis, onder de imposante koepel van jugendstil glas-in-lood, wijst hij op een schilderij waarop hij ‘de kwade geesten’ heeft verbeeld die hem tijdens zijn carrière in de haven het leven zuur maakten. Ze zijn geschilderd als onheilspellende, zwarte spoken, tegen een achtergrond van felgekleurde kranen. De zwarte geest aan de linkerkant staat symbool voor het Havenbedrijf, waarmee Rijsdijk een jarenlange, vruchteloze strijd voerde om een grondlocatie te huren. De zwarte geest aan de rechterkant staat voor Pieter van der Vorm, voormalig topman van HES. 

    Met zijn zwarte schoenen, zwarte broek, zwart overhemd en zwart brilmontuur ziet Rijsdijk er tegenwoordig gezonder en energieker uit dan op de foto’s die de kranten afdrukten naast de verhalen over de verkoop van zijn Interstevedoring aan HES. ‘Moet je die opgeblazen kop zien,’ roept hij geërgerd naar zijn 25 jaar jongere ik, als hij een dik plakboek met krantenknipsels opentrekt. Achter hem komt op een groot scherm het beursnieuws van RTL Z voorbij. Rijsdijk is nog altijd actief op de aandelenmarkt. ‘Ik moet twee ton per jaar maken om in dit huis te kunnen wonen. Dat heb ik nodig voor het noodzakelijke onderhoud, het schilderwerk, de tuin. Het afgelopen jaar was dat gelukkig geen probleem.’

    Aan tafel in zijn kantoor trekt Rijsdijk een dikke multomap naar zich toe. Alle officiële papieren met betrekking tot de verkoop van zijn bedrijf aan HES zitten erin. Oók de overeenkomst die hij bij de verkoop in 1991 moest ondertekenen, waarin hij moest beloven tien jaar lang in geen enkele Europese haven nog actief te zullen zijn. Honderd miljoen gulden kreeg hij voor zijn bedrijf en deze overeenkomst. ‘Een oprotpremie,’ noemt hij het. ‘Ik moest direct de creditcard en de auto van de zaak inleveren. Ik heb mijn personeel niet eens gedag mogen zeggen. Dat heeft me enorm geraakt.’

    Aan die oprotpremie ging een jarenlange concurrentieslag vooraf. In het kort: begin jaren 80 richt Jan Rijsdijk Interstevedoring op, een overslagbedrijf met drijvende kranen. Dit is deels uit nood geboren, omdat het Havenbedrijf geen grond aan hem kan of wil verhuren. Het is echter een gouden greep: de kranen van Interstevedoring blijken moderner en flexibeler inzetbaar dan het verouderde materiaal waar de HES-bedrijven mee werken. Jaar na jaar snoept Rijsdijk marktaandeel van de HES af. ‘“Jan, als jij zo doorgaat, dan maak je HES kapot. Dan staan er 1400 man op straat,” zei de directeur van het Havenbedrijf, die wilde dat ik de concurrentie zou staken. Dat ik daarvoor verantwoordelijk werd gemaakt, en niet HES zelf, dat bleef als een molensteen om mijn nek hangen.’

    Vier veldslagen

    Meermaals komt de concurrentieslag tot een kookpunt. Dat begint al in 1980, als Rijsdijk nog maar met één kraan in de haven actief is. ‘Ik werd een gevaar voor de gevestigde orde. Van der Vorm zei dat als ik nog een kraan zou bestellen, hij me kapot zou maken. Dat maakte me natuurlijk alleen maar fanatieker.’ 

    De strijd tussen Interstevedoring en HES verloopt in vier etappes: eerst probeert HES de klanten van Interstevedoring uit te kopen, dan volgt een poging tot kartelafspraken. Als dat niet werkt, breekt een tarievenoorlog uit, die uitmondt in de overname van Interstevedoring door HES. 

    De eerste veldslag vindt plaats in 1986, als HES de Rotterdamse terminal van agribulkgigant Bunge voor tientallen miljoenen overneemt. Interstevedoring deed meestal de overslag voor Bunge. ‘Van der Vorm riep tegen iedereen die het horen wilde: “Nou heb ik Jan Rijsdijk te pakken, hij is z’n belangrijkste klant kwijt.”’ Inmiddels kan Rijsdijk erom lachen: Bunge bleef hem ook na de overname namelijk gewoon werk toespelen. 

    Dit werkt dus niet, en daarom doet HES in 1987 een poging om de markt met Interstevedoring onderling te verdelen. Rijsdijk heeft de zeer gedetailleerde conceptovereenkomst die HES hem toestuurde nog altijd in zijn archief. Interstevedoring zou zijn marktaandeel mogen behouden, maar zou vijf jaar lang niet mogen uitbreiden. Als HES of Interstevedoring meer dan 5 procent boven het afgesproken marktaandeel zou verwerken, moest het een boete betalen. ‘Ze hebben me het mes op de keel gezet om deze prijsafspraken te maken,’ vertelt Rijsdijk. ‘Anders zouden ze me kapotmaken. Gelukkig krijg je tegenwoordig een boete voor dit soort kartelafspraken.’

    Rijsdijk wil niet tekenen, waarop een tarievenoorlog uitbreekt. Het is een beproefde tactiek van HES, vertelt Rijsdijk: ‘Als een concurrent te groot dreigt te worden, gaat HES gewoon onder de marktprijs zitten. Vanwege hun gigantische omvang kunnen ze dit lang volhouden. Dat doen ze nog steeds. Het gevolg is dat het hele middensegment uit de haven verdwenen is. Je hebt HES, dan een hele tijd niets, en dan een verzameling piepkleine spelertjes die met een enkel kraantje voor 60, 70 cent per ton een schip lossen. Dat zijn bizar lage tarieven. In mijn tijd losten we voor 7, soms 8 gulden per ton. Dit is een direct gevolg van de monopoliepositie van HES. Iedereen die te groot wordt, roken ze uit.’ Interstevedoring weet de prijzenslag echter vol te houden. Sterker: ‘we kregen er zelfs nog wat werk bij,’ stelt Rijsdijk. 

    'Wat een prrrrachtige deal hè,' bralden ze. Nou, Jantje Rijsdijk vond het geen prachtige deal

    Het lukt HES dus maar niet om Interstevedoring te verslaan. Daarom wordt eind jaren 80 het eindspel voorbereid: een overname. ‘De druk op mij werd gigantisch, vertelt Rijsdijk daar nu over. ‘Iedereen wilde van me af. Het Havenbedrijf, HES, de politiek, de FNV. Het werd me te veel.’ 

    En zo loopt Jan Rijsdijk op 24 september 1991 het kantoor van ABN Amro binnen om de overnamedeal te tekenen. ‘Ik voelde me vreselijk. Daar zaten ze allemaal aan een grote tafel. Advocaten, juristen, directieleden, de hele klerezooi. Allemaal aan de champagne. “Wat een prrrrachtige deal hè”, bralden ze. Nou, Jantje Rijsdijk vond het geen prachtige deal. Ik vond het een klotedag.’ HES heeft zijn monopolie terug. 

    Driemaal verkocht in drie decennia

    Desalniettemin balanceert HES dan op het randje van de afgrond. Naast de overname van Bunge en Interstevedoring heeft het bedrijf in 1990 met het kleinere graanoverslagbedrijd Grainwave nog een concurrent uitgekocht. In amper vijf jaar is zo bijna 200 miljoen uitgegeven, en die schuldenlast drukt zwaar op het overslagbedrijf. Er wordt aan de lopende band verlies geleden; in 1996 staat het bedrijf met een omzet van 158 miljoen gulden zelfs 64 miljoen in het rood. 

    Oliebaron Marcel van Poecke blijkt de drijvende kracht achter de overnamestrijd waarmee HES in Amerikaanse handen komt

    De ommekeer komt in 1997, als een consortium rondom Willem Cordia (ook een kunstverzamelaar overigens) een groot deel van de aandelen koopt, waarna Cordia zelf als commissaris in het bedrijf stapt. Deze ‘superhavenbaron’ komt op precies het goede moment: HES heeft net een serie pijnlijke reorganisaties afgerond waarbij in totaal bijna duizend van de 1300 arbeidsplaatsen verloren zijn gegaan. Tevens maakt Duitsland vlak nadat Cordia en de zijnen instappen bekend dat het na Nederland en België de steenkoolmijnen aan de oostzijde van de Limburgse grens gaat sluiten. De Duitse kolenproductie zakt dus in, maar de vraag blijft stijgen. Daarom gaan de Duitsers vanaf eind jaren 90 steeds meer steenkool via Rotterdam importeren. Dat betekent kassa voor HES, met zijn monopolie op de steenkooloverslag in de Rotterdamse haven. Waar het bedrijf in 1997 op een omzet van 150 miljoen gulden (68 miljoen euro) een verlies maakt van 16 miljoen gulden (7,3 miljoen euro), maakt de holding in 2013 – het laatste volledige jaar waarin Cordia en de zijnen eigenaar van HES zijn – op een omzet van 97,1 miljoen euro een winst van 24,3 miljoen. 

    Deze groei blijft niet onopgemerkt. In 2014 verschijnen Riverstone en Carlyle op het toneel, twee Amerikaanse private equity-fondsen. Oliebaron Marcel van Poecke (zie kader), die leiding geeft aan Carlyles energiefonds, blijkt de drijvende kracht achter de felle overnamestrijd, waarin de kleine aandeelhouders tegenover de groten komen te staan. Uiteindelijk nemen de Amerikanen HES voor 408 miljoen euro over. Dit betekent dat Cordia en de zijnen in zeventien jaar een fantastisch rendement van ruim 700 procent hebben behaald. Het betekent echter ook, dat HES van de beurs gehaald wordt. En het betekent dat HES, na meer dan honderd jaar, niet langer in Nederlandse handen is. 

    Kolen zijn over en uit

    Aan de strategie lijkt aanvankelijk niets te veranderen: HES verdedigt zijn monopolie in de haven en breidt die zelfs iets uit en de nieuwe eigenaren wekken de indruk dat ze zich voor langere tijd aan HES en de Rotterdamse haven willen binden. Uit een intern onderzoek dat in handen is van Follow The Money blijkt bijvoorbeeld dat de eigenaren onderzoeken of de personeelsbestanden van de verschillende overslagbedrijven samengevoegd kunnen worden. Dit mislukt, omdat CAO-afspraken dit grotendeels onmogelijk maken. 

    Inmiddels blijkt dat Riverstone en Carlyle op de achtergrond aan een heel andere strategie voor HES hebben gewerkt. Namelijk: het opdelen van de holding in hapklare brokken en deze aan de hoogste bieder verkopen. Onderdeel hiervan is dat de verschillende handelsstromen steeds meer gescheiden zijn. Waar de verschillende overslagbedrijven van HES voorheen allemaal een beetje agribulk en een beetje steenkool deden, is de agribulk de laatste tijd steeds meer bij EBS komen te liggen. Het steenkoolmonopolie daarentegen is in handen van EMO. Ook de olie-overslag is in aparte bedrijven ondergebracht en het kleine, verlieslatende RBT wordt de nek omgedraaid. De nieuwe strategie legt de eigenaren geen windeieren: De Telegraaf meldt dat HES nu tussen de een en twee miljard euro waard zou zijn. 

    Vanuit zijn landgoed houdt Jan Rijsdijk deze ontwikkelingen scherp in de gaten: ‘Kolen zijn over en uit. Het kabinet en de gemeente Rotterdam willen de kolencentrales zo snel mogelijk sluiten. Dat zal een enorme impact zal hebben op HES, en daarom zijn de huidige aandeelhouders momenteel bezig om delen af te stoten. Nog voordat de definitieve neergang inzet, verkopen ze de boel. Een nieuwe eigenaar moet dan de transitie van EMO gaan leiden, want als dat bedrijf niet transformeert, dan gaat het verdwijnen. Voor het personeel is dat een slechte zaak. Maar wat zou dat zo’n nieuwe eigenaar schelen? De hart en liefde voor de haven zijn wat dat betreft al een tijdje uit Rotterdam verdwenen.’

    Wie is Marcel van Poecke?

    Drijvende kracht achter de Amerikaanse overname van HES is Marcel van Poecke (1960). Dat wekt aanvankelijk bevreemding, aangezien HES groot is in de overslag van droge bulk, en Van Poecke groot werd in de olie. 

    Dat begint in 1993, als hij samen met een partner Petroplus opricht. Dat groeit uit tot Europa’s grootste onafhankelijke olieraffinaderij. In 2005 verkoopt hij zijn aandeel aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle (het lijkt er dus op dat hier de eerste contacten tussen Van Poecke en Carlyle al worden gelegd). 

    Van Poecke blijft actief in de olie. Met het geld dat hij met Petroplus verdient, richt hij investeringsmaatschappij AtlasInvest op. Hiermee zit hij in oliebedrijven zoals de North Sea Group, Oranje Nassau Energie en Argos Oil. Ondertussen richt Van Poecke binnen Carlyle een energiefonds op, waarin hij zelf gaat leidinggeven en waarin zijn AtlasInvest ook weer belangen heeft.

    Na een succesvolle carrière in de olie is Marcel van Poecke dus enigszins een nieuwkomer in de droge bulk- en steenkoolwereld, als ‘zijn’ energiefonds bij Carlyle samen met durfinvesteerder Riverstone in 2014 HES Beheer van de beurs haalt. Marcel van Poecke zelf treedt toe tot de Raad van Commissarissen van HES, niet veel later wordt zijn broer Paul van Poecke benoemd tot directeur Natte Bulk. Al snel blijkt dus wat de plannen van de Van Poeckes met HES zijn: snel groeien in de olieopslag in de Rotterdamse haven. In tegenstelling tot steenkool is dit namelijk nog wel een groeimarkt in het Rotterdamse. In de afgelopen twintig jaar vervijfvoudigde de overslag van olie er tot 90 miljoen ton. 

    De overname van HES is dan ook nauwelijks gecompleteerd, of er wordt al fors geïnvesteerd in Botlek Tank Terminal (BTT). Dat wordt volledig eigendom van HES en het mag zijn opslagcapaciteit ruim verdubbelen tot 467 duizend kubieke meter. Daarnaast kondigt HES in 2016 aan dat het een heel nieuwe olieterminal gaat bouwen, met een capaciteit van 1,3 miljoen ton. 

    Het is niet helemaal duidelijk wat de toekomst van deze olieprojecten is, nu HES in de verkoop staat. Worden ze ook verkocht? Of verkoopt HES al zijn overige activiteiten om ruimte te creëren voor investeringen in de oliesector? Wordt HES na 110 jaar plotseling een oliebedrijf? En wat is de toekomst van Van Poecke binnen HES?

    Lees verder Inklappen

    Duizend vragen: duidelijkheid nodig

    Deze hoge waardering is opvallend, aangezien de havensteden waar HES actief is juist van de steenkoolhandel af willen. De Amsterdamse haven wil per 2030 steenkoolvrij zijn. De Rotterdamse gemeenteraad roept op tot een kolenexit in lijn met Parijs. Bij de opening van de twee Rotterdamse kolencentrales in 2016 riep burgemeester Aboutaleb zelfs dat zijn stad zo snel mogelijk van ‘die smurrie’ af moet. Kabinet Rutte-III heeft zich voorgenomen om alle Nederlandse kolencentrales uiterlijk 2030 te sluiten, te beginnen met de Amsterdamse Hemweg-centrale, de belangrijkste klant van HES-bedrijf OBA Amsterdam. En in Duitsland, voor de steenkool van het Rotterdamse EMO de belangrijkste afzetmarkt, klinkt de roep om een Kohleausstieg steeds luider. De op handen zijnde nieuwe Große Koalition van CDU/CSU en SPD heeft al laten doorschemeren dat ze de uitstoot van broeikasgassen verder wil terugdringen.

    Wat er nu te koop staat is een monopoliepositie in een steenkoolmarkt die onherroepelijk op zijn retour lijkt

    Wat er nu dus te koop staat is een monopoliepositie in een steenkoolmarkt die onherroepelijk op zijn retour lijkt. Wie gaat hier instappen? Wat gaat dat betekenen voor de (politieke) voornemens in Amsterdam en Rotterdam om versneld afscheid te nemen van steenkool? Als een investeringsmaatschappij straks miljarden in steenkoolterminals steekt, hoe gaat het dan reageren als overheid en/of het Havenbedrijf de haven willen verduurzamen? Is een coöperatieve houding wel te verwachten als er miljarden geïnvesteerd zijn, of gaan de hakken in het zand? En hoeveel geld is er straks nog voor een sociaal plan voor de werknemers, mocht OBA straks omvallen? 

    Tegelijk zou het goed zijn als de politiek en de Amsterdamse en Rotterdamse Havenbedrijven duidelijk maken wat de nieuwe eigenaar van de steenkoolmonopolie nu eigenlijk kan verwachten. Goed, de Amsterdamse haven wil uiterlijk 2030 steenkoolvrij zijn, minister Wiebes wil de Hemwegcentrale sluiten en de gemeente Amsterdam wil graag dat er een gigantische woonwijk in het havengebied gebouwd wordt - maar wat betekent dat voor OBA Amsterdam? Wordt er bijvoorbeeld nagedacht over een afkoopsom voor dit bedrijf? Hoe hoog zal die dan zijn? In Rotterdam zou het ondertussen goed zijn als de wethouder laat weten hoe hij gevolg gaat geven aan de motie die oproept om een einde aan de steenkoolhandel te maken. Hoe en in welk tempo gaat EMO zich hierdoor moeten aanpassen?

    Natuurlijk zijn dit moeilijke vragen. Maar ze onbeantwoord laten brengt een groot risico met zich mee. Mocht een nieuwe eigenaar straks (te) veel betalen, dan dreigt een locked-in scenario waarbij overheid, havenbedrijf en steenkoolterminals elkaar in de houdgreep hebben, wat de transitie in de haven alleen maar zal vertragen. Duidelijkheid nu betekent minder schadelijke gevolgen voor de economie, de werknemers en het klimaat straks.

    Over de auteur

    Ties Joosten

    Gevolgd door 236 leden

    Journalist. Schrijver. Haven. Klimaat. Feyenoord. Soms wat hiphop. Voorheen hoofdredacteur van Blendle.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Klimaatverandering en de Rotterdamse haven

    Gevolgd door 241 leden

    20 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot komt uit de Rotterdamse haven. 20 procent! Nergens is de opgave om te verdu...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren