Dit is onze nieuwe munt (als het fout gaat met de euro)

    Tijdens de eurocrisis in 2011 hebben het Ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank in het geheim gewerkt aan een ‘Plan B’, mocht de euro uit elkaar vallen. Minister Dijsselbloem ontkende dat in zijn brief aan de Tweede Kamer, maar Edin Mujagic stuitte op het keiharde bewijs dat Nederland een nieuwe munt klaar heeft liggen. Hier lees je hoe dat in zijn werk ging.

    Tijdens het hoogtepunt van de eurocrisis in 2011 hebben het Ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank (DNB) uit voorzorg een plan gemaakt voor de herinvoering van een nieuwe Nederlandse munt. De kans dat de euro uit elkaar vallen was in die hete zomer en herfst al lang geen theoretische meer. Op de internationale financiële markten liep de spanning door de Griekse crisis hoog op. Toenmalig minister van Financiën Jan Kees de Jager bekende later dat een groep economen, juristen en andere experts regelmatig op vrijdagmiddag bij elkaar kwam aan de Korte Voorhout, het kantoor van het ministerie van Financiën. Daar werd in het diepste geheim gesproken over ‘het Plan B’ voor de euro. Zijn opvolger, Jeroen Dijsselbloem, bevestigde die lezing. 

    Internationaal overlegde Nederland nauw met Duitsland. Dat was volgens het ministerie het enige andere euroland dat überhaupt mee wilde denken over een noodplan. Een van de scenario’s was de invoering van een nieuwe munteenheid in Nederland, die de naam ‘Florijn’ zou hebben gekregen. De Duitsers werkten aan een vergelijkbaar scenario, een nationale munt die waarschijnlijk met de naam 'Neue Deutsche Mark' in omloop zou zijn gebracht. 

    Ironisch genoeg was het minister Dijsselbloem zelf die me sterkte in mijn ongeloof

    Dat er zo'n plan klaarlag is altijd ontkend door de verantwoordelijke bewindspersonen, ook al lag het wel degelijk voor de hand. Bewijs ervoor was er niet. ‘De voorbereidingen hadden niet een dusdanige vorm dat er een kant-en-klaar plan lag om weer een nationale munt in te voeren, laat staan dat er bijvoorbeeld al nieuwe guldenbiljetten gedrukt zouden zijn,’ schreef minister Dijsselbloem in zijn brief van 18 december aan de Tweede Kamer. Later herhaalde hij dat in zijn antwoord op een WOB-verzoek van weblog GeenStijl: ‘U heeft verzocht om een kopie van alle documenten betrekking hebbend op het plan om terug te keren naar de gulden. Als u daarmee doelt op een kant-en-klaar plan voor herinvoering van een nationale munt, moet ik u meedelen dat een dergelijk plan niet bestaat en ook nooit bestaan heeft.’ 

    Onwaarschijnlijk

    Ik heb de beweringen van Dijsselbloem altijd maar moeilijk kunnen geloven. Het leek me sterk dat een groep experts die regelmatig bij elkaar kwam om zoiets groots als een nieuwe munteenheid te bespreken daarvan niets op papier had gezet. Er moesten op zijn minst aantekeningen zijn gemaakt. 

    Ironisch genoeg was het minister Dijsselbloem zelf die me sterkte in mijn ongeloof. In de eerder genoemde brief naar de Tweede Kamer schrijft hij namelijk: ‘Enkele leden van uw Kamer merkten reeds op dat het onwenselijk is dat de scenarioschetsen zoals die zijn ontworpen tijdens de eurocrisis in detail openbaar gemaakt worden, mede door voorgenoemde aspecten. Ik kan wel het volgende toelichten: er is niet zozeer één scenario gemaakt, als wel een spectrum van mogelijkheden met als uiterste het uiteenvallen van de muntunie.’

    Dijsselbloem rept zelf over ‘scenarioschetsen die zijn ontworpen’ en ‘een spectrum van mogelijkheden’. Daarmee spreekt de minister zichzelf tegen, want nota bene in dezelfde brief kon de Kamer lezen dat er juist geen kant-en-klaar plan was gemaakt. Er moest — en moet — nog steeds een plan liggen om in geval van nood de euro te vervangen door een nieuwe munt.

    Noodbiljetten

    Er was nog een andere bewering van de minister die mij ongeloofwaardig leek: dat er geen nieuwe bankbiljetten waren gedrukt. In de eerste plaats omdat ik in mijn netwerk in de monetaire wereld al eerder het een en ander had opgevangen over noodbiljetten. Ik ben onder meer lid van een informele praatgroep op het gebied van monetaire economie. Die bestaat naast enkele economen uit hoge ambtenaren van verschillende ministeries en afdelingsleiders bij DNB. Enkele jaren geleden, na afloop van een bijeenkomst in hotel L’Europe in Amsterdam, sprak ik een ambtenaar van het ministerie van Financiën. Die liet zich ontvallen dat de volgens Dijsselbloem niet-bestaande plannen in werkelijkheid in een behoorlijk vergevorderd stadium waren, en dat er zelfs al bankbiljetten waren gedrukt.

    Bij de voormalige DNB-loods in Lelystad reden de waardetransport-busjes af en aan 

    Die noodbiljetten zouden zijn opgeslagen in de voormalige DNB-loods in Lelystad, dezelfde ruimte waar bij de invoering van de euro in 2002 oude guldens werden ingezameld. Een bevriende ondernemer in de buurt vertelde mij dat rond de tijd dat Den Haag plannen maakte voor het geval de euro zou sneuvelen, de waardetransport-busjes af en aan kwamen rijden. Het was er veel drukker dan normaal.

    Dan was er nog een reden om de bewering van Dijsselbloem in twijfel te trekken: deze was simpelweg niet logisch. Ik kon me geen scenario bedenken waarin de bij het klappen van de muntunie ongeldig geworden eurobiljetten vervangen zouden kunnen worden zonder nieuwe bankbiljetten — al was het maar tijdelijk. We moeten toch ergens mee kunnen betalen? Of zouden we in de tijd die het duurt om een nieuwe munteenheid te ontwerpen en in te voeren alleen giraal kunnen afrekenen? Dat leek me onwaarschijnlijk. Het was immers niet uit te sluiten dat de IT-systemen van de banken bij zo'n ingrijpende gebeurtenis te maken zouden krijgen met ongekende drukte en talloze storingen. De Nederlandse burger moet nog wel eten kunnen kopen, euro of niet. 

    Tot slot was er ook nog een historisch precedent. Tijdens mijn onderzoek voor een boek over de Nederlandse monetaire geschiedenis ontdekte ik namelijk dat De Nederlandsche Bank al vanaf de publicatie van de eerste serie guldens in 1814 naast de biljetten die in omloop waren altijd reservebiljetten achter de hand heeft gehouden. Van tijd tot tijd waren er daarnaast ook noodbiljetten, maar die zijn we eigenlijk alleen gebruikt in oorlogstijd. Het punt is dat er altijd reservebiljetten zijn geweest.

    Heel veel van die mooie guldenbiljetten zijn gedrukt en opgeslagen, maar nooit in omloop gebracht. Het waren immers reservebiljetten, en die heeft Nederland nog nooit hoeven inzetten. Hieronder ziet u een paar voorbeelden van dergelijke reservebiljetten. (Voor meer voorbeelden kan ik het schitterende boek van Jaap Bolton ‘Het Nederlandse bankbiljet 1814 – 2002’ van harte aanbevelen.)

    Smoking gun

    Mijn twijfels over Dijsselbloems stellige ontkenning van het bestaan van een alternatieve munt werden hierdoor alleen maar versterkt. Bij gebrek aan bewijs — ook die ambtenaar die me in L‘Europe vertelde over de al gedrukte bankbiljetten kon me niets laten zien — bleef het echter bij een vermoeden. Tot voor kort.

    Enkele weken geleden kreeg ik namelijk een brief van een inmiddels gepensioneerde ambtenaar van het ministerie van Financiën. Hij vertelde me dat hij mijn boek over de gulden had gelezen en besloten had contact met me op te nemen. Hij wilde, zo schreef hij, me een keer spreken over die noodplannen van eind 2011 en begin 2012; hij beweerde er zelf als ambtenaar bij betrokken te zijn geweest. Afgelopen week spraken we bij hem thuis af.

    Ik keek er naar uit om uit de eerste hand meer te horen over die plannen. Natuurlijk hoopte ik dat ik dat hij iets tastbaars zou laten zien, een bewijs dat zijn beweringen zou staven. Al waren het maar enkele aantekeningen, of een paar email-wisselingen. Wat dat betreft leverde de kennismaking meteen een koude douche op. Ja, er was destijds wel degelijk het nodige op papier gezet, maar hij kon me niets laten zien. Hij kon me wel veel vertellen over die bijeenkomsten.

    Strikt genomen had Dijsselbloem gelijk: er zijn in 2012 geen guldens gedrukt

    Hoewel zijn verhalen een fascinerend inkijkje boden in een bijzonder moment in onze monetaire geschiedenis, was het eerlijk gezegd een afknapper. Ik twijfdelde nu ook aan mezelf. Was het allemaal wel waar? Wat hij vertelde klonk plausibel, maar bewijzen had hij niet. Waar ik stiekem op had gehoopt, kwam er ook in dit gesprek niet: er was nog steeds geen smoking gun. Ik bedankte hem voor zijn tijd, maar eigenlijk was ik teleurgesteld. Ik zei dat ik het gevoel had niet veel verder te zijn gekomen; ik had nog steeds geen bewijs. 

    Soms valt in een gesprek een korte stilte die een eeuwigheid lijkt te duren. Ook nu. De gepensioneerde ambtenaar staarde me aan en stond ineens op. Zonder iets te zeggen liep hij naar zijn bureau en haalde uit de onderste la een klein envelopje. Zwijgend opende hij het. Er zat een bankbiljet in. Een biljet dat ik nog niet eerder had gezien. 

    Florijn

    Ik moet toegeven dat minister Dijsselbloem strikt genomen gelijk had toen hij zei dat er in 2012 geen guldens waren gedrukt. Het bankbiljet in de envelop van de gepensioneerde ambtenaar was namelijk geen guldenbiljet, maar een van 5 florijn. Het is gedrukt begin 2012 en zou in omloop zijn gekomen als de euro in 2012 was verdwenen.

    Het biljet is bij lange na niet zo mooi als de Nederlandse gulden-bankbiljetten die we hadden vóór de komst van de euro in 2002, maar het was dan ook bedoeld als een tijdelijk biljet. Het uiterlijk was bij de ontwerper duidelijk van ondergeschikt belang. Het biljet is gedrukt door Royal Joh. Enschedé, de drukker die sinds de eerste guldenbiljetten in 1814 alle Nederlandse bankbiljetten uit zijn persen heeft laten rollen. Naast het gebruikelijke watermerk, is het voorzien van een hologram.

    Voor mij was dit een zeer bijzonder en emotioneel moment. Alle uren die ik had geïnvesteerd in het onderzoeken en het schrijven van mijn boek over de gulden, waren de moeite ineens meer dan waard. Zonder die inspanning had ik deze man nooit ontmoet en had ik nooit een bankbiljet van 5 florijn in mijn handen gehad — en had ik nooit het bewijs gezien voor mijn vermoedens. Tegelijk was ik opgelucht. Nederland heeft een Plan B. Het heet 'florijn'. 

    Over de auteur

    Edin Mujagic

    Gevolgd door 134 leden

    Een onafhankelijke macro-econoom, spreker en publicist. Zijn nieuwste boek gaat over de Nederlandse monetaire geschiedenis.

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid