Dit landje domineert de wereldwijde melkmarkt

    Weinig prijzen schommelen zo heftig als de melkprijs. De reden daarvoor zit 'm in veel factoren, maar de opvallendste is wel dat één land aan de andere kant van de wereld een enorme invloed heeft: Nieuw-Zeeland. Hoe komt dat?

    Het rommelt in de zuivelindustrie. Een serie recente maatregelen – onder andere één waarbij de regering boeren 1200 euro per koe biedt om hun stallen leeg te ruimen – was voor ons aanleiding om langs te gaan bij een melkveehouderij in de Alkmaarse polder.  Aldaar trok één stellige opmerking onze aandacht: ‘Onze melkprijs? die wordt bepaald aan de andere kant van de wereld, in Nieuw-Zeeland.’

    Boeren zijn traditioneel de grootste ontvangers van Europese subsidies, maar ondanks constante schaalvergroting kunnen ze op de wereldmarkt maar moeilijk meekomen. Volgens deze boer heeft Nieuw-Zeeland dus een belangrijk aandeel in die hoge concurrentiedruk. Maar Nieuw-Zeeland is een eiland aan de andere kant van de wereld met zo’n 4,7 miljoen inwoners; het land staat eerder bekend om zijn schapen en hobbits dan zijn koeien. Hoe kunnen zij onze melkprijs nou bepalen?

    Overal koeien

    Wat blijkt: die schapenbevolking — 30 miljoen, ruim zes per inwoner — is niet de enige veestapel die enorm groot is voor zo’n klein land. Minder bekend is namelijk dat er ook zo’n vijf miljoen melkkoeien rondhuppelen op de grasrijke Nieuw-Zeelandse heuvels. Ter vergelijking: de laatste telling van het CBS noteerde 1,7 miljoen melkkoeien in Nederland. Recente maatregelen van de Nederlandse overheid — zoals die vergoeding van 1200 euro per afgemaakte koe — hebben het aantal nog iets verminderd.

    Toch lijkt het op het eerste gezicht onwaarschijnlijk dat één land echt zo’n impact heeft op de wereldwijde marktprijs voor melk. Nieuw-Zeeland produceert met 21,6 miljoen ton weliswaar meer melk dan Nederland, maar Nederland is weer onderdeel van het economische blok dat de Europese Unie heet. In vergelijking met de 153,1 miljoen ton melk die jaarlijks door de EU wordt geproduceerd, lijkt de impact van Nieuw-Zeeland mee te vallen.

    Nieuw-Zeeland exporteert echter bijna evenveel zuivel als alle 28 lidstaten van de Europese Unie (EU) – totale bevolking: zo’n 507 miljoen burgers – bij elkaar. Het overgrote deel van de melk die binnen de EU wordt geproduceerd is namelijk bestemd voor de nationale of Europese markt. Ook andere landen die veel zuivel produceren, zoals India, China en de VS, doen dit voor het overgrote deel voor de interne markt.

    In Nieuw-Zeeland is het een heel ander verhaal: volgens cijfers van de Dairy Companies Association of New Zealnd (DCANZ) is zo’n 95 procent van de zuivelproductie bedoeld voor de internationale markt. De zuivelexport is daarmee een belangrijke economische motor voor de kiwi’s: het vormt bijna een vijfde van de totale export van het land.

    "Nieuw-Zeeland exporteert bijna evenveel zuivel als alle 28 lidstaten van de EU bij elkaar."

    Die vijf miljoen koeien maken de Nieuw-Zeelandse zuivelindustrie dus wel degelijk een grote speler; de stelling van de boer uit de Alkmaarse polder lijkt niet geheel uit de lucht gegrepen.

    Grote speler

    Daar komt ook nog eens bij dat al die geëxporteerde melk voor het overgrote deel afkomstig is van één enkel bedrijf: Fonterra, met een omzet van ruim elf miljard euro ‘s werelds vijfde zuivelproducent. Dit ene bedrijf is goed voor 92 procent van de Nieuw-Zeelandse uitvoer van zuivel; volgens de eigen website heeft Fonterra een leidende positie in Oceanië, Azië, Afrika, het Midden-Oosten en Latijns Amerika. Geen kleine marktjes. Het bedrijf is zelfs iets groter dan onze ‘eigen’ zuivelreus FrieslandCampina.

    Maar hoe wordt één bedrijf zo dominant? De oorzaak hiervan is te vinden in de hervormingen en marktveranderingen in de Nieuw-Zeelandse zuivelindustrie sinds de jaren tachtig. In economisch opzicht zijn de hervormingen een succesverhaal: als gevolg van een begrotingstekort zette de Nieuw-Zeelandse regering in 1984 de landbouwsubsidies vrijwel volledig stop. ‘Boeren zijn daardoor gaan produceren wat echt gevraagd wordt door de markt,’ aldus een oud-lid van het Nieuw-Zeelandse parlement vorig jaar tegen The Daily Signal. Daaraan voegde hij toe: ‘boeren produceren nu 2200 verschillende producten ten opzichte van 35 voor de hervormingen. [Ze] zijn juist innovatiever geworden.’

    Tegelijkertijd joeg de concurrentiedruk in de zuivelsector schaalvergroting aan. Steeds meer bedrijven werden samengevoegd, tot in 2001 het lange fusieproces werd voltooid met de samenvoeging van Kiwi Dairies en de New Zealand Dairy Group. Wat overbleef was de Fonterra Co-operative Group, een coöperatie van 10.500 boeren die ruim 90 procent van de Nieuw-Zeelandse zuivelmarkt in handen kreeg. Om te voorkomen dat de concurrentie helemaal verloren ging, werd vastgelegd dat de aangesloten boeren 20 procent van hun productie vrij aan anderen bedrijven mochten verkopen en dat Fonterra al de aangeboden melk moest aannemen.

    De gevolgen bleven niet uit. Dankzij schaalvergroting en innovatie nam de productie van melk over vier decennia gigantisch toe, van 5,2 miljoen ton midden jaren zeventig naar 21,6 miljoen ton in 2016. En ook zonder subsidies weten de Nieuw-Zeelandse boeren structureel een (veel) lagere prijs per kilogram melk te realiseren dan hun Europese collega’s — vooral nu de EU nu geen quota meer heeft, subsidies af lijken te nemen en er een milieubeschermend fosfaatplafond is ingesteld.

    De prijzen voor Europese, Amerikaanse en Nieuw-Zeelandse melk. Bron: Europese Commissie

    Er is nog een reden: Nieuw-Zeeland ligt op het zuidelijk halfrond en is daar veruit de grootste zuivelproducent. Als het hier winter is, is het daar zomer; het gevolg is dat terwijl de Europese, Russische en Noord-Amerikaanse koeien op stal staan, de Nieuw-Zeelandse zuivelproductie op volle toeren draait. De vraag naar kwalitatief goede melkproducten blijft het hele jaar onverminderd groot. In die Noordelijke wintermaanden is Nieuw-Zeeland dus heer en meester op de wereldmarkt.

    De productieseizoenen in de VS, EU en Nieuw-Zeeland. Bron: CLAL

    En Nederland dan?

    Nederland is binnen de EU de vierde zuivelproducent, en een van de weinige EU-landen met een zuiveloverschot – Nederland heeft het op één na grootste: slechts 35 procent van de Nederlandse melkplas is bestemd voor eigen gebruik. Wat overblijft gaat voor het grootste deel — zo’n 45 procent van de productie — naar de interne markt van de EU. Slechts 20 procent is bestemd voor de wereldmarkt. Op die wereldmarkt moeten de Nederlandse boeren concurreren met de goedkope melk van Fonterra. Belangrijke mondiale groeimarkten als China worden daardoor gedomineerd door de Nieuw-Zeelanders.

    Onze boeren zijn zich blijkbaar bewust van de concurrentiekracht van de Nieuw-Zeelandse zuivelindustrie. Om te zeggen dat de melkprijs wordt bepaald in Nieuw-Zeeland gaat vanwege de grote afzet op de eigen markt en de protectionistische maatregelen van de EU wat ver, maar de enorme (goedkope) Nieuw-Zeelandse melkplas heeft wel degelijk invloed op onze melkprijs.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Yourick Untied

    Politicoloog gespecialiseerd in politieke economie en voeding.

    Volg Yourick Untied
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren