© ANP JERRY LAMPEN

  • Zou dat zo moeten zijn? Waarom?
  • midd

Follow The Money achterhaalt welke 200 bedrijven grootverbruiker van Gronings gas zijn. Minister Wiebes wil dat ze overstappen, maar dat zal lang niet overal lukken.

Vorige maand viel bij zo’n tweehonderd bedrijven plotseling een brief op de mat. Afzender: Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat. Onderwerp: uitfasering van het Groningengas. Directe aanleiding: de zwaarste aardbeving in Groningen in jaren. 

In de brief roept minister Wiebes de bedrijven op om zo snel mogelijk ‘in gesprek’ te gaan over de uitfasering en daarin ‘een constructieve houding’ aan te nemen. De uitkomst van het gesprek staat echter al vast: de uitfasering is volgens de minister ‘onontkoombaar’: geen enkele grootverbruiker mag na 2022, over vier jaar dus, nog gas uit Groningen gebruiken. 

Opvallend: slechts achttien van de gasverbruikers staan in Groningen

De ruim tweehonderd bedrijven die de brief ontvingen gebruiken gezamenlijk zo’n 5,5 miljard kubieke meter Gronings aardgas per jaar, ongeveer een kwart van de 21,6 miljard kubieke meter die de NAM momenteel per jaar oppompt. Het Staatstoezicht Op De Mijnen (SODM) kwam twee weken geleden overigens met het advies om dit productieplafond sterk te verlagen tot maximaal 12 miljard kubieke meter per jaar, om zo de kans op gevaarlijke aardbevingen in de regio sterk terug te dringen.

Het ministerie wilde niet openbaren welke bedrijven de brief ontvangen hebben, maar Follow The Money kreeg toch de lijst met grootverbruikers in handen. Opvallend: slechts achttien van hen staan in Groningen, met name in het havengebied rondom Delfzijl. In totaal staat ruim 83 procent van de grootgebruikers van Gronings aardgas buiten de drie noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Dit roept de vraag op in hoeverre Noord-Nederland zelf heeft geprofiteerd van de aardgasbel onder de voeten. 
 

Steenfabrieken kunnen niet zomaar overstappen

Een aantal industrieën valt op in de lijst. Zo blijken er maar liefst 27 fabrikanten van baksteen en dakpannen (bruin op bovenstaande kaart) grootgebruiker van aardgas te zijn, de meeste langs de Rijn en de Waal bij Nijmegen. In deze sector, met tweeduizend werknemers en een totale omzet van een half miljard euro, wordt volgens branchevereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek (KNB) jaarlijks ongeveer 170 miljoen kubieke meter aardgas verbruikt. Directeur Ewald van Hal geeft aan dat zijn sector graag het gesprek met het ministerie aangaat, maar dat de mogelijkheden om van gas af te raken beperkt zijn: ‘Gas is bij ons niet alleen een brandstof, maar ook een grondstof. Bouwkeramiek zoals baksteen is namelijk het resultaat van een mineralogisch transformatieproces, waarbij de rivierklei een reactie aangaat met de koolstofatomen uit een fossiele brandstof. Met de huidige stand van de techniek is elektrificeren of op waterstof overstappen op korte termijn daarom geen optie.'
 
Hoogcalorisch gas (zie hieronder) dat niet uit Groningen komt zou wel de benodigde koolstofatomen leveren en dus is de wil om deze transitie te maken bij de industrie aanwezig, geeft Van Hal aan. Toch vreest hij dat een dergelijke overstap lastig zal worden: ‘Daarvoor moeten grote aanpassingen in het gasnetwerk gedaan worden voor relatief kleine fabrieken, die bovendien in de moeilijk bereikbare en kwetsbare Natura 2000-uiterwaarden liggen. Alles is mogelijk, maar ik denk dat dit een kostbare oplossing zal zijn.’

Op korte termijn zijn er vooral mogelijkheden in het efficiënter omgaan met energie

Op korte termijn zijn er daarom vooral mogelijkheden in het efficiënter omgaan met energie. Een nieuwe techniek wordt bijvoorbeeld geleverd door de warmtewisselaars van het bedrijf Heat Matrix. De CEO van dit bedrijf legt uit: ‘In onze polymeer warmtewisselaar stromen hete rookgassen, die ontstaan in de oven waar bakstenen in gebakken worden, langs koude lucht, die daardoor opwarmt. De nieuwe, hete lucht kan in de fabriek weer worden gebruikt voor het droogproces, waardoor daar minder energie nodig is. De afgelopen maanden hebben we een proef gedaan bij een steenfabriek in de Betuwe. Bij implementatie op volledige schaal verwachten wij dat de klant tot 5 procent aan energie kan besparen.’ 

De KNB juicht dit initiatief toe, maar waarschuwt voor te hoge verwachtingen: ‘Al sinds de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie uit 1992 zoeken wij naar mogelijkheden om zuiniger met energie om te gaan. Daar blijven wij aan schaven, maar ik verwacht niet dat we op korte termijn nog heel grote slagen kunnen maken. Het laaghangende fruit is inmiddels echt wel geplukt.’

Een andere opvallende aanwezige in de lijst is de papier- en verpakkingsmaterialenindustrie (geel op de kaart). Maar liefst 22 bedrijven zijn in deze sector actief. Gezamenlijk hadden zij in 2016 een omzet van ruim 1,6 miljard euro, waarbij aan ruim 3800 mensen een baan werd geboden. In tegenstelling tot de KNB wil de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Papier- en kartonfabrieken (VNP) niet reageren op vragen over het Groningse gasverbruik en de mogelijkheden om hier vanaf te stappen. Een woordvoerder: ‘Op dit moment vinden we het niet verstandig op de brief van Wiebes te reageren.’


De Rotterdamse haven: groot gasverbruiker, toch niet op de kaart

Aardgas wordt doorgaans opgedeeld in twee groepen: laagcalorisch gas en hoogcalorisch gas (L-gas en H-gas). De calorische waarde wordt bepaald door de hoeveelheid energie die 1 kubieke meter aardgas bevat. Gronings gas is laagcalorisch en daarom zijn Nederlandse huishoudelijke apparaten op dit type gas afgestemd. Later werd in kleinere velden, met name op de Noordzee, hoogcalorisch gas gevonden. Door hieraan stikstof toe te voegen kan dit geschikt gemaakt worden voor huishoudelijke apparatuur. 

Veel grote fabrieken, waaronder elektriciteitscentrales en raffinaderijen, gebruiken echter liever direct het H-gas. Deze industrieën vind je met name in het Rotterdamse havengebied terug – bijna driekwart van de grootverbruikers van H-gas hebben hier hun locatie.

Naast de al genoemde kleine Noordzee-velden wordt de bulk van het H-gas dat Nederland gebruikt geïmporteerd vanuit Noorwegen (18 miljard kuub in 2015, volgens de recentste cijfers) en Rusland (8 miljard kuub in 2015). Met name de import vanuit Rusland neemt sterk toe: in vijf jaar tijd verdubbelde die. Dit heeft onder meer te maken met de ‘gasrotonde-strategie’, waarbij Nederland reeds miljarden investeerde om de distributeur van gas in Noordwest-Europa te worden en waarin het gasnetwerk dat voor het Groningse gas werd aangelegd een centrale rol speelt. 

De voornamelijk Rotterdamse H-gas-gebruikers verstoken dus geen gas uit het Groninger veld en ontvingen om die reden ook geen brief van minister Wiebes. Maar hun gasverbruik heeft natuurlijk wel degelijk invloed op de mogelijkheden van andere industrieën om hun L-gasgebruik af te bouwen. Al was het maar omdat een overstap op H-gas de afhankelijkheid van Rusland verder vergroot. 

Moeilijke vragen

De brief van Wiebes maakt duidelijk dat de Nederland snel een aantal belangrijke beslissingen moet gaan nemen. Zijn we bijvoorbeeld bereid om de beeldbepalende baksteenindustrie in het oosten van Nederland op te offeren om zo gas te besparen? Of gaan we fors investeren in een alternatief H-gasnetwerk voor deze steenfabrieken? Wie gaat dat dan betalen? En wat vinden we eigenlijk van de toenemende afhankelijkheid van Rusland die dit met zich brengt? En – als we dan toch moeilijke vragen aan het stellen zijn – hoe zorgen we ervoor dat de Groningers van deze energietransitie wel een beetje meeprofiteren?

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Ties Joosten

Gevolgd door 902 leden

Journalist. Schrijver. Haven. Klimaat. Feyenoord. Soms wat hiphop. Voorheen hoofdredacteur van Blendle.

Volg Ties Joosten
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Aardgas in Groningen

Gevolgd door 658 leden

Naar aanleiding van tips van lezers is Follow the Money gedoken in de ondoorzichtige wereld van de Groningse gaswinning en de...

Volg dossier