© JanJaap Rypkema

Dochter van Rabobank is doelwit in strafrechtelijk onderzoek naar belastingfraude

  • aan dividendbelasting terug te vorderen i.p.v. dividend.

In het onderzoek van de Duitse justitie naar de omstreden CumEx-handel spelen banken een belangrijke rol. Een daarvan is het Zwitserse Sarasin. Die bank stond op het punt om bijna 500 miljoen euro onrechtmatig op te halen bij de Duitse fiscus. Gedurende de jaren dat Sarasin zich bezighield met de CumEx-handel, was de bank in handen van de Nederlandse Rabobank. In die periode ging er nog veel meer mis. Dit blijkt uit het onderzoek van het internationale journalistieke samenwerkingsproject The CumEx Files, waarvan Follow The Money deel uitmaakt.

Tien december 2010. Om twee uur ’s middags nemen twee heren plaats aan een tafel in restaurant Parkhuus, onderdeel van het chique Hyatt-hotel in Zürich. Ze hebben goed zicht op de open keuken met de grote houtoven in het midden. Het restaurant is beroemd: chefkok Frank Widmer heeft meerdere culinaire prijzen gewonnen.

Veel aandacht voor het eten hebben de twee niet: ze hebben vooral oog voor de documenten op een opengeslagen laptop. De laptop is meegebracht door Kai Henke, senior medewerker bij Bank Sarasin & Cie, een van de oudste private banken van Zwitserland. Grootaandeelhouder van deze statige bank is op dat moment de Rabobank. Henkes tafelgenoot is Marcel Maschmeyer, de oudste zoon van de Duitse zakenman en investeerder Carsten Maschmeyer. Pa Maschmeyer is in Duitsland bekend als jurylid in het tv-programma Die Höhle der Löwen (in Nederland bekend als Dragon’s Den), waarin beginnende ondernemers hun businessplan presenteren. Hij is een van de vele Duitse multimiljonairs die om fiscale redenen zijn uitgeweken naar het Alpenland. Het Duitse weekblad Die Zeit schat zijn vermogen eind 2010 op 650 miljoen euro. In september 2010 opende Maschmeyer eerst een privérekening bij Sarasin, kort daarna tevens een zakelijke rekening. Rond diezelfde tijd weet Sarasin ook andere, zeer vermogende, Duitsers als klant aan te trekken.

Als de bank iets ‘etwas richtig Geiles’ had, moesten ze hem vooral bellen

Maschmeyer heeft de bankiers van Sarasin eerder verteld dat hij de beleggingsproducten van Zwitserse banken eigenlijk ‘te saai’ vindt, maar als ze ‘etwas richtig Geiles’ hadden, moesten ze hem vooral bellen. En dat telefoontje was kort voor dat etentje in Parkhuus gekomen: het was nota bene Eric Sarasin zelf geweest die belde, de plaatsvervangend topman en telg van de familie die de bank ooit oprichtte. Eric Sarasin wilde weten of Maschmeyer belangstelling heeft voor een profijtelijk aandelenfonds; zo ja, dan moest hij maar eens met Henke praten.

Maschmeyer stuurt zijn zoon naar de ontmoeting met Henke. Die is net terug uit Londen, waar hij economie heeft gestudeerd. Henke legt Marcel uit dat het een product betreft met een rendement van tussen de tien en twaalf procent; een rendement dat ontstaat door de stijgende koers van de aandelen en het hoge dividend. Niet gek in deze tijd van crisis en dalende rentes. Henke wil van Marcel weten of zijn vader 70 miljoen euro wil investeren. Marcel zegt dat hij het voorstel met zijn vader zal bespreken.

Twee dagen na het diner krijgt Henke een sms van Marcel: zijn vader wil 40 miljoen euro investeren. Weer twee dagen later mailt Henke een bevestiging van de investering in een Luxemburgs fonds met de naam Sheridan SIVAC-FIS Global Equity Arbitrage Fund. Sarasin en Maschmeyer zijn allebei dik tevreden: met deze investering verwachten beide partijen een flink rendement te maken.

Maar dat zal er nooit komen. De investering eindigt in een nachtmerrie, voor zowel de investeerder als de bank.

Invallen bij Sarasin

Bijna vier jaar later. Op donderdag 23 oktober 2014 valt een klein leger Zwitserse opsporingsambtenaren in alle vroegte woningen en kantoren van bankiers en advocaten binnen. Een van hun doelwitten is het kantoor van Sarasin in Zürich. Ook het hoofdkantoor in Basel krijgt justitieel bezoek. Arrestaties worden niet verricht: de ambtenaren richten zich in de eerste plaats op documenten, die op usb-sticks, op computers en in diepe ladekasten zijn opgeslagen.

De invallen in Zwitserland staan niet op zich. Ze worden uitgevoerd op verzoek van de Duitse justitie, die op hetzelfde moment ook het Sarasin-filiaal in Frankfurt doorzoekt. Dat justitie-ambtenaren een Zwitserse bank binnenvallen, is heel bijzonder. In het gesloten land met zijn zo belangrijke banken is het gebruikelijk dat onderzoekers een bank eerst vriendelijk opbellen en vervolgens een lijstje sturen met de documenten die ze graag willen inzien.

De opsporingsambtenaren zoeken doelgericht naar de documenten die Brorhilker op haar inventaris heeft staan

Maar deze zaak is anders. De Keulse officier van justitie, Anne Brorhilker, heeft dertig mensen op de korrel. Ze verdenkt ze van zogeheten CumEx-handel, een ingenieuze fraude die er simpel gezegd op neerkomt dat financiële instellingen als banken en brokers bij een belastingdienst twee keer (of zelfs vaker) dividendbelasting terugvragen, terwijl die hooguit een keer is betaald. Met deze CumEx-handel, een vorm van dividendstrippen, zijn de Europese belastingdiensten – en dus de Europese burgers – voor vele miljarden gedupeerd. De fondsen waarin de door Sarasin geworven rijke Duitsers hadden geïnvesteerd stonden op het punt om bijna 500 miljoen euro aan dividend bij de Duitse fiscus terug te vorderen. Doordat de fraude op tijd werd ontdekt, werden de honderden miljoenen niet uitbetaald.

De Duitse officier van justitie weet precies wat ze doet: bij de invallen zoeken de opsporingsambtenaren doelgericht naar de documenten die Brorhilker op haar inventaris heeft staan. Brorhilker is onder meer ingelicht door Carsten Maschmeyer. Die verkeert sinds medio 2012 op voet van oorlog met de bank, nadat hij ontdekte dat hij naar zijn investering kon fluiten. Zijn investering bleek afhankelijk te zijn van de bereidheid van de Duitse fiscus om dividendbelasting terug te geven. En de fiscus is daartoe niet bereid, omdat de terugvraag mogelijk frauduleus was. De miljonair was eind 2014 een civiele zaak tegen Sarasin begonnen, nadat hij eerder dat jaar al strafrechtelijk aangifte tegen de bank gedaan. Maschmeyer was bovendien niet de enige, zou later blijken.

Sarasin blijkt in handen te zijn van de Rabobank

De invallen bij Sarasin zijn groot nieuws in Duitsland en Zwitserland. Ook de Engelstalige financiële media besteden er uitgebreid aandacht aan. Maar persbureau Reuters legt als enige de link met een andere bekende bank: de Rabobank. Want hoewel de Rabobank begin 2012 al haar aandelen in Sarasin heeft verkocht aan de Braziliaanse Safra Group, was Sarasin voor die verkoop een dochter van de Rabobank. De Nederlanders waren niet alleen grootaandeelhouder: met 69 procent van het stemrecht had de Rabobank het feitelijk voor het zeggen bij de Zwitserse bank.

In 2002 kocht de Rabobank via haar dochter IPB Holding 28 procent van de aandelen Sarasin. Bij die aankoop werd tevens vastgelegd dat de Rabobank het recht had om meer aandelen te kopen. Dat gebeurde ook, in januari 2007: toen breidde de Rabobank haar belang uit tot 46,1 procent. De Rabobank is ook om een andere reden belangrijk voor Sarasin. Op dat moment heeft de Nederlandse bank met een AAA-status, de hoogste rating die een bank maar kan hebben. Dat betekent dat Sarasin nu makkelijker en goedkoper kan lenen bij andere banken.

Sarasin werd opgericht in 1841. De bank groeide uit tot een van de meest prestigieuze private banken in Zwitserland. Hier bankierden mensen met ‘oud geld’. Op het hoofdkantoor in Utrecht zien de Rabo-bankiers de Zwitsers om die reden als een prachtige partner om hun private banking-activiteiten te verstevigen. Die hele afdeling verhuist vervolgens naar Zwitserland. In haar jaarverslag van 2002 omschrijft de Rabobank de deal met Sarasin als een alliantie die ‘past in de strategie van de Rabobank om haar positie in het buitenland te versterken’.

Vragen over Sarasin, de invallen door de Zwitserse autoriteiten en de vermeende belastingfraude wil de Rabobank nu niet beantwoorden. ‘We hebben die dochter in 2012 verkocht en we doen geen woordvoering over een bedrijf dat niet van ons is. Dat zou vreemd zijn,’ zegt een woordvoerder tegen FTM.

Met deze zwaargewichten als toezichthouder laat de Rabobank zien dat het haar menens is met haar dochter Sarasin

Dat is jammer. Want zowel uit het strafdossier van de Duitse justitie (dat in handen is van het internationale consortium van journalisten waarvan ook FTM deel uitmaakt) als uit de jaarverslagen van Sarasin en de Rabobank, blijkt dat de band zeker vanaf april 2007, wanneer de Rabobank grootaandeelhouder wordt, zeer nauw is. In januari 2007 treden Rabo-kopstukken Rik baron van Slingelandt en Thomas van Rijckevorsel toe tot de achtkoppige Board of Directors (raad van commissarissen) van Sarasin. Van Slingelandt was van 1996 tot 2006 lid van de raad van bestuur van de Rabobank, Van Rijckevorsel leidde in de periode 2004-2008 de divisie Particulieren en was eerder directeur International Private Banking.

Begin 2009 treedt zelfs een derde ‘Utrechter’ toe tot de rvc van Sarasin: Pim Mol. Later treden Bert Heemskerk (van 2003 tot 2009 ceo van de Rabobank) en Sipko Schat (toenmalig lid van de raad van bestuur van de Rabobank), toe tot Sarasins rvc; ze nemen het stokje over van Rik van Slingelandt en Thomas van Rijckevorsel. Hoewel de Rabobank nu geen commentaar wil leveren, meldt een woordvoerder wel dat deze ‘Rabomensen’ geen uitvoerende verantwoordelijkheden in de rvc van Sarasin hebben gehad.

Met deze zwaargewichten als toezichthouder laat de Rabobank zien dat het haar menens is met haar dochter Sarasin. De grotere rol van de Rabobank wordt enthousiast begroet door Georg F. Krayer, voorzitter van de rvc van Sarasin. In het jaarverslag van 2007 meldt hij dat Sarasin met vreugde kennis heeft genomen van het feit dat Rabobank de strategie van de Zwitsers ‘vollumfänglich mitträgt’.

De werkwijze van Sarasin krijgt in de loop van 2010 criminele trekjes. Dat stelt althans de Duitse justitie, die in 2011 een groot onderzoek start naar zakenbanken en andere financiële bedrijven die druk doende zijn om bij de Duitse belastingdienst de ingehouden dividendbelasting twee keer, of zelfs vaker, terug te vorderen. Een van de banken die de Duitse justitie op de korrel neemt: de Zwitserse bank Sarasin.

De dubbele petten van Sarasin en haar adviseurs

Op 4 juni 2007, enkele maanden nadat Rabobank 46,1 procent van de aandelen heeft verworven, sluit Sarasin een overeenkomst met OAK Asset Management ltd van Hanno Berger, zoon van een dominee en een van de topfiscalisten van Duitsland. OAK is officieel gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Hanno Berger is een van de hoofdverdachten in het strafrechtelijk onderzoek van de Duitse officier Anne Brorhilker. Om aan zijn arrestatie te ontkomen, vluchtte hij naar Zwitserland.

Kort na sluiting van de overeenkomst tussen Sarasin en OAK komt een stroom op gang van wat de Duitse justitie omschrijft als ‘Scheinrechnungen’: neprekeningen. Van 2007 tot en met 2010 stuurt Sarasin voor in totaal 22,7 miljoen euro aan rekeningen naar de Hamburgse bank M.M. Warburg & Co. Zodra het geld uit Hamburg binnenkomt, sluist Sarasin het weer door naar de rekening van OAK op de Britse Maagdeneilanden. Justitie spreekt van neprekeningen, want niet Sarasin zelf, maar Berger en een collega van hem hebben diensten voor Warburg verricht. Die diensten bestaan onder andere uit adviezen over CumEx-transacties; transacties waarbij Sarasin aanvankelijk alleen op afstand betrokken is.

Maar dat verandert in het voorjaar van 2009. Uit interne documenten van Sarasin blijkt dat binnen de afdeling Private Banking wordt gebrainstormd hoe klanten uit de ‘focusmarkten’ Duitsland, Nederland en Zwitserland, mensen als Carsten Maschmeyer dus, beter kunnen worden bediend. Tijdens een workshop een jaar later wordt besloten om voor vermogende klanten ‘Spezial(steuer)strukturen’ op te zetten. Met andere woorden: Sarasin bedenkt hoe de belastingwetten en -regels van diverse landen kunnen worden ingezet om het ingelegde geld te vermeerderen.

Het is het begin van ‘Projekt Gipfelsturm’: de ‘bestorming van de bergtop’.

Op 16 juni 2011 komen negen topbankiers van Sarasin bijeen. Doel: Project Gipfelsturm verder vormgeven. Onder de negen bevinden zich de topman van de afdeling Private Banking, het hoofd van de Juridische Dienst, het hoofd van de afdeling Belasting en het hoofd van de afdeling ‘Private Solutions’. Ze stellen die dag een dertig pagina’s tellend memo op dat naar de raad van bestuur gaat, die het plan al in het najaar van 2010 in grote lijnen heeft goedgekeurd.

Ondanks die waarschuwende woorden gaat de RvB akkoord, zo blijkt uit het Duitse strafdossier. Dat komt de bank duur te staan

In Project Gipfelsturm werken de Sarasin-bankiers nauw met topfiscalist Hanno Berger samen aan de verdere uitbouw van hun ‘Steueroptimierte Strukturen und Produkte’, waaronder CumEx-transacties. Voor zulke transacties moeten speciale buitenlandse fondsen worden opgezet, net zo’n fonds als waarvoor in december 2010 de Duitse investeerder Maschmeyer werd benaderd. Uit het memo blijkt dat de topbankiers zich terdege bewust zijn van de risico’s. ‘Stel dat zo’n fonds verliest lijdt, dan kan de klant de bank verwijten dat wij hem er niet op hebben gewezen dat de ‘Legal Advisor’ op grond vanwege zijn nauwe betrokkenheid bij het fonds niet tot een objectieve beoordeling in staat is geweest.’

Een cruciale zin. Want die ‘Legal Advisor’ is fiscalist Berger. Zijn advocatenkantoor adviseert Duitse klanten om via Sarasin geld te steken in Luxemburgse fondsen waarbij OAK (eigendom van Berger) zelf is betrokken. In het memo staat: ‘Berger heeft een financieel belang bij de door hem geadviseerde fiscale beleggingsproducten.’ Berger heeft een dubbele pet op, en de top van de bank weet dat.

Maar er is nog een gevaar. De bank loopt kans dat dat de Zwitserse of een buitenlandse belastingdienst moeilijk gaat doen. Niet alleen tegenover de bank maar ook tegen de investeerders, de klanten die het geld moeten inbrengen om transacties zoals CumEx te kunnen financieren. De bankiers adviseren hun raad van bestuur om in de voortgang van het project deze risico’s goed te overwegen en de gang van zaken streng te bewaken. Ondanks die waarschuwende woorden gaat de raad van bestuur akkoord, zo blijkt uit het Duitse strafdossier. Dat komt de bank duur te staan.

Chantage

Inmiddels heeft Sarasin ook een uiterst concreet probleem. Op 14 april 2011 krijgt Kai Henke, de bankmedewerker die Maschmeyer wist over te halen om voor miljoenen te investeren, een mail van ene Jürgen A. Schmidt. Dezelfde mail blijkt naar fiscalist Berger verstuurd te zijn. Schmidt eist van beide heren 1,5 miljoen euro als ‘bemiddelingsprovisie’ voor het aanbrengen van een Duitse klant, die 30 miljoen euro heeft geinvesteerd in CumEx-transacties. Als Henke en Berger hem niet betalen, dreigt Schmidt, zal hij niet alleen de Duitse Belastingdienst en de Duitse toezichthouder maar ook Sarasins raad van commissarissen tot in detail inlichten over de CumEx-handel van de bank.

Uit documenten van het Duitse Openbaar Ministerie blijkt dat Rabo-dochter Sarasin geen aangifte doet van de afpersing, maar na intern beraad toegeeft aan de chantage. De bank sluit een vertrouwelijkheids- en schikkingsovereenkomst met Schmidt. Op voorwaarde dat Schmidt zijn mond houdt, betaalt Sarasin hem 1,2 miljoen euro.

Maar het allergrootste probleem op korte termijn vormen de eigen klanten: die zijn buitengewoon ontevreden.

Maschmeyer laat niet los

Een van hen is de Duitse zakenman en investeerder Carsten Maschmeyer. Op 24 november 2016 doet hij voor de enquêtecommissie van het Duitse Bondsparlement, die zich over de CumEx-fraude buigt, zijn relaas uit de doeken.

In 2012 informeert Maschmeyer bij Sarasin hoe het met zijn investering is gesteld. Sarasin kan niet uitbetalen, de Duitse belastingdienst vertrouwt de terugvorderingen immers niet. Maschmeyer krijgt derhalve te horen dat bijna de helft van zijn inleg weg is. ‘Op mijn vragen waar het geld is gebleven en wanneer ik het zou terugkrijgen, kreeg ik slechts ontwijkende antwoorden.’ Najaar 2012 – de Rabobank heeft Sarasin dan net verkocht aan de Braziliaanse Safra Group – hoort Maschmeyer naar eigen zeggen voor het eerst dat hij geld heeft gestoken in een fonds waarvan het rendement afhankelijk is van de vraag of de Duitse fiscus dividendbelasting terugbetaalt. Hij vraagt of zijn deels verdwenen investering met CumEx-transacties te maken heeft. Nee, zegt Sarasin.

‘Ik heb hem een vlekkeloze onderneming nagelaten, maar met zijn grootdoenerij heeft hij die ten gronde gericht’

Hoewel Sarasin hem meermalen belooft zijn verlies te zullen vergoeden, krijgt Maschmeyer geen cent terug. Sterker: hij ontvangt dreigbrieven van de bank. Als hij stappen tegen Sarasin onderneemt, zou zijn leven gevaar lopen, vertelt hij de enquêtecommissie. Die brieven maken Maschmeyer woedend. Hij stapt naar het Duitse Openbaar Ministerie en doet aangifte. Hij is niet de enige: ook andere vermogende Duitsers die door Sarasin waren benaderd om te investeren, doen dat. Hun verklaringen staan mede aan de basis van het strafrechtelijk onderzoek dat wordt geleid door de Keulse officier van justitie Anne Brorhilker. Het onderzoek zich richt op belastingontduiking, fraude en afpersing.

Maschmeyer, die inmiddels ook een civiele procedure tegen Sarasin is gestart, krijgt morele steun van een oude kennis, Peter Merian. De twee wisselen nieuwjaarswensen en verjaardagscadeautjes uit. Ze kennen elkaar via Sarasin: Merian was er tot augustus 2006 topman. In 2006 moest Merian plaatsmaken voor Joachim H. Strähle. Na een paar jaar lidmaatschap van rvc verliet hij Sarasin.

Op 23 januari 2014 neemt Merian per mail contact op met Maschmeyer. Hij is op de hoogte van de problemen die Maschmeyer heeft en weet dat de ellende is begonnen na het gesprek tussen Maschmeyers zoon en Kai Henke. Die problemen zijn de schuld van Merians opvolger, Joachim Strähle: ‘Ik heb hem een vlekkeloze onderneming nagelaten, maar met zijn grootdoenerij heeft hij die ten gronde gericht totdat de grootaandeelhouder (Rabobank – red.) zich terugtrok en aan Safra verkocht.’

Joachim H. Strähle

Joachim H. Stähle volgt in 2006 Peter Merian op als topman bij Sarasin.

In de zomer 2011 wordt Strähle tijdens een privéreis door de VS door de Amerikaanse justitie uitgebreid gehoord over Amerikaanse zwartspaarders bij Sarasin. In 2015 treft Sarasin, samen met drie andere Zwitserse banken, een schikking met de Amerikaanse justitie. De vier banken betalen 178 miljoen dollar om een rechtszaak te vermijden. Van die vier betaalde Sarasin de hoogste boete: 85,8 miljoen dollar.

De mail van Peter Merian over Stähle:

Lieber Carsten,
Endlich habe ich Deine E-Mail Koordinaten erhalten. Das war nicht einfach, da ich Dich mehrmals und vergeblich via
SMS darum gebeten habe, Aber vielleicht habe ich eine ungültige Handy-Nummer? |
Wie dem auch sein mag, nun hoffe ich, dass es klappt.
Vorerst also meine besten Wünsche zurück, wenn auch durch die Umstände leider etwas verspätet, für ein
erfolgreiches, gesundes und glückliches 2014!
Deine liebenswürdigen Schreiben zu meinem Geburtstag und zum neuen Jahr verbunden mit dem originellen und ausgezeichneten 'Dickmacher- Kalender"
habeich erhalten, wenn auch verspätet (da ichseit über 2 Jahren in London lebe), und möchte Dir herzlich dafür danken.Das hat mich sehr gefreut.
Meine neuen Koordinaten gebeich Dir unten.
Nun zu Deinem Anliegen betreffend Henke / Sarasin.
Wie Du weisst war ich ja nach meinem Rücktritt als CEO der Bank noch etwa
4 Jahre im Verwaltungsrat. Das waren keineleichten Jahre für mich, da ich mit dem eingeschlagenen Weg meines Nachfolgers grosse Mühe hatte. Ich habe ihm ein tadelloses Unternehmen übergeben, und er fuhr es mit seiner "Großkotzigkeit' kontinuierlich an die Wand,bis der damalige Hauptaktionär sich zurückzog undleider an Safra verkaufte. Ich war ja glücklicherweise nicht mehr engagiert, und finanziell auch nur noch sehr minim. Dennoch wie der neue Eigentümer die übrig gebliebenen B-Aktinäre behandelteist schlicht und einfach skandallös. Da wurde gelogen ohne rot zu werden,alles zum Vorteil des neuen Aktionärs Safra. Das habe ich dem neuen CEO Jakob Safra auch in einem einstündigen Meeting klar und deutlich mittgeteilt. Er hat mich angefleht als Kunde zu bleiben, da es ja meine Bank seil!! Hat man noch Worte.. „aber das ist scheinbar die feine syrisch-jüdische Art.
Ich kenne nun deine Transaktion im Detail nicht. Ich weiss aber, dass ich damls zu Professor Böckli ging und eine lange Diskussion führte betreffend Transaktionen im Zusammenhang mit deutschen Dividenden-Gesetzeslücken. Wir haben damals beschlossen, aus Risiko- und Reputationsgründen auf solche Geschäfte zu verzichen und diese auch protokollarisch festgehalten.
Wie sich auch immer Deine Transaktion zusammensetzen sollte, die Bank hätte Dich und Deine Mitanleger auf
gewisse Risiken aufmerksam machen müssen.Ich weiss nicht ob und inwiefern sie dies getan hat. Je nachdem wäre
die Bank allenfalls haftbar zu machen.
Ich jedenfalls kannin dieser Sache wohl leider wenig erwirken, so gerne ich möchte.
Aber ich werde nochmals mit Eric sprechen, und versuchen die Kulanz zu beeinflussen.
Mit meinen besten Grüssen, hoffentlich auf bald wieder mal, in alter Verbundenheit,
Peter
PS: Bin bis anfangs März im Golfhotel in Saananmöser, danach wieder

 

Lees verder Inklappen

De Rabobank trekt zich schielijk terug

In het voorjaar van 2012 verkocht de Rabobank haar aandelen Sarasin voor 844 miljoen euro aan de J. Safra Group. De Rabobank lichtte haar redenen om Sarasin te verkopen uiterst neutraal toe in haar jaarverslag 2011: ‘Door de verkoop van Sarasin, dat gericht is op de bediening van private klanten buiten Nederland, kan de Rabobank meer de nadruk leggen op haar strategische kernactiviteiten, namelijk het brede marktleiderschap in Nederland en wereldwijde groei op het gebied van food en agri.’ Of de verkoop ook iets te maken heeft met de CumEx-handel en de afpersing is onbekend. Een woordvoerder van Rabobank wil over Sarasin echt niets zeggen: ‘We zeggen niets over een bedrijf dat niet meer van ons is.’

Wist de Braziliaanse Safra Group van de CumEx-handel en de afpersingszaak toen zij de bank in 2012 van de Rabobank overnam? Ook dat is onbekend. Vragen daarover wil J. Safra Sarasin niet beantwoorden.

Hanno Berger, een van de hoofdverdachten in het Duitse strafrechtelijke onderzoek naar CumEx-transacties, laat FTM weten dat hij niets met de CumEx-handel van Sarasin te maken heeft. Hij schuift de schuld in de schoenen van Sarasin.

En Maschmeyer? Die heeft zijn civiele zaak tegen de Zwitserse bank geschikt. Details zijn niet bekendgemaakt. Veel schade heeft de zaak hem uiteindelijk niet berokkend. Afgelopen maart schatte het Duitse zakenbladVermögenmagazin Maschmeyers vermogen op 1,2 miljard euro.

Tot slot

De voormalige Rabo-kopstukken Sipko Schat en Thomas van Rijckevorsel reageerden niet op herhaalde verzoeken van FTM om commentaar. Rik baron van Slingelandt was onbereikbaar.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eric Smit

Gevolgd door 1430 leden

Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

Volg Eric Smit
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Siem Eikelenboom

Gevolgd door 226 leden

Siem Eikelenboom werkte eerder als onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en het Financieele Dagblad.

Volg Siem Eikelenboom
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

The CumEx Files

Gevolgd door 1748 leden

Hoe banken en brokers Europese belastingdiensten voor miljarden beroofden.

Volg dossier