Dode bomen romantiek

    Het prijzige speuren en controleren van feiten door journalisten staat onder druk, zo blijkt eens te meer uit de documentaire Page One. Hoe nu verder?

    Kan The New York Times failliet gaan? Deze vraag vormt de kern van de documentaire Page One, inside the New York Times. In de documentaire wordt een somber beeld geschetst van de toekomst van de roemruchte Old Gray Lady. Mensen lijken niet meer te willen betalen voor gedegen journalistiek. “The old newspapermodel is dying”, zegt een stem in de trailer van de film. ‘We’re in a dangerous moment in American journalism”, stelt een deskundige bezorgd vast.   Trailer Page One In het praatprogramma De Wereld Draait Door (DWDD) werd vorige week woensdag gediscussieerd over wat Page One betekende. Peter Vandermeersch - hoofdredacteur van kwaliteitskrant NRC Handelsblad en sinds enkele maanden een regelmatig terugkerende gast in DWDD had de film bekeken. Vandermeersch was er bepaald niet vrolijker van geworden. Wel “strijdlustig”, zoals hij later in zijn column aangaf. “Omdat ik er tot in al mijn vezels van overtuigd ben dat de samenleving beter wordt van goede en kritische journalistiek”. Vandermeersch discussieerde met twee jonge mannen met andersoortige vezels. De eerste, Alexander Klöpping, werd door Van Nieuwkerk geïntroduceerd als “een jongen van de nieuwe media”. De tweede, Bert Brussen, is een blogger die sinds enige tijd ook voor de Volkskrant actief is. Bloggers zijn de nagel aan de doodskist van de journalistiek, althans, de populariteit van het bloggende en meningen verkondigende deel van de mensheid heeft zeer aanzienlijk terrein gewonnen ten opzichte van de “dode bomen journalistiek”. Dat is helaas een feit. Klöpping zei dat het logisch was dat bestaande kranten – die om hun voortbestaan vechten - populaire bloggers binnenhalen. Bloggers geven de kranten namelijk “glans”. En dat niet alleen. “Ik moet de krantenmarkt rechttrekken”, zei Brussen overtuigd van het niet geringe belang van zijn rol. Wat hij nu precies rechttrekt vertelde hij niet, maar dat hij of zijn collega bloggers aan onderzoeksjournalistiek gingen doen, was in elk geval uiterst onwaarschijnlijk.   De bewuste uitzending van DWDD Vandermeersch heeft intussen niet het gevoel dat er een strijd is tussen bloggers en journalisten. Hij denkt dat de wereld van de bloggers die van de journalistiek aan het vinden is. Hij huurt daarom mensen als Klöpping in. De Volkskrant haalde de “glans” binnen door Brussen wekelijks een plek te geven. Gaan NRC en de Volkskant daar beter van worden? Ik denk het niet. Hooguit populairder onder een jonger publiek dat gevoelig is voor modieuze meningen en lollige berichten. Sowieso is het binnenhalen van een bekend iemand met een mening al niet echt vernieuwend te noemen. Andersom zijn journalisten volop aan het bloggen geslagen en kranten als NRC, de Volkskrant en Het Financieele Dagblad geven die journobloggers steeds meer de ruimte. De kwaliteit van de berichtgeving is er naar mijn idee niet beter op geworden. Redacties hebben steeds minder middelen voorhanden om journalisten te laten graven en om uitgebreid feiten te controleren en dat is waar het in essentie om draait. Dat is een reden tot zorg die Vandermeersch zich bijzonder aantrekt. “Ik zit in de journalistiek omdat ik geloof in de kwaliteit van de democratie”, zei Belgische hoofdredacteur. Zijn cris de coeur werd door de bloggers in DWDD niet echt liefdevol aangehoord.

    “Romantiek”

    Klöpping had de film Page One ook gezien en hij vond het heel erg “cool” om te zien hoe grondig verhalen bij de NYT gecheckt worden. Als blogger kon hij het zich amper voorstellen dat er bij de NYT zoveel aandacht aan de journalistieke producties werd gegeven. Hij leek op een verbaasde jongen die voor het eerst had gezien hoe een ambachtelijk bakker een brood bakte. Sympathieke jeugdige onwetendheid. Zo onnozel als hij zich deed voorkomen is hij echter niet. “Romantiek”, noemde Klöpping even later het journalistieke gebruik om feiten uitgebreid te checken. Hij glimlachte smalend en maakte er een soort van wegwerpgebaar bij. Die romantiek is niet iets waar de beroepsgroep der bloggers zich mee inlaat. Ze keren zich er eerder met fris, jeugdig elan vanaf. Ouderwets. Laten die heren en dames van de 'dode bomen' nou lekker die feiten maar controleren, hoor en wederhoor plegen, zij maken er wel een leuk en met meningen gelardeerd blogje van. Bloggers, parasiteren er dankzij het werk van journalisten lekker op los en dat geven ze ook volmondig toe. Het is namelijk niet hun probleem dat de journalistiek het prijzige graafwerk doen, zij maken er alleen maar handig gebruik van. Net zo lang totdat de drager van de parasiet, de "dode bomen journalistiek" er bij omvalt en er niets meer valt te parasiteren. Is dat volgens die bloggers een probleem? Nee, de toekomst is immers digitaal, de toekomst is aan hen.

    Engagement

    Typerend was een blog op de website 925 van Jort Kelder waarvoor zowel Klöpping als Brussen in het verleden actief waren. "Kent u ze nog? Bert en Alexander. Schreven hier ooit hun stukjes. Jongens van de nieuwe media, pioniers! Kranten zijn dode bomen, de toekomst is digitaal!", aldus een triomfantelijke blogger van 925 daags na het televisieoptreden van het tweetal. Die vraag of er in hun digitale toekomst ook nog aan onderzoeksjournalistiek gedaan wordt, werpen bloggers intussen verre van zich. Niet hun zorg. De kans dat deze generatie bloggers zelf iets aan onderzoeksjournalistiek gaan doen is tegelijkertijd verwaarloosbaar klein, zo maakte Brussen duidelijk. Dat is triest. Wel gratis gebruik maken van het harde werk van journalisten, maar niet in staat zijn om iets terug te geven. De roeping en het engagement om iets echt uit te zoeken en de feiten grondig te controleren, ontbreekt. Een andere vraag is ook of mensen als Vandermeersch een antwoord gaan vinden om de investeringen in de voor onze democratie onontbeerlijke onderzoeksjournalistiek bedrijfsmatig te rechtvaardigen. Mogelijk dat een nieuwe lifestylebijlage, bloggende journalisten, paginagrote advertorials en de infantilisering van de NRC-website commercieel gunstig uitpakken waardoor de krant zijn muckrakers kan blijven betalen. Ik hoop het, maar ik waag het te betwijfelen.

    Facts are expensive

    Ik ben ooit mede-oprichter geweest van de krant De Pers. Het plan van oprichter Cornelis van den Berg was aanvankelijk om een zeer substantieel deel van de beschikbare middelen in te zetten voor de onderzoeksjournalistiek. Het motto was: "Opinions are cheap, facts are expensive". Deze leus werd dan ook onder toeziend oog van Van den Berg op een van de muren van het nog kale redactiebureel gekalkt. Van de uitvoering bleef later minder over dan we ons hadden voorgenomen. Zakelijk bleek de droom van Van den Berg niet helemaal te werken. Kwaliteit bleek meer te kosten dan het opleverde. Dat is ook het grote vraagstuk voor de journalistiek in dit tijdperk. Hoe kan rond het opgraven en controleren van harde feiten die noodzakelijk zijn om onze democratie te waarborgen, een solide bedrijf gebouwd worden? Nieuwe zakelijke modellen voor de journalistiek? Ik zie ze nog niet en ik ben nog niet in staat geweest om daar zelf een pasklaar antwoord op te bedenken. Ik ben er niettemin van overtuigd dat mensen bereid zijn voor kwalitatief hoogwaardige te willen betalen. Juist voor gespecialiseerde en herkenbare kwaliteit. We proberen daar met Follow the Money een bijdrage aan te leveren door een deel van onze beperkte middelen in onderzoeksjournalistiek te investeren en stapje voor stapje een merk op te bouwen. Maar ook wij doen op dit moment meer aan mening dan we eigenlijk zouden willen. Inderdaad, omdat het veel goedkoper is. Als beginnend ondernemer in de journalistiek zie je pas echt hoe duur feiten echt zijn. Iedere freelance journalist met een hart voor zijn vak kan dat beamen. Zij financieren graafwerk veelal met inkomsten uit commerciële opdrachten. Bloggers die zich geroepen voelen om iets aan de democratie bij te dragen, kunnen er een voorbeeld aan nemen.

    Publieke zaak

    Wat wel duidelijk begint te worden is dat onderzoeksjournalistiek langzaam maar zeker steeds meer met de giften van een journalistiek en democratie lievend mecenaat gestut wordt. Met name in de Verenigde Staten is deze ontwikkeling goed zichtbaar. Het bekendste voorbeeld is Propublica dat met een grote gift van The Sandler Foundation 34 onderzoeksjournalisten aan het werk zet, tientallen grote verhalen maakte en inmiddels als eerste niet print organisatie een de Pulitzer Prize for National Reporting wist binnen te halen. Propublica dient, zoals de naam doet vermoeden, de publieke zaak. Ik ben het daar mee eens. Journalistiek is te belangrijk om alleen aan de krachten van de markt over te laten. De producties van Propublica worden dan ook om niet beschikbaar gesteld aan bestaande nieuwsorganisaties, waaronder The New York Times. Dat is een lichtpunt. Zelfs überparasiet Arianna Huffington van het uiterst succesvolle Amerikaanse blog The Huffington Post zag in dat er wat gedaan moet worden om de zoektocht naar feiten te voeden. Zij nam het initiatief om een fonds op te richten dat ongeveer op dezelfde wijze te werk gaat als Propublica. Het is nog geen werkend businessmodel voor kranten, maar zo lang dat er nog niet is, biedt deze oplossing zeker een deel van de zo noodzakelijke toestroom van nieuwe gecontroleerde feiten.

    Arianna Huffington, een parasiet met een geweten

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 2250 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren