Het FTM-dossier Een Duurzame Economie publiceert het boek dat Niko Roorda over economie en duurzaamheid schrijft in afleveringen. Een introductie erover staat in de aflevering van 12 januari 2019. Hoofdstuk 1 is te vinden vanaf 20 januari. De reacties en adviezen in het FTM-forum gebruikt Niko om het boek sterker te maken. De huidige aflevering bevat paragraaf 1.5.

    In de vorige aflevering, waarin ik §1.4 publiceerde, heb ik het model van de Vier Sferen nader toegelicht. Ik liet zien hoe ingrepen om duurzaamheid te bevorderen in elk van de vier sferen uitpakken. Bovendien heb ik toegelicht waarom het denken in termen van ‘economie’ te beperkt is, en heb ik het woord ‘omniconomie’ gebruikt. 

    Uit een reactie van Christiaan Duijst werd me duidelijk dat niet voor iedereen zichtbaar is dat de afleveringen in dit forum samen een vervolgverhaal vormen. Voor wie vers in het forum instapt, is dat niet erg zichtbaar, en als je dan een afzonderlijke aflevering probeert te begrijpen valt dat niet mee. Daarom heb ik deze keer bovenaan een korte toelichting geplaatst, en ik ben van plan om dat te blijven doen. Bedankt, Christiaan!

    FemFem schreef over de politosfeer: “Wetten, en vooral verboden en restricties, zenden een heel duidelijk en goed te begrijpen signaal naar de samenleving.” Zo te zien verwacht ze daar veel van. Dat ben ik wel met haar eens, maar ik zie ook de beperkingen daarvan, wat voor mij de reden is om daarnaast te pleiten voor acties in de andere sferen, tot en met de logosfeer. FemFem gaf een aantal voorbeelden die beginnen met “Stel je voor dat…” en dat is nu precies mijn probleem: je kunt van alles stellen, maar er gebeurt heel veel niet of te weinig. En dus moeten we grondiger te werk gaan.

    Deze discussie is ongetwijfeld nog lang niet afgelopen, en dat is mooi: dat gaat vast en zeker nieuwe inzichten opleveren, zowel bij mij als bij jullie.

    Hetty Litjens en anderen hielpen me om na te denken over het contractaanbod dat ik heb ontvangen van een New Yorkse wetenschappelijke boekuitgeverij. Zij willen mijn boek (dat het onderwerp van dit forum is) graag op de markt brengen en daarvoor nu al een contract tekenen, hoewel het boek nog niet klaar is. Dat is erg mooi, maar ik heb wat twijfel, met name of het niet-wetenschappelijke deel van mijn doelgroep daarmee voldoende bereikt wordt. Het advies werd gegeven, onder meer ook door Lydia, om twee versies te maken. Ik denk erover na, ik hoef voorlopig nog geen knoop door te hakken. 

    Ik kan eraan toevoegen dat ik deze week een gesprek had met een uitgever van Nederlandstalige boeken. Ook die is bereid om nu direct een uitgeefcontract te sluiten. Ook de beslissing daarover neem ik nog even niet; in de komende tijd proberen we samen (de uitgever en ik) een paar op marketing gerichte gesprekken te arrangeren. 

    Mocht je actief bij die marketing kunnen helpen, bijvoorbeeld in de richting van de media of van presentaties voor zalen, wil je me dan een email sturen?

    En dan nu: de nieuwe aflevering. Waarin ik een drietal belangrijke vragen beantwoord, die betrekking hebben op het plan dat ik vorige week aankondigde en volgende week online plaats.

    1.5. Doelen en randvoorwaarden

    Het plan is gebaseerd op een drietal randvoorwaarden waaraan dat plan moet voldoen. Daar begin ik mee, zodat je weet wat je mag verwachten – en wat niet. Ik formuleer de randvoorwaarden in de vorm van antwoorden op drie dringende vragen.

    Eerste vraag: Kan dat wel, intrinsieke duurzaamheid?

    Ik weet het, het klinkt nogal fantastisch: duurzaamheid die vanzelf tot stand komt. Met een mooi woord: duurzaamheid die systeemgeïntegreerd is. Duurzaamheid gaat – zo is mijn doel – een basiseigenschap van het wereldwijde omniconomische systeem worden, die niet meer uit zichzelf kan verdwijnen of wegebben.

    De vraag is dus: is dat te mooi om waar te zijn? Is intrinsieke duurzaamheid – laten we dat kortheidshalve ‘ID’ noemen – een sprookje, een mooie wensdroom die nooit zal uitkomen?

    Mijn eerlijke antwoord is: ik kan niet bewijzen dat ID bereikbaar is. Maar: jij kunt niet bewijzen dat ID niet bereikbaar is. Dat is een principiële kwestie: het is per definitie onmogelijk om te bewijzen dat iets niet kan. Hoewel sommigen zoiets wel eens geprobeerd hebben, kijk maar.

    Case 1.3. Ruimtevaart of luchtkasteel?

    Op 30 december 1959 werd prof. mr. dr. George van den Bergh (1890-1966) door Bert Garthoff geïnterviewd in een televisie-uitzending van de VARA. Het gesprek werd als boekje uitgegeven met de titel: ‘Ruimtevaart of luchtkasteel?’. Hier volgen een paar citaten.

    “Mijn standpunt is dat ruimtevaart in de werkelijke betekenis van het woord, dat wil zeggen als bemande ruimtevaart, waarbij één of meer mensen van de aarde naar een ander hemellichaam vertrekken om daar enige tijd te blijven en vervolgens weer terug te keren naar de aarde niet mogelijk is. Nu niet en nimmer.”

    “Het ruimteonderzoek is in een paar jaren sinds de eerste Spoetnik met grote stappen vooruitgegaan. Het is nu reeds mogelijk om een mens in een cabine op te sluiten met al wat daarbij hoort en zo’n cabine met een zogenaamde viertrapsraket de snelheid van meer dan 10 km per seconde te geven, die nodig is om de zwaartekracht van de aarde te overwinnen, zodat de aarde wordt verlaten. Zoiets kan inderdaad, maar er blijft een principieel bezwaar bestaan: hoe krijgt men een mens weer levend op aarde? Want niemand zal toch een mens de ruimte willen insturen als men weet, dat hij nooit terugkomt. Welnu – dat ‘re-entry’ probleem is niet opgelost en het is naar mijn mening ook onoplosbaar.” 

    “Denken we eens aan de kleinste werkelijke reis door de ruimte, dus naar de maan. We naderen de maan en we zien hem vanuit ons voertuig. Nog 10.000 km, nog 5000 km (we gaan snel), nog 2000 km – het wordt een snelle val naar de maan. We vallen met een snelheid van duizenden kilometers per uur. Nog 1000 km, nog 500 km – Vuur! Er wordt afgeremd, maar dat kan natuurlijk niet helemaal. Er blijft nog snelheid over en we vallen verder. Nu moet er opnieuw worden afgeremd, zwakker ditmaal en zo is het theoretisch mogelijk dat men tenslotte zo zacht op de maan neerkomt als een rozenblaadje op een stille vijver. Op aarde kan men die laatste snelheid altijd met een parachute opvangen, maar op de maan kan dat niet, want er is geen atmosfeer. Zelfs de grootste parachute helpt niet. Men kan dus slechts met tegenvuur werken en zelfs al houdt men een snelheid van tien meter per seconde over, wat bijna niets is in verhouding tot de voorafgaande snelheden, dan slaat men nog te pletter.”

    Op 12 april 1961 verliet Yuri Gagarin als eerste mens de planeet Aarde en keerde na ruim een uur behouden terug op de grond. Op 20 juli 1969 landden twee bemanningsleden van de Apollo 11-missie op de Maan, die ze na circa vijf uren verlieten. De maanreizigers keerden veilig terug en landden op 24 juli in de Grote Oceaan, waarna ze door de USS Hornet thuis werden gebracht. Bemande reizen naar de planeet Mars worden door diverse partijen voorbereid voor de jaren na 2020.

    Lees verder Inklappen

    Gedurende tienduizend generaties of meer hebben de meesten van onze voorouders geloofd dat mensen nooit zouden kunnen vliegen. Thans bevinden zich op elk moment van de dag meer dan een miljoen mensen hoog in de lucht. En hoewel ‘bewezen’ is dat ruimtevaart niet mogelijk is, is de ruimte buiten onze planeet al sinds een aantal jaren permanent bewoond. Luchtkastelen kunnen wél gebouwd worden.

    Toen ik in de eerste fase van mijn loopbaan, als docent in de exacte vakken, in 1990 ging werken voor een hogeschool in het zuiden des lands (na negen jaar als leraar in het voortgezet onderwijs), werd ik lid van enkele vakgroepen die autonoom bepaalden wat voor onderwijs er in de diverse opleidingen gegeven werd. Ik trof er een aantal merkwaardige zaken aan, en stelde in de loop van mijn eerste docentenjaar aldaar regelmatig verbeteringen voor. Het vaste antwoord was iedere keer:

    “Dat hebben we al geprobeerd en het werkte niet.”

    Op een gegeven moment werd ik zo moe van die vaste reactie, dat ik voorstelde om die spreuk op een groot bord te schilderen en hem als leus boven de ingang van de hogeschool te spijkeren. (Geloof me, met zo’n voorstel maak je geen vrienden.) Wat ik daar op dit moment mee wil zeggen is: als iedereen altijd was blijven geloven dat lucht- of ruimtevaart onmogelijk was, dan konden we het nog steeds niet. 

    Ken je de Drie Wetten van de visionaire sciencefictionauteur Arthur C. Clarke?

    Case 1.4. De Drie Wetten van Clarke

    Eerste Wet: Als een vooraanstaande maar oudere wetenschapper iets mogelijk acht, dan heeft hij vrijwel zeker gelijk. Als hij iets onmogelijk acht, dan heeft hij hoogstwaarschijnlijk ongelijk.

    Tweede Wet: De enige manier om de grenzen van het mogelijke te ontdekken is er een stukje voorbij te gaan tot in het onmogelijke.

    Derde Wet: Elke voldoende geavanceerde technologie is niet te onderscheiden van magie.

    Bron: Arthur C. Clarke, sciencefictionschrijver, in Profiles of the Future (1962, 2000).

    Lees verder Inklappen

    Roep dus niet te snel dat iets niet kan. Probeer het gewoon, want dat is de enige manier om te ontdekken of het kan. Zolang het niet lukt, kan het daarna altijd nog wel gaan lukken. Dus: blijf proberen. De Eerste Wet van Roorda: Pas als het lukt, weet je of het kan.

    En dus zit er thans maar een ding op: we geloven erin dat intrinsieke duurzaamheid gerealiseerd kan worden, we werken eraan met alle kracht, en we maken het waar. We gaan hem gewoon bouwen, die intrinsieke duurzaamheid. Doe je mee?

    Tweede vraag: Betekent intrinsieke duurzaamheid dat er nooit meer iets mag veranderen? 

    Er zijn ook mensen die, als ze horen wat ik voorstel, bang zijn dat ID uiteindelijk zou moeten uitmonden in een samenleving waarin nooit meer iets mag veranderen. Als we op een gegeven moment een soort ideaal evenwichtspunt bereikt hebben, moeten we daar angstvallig blijven zitten. Is dat zo, betekent stabiel duurzaam ook statisch duurzaam? 

    Het antwoord is ‘nee, gelukkig niet’. Gelukkig, omdat we anders met de verwerkelijking van ID het einde van het menselijk avontuur zouden bereiken. Het ‘einde van de geschiedenis’, om de titel van een beroemd boek (van Francis Fukuyama uit 1992) te citeren. Wat zou het leven dan saai worden! Het antwoord is ‘nee, het wordt nooit statisch’, en ik kan laten zien waarom aan de hand van iets wat ik als kleine jongen ooit meemaakte.

    Ik weet het nog heel goed. Ik was doodsbang. Mijn ouders hadden mijn broertjes en mij meegenomen voor een dagje op het strand. Voor de eerste keer in mijn leven beklom ik een duin, kwam bovenaan, en nam mij voor om zo snel mogelijk naar beneden te rennen naar het strand en de zee. Ik holde omlaag, maar wat was dat nu? Ik kon niet meer stoppen! Ik dreigde voorover te vallen, en om dat te voorkomen moest ik steeds harder rennen! Ik heb gegild van angst.

    Gelukkig was er een onbekende meneer die voor mij uit wandelde. Hij hoorde mijn geschreeuw, keerde zich om en ving mij op. Gered! Het zweet spatte aan alle kanten van mij af.

    Op die bijna pijnlijke manier ontdekte ik een belangrijk principe dat je nodig hebt om op de been te blijven. Veel later, als volwassene, heb ik dat principe onder woorden gebracht. Als je beweegt, beweeg dan door een continue reeks van evenwichtstoestanden. Dat betekent niet dat je op je plaats moet blijven stilstaan. Je kunt prima voortbewegen, zelfs snel bewegen als je dat wilt, maar op een zodanige manier dat je op elk moment zomaar opeens kunt stoppen.

    Je kunt het ook vergelijken met iemand die een trap afloopt. Jijzelf, bijvoorbeeld. Als je daarbij op ieder moment het zwaartepunt van je lijf boven je voeten houdt, dan weet je zeker dat je op een rustige, beheerste manier stabiel naar beneden gaat. Ontdek je dan halverwege de trap iets waar je even naar wilt kijken, dan kun je zonder problemen onmiddellijk stilstaan. Ook al verplaats je, je bent voortdurend in evenwicht. Doe je het anders, dan loop je het risico dat je harder en harder moet lopen om niet voorover te vallen.

    Dit beeld is (helaas) prima toe te passen op onze huidige wereldwijde samenleving. Die beweegt niet door evenwichtstoestanden. De technologische, wetenschappelijke, politieke en economische ontwikkelingen gaan zo hard dat we geen moment in evenwicht zijn, waardoor we steeds harder moeten lopen om niet voorover te vallen. Het spreekt vanzelf dat we dat niet eindeloos kunnen volhouden. En deze keer is er halverwege de duin geen vriendelijke meneer die ons opvangt (al zullen sommigen daar misschien anders over denken).

    En dus moeten we intrinsieke duurzaamheid zien te bereiken. Dat betekent niet dat we stil moeten gaan staan; het einde van het menselijk avontuur komt heus niet in zicht. ID betekent dat we ontdekken hoe we ons veilig verder kunnen ontwikkelen: via een continue reeks van evenwichtstoestanden.

    Ik ga nog een stapje verder. Want als we als mensheid steeds weer nieuwe ontwikkelingen doormaken, betekent het vanzelf dat we op basis van die ervaringen ook altijd weer nieuwe woorden zullen bedenken. Waarmee we nieuwe verhalen vertellen. Die woorden en verhalen worden gevoed door de effecten van de verhalen die we eerder vertelden. Bij elkaar betekent dat een oneindige ontwikkeling, een altijd maar doorgaand iteratief proces. Ik noem dat het ‘Vliegwiel’, dat ik laat zien in Figuur 1.13: woorden genereren verhalen, die beleid genereren dat effecten genereert die nieuwe woorden opwekken waaruit nieuwe verhalen… enzovoorts, totdat de zon of de mens uitdooft.

    Derde vraag: Garandeert intrinsieke duurzaamheid eeuwige stabiliteit?

    Zal ID, als we die weten te realiseren, voor de eeuwigheid garanderen dat iedereen het Paradijs op Aarde vindt? Wordt de samenleving definitief en gegarandeerd stabiel en iedereen gelukkig?

    Nee, zo mooi kunnen we het niet maken. Al was het maar omdat er altijd het risico blijft dat er op een kwade dag een blok steen met een doorsnee van vijftien kilometer tegen de Aarde botst, zoals in het verleden herhaaldelijk is gebeurd. De laatste keer was zo’n 66 miljoen jaar geleden, en toen stierven alle dinosauriërs uit samen met nog veel meer dier- en plantensoorten. Onze huidige technologie mag dan volgens Arthur C. Clarke niet te onderscheiden zijn van magie, maar het afweren van zo’n meteoriet gaat onze magische krachten voorlopig ver te boven. 

    Zo zijn er wel meer mogelijke oorzaken van grote catastrofes die we nooit helemaal kunnen voorkomen. Zware aardbevingen, vulkaanuitbarstingen die wereldwijd de hemel verduisteren, pandemieën: het zou een illusie zijn om te menen dat we dat volledig kunnen uitbannen, want het gaat hier om krachten die immens veel groter zijn dan die van ons. Volmaakte stabiliteit, zoals symbolisch getoond in Figuur 1.14 in de vorm van een sneeuwbal tussen twee oneindig hoge bergwanden, zal nooit bestaan.

    Daarnaast zijn er op kleinere schaal altijd dingen die fout zullen gaan. Op persoonlijk niveau overlijden baby’s, worden kinderen geboren met foutjes in hun erfelijk materiaal, gebeuren auto-ongelukken en stranden huwelijken. Een Paradijs zal onze Aarde niet worden.

    En dus gaat ID niet over volmaakte stabiliteit maar over een aanzienlijke versterking daarvan. Figuur 1.15 laat deze brede stabiliteit symbolisch zien. Vergelijk die maar eens met het smalle kuiltje bovenop een steile bergtop in Figuur 1.6, waaraan ter bescherming hekjes en verkeersbordjes zijn toegevoegd. Het is direct duidelijk dat zulke machteloze beleidsinstrumenten overbodig worden als de natuurlijke stabiliteit van het systeem breed genoeg is.

    Toch geeft Figuur 1.15 nog niet helemaal het juiste beeld. Want deze afbeelding lijkt te suggereren dat ID leidt tot onveranderlijkheid, en zo’n verstarring is zojuist, als antwoord op de tweede vraag, tegengesproken. Daarom toont Figuur 1.16 een beter plaatje. Brede stabiliteit is daar niet een wijde kuil met één laagste punt, maar een pad dat naar de toekomst loopt tot voorbij de horizon. ID is geen statische maar een dynamische stabiliteit.

    Dat pad wordt prachtig weergegeven in Figuur 1.17 in de vorm van een foto van een Brede Holle Weg. 

    Deze foto helpt me om de randvoorwaarden samen te vatten en zo het doel van mijn plan te formuleren:

    Het is de opdracht van de nieuw te creëren wetenschap omniconomie om de Aarde en de mensen weg te leiden van een smal pad naast een afgrond op de rand van een vulkaan, en ons naar een Brede Holle Weg te brengen waarlangs we op een veilige manier naar de toekomst kunnen bewegen.

    Tenslotte

    De Brede Holle Weg: dat is de opdracht waar de nieuw te creëren omniconomische wetenschap voor staat. Hoe die weg eruitziet weet ik niet; dat kan ik in mijn eentje niet bedenken. Daarvoor zijn tal van onderzoekers nodig, die interdisciplinair met elkaar samenwerken. En er is een brede niet-wetenschappelijke stroom van mensen nodig. Waarom, dat lees je de volgende keer. Want ik schreef het vorige week al: ik heb een plan. Een route, waarlangs dit proces succesvol kan verlopen. Tot volgende week, dus.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 677 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 1162 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Volg dossier