Don’t shoot the consumer

Het wordt steeds normaler consumenten en hun koopgedrag verantwoordelijk te houden voor immorele bedrijfsvoering. Dat is de wereld op zijn kop, signaleert columnist Roxane van Iperen. Ethisch ondernemen begint bij de ondernemer.

Het was direct een veel gedeeld artikel op internet: ‘Dump de dumpwinkel Primark: het nieuwe goedkoop slaat de bodem uit onze economie’, van Jonathan Holslag in De Morgen. De Vlaamse doemprofessor noemt hierin een cadeau van Primark ‘een vergiftigd geschenk, waarmee u welvaart en waardigheid in gevaar brengt’. Nu doet zo’n stuk het al snel goed, want wat is leuker dan besmuikt lachen om het onderontwikkelde deel van de bevolking dat in de bakken bij Primark graait? Lachen om musicals misschien. Holslag: 'Ook de stakkers van onze samenleving zouden moeten inzien dat er iets niet in de haak is met de dumpketens, kritischer te consumeren en hun overheden aansporen tot actie. Het is te gemakkelijk om een petitie te tekenen tegen een groot merk nadat er weer eens een fabriek in Bangladesh is afgebrand om vervolgens meteen weer het karretje te vullen met spullen uit datzelfde soort fabrieken.' Holslag doet hier wat tegenwoordig bon ton is: hij maakt de consument verantwoordelijk voor de onethische handelwijze van ondernemingen. Die redenering klopt niet en draagt bij aan het in stand blijven van diezelfde handelwijze. Bovendien: de pijlen richten op consumenten van ‘dumpwinkels’ is nu juist te gemakkelijk.
Talloze andere ketens, van Versace tot C&A, doen op soortgelijke wijze zaken
Talloze andere ketens, van Versace tot C&A, doen op soortgelijke wijze zaken. Zij hanteren alleen een andere marketingstrategie en hogere consumentenprijs, voor producten die in dezelfde fabrieken zijn gemaakt en kwalitatief nauwelijks beter zijn. Redenerend vanuit de consumentenblaam zijn dan niet alleen de dumpgraaiers, maar wij allen schuldig.

H&M

Neem als voorbeeld het merk waarvan iedereen iets in huis heeft: H&M. Het één na grootste kledingconcern ter wereld met een jaaromzet van 16,5 miljard euro voor de H&M Groep, heeft nota bene duurzaamheid en maatschappelijk bewustzijn als speerpunt. Met een Conscious kledinglijn, een H&M Conscious Foundation gericht op het verbeteren van leefomstandigheden en een breed uitgemeten Code of Conduct over werkomstandigheden. H&M CEO Karl-Johan Persson mocht afgelopen september de Ponut Schultz Prijs in ontvangst nemen voor zijn inzet voor een humanere economie, terwijl zijn Global Head Sustainability, Helena Helmersson, werd verkozen tot Machtigste Zakenvrouw van de Zweedse Industrie.
Al dat bladgoud kan niet verhullen dat H&M feitelijk op onethische wijze haar miljarden vergaart
Al dat bladgoud kan niet verhullen dat H&M feitelijk op onethische wijze haar miljarden vergaart. In 2012 zond de Zweedse televisie de documentaire About Hennes & Mauritz uit, waarin de onmenselijke werkomstandigheden van Cambodjaanse fabrieksarbeiders werden onthuld. H&M beloofde de dialoog tussen fabrieksmanagement en vakbonden te stimuleren en de overheid te manen tot verhoging van het minimumloon. Dit is een vaak gebruikte tactiek van het concern, die inspeelt op het positieve, westerse frame rondom woorden als ‘minimumloon’ en ‘vakbonden’. Realiteit is dat in de landen waarin H&M haar productie heeft, het minimumloon een fractie is van een leefbaar loon zoals dat in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als bestaansminimum wordt gehanteerd (in Cambodja 21 procent, in Bangladesh 11 procent), vakbonden geen partij zijn voor het management en stakingen door de overheid hard worden neergeslagen met vaak dodelijke afloop.

Rana Plaza-ramp

Waar steeds voor werd gewaarschuwd – triest genoeg zelfs een dag van tevoren bij de betreffende fabriek - gebeurde. Op 24 april 2013 stortte textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh in, waarbij 1135 mensen omkwamen. H&M zat toevallig niet bij de westerse klanten van deze specifieke fabriek, maar het concern is de grootste opdrachtgever in het land en alle fabrieken zijn, letterlijk en figuurlijk, gebouwd op hetzelfde systeem verantwoordelijk voor de ramp. Anderhalf jaar na dato is van de toegezegde bedragen voor nabestaanden en slachtoffers nog maar een klein deel ontvangen; alleen Primark heeft een relatief significante bijdrage van 5 miljoen euro geleverd. H&M stelde zich op het standpunt dat zij niet met deze fabriek werkt en het een infrastructureel probleem van Bangladesh betreft, maar zegde later onder druk een bijdrage van 80.000 euro toe. (In februari 2010 kwamen bij een brand in een fabriek die wel aan H&M levert 21 mensen om het leven; de nabestaanden ontvingen 2.000 euro schadevergoeding per persoon, let wel: van de fabrieksdirectie). Tientallen merken uit de hele wereld ondertekenden het Bangladesh Veiligheidsakkoord. Tv programma Zembla deed onderzoek en toonde in de uitzending De wereld volgens H&M op 20 november 2014 aan dat er uiteindelijk weinig is veranderderd bij de 'goedgekeurde' leveranciers van H&M. Bouwcertificaten zijn vervalst, de overheid controleert niet, de Code of Conduct wordt niet nageleefd. CEO Persson ging onder veel mediavertoon langs bij de premier met het verzoek het minimumloon te verhogen, terwijl hij op datzelfde moment verplaatsing van de productie naar Ethiopië voorbereidde, waar arbeid nog goedkoper is. Effectieve chantage voor een land als Bangladesh, dat voor 75 procent afhankelijk is van de kledingindustrie.

Dirty Business

De gang van zaken doet denken aan de volgende beschrijving uit het boek Dirty Business, exploring corporate misconduct, van autoriteit Maurice Punch: ‘The tragedy raised issues related to industrial safety, the level and reliability of regulation in less developed societies, the legal muscle of western corporations and their influence via the media, and the ethical responsibility of management for a disaster in one of their plants abroad. The level of human suffering was immense; in contrast, the value placed on an Indian’s life was pitifully low compared to that calculated by insurers and lawyers for a western life.’ Dit gaat over het grootste industriële schandaal uit de geschiedenis: een explosie in een Union Carbide chemische fabriek in Bhopal, India, in 1984, waarbij twintigduizend doden en tienduizenden gewonden vielen en de bevolking tot op de dag van vandaag onder de gevolgen lijdt. De parabel is treffend.

Mensenrechten absoluut en universeel

Het eeuwige argument is dat ‘we’, westerse bedrijven, welvaart brengen in dit soort landen; moeten we dan vertrekken en het land in de steek laten? Alsof het één het ander uitsluit: blijven én je verantwoordelijkheid nemen. Maar zodra dit soort ondernemingen over de landsgrens stappen, wordt alles wat thuis niet normaal is opeens aanvaardbaar als ‘lokale praktijk’.
Dat is geen cultuurrelativisme, maar een giftige mix van onverschilligheid en opportunisme
  Dat is geen cultuurrelativisme, maar een giftige mix van onverschilligheid en opportunisme. Uit eigen praktijk weet ik dat er bedrijven zijn die de Code of Conduct als een papieren annex zien waarmee zij hun verantwoordelijkheid wegtekenen, maar net zo goed bedrijven die dit serieus nemen en daadwerkelijk meedenken en -betalen aan een beter systeem. Fabrieken kunnen niet renoveren als hun arbeiders niet worden doorbetaald, vakbondsleden kunnen geen rechten opeisen als ze hun leven niet veilig zijn, een keten van onzichtbare onderaannemers kan niet worden voorkomen met een zodanig hoge omloopsnelheid van collecties. Dát impliciet of expliciet aanvaarden maakt je medeplichtig aan mensenrechtenschending.

Consument

Hoewel het een effectieve manier van actievoeren is, is het niet fair de consument hiervoor de verantwoordelijkheid in de schoenen te schuiven. Ten eerste omdat het onmogelijk is van alles zoveel achtergrond te kennen, tenzij je als chronische activist door het leven gaat. Moet je bij museumbezoek weten of een schilderij uit naziroof afkomstig is, bij het lezen van de krant of de drukker illegalen in dienst heeft?
Moet je bij het lezen van de krant weten of de drukker illegalen in dienst heefT?
Ten tweede omdat het de schuldvraag verplaatst en ondernemers in de kaart speelt. Als consumentengedrag maatstaf wordt voor al dan niet ethisch ondernemen, kunnen bedrijven hun handelwijze legitimeren door simpelweg te wijzen op hun verkoopcijfers. Het borduurt voort op een andere trend: die waarin moreel handelen niet langer wordt geacht in ons menszijn te zitten (‘We hold these truths to be self-evident, that all men are created equally’, Onafhankelijkheidsverklaring), maar wordt afgestemd op een externe autoriteit (zie ook Moreel kompas in GPS tijdperk). Ook voor de consument geldt: waar kennis groeit, groeit verantwoordelijkheid. Maar eerste verantwoordelijke voor ethisch ondernemen is de ondernemer zelf. Dan de fabrikant, de overheid van het land waarin deze gevestigd is, de overheid van het land waarin het merk vestigingen houdt, de supranationale organisaties waaronder één van de twee of beide landen vallen, de organisaties die deze mensen ten onrechte prijzen uitreiken en, als allerlaatste, de consument. Laten we eerst onze pijlen richten op de mensen bovenaan het rijtje, dan kunnen we altijd nog eindigen met het belachelijk maken van Primark-stakkers.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Roxane van Iperen

Gevolgd door 108 leden

'De Pleitschrijver' bekijkt de wereld vaak door een financieel-economische bril. Focust op compliance en integriteit.

Volg Roxane van Iperen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren